Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-07-18
ECLI:NL:CBB:2023:382
Bestuursrecht
Verzet
3,240 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen