Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2020-04-28
ECLI:NL:CBB:2020:320
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,044 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/600
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen
vennootschap onder firma [naam 1] , te [plaats] , appellante,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: de Regeling), titel 2.9, subsidie kosten vaccinatie pluimvee ter bestrijding van salmonella, afgewezen.
Bij besluit van 21 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Namens appellante zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. In artikel 2.9.1 van de Regeling is bepaald dat in deze titel onder ‘toegelaten vaccin’ wordt verstaan een vaccin dat op grond van de Wet dieren is toegelaten voor gebruik bij fokpluimvee, vermeerderingspluimvee voor de consumptie-ei-sector of leghennen ter voorkoming van een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium.
Op grond van artikel 2.9.2, eerste lid, van de Regeling verstrekt de minister op aanvraag een subsidie aan een pluimveehouder voor de aankoop van tegen Salmonella enteritidis gevaccineerd pluimvee of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd pluimvee.
In artikel 2.9.4, aanhef en onder c, van de Regeling is, voor zover van belang, bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een bewijs waarmee wordt aangetoond dat vaccinatie overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden van het betreffende vaccin is uitgevoerd.
2.1
In de toelatingsbesluiten waarbij handelsvergunningen zijn toegekend voor Avipro Salmonella Vac E (hierna: Vac E) en Avipro Salmonella Vac Duo (hierna: Vac Duo) zijn de volgende toedieningsschema’s opgenomen:
Vac E (BD/2018/REG NL 9921/zaak 678636): “Leghennen en moederdieren: één dosis vanaf de eerste levensdag, gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie op een leeftijd van 16 tot 18 weken, minimaal drie weken voor het begin van de legperiode.”
Vac Duo (BD/2018/REG NL 107518/zaak 678637): “Kippen (toekomstige legkippen en toekomstige fokhennen): Een enkele dosis vanaf de eerste levensdag gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie rond de 16e levensweek, minstens 3 weken voor de aanvang van de leg.”
2.2
In deze toelatingsbesluiten wordt over de samenstelling van de vaccins ook vermeld (in beide besluiten onder 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling en onder 6.1 Lijst van hulpstoffen):
Vac E:
Werkzame bestanddelen:
1 x CFU tot 6 x CFU verzwakte Salmonella Enteritidis-bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq
Lijst van hulpstoffen:
- Pepton, Sacharose, Gelatine, HEPES buffer
Vac Duo:
Werkzame bestanddelen:
Levende geattenueerde Salmonella Enteritidis bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Levende geattenueerde Salmonella Typhimurium bacteriën, stam Nal2/Rif9/Rtt, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Lijst van hulpstoffen:
- Soja pepton, Sucrose, Gelatine, HEPES buffer
3. Appellante drijft een pluimveehouderij. Op 11 oktober 2018 heeft appellante een aanvraag voor subsidie op grond van de regeling ‘Subsidie aankoop gevaccineerde leghennen ter bestrijding van Salmonella 2018’ ingediend en hierbij facturen overgelegd van de kosten voor het inenten van haar leghennen. Appellante heeft voor het inenten eenmaal gebruik gemaakt van Vac E, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en tweemaal van Vac Duo, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. Appellante heeft haar (toekomstige) leghennen eenmaal gevaccineerd met Vac E (in januari 2018) en tweemaal met Vac Duo (in maart 2018 en mei 2018). Voor een volledige vaccinatie moet of driemaal gevaccineerd worden met Vac E of driemaal met Vac Duo. Verweerder stelt dat één dosis van Vac E en twee doses Vac Duo niet als een volledige vaccinatie kan gelden. Om die reden heeft hij de subsidieaanvraag van appellante afgewezen.
5. In beroep voert appellante aan dat haar aanvraag onterecht is afgewezen. Allereerst was zij door overmacht niet in staat haar (toekomstige) leghennen driemaal met dezelfde entstof te vaccineren. Vac E bleek ten tijde van de tweede enting niet voorradig te zijn. De fabrikant en de dierenarts van appellante hebben dit bevestigd. Ten tweede stelt appellante dat zij wel naar de intentie van de regelgeving heeft gehandeld. Als alternatief voor Vac E besloot appellante namelijk een ander vaccin (Vac Duo) te gebruiken van dezelfde fabrikant. Vac Duo beschermt niet alleen tegen Salmonella enteritidis, maar ook tegen Salmonella typhimurium. Appellante stelt zich op het standpunt dat op deze wijze van toediening (eenmaal Vac E en tweemaal Vac Duo) haar (toekomstige) leghennen in ieder geval beschermd worden tegen Salmonella enteritidis. De dierenarts van appellante heeft dit (tijdens een telefonische toelichting van het bezwaar) bevestigd. Om die reden komt appellante in aanmerking voor toekenning van subsidie voor het deel Salmonella enteritidis. Ten derde voert appellante aan dat in andere vergelijkbare zaken wel een dergelijke subsidie was toegewezen. Dit heeft zij nagevraagd bij AVINED, een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveesector. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat zij enkel beroep doet op subsidieverlening voor bescherming van haar leghennen tegen Salmonella enteritidis. Voor haar 15.247 beschermde leghennen, komt dat neer op, zoals ook door verweerder bevestigd, een bedrag van € 1.372,23.
6. Het College ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder de aangevraagde subsidie terecht heeft afgewezen.
6.1
Op grond van artikel 2.9.2 en artikel 2.9.4 van de Regeling verstrekt verweerder op aanvraag een subsidie voor pluimvee dat tegen Salmonella enteritidis of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd is. Uit de toelatingsbesluiten blijkt dat zowel voor bescherming tegen Salmonella enteritidis (Vac E) als bescherming tegen Salmonella typhimurium en Salmonella enteritidis (Vac Duo), driemaal dezelfde entstof volgens het vermelde schema toegediend dient te worden. Dit betekent dat of Vac E of Vac Duo driemaal moet worden toegediend. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee heeft appellante zich strikt genomen niet aan het toedieningsschema gehouden. Vast staat dat appellante heeft gehandeld op advies van de dierenarts Wijnen, naar ook is meegedeeld tijdens de telefonische hoorzitting op 8 februari 2019. Volgens deze dierenarts zijn de dieren nu in ieder geval wel beschermd tegen salmonella enteritidis, omdat zij wel volgens het daarvoor geldende toedieningsschema zijn gevaccineerd.
6.2
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het voor de uitvoeringspraktijk onwerkbaar is als verklaringen van dierenartsen meegenomen moeten worden bij de beoordeling of al dan niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Naar het oordeel van het College heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat dit een onwerkbare praktijk wordt, omdat het College van oordeel is dat de verklaring van de dierenarts, een deskundige, in deze zaak eenvoudig te beoordelen is. Het College ziet verder niet in dat dit minder werkbaar zou zijn dan het interpreteren van de toelatingsbesluiten, zoals verweerder nu zelf heeft gedaan.
6.3
Verweerder beroept zich, ter weerlegging van de verklaring van de dierenarts, op de toelatingsbesluiten en de bijsluiters van Vac E respectievelijk Vac Duo. Het College kan op grond daarvan verweerder volgen in zijn stelling dat door eenmaal met Vac E en tweemaal met Vac Duo in te enten, de inenting niet geacht kan worden deugdelijk te zijn geweest ten aanzien van Salmonella typhimurium. Het College kan verweerder echter niet volgen in zijn stelling dat de enting ondeugdelijk zou zijn ten aanzien van Salmonella enteritidis. Appellante heeft volgens het toedieningsschema haar leghennen voorzien van entstoffen van Salmonella enteritidis, eenmaal via het gebruik van Vac E en tweemaal via Vac Duo.
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/600
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen
vennootschap onder firma [naam 1] , te [plaats] , appellante,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: de Regeling), titel 2.9, subsidie kosten vaccinatie pluimvee ter bestrijding van salmonella, afgewezen.
Bij besluit van 21 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Namens appellante zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. In artikel 2.9.1 van de Regeling is bepaald dat in deze titel onder ‘toegelaten vaccin’ wordt verstaan een vaccin dat op grond van de Wet dieren is toegelaten voor gebruik bij fokpluimvee, vermeerderingspluimvee voor de consumptie-ei-sector of leghennen ter voorkoming van een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium.
Op grond van artikel 2.9.2, eerste lid, van de Regeling verstrekt de minister op aanvraag een subsidie aan een pluimveehouder voor de aankoop van tegen Salmonella enteritidis gevaccineerd pluimvee of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd pluimvee.
In artikel 2.9.4, aanhef en onder c, van de Regeling is, voor zover van belang, bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een bewijs waarmee wordt aangetoond dat vaccinatie overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden van het betreffende vaccin is uitgevoerd.
2.1
In de toelatingsbesluiten waarbij handelsvergunningen zijn toegekend voor Avipro Salmonella Vac E (hierna: Vac E) en Avipro Salmonella Vac Duo (hierna: Vac Duo) zijn de volgende toedieningsschema’s opgenomen:
Vac E (BD/2018/REG NL 9921/zaak 678636): “Leghennen en moederdieren: één dosis vanaf de eerste levensdag, gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie op een leeftijd van 16 tot 18 weken, minimaal drie weken voor het begin van de legperiode.”
Vac Duo (BD/2018/REG NL 107518/zaak 678637): “Kippen (toekomstige legkippen en toekomstige fokhennen): Een enkele dosis vanaf de eerste levensdag gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie rond de 16e levensweek, minstens 3 weken voor de aanvang van de leg.”
2.2
In deze toelatingsbesluiten wordt over de samenstelling van de vaccins ook vermeld (in beide besluiten onder 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling en onder 6.1 Lijst van hulpstoffen):
Vac E:
Werkzame bestanddelen:
1 x CFU tot 6 x CFU verzwakte Salmonella Enteritidis-bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq
Lijst van hulpstoffen:
- Pepton, Sacharose, Gelatine, HEPES buffer
Vac Duo:
Werkzame bestanddelen:
Levende geattenueerde Salmonella Enteritidis bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Levende geattenueerde Salmonella Typhimurium bacteriën, stam Nal2/Rif9/Rtt, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Lijst van hulpstoffen:
- Soja pepton, Sucrose, Gelatine, HEPES buffer
3. Appellante drijft een pluimveehouderij. Op 11 oktober 2018 heeft appellante een aanvraag voor subsidie op grond van de regeling ‘Subsidie aankoop gevaccineerde leghennen ter bestrijding van Salmonella 2018’ ingediend en hierbij facturen overgelegd van de kosten voor het inenten van haar leghennen. Appellante heeft voor het inenten eenmaal gebruik gemaakt van Vac E, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en tweemaal van Vac Duo, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. Appellante heeft haar (toekomstige) leghennen eenmaal gevaccineerd met Vac E (in januari 2018) en tweemaal met Vac Duo (in maart 2018 en mei 2018). Voor een volledige vaccinatie moet of driemaal gevaccineerd worden met Vac E of driemaal met Vac Duo. Verweerder stelt dat één dosis van Vac E en twee doses Vac Duo niet als een volledige vaccinatie kan gelden. Om die reden heeft hij de subsidieaanvraag van appellante afgewezen.
5. In beroep voert appellante aan dat haar aanvraag onterecht is afgewezen. Allereerst was zij door overmacht niet in staat haar (toekomstige) leghennen driemaal met dezelfde entstof te vaccineren. Vac E bleek ten tijde van de tweede enting niet voorradig te zijn. De fabrikant en de dierenarts van appellante hebben dit bevestigd. Ten tweede stelt appellante dat zij wel naar de intentie van de regelgeving heeft gehandeld. Als alternatief voor Vac E besloot appellante namelijk een ander vaccin (Vac Duo) te gebruiken van dezelfde fabrikant. Vac Duo beschermt niet alleen tegen Salmonella enteritidis, maar ook tegen Salmonella typhimurium. Appellante stelt zich op het standpunt dat op deze wijze van toediening (eenmaal Vac E en tweemaal Vac Duo) haar (toekomstige) leghennen in ieder geval beschermd worden tegen Salmonella enteritidis. De dierenarts van appellante heeft dit (tijdens een telefonische toelichting van het bezwaar) bevestigd. Om die reden komt appellante in aanmerking voor toekenning van subsidie voor het deel Salmonella enteritidis. Ten derde voert appellante aan dat in andere vergelijkbare zaken wel een dergelijke subsidie was toegewezen. Dit heeft zij nagevraagd bij AVINED, een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveesector. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat zij enkel beroep doet op subsidieverlening voor bescherming van haar leghennen tegen Salmonella enteritidis. Voor haar 15.247 beschermde leghennen, komt dat neer op, zoals ook door verweerder bevestigd, een bedrag van € 1.372,23.
6. Het College ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder de aangevraagde subsidie terecht heeft afgewezen.
6.1
Op grond van artikel 2.9.2 en artikel 2.9.4 van de Regeling verstrekt verweerder op aanvraag een subsidie voor pluimvee dat tegen Salmonella enteritidis of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd is. Uit de toelatingsbesluiten blijkt dat zowel voor bescherming tegen Salmonella enteritidis (Vac E) als bescherming tegen Salmonella typhimurium en Salmonella enteritidis (Vac Duo), driemaal dezelfde entstof volgens het vermelde schema toegediend dient te worden. Dit betekent dat of Vac E of Vac Duo driemaal moet worden toegediend. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee heeft appellante zich strikt genomen niet aan het toedieningsschema gehouden. Vast staat dat appellante heeft gehandeld op advies van de dierenarts Wijnen, naar ook is meegedeeld tijdens de telefonische hoorzitting op 8 februari 2019. Volgens deze dierenarts zijn de dieren nu in ieder geval wel beschermd tegen salmonella enteritidis, omdat zij wel volgens het daarvoor geldende toedieningsschema zijn gevaccineerd.
6.2
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het voor de uitvoeringspraktijk onwerkbaar is als verklaringen van dierenartsen meegenomen moeten worden bij de beoordeling of al dan niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Naar het oordeel van het College heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat dit een onwerkbare praktijk wordt, omdat het College van oordeel is dat de verklaring van de dierenarts, een deskundige, in deze zaak eenvoudig te beoordelen is. Het College ziet verder niet in dat dit minder werkbaar zou zijn dan het interpreteren van de toelatingsbesluiten, zoals verweerder nu zelf heeft gedaan.
6.3
Verweerder beroept zich, ter weerlegging van de verklaring van de dierenarts, op de toelatingsbesluiten en de bijsluiters van Vac E respectievelijk Vac Duo. Het College kan op grond daarvan verweerder volgen in zijn stelling dat door eenmaal met Vac E en tweemaal met Vac Duo in te enten, de inenting niet geacht kan worden deugdelijk te zijn geweest ten aanzien van Salmonella typhimurium. Het College kan verweerder echter niet volgen in zijn stelling dat de enting ondeugdelijk zou zijn ten aanzien van Salmonella enteritidis. Appellante heeft volgens het toedieningsschema haar leghennen voorzien van entstoffen van Salmonella enteritidis, eenmaal via het gebruik van Vac E en tweemaal via Vac Duo.
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/600
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen
vennootschap onder firma [naam 1] , te [plaats] , appellante,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: de Regeling), titel 2.9, subsidie kosten vaccinatie pluimvee ter bestrijding van salmonella, afgewezen.
Bij besluit van 21 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Namens appellante zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. In artikel 2.9.1 van de Regeling is bepaald dat in deze titel onder ‘toegelaten vaccin’ wordt verstaan een vaccin dat op grond van de Wet dieren is toegelaten voor gebruik bij fokpluimvee, vermeerderingspluimvee voor de consumptie-ei-sector of leghennen ter voorkoming van een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium.
Op grond van artikel 2.9.2, eerste lid, van de Regeling verstrekt de minister op aanvraag een subsidie aan een pluimveehouder voor de aankoop van tegen Salmonella enteritidis gevaccineerd pluimvee of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd pluimvee.
In artikel 2.9.4, aanhef en onder c, van de Regeling is, voor zover van belang, bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een bewijs waarmee wordt aangetoond dat vaccinatie overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden van het betreffende vaccin is uitgevoerd.
2.1
In de toelatingsbesluiten waarbij handelsvergunningen zijn toegekend voor Avipro Salmonella Vac E (hierna: Vac E) en Avipro Salmonella Vac Duo (hierna: Vac Duo) zijn de volgende toedieningsschema’s opgenomen:
Vac E (BD/2018/REG NL 9921/zaak 678636): “Leghennen en moederdieren: één dosis vanaf de eerste levensdag, gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie op een leeftijd van 16 tot 18 weken, minimaal drie weken voor het begin van de legperiode.”
Vac Duo (BD/2018/REG NL 107518/zaak 678637): “Kippen (toekomstige legkippen en toekomstige fokhennen): Een enkele dosis vanaf de eerste levensdag gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie rond de 16e levensweek, minstens 3 weken voor de aanvang van de leg.”
2.2
In deze toelatingsbesluiten wordt over de samenstelling van de vaccins ook vermeld (in beide besluiten onder 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling en onder 6.1 Lijst van hulpstoffen):
Vac E:
Werkzame bestanddelen:
1 x CFU tot 6 x CFU verzwakte Salmonella Enteritidis-bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq
Lijst van hulpstoffen:
- Pepton, Sacharose, Gelatine, HEPES buffer
Vac Duo:
Werkzame bestanddelen:
Levende geattenueerde Salmonella Enteritidis bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Levende geattenueerde Salmonella Typhimurium bacteriën, stam Nal2/Rif9/Rtt, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Lijst van hulpstoffen:
- Soja pepton, Sucrose, Gelatine, HEPES buffer
3. Appellante drijft een pluimveehouderij. Op 11 oktober 2018 heeft appellante een aanvraag voor subsidie op grond van de regeling ‘Subsidie aankoop gevaccineerde leghennen ter bestrijding van Salmonella 2018’ ingediend en hierbij facturen overgelegd van de kosten voor het inenten van haar leghennen. Appellante heeft voor het inenten eenmaal gebruik gemaakt van Vac E, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en tweemaal van Vac Duo, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. Appellante heeft haar (toekomstige) leghennen eenmaal gevaccineerd met Vac E (in januari 2018) en tweemaal met Vac Duo (in maart 2018 en mei 2018). Voor een volledige vaccinatie moet of driemaal gevaccineerd worden met Vac E of driemaal met Vac Duo. Verweerder stelt dat één dosis van Vac E en twee doses Vac Duo niet als een volledige vaccinatie kan gelden. Om die reden heeft hij de subsidieaanvraag van appellante afgewezen.
