Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-09-30
ECLI:NL:CBB:2024:739
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
1,632 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous
Overwegingen
Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022. Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan.
Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.
Het beroep is ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous
Overwegingen
Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022. Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan.
Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.
Het beroep is ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous
Overwegingen
Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022. Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan.
Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.
Het beroep is ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous
Overwegingen
Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022. Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan.
Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.
Het beroep is ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk