Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-11-28
ECLI:NL:CBB:2023:666
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,132 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/64
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. C. Cromheecke)
Procesverloop
Met het besluit van 9 september 2022 (afwijzingsbesluit) heeft verweerder de aanvraag van [naam 1] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en glasisolatie afgewezen.
Met het besluit van 28 november 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 12 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] , zijn echtgenote [naam 2] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Inleiding
1. [naam 1] heeft zijn woning verbouwd en subsidie aangevraagd bij de minister voor het aanbrengen van dakisolatie en glasisolatie. De minister heeft de aanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van de dakisolatie en de indiening van de subsidieaanvraag. Als gevolg hiervan heeft de minister ook de aanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat de aanvraag geen betrekking heeft op twee verschillende typen isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Daarnaast heeft de minister de subsidieaanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat geen sprake is van glas aangebracht in een bestaande oppervlakte. Met het bestreden besluit heeft de minister het afwijzingsbesluit gehandhaafd.
Standpunten partijen
2 [naam 1] voert aan dat het niet redelijk is dat de minister de aanvraag heeft afgewezen omdat hij de aanvraag enkele dagen te laat heeft ingediend. De reden voor de late indiening zijn tegenslagen tijdens de verbouwing. Er is namelijk asbest aangetroffen en levertijden waren langer door de coronapandemie. Als gevolg hiervan heeft de verbouwing en daarmee ook het aanbrengen van isolatiemateriaal en isolatieglas langer geduurd. Zo snel mogelijk na afronding van de verbouwing heeft [naam 1] de subsidieaanvraag ingediend. De afwijzing van de aanvraag omdat deze slechts negen dagen te laat is ingediend staat in geen verhouding tot de tijdsoverschrijding door de minister, die de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd. De minister had coulant om moeten gaan met de hiervoor genoemde omstandigheden.
3 De minister betoogt dat de subsidieaanvraag moest worden afgewezen. Het afwijzen vanwege overschrijding van de aanvraagtermijn is dwingend. Er is dan ook geen ruimte voor een belangenafweging of coulance. De minister hoeft dan ook geen rekening houden met de omstandigheden die [naam 1] aan heeft gevoerd. Daarnaast dient de beslistermijn een ander doel dan de aanvraagtermijn. Verlenging van de beslistermijn kan niet tot een ander besluit over de subsidieverlening leiden. Afwijken van de aanvraagtermijn zou bovendien leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van andere (potentiële) aanvragers.
Beoordeling
4.1
Aan de orde is of de minister de aanvraag van [naam 1] terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend. Hieronder legt het College uit waarom.
4.2
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor energiebesparende isolatiemaatregelen indien een aanvraag voor subsidie later is ingediend dan twaalf maanden na het aanbrengen van het isolatiemateriaal. Dit was op het moment van de aanvraag bepaald in artikel 4.5.9., eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling. Dat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van het dakisolatiemateriaal en het indienen van de aanvraag staat vast. [naam 1] heeft de dakisolatie op 17 mei 2021 aangebracht in de woning en de aanvraag op 26 mei 2022 ingediend. De minister moet in zo’n geval de subsidieaanvraag voor dakisolatie afwijzen.
4.3
De afwijzing van de subsidieaanvraag voor dakisolatie heeft tot gevolg dat geen sprake is van twee verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze eis werd op het moment van de aanvraag gesteld in artikel 4.5.9., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling. De minister heeft daarom ook de subsidieaanvraag voor glasisolatie moeten afwijzen.
4.4
De onder 4.2 en 4.3 genoemde afwijzingsgronden moet de minister toepassen. De Regeling bevat geen mogelijkheid om coulance te bieden. De minister heeft ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het feit dat er tegenslagen waren en dat [naam 1] mede daardoor niet voor subsidie in aanmerking komt, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld, maakt niet dat de toepassing van de Regeling onevenredig heeft uitgepakt. Het College begrijpt dat [naam 1] het oneerlijk vindt dat zijn aanvraag is afgewezen omdat hij deze negen dagen te laat heeft ingediend terwijl de minister de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd, maar ook dit leidt niet tot een andere uitkomst. Het beoogde doel van de aanvraagtermijn was namelijk het stimuleren van het binnen korte tijd aanbrengen van verschillende isolatiemaatregelen in woningen. De aanvraagtermijn dient een ander doel dan de bevoegdheid van de minister om een beslistermijn te verlengen om organisatorische redenen. Wat [naam 1] heeft gesteld, maakt daarom niet dat het bestreden besluit onrechtmatig is.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.
w.g. mr. H.S.J. Albers w.g. mr. M. Ettema
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/64
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. C. Cromheecke)
Procesverloop
Met het besluit van 9 september 2022 (afwijzingsbesluit) heeft verweerder de aanvraag van [naam 1] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en glasisolatie afgewezen.
Met het besluit van 28 november 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 12 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] , zijn echtgenote [naam 2] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Inleiding
1. [naam 1] heeft zijn woning verbouwd en subsidie aangevraagd bij de minister voor het aanbrengen van dakisolatie en glasisolatie. De minister heeft de aanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van de dakisolatie en de indiening van de subsidieaanvraag. Als gevolg hiervan heeft de minister ook de aanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat de aanvraag geen betrekking heeft op twee verschillende typen isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Daarnaast heeft de minister de subsidieaanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat geen sprake is van glas aangebracht in een bestaande oppervlakte. Met het bestreden besluit heeft de minister het afwijzingsbesluit gehandhaafd.
Standpunten partijen
2 [naam 1] voert aan dat het niet redelijk is dat de minister de aanvraag heeft afgewezen omdat hij de aanvraag enkele dagen te laat heeft ingediend. De reden voor de late indiening zijn tegenslagen tijdens de verbouwing. Er is namelijk asbest aangetroffen en levertijden waren langer door de coronapandemie. Als gevolg hiervan heeft de verbouwing en daarmee ook het aanbrengen van isolatiemateriaal en isolatieglas langer geduurd. Zo snel mogelijk na afronding van de verbouwing heeft [naam 1] de subsidieaanvraag ingediend. De afwijzing van de aanvraag omdat deze slechts negen dagen te laat is ingediend staat in geen verhouding tot de tijdsoverschrijding door de minister, die de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd. De minister had coulant om moeten gaan met de hiervoor genoemde omstandigheden.
3 De minister betoogt dat de subsidieaanvraag moest worden afgewezen. Het afwijzen vanwege overschrijding van de aanvraagtermijn is dwingend. Er is dan ook geen ruimte voor een belangenafweging of coulance. De minister hoeft dan ook geen rekening houden met de omstandigheden die [naam 1] aan heeft gevoerd. Daarnaast dient de beslistermijn een ander doel dan de aanvraagtermijn. Verlenging van de beslistermijn kan niet tot een ander besluit over de subsidieverlening leiden. Afwijken van de aanvraagtermijn zou bovendien leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van andere (potentiële) aanvragers.
Beoordeling
4.1
Aan de orde is of de minister de aanvraag van [naam 1] terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend. Hieronder legt het College uit waarom.
4.2
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor energiebesparende isolatiemaatregelen indien een aanvraag voor subsidie later is ingediend dan twaalf maanden na het aanbrengen van het isolatiemateriaal. Dit was op het moment van de aanvraag bepaald in artikel 4.5.9., eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling. Dat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van het dakisolatiemateriaal en het indienen van de aanvraag staat vast. [naam 1] heeft de dakisolatie op 17 mei 2021 aangebracht in de woning en de aanvraag op 26 mei 2022 ingediend. De minister moet in zo’n geval de subsidieaanvraag voor dakisolatie afwijzen.
4.3
De afwijzing van de subsidieaanvraag voor dakisolatie heeft tot gevolg dat geen sprake is van twee verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze eis werd op het moment van de aanvraag gesteld in artikel 4.5.9., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling. De minister heeft daarom ook de subsidieaanvraag voor glasisolatie moeten afwijzen.
4.4
De onder 4.2 en 4.3 genoemde afwijzingsgronden moet de minister toepassen. De Regeling bevat geen mogelijkheid om coulance te bieden. De minister heeft ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het feit dat er tegenslagen waren en dat [naam 1] mede daardoor niet voor subsidie in aanmerking komt, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld, maakt niet dat de toepassing van de Regeling onevenredig heeft uitgepakt. Het College begrijpt dat [naam 1] het oneerlijk vindt dat zijn aanvraag is afgewezen omdat hij deze negen dagen te laat heeft ingediend terwijl de minister de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd, maar ook dit leidt niet tot een andere uitkomst. Het beoogde doel van de aanvraagtermijn was namelijk het stimuleren van het binnen korte tijd aanbrengen van verschillende isolatiemaatregelen in woningen. De aanvraagtermijn dient een ander doel dan de bevoegdheid van de minister om een beslistermijn te verlengen om organisatorische redenen. Wat [naam 1] heeft gesteld, maakt daarom niet dat het bestreden besluit onrechtmatig is.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.
w.g. mr. H.S.J. Albers w.g. mr. M. Ettema
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/64
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. C. Cromheecke)
Procesverloop
Met het besluit van 9 september 2022 (afwijzingsbesluit) heeft verweerder de aanvraag van [naam 1] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en glasisolatie afgewezen.
Met het besluit van 28 november 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 12 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] , zijn echtgenote [naam 2] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Inleiding
1. [naam 1] heeft zijn woning verbouwd en subsidie aangevraagd bij de minister voor het aanbrengen van dakisolatie en glasisolatie. De minister heeft de aanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van de dakisolatie en de indiening van de subsidieaanvraag. Als gevolg hiervan heeft de minister ook de aanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat de aanvraag geen betrekking heeft op twee verschillende typen isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Daarnaast heeft de minister de subsidieaanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat geen sprake is van glas aangebracht in een bestaande oppervlakte. Met het bestreden besluit heeft de minister het afwijzingsbesluit gehandhaafd.
Standpunten partijen
2 [naam 1] voert aan dat het niet redelijk is dat de minister de aanvraag heeft afgewezen omdat hij de aanvraag enkele dagen te laat heeft ingediend. De reden voor de late indiening zijn tegenslagen tijdens de verbouwing. Er is namelijk asbest aangetroffen en levertijden waren langer door de coronapandemie. Als gevolg hiervan heeft de verbouwing en daarmee ook het aanbrengen van isolatiemateriaal en isolatieglas langer geduurd. Zo snel mogelijk na afronding van de verbouwing heeft [naam 1] de subsidieaanvraag ingediend. De afwijzing van de aanvraag omdat deze slechts negen dagen te laat is ingediend staat in geen verhouding tot de tijdsoverschrijding door de minister, die de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd. De minister had coulant om moeten gaan met de hiervoor genoemde omstandigheden.
3 De minister betoogt dat de subsidieaanvraag moest worden afgewezen. Het afwijzen vanwege overschrijding van de aanvraagtermijn is dwingend. Er is dan ook geen ruimte voor een belangenafweging of coulance. De minister hoeft dan ook geen rekening houden met de omstandigheden die [naam 1] aan heeft gevoerd. Daarnaast dient de beslistermijn een ander doel dan de aanvraagtermijn. Verlenging van de beslistermijn kan niet tot een ander besluit over de subsidieverlening leiden. Afwijken van de aanvraagtermijn zou bovendien leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van andere (potentiële) aanvragers.
Beoordeling
4.1
Aan de orde is of de minister de aanvraag van [naam 1] terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend. Hieronder legt het College uit waarom.
4.2
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor energiebesparende isolatiemaatregelen indien een aanvraag voor subsidie later is ingediend dan twaalf maanden na het aanbrengen van het isolatiemateriaal. Dit was op het moment van de aanvraag bepaald in artikel 4.5.9., eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling. Dat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van het dakisolatiemateriaal en het indienen van de aanvraag staat vast. [naam 1] heeft de dakisolatie op 17 mei 2021 aangebracht in de woning en de aanvraag op 26 mei 2022 ingediend. De minister moet in zo’n geval de subsidieaanvraag voor dakisolatie afwijzen.
4.3
De afwijzing van de subsidieaanvraag voor dakisolatie heeft tot gevolg dat geen sprake is van twee verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze eis werd op het moment van de aanvraag gesteld in artikel 4.5.9., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling. De minister heeft daarom ook de subsidieaanvraag voor glasisolatie moeten afwijzen.
4.4
De onder 4.2 en 4.3 genoemde afwijzingsgronden moet de minister toepassen. De Regeling bevat geen mogelijkheid om coulance te bieden. De minister heeft ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het feit dat er tegenslagen waren en dat [naam 1] mede daardoor niet voor subsidie in aanmerking komt, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld, maakt niet dat de toepassing van de Regeling onevenredig heeft uitgepakt. Het College begrijpt dat [naam 1] het oneerlijk vindt dat zijn aanvraag is afgewezen omdat hij deze negen dagen te laat heeft ingediend terwijl de minister de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd, maar ook dit leidt niet tot een andere uitkomst. Het beoogde doel van de aanvraagtermijn was namelijk het stimuleren van het binnen korte tijd aanbrengen van verschillende isolatiemaatregelen in woningen. De aanvraagtermijn dient een ander doel dan de bevoegdheid van de minister om een beslistermijn te verlengen om organisatorische redenen. Wat [naam 1] heeft gesteld, maakt daarom niet dat het bestreden besluit onrechtmatig is.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.
w.g. mr. H.S.J. Albers w.g. mr. M. Ettema
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/64
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. C. Cromheecke)
Procesverloop
Met het besluit van 9 september 2022 (afwijzingsbesluit) heeft verweerder de aanvraag van [naam 1] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en glasisolatie afgewezen.