5. In beroep voert appellante aan dat haar aanvraag onterecht is afgewezen. Allereerst was zij door overmacht niet in staat haar (toekomstige) leghennen driemaal met dezelfde entstof te vaccineren. Vac E bleek ten tijde van de tweede enting niet voorradig te zijn. De fabrikant en de dierenarts van appellante hebben dit bevestigd. Ten tweede stelt appellante dat zij wel naar de intentie van de regelgeving heeft gehandeld. Als alternatief voor Vac E besloot appellante namelijk een ander vaccin (Vac Duo) te gebruiken van dezelfde fabrikant. Vac Duo beschermt niet alleen tegen Salmonella enteritidis, maar ook tegen Salmonella typhimurium. Appellante stelt zich op het standpunt dat op deze wijze van toediening (eenmaal Vac E en tweemaal Vac Duo) haar (toekomstige) leghennen in ieder geval beschermd worden tegen Salmonella enteritidis. De dierenarts van appellante heeft dit (tijdens een telefonische toelichting van het bezwaar) bevestigd. Om die reden komt appellante in aanmerking voor toekenning van subsidie voor het deel Salmonella enteritidis. Ten derde voert appellante aan dat in andere vergelijkbare zaken wel een dergelijke subsidie was toegewezen. Dit heeft zij nagevraagd bij AVINED, een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveesector. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat zij enkel beroep doet op subsidieverlening voor bescherming van haar leghennen tegen Salmonella enteritidis. Voor haar 15.247 beschermde leghennen, komt dat neer op, zoals ook door verweerder bevestigd, een bedrag van € 1.372,23.
6. Het College ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder de aangevraagde subsidie terecht heeft afgewezen.
6.1
Op grond van artikel 2.9.2 en artikel 2.9.4 van de Regeling verstrekt verweerder op aanvraag een subsidie voor pluimvee dat tegen Salmonella enteritidis of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd is. Uit de toelatingsbesluiten blijkt dat zowel voor bescherming tegen Salmonella enteritidis (Vac E) als bescherming tegen Salmonella typhimurium en Salmonella enteritidis (Vac Duo), driemaal dezelfde entstof volgens het vermelde schema toegediend dient te worden. Dit betekent dat of Vac E of Vac Duo driemaal moet worden toegediend. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee heeft appellante zich strikt genomen niet aan het toedieningsschema gehouden. Vast staat dat appellante heeft gehandeld op advies van de dierenarts Wijnen, naar ook is meegedeeld tijdens de telefonische hoorzitting op 8 februari 2019. Volgens deze dierenarts zijn de dieren nu in ieder geval wel beschermd tegen salmonella enteritidis, omdat zij wel volgens het daarvoor geldende toedieningsschema zijn gevaccineerd.
6.2
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het voor de uitvoeringspraktijk onwerkbaar is als verklaringen van dierenartsen meegenomen moeten worden bij de beoordeling of al dan niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Naar het oordeel van het College heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat dit een onwerkbare praktijk wordt, omdat het College van oordeel is dat de verklaring van de dierenarts, een deskundige, in deze zaak eenvoudig te beoordelen is. Het College ziet verder niet in dat dit minder werkbaar zou zijn dan het interpreteren van de toelatingsbesluiten, zoals verweerder nu zelf heeft gedaan.
6.3
Verweerder beroept zich, ter weerlegging van de verklaring van de dierenarts, op de toelatingsbesluiten en de bijsluiters van Vac E respectievelijk Vac Duo. Het College kan op grond daarvan verweerder volgen in zijn stelling dat door eenmaal met Vac E en tweemaal met Vac Duo in te enten, de inenting niet geacht kan worden deugdelijk te zijn geweest ten aanzien van Salmonella typhimurium. Het College kan verweerder echter niet volgen in zijn stelling dat de enting ondeugdelijk zou zijn ten aanzien van Salmonella enteritidis. Appellante heeft volgens het toedieningsschema haar leghennen voorzien van entstoffen van Salmonella enteritidis, eenmaal via het gebruik van Vac E en tweemaal via Vac Duo.
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/600
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen
vennootschap onder firma [naam 1] , te [plaats] , appellante,
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: de Regeling), titel 2.9, subsidie kosten vaccinatie pluimvee ter bestrijding van salmonella, afgewezen.
