Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2021-11-02
ECLI:NL:CBB:2021:975
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
938 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 17/245
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2021 tot vervallenverklaring van de uitspraak van 19 juni 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.
Procesverloop
Het College heeft partijen bij brief van 8 september 2021 laten weten voornemens te zijn de uitspraak van 19 juni 2018 met zaaknummer 17/245 (ECLI:NL:CBB:2018:298) vervallen te verklaren.
Appellant en verweerder hebben bij brieven van respectievelijk 21 september 2021 en 22 september 2021 op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
1. Het College is van oordeel dat bij de behandeling van het beroep dat tot de uitspraak van 19 juni 2018 heeft geleid, de vennootschap onder firma [naam 2] ( [naam 2] ), die – net als appellant – het in die uitspraak aan de orde zijnde perceel in de Gecombineerde opgave 2015 heeft opgegeven voor toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten, ten onrechte in deze procedure niet als belanghebbende is aangemerkt en in verband daarmee op grond van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht ten onrechte niet is uitgenodigd om als partij – vanwege een aan appellant tegengesteld belang – aan dat geding deel te nemen en haar standpunt over het feitelijk gebruik van het (destijds) bij haar in eigendom behorend perceel op de zitting bij het College toe te lichten.
2. Het College ziet hierin aanleiding de uitspraak van 19 juni 2018 vervallen te verklaren.
Hierbij wordt in aanmerking genomen dat deze uitspraak gevolgen heeft gehad voor het door [naam 2] ontvangen besluit over de uitbetaling van betalingsrechten voor het jaar 2015. Naar aanleiding van de uitspraak van 19 juni 2018 heeft verweerder (ambtshalve) de uitbetaling van betalingsrechten van [naam 2] voor dat jaar herberekend wegens gewijzigde gegevens en deze opnieuw vastgesteld, alsmede het door [naam 2] teveel ontvangen bedrag teruggevorderd. In dit herberekeningsbesluit van 12 juli 2019 heeft verweerder zijn standpunt dat [naam 2] het perceel, waarop de dubbelclaim is gelegen, op de peildatum 15 mei 2015 niet in beheer had, uitsluitend gebaseerd op de uitspraak van 19 juni 2018 en de daarin vastgestelde feiten, waarover [naam 2] zich – zoals hiervoor is vastgesteld – niet heeft kunnen uitlaten.
3. Na de vervallenverklaring van deze uitspraak zal de behandeling van het beroep van appellant door een andere dan deze meervoudige kamer van het College worden voortgezet, waaraan [naam 2] dan als partij kan deelnemen. Het College zal dit beroep op een nader te bepalen zittingsdatum gevoegd behandelen met het beroep van [naam 2] tegen het (gehandhaafde) herberekeningsbesluit van 12 juli 2019, waarvan de behandeling ter zitting op 20 mei 2021 is geschorst en waaraan appellant als partij heeft deelgenomen. Ook de behandeling van dit beroep, dat is geregistreerd onder zaaknummer 19/1614, zal dus door een andere meervoudige kamer van het College worden voortgezet dan deze meervoudige kamer.
Dictum
Het College verklaart zijn uitspraak van 19 juni 2018 met zaaknummer 17/245 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, mr. A. Venekamp en mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2021.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.