Met het besluit van 28 november 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 12 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] , zijn echtgenote [naam 2] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Inleiding
1. [naam 1] heeft zijn woning verbouwd en subsidie aangevraagd bij de minister voor het aanbrengen van dakisolatie en glasisolatie. De minister heeft de aanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van de dakisolatie en de indiening van de subsidieaanvraag. Als gevolg hiervan heeft de minister ook de aanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat de aanvraag geen betrekking heeft op twee verschillende typen isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Daarnaast heeft de minister de subsidieaanvraag voor glasisolatie afgewezen, omdat geen sprake is van glas aangebracht in een bestaande oppervlakte. Met het bestreden besluit heeft de minister het afwijzingsbesluit gehandhaafd.
Standpunten partijen
2 [naam 1] voert aan dat het niet redelijk is dat de minister de aanvraag heeft afgewezen omdat hij de aanvraag enkele dagen te laat heeft ingediend. De reden voor de late indiening zijn tegenslagen tijdens de verbouwing. Er is namelijk asbest aangetroffen en levertijden waren langer door de coronapandemie. Als gevolg hiervan heeft de verbouwing en daarmee ook het aanbrengen van isolatiemateriaal en isolatieglas langer geduurd. Zo snel mogelijk na afronding van de verbouwing heeft [naam 1] de subsidieaanvraag ingediend. De afwijzing van de aanvraag omdat deze slechts negen dagen te laat is ingediend staat in geen verhouding tot de tijdsoverschrijding door de minister, die de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd. De minister had coulant om moeten gaan met de hiervoor genoemde omstandigheden.
3 De minister betoogt dat de subsidieaanvraag moest worden afgewezen. Het afwijzen vanwege overschrijding van de aanvraagtermijn is dwingend. Er is dan ook geen ruimte voor een belangenafweging of coulance. De minister hoeft dan ook geen rekening houden met de omstandigheden die [naam 1] aan heeft gevoerd. Daarnaast dient de beslistermijn een ander doel dan de aanvraagtermijn. Verlenging van de beslistermijn kan niet tot een ander besluit over de subsidieverlening leiden. Afwijken van de aanvraagtermijn zou bovendien leiden tot een ongelijke behandeling ten opzichte van andere (potentiële) aanvragers.
Beoordeling
4.1
Aan de orde is of de minister de aanvraag van [naam 1] terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend. Hieronder legt het College uit waarom.
4.2
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor energiebesparende isolatiemaatregelen indien een aanvraag voor subsidie later is ingediend dan twaalf maanden na het aanbrengen van het isolatiemateriaal. Dit was op het moment van de aanvraag bepaald in artikel 4.5.9., eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling. Dat meer dan twaalf maanden is verstreken tussen het aanbrengen van het dakisolatiemateriaal en het indienen van de aanvraag staat vast. [naam 1] heeft de dakisolatie op 17 mei 2021 aangebracht in de woning en de aanvraag op 26 mei 2022 ingediend. De minister moet in zo’n geval de subsidieaanvraag voor dakisolatie afwijzen.
4.3
De afwijzing van de subsidieaanvraag voor dakisolatie heeft tot gevolg dat geen sprake is van twee verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die voor subsidie in aanmerking komen. Deze eis werd op het moment van de aanvraag gesteld in artikel 4.5.9., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling. De minister heeft daarom ook de subsidieaanvraag voor glasisolatie moeten afwijzen.
4.4
De onder 4.2 en 4.3 genoemde afwijzingsgronden moet de minister toepassen. De Regeling bevat geen mogelijkheid om coulance te bieden. De minister heeft ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het feit dat er tegenslagen waren en dat [naam 1] mede daardoor niet voor subsidie in aanmerking komt, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld, maakt niet dat de toepassing van de Regeling onevenredig heeft uitgepakt. Het College begrijpt dat [naam 1] het oneerlijk vindt dat zijn aanvraag is afgewezen omdat hij deze negen dagen te laat heeft ingediend terwijl de minister de beslistermijn met een aantal weken heeft verlengd, maar ook dit leidt niet tot een andere uitkomst. Het beoogde doel van de aanvraagtermijn was namelijk het stimuleren van het binnen korte tijd aanbrengen van verschillende isolatiemaatregelen in woningen. De aanvraagtermijn dient een ander doel dan de bevoegdheid van de minister om een beslistermijn te verlengen om organisatorische redenen. Wat [naam 1] heeft gesteld, maakt daarom niet dat het bestreden besluit onrechtmatig is.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.
w.g. mr. H.S.J. Albers w.g. mr. M. Ettema