Bij besluit van 21 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Namens appellante zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. In artikel 2.9.1 van de Regeling is bepaald dat in deze titel onder ‘toegelaten vaccin’ wordt verstaan een vaccin dat op grond van de Wet dieren is toegelaten voor gebruik bij fokpluimvee, vermeerderingspluimvee voor de consumptie-ei-sector of leghennen ter voorkoming van een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium.
Op grond van artikel 2.9.2, eerste lid, van de Regeling verstrekt de minister op aanvraag een subsidie aan een pluimveehouder voor de aankoop van tegen Salmonella enteritidis gevaccineerd pluimvee of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd pluimvee.
In artikel 2.9.4, aanhef en onder c, van de Regeling is, voor zover van belang, bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een bewijs waarmee wordt aangetoond dat vaccinatie overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden van het betreffende vaccin is uitgevoerd.
2.1
In de toelatingsbesluiten waarbij handelsvergunningen zijn toegekend voor Avipro Salmonella Vac E (hierna: Vac E) en Avipro Salmonella Vac Duo (hierna: Vac Duo) zijn de volgende toedieningsschema’s opgenomen:
Vac E (BD/2018/REG NL 9921/zaak 678636): “Leghennen en moederdieren: één dosis vanaf de eerste levensdag, gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie op een leeftijd van 16 tot 18 weken, minimaal drie weken voor het begin van de legperiode.”
Vac Duo (BD/2018/REG NL 107518/zaak 678637): “Kippen (toekomstige legkippen en toekomstige fokhennen): Een enkele dosis vanaf de eerste levensdag gevolgd door een tweede vaccinatie op een leeftijd van 6 tot 8 weken en een derde vaccinatie rond de 16e levensweek, minstens 3 weken voor de aanvang van de leg.”
2.2
In deze toelatingsbesluiten wordt over de samenstelling van de vaccins ook vermeld (in beide besluiten onder 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling en onder 6.1 Lijst van hulpstoffen):
Vac E:
Werkzame bestanddelen:
1 x CFU tot 6 x CFU verzwakte Salmonella Enteritidis-bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq
Lijst van hulpstoffen:
- Pepton, Sacharose, Gelatine, HEPES buffer
Vac Duo:
Werkzame bestanddelen:
Levende geattenueerde Salmonella Enteritidis bacteriën, stam Sm24/Rif12/Ssq, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Levende geattenueerde Salmonella Typhimurium bacteriën, stam Nal2/Rif9/Rtt, min. 1 x KVE* en max. 6 x KVE*
Lijst van hulpstoffen:
- Soja pepton, Sucrose, Gelatine, HEPES buffer
3. Appellante drijft een pluimveehouderij. Op 11 oktober 2018 heeft appellante een aanvraag voor subsidie op grond van de regeling ‘Subsidie aankoop gevaccineerde leghennen ter bestrijding van Salmonella 2018’ ingediend en hierbij facturen overgelegd van de kosten voor het inenten van haar leghennen. Appellante heeft voor het inenten eenmaal gebruik gemaakt van Vac E, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en tweemaal van Vac Duo, werkzaam tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. Appellante heeft haar (toekomstige) leghennen eenmaal gevaccineerd met Vac E (in januari 2018) en tweemaal met Vac Duo (in maart 2018 en mei 2018). Voor een volledige vaccinatie moet of driemaal gevaccineerd worden met Vac E of driemaal met Vac Duo. Verweerder stelt dat één dosis van Vac E en twee doses Vac Duo niet als een volledige vaccinatie kan gelden. Om die reden heeft hij de subsidieaanvraag van appellante afgewezen.
5. In beroep voert appellante aan dat haar aanvraag onterecht is afgewezen. Allereerst was zij door overmacht niet in staat haar (toekomstige) leghennen driemaal met dezelfde entstof te vaccineren. Vac E bleek ten tijde van de tweede enting niet voorradig te zijn. De fabrikant en de dierenarts van appellante hebben dit bevestigd. Ten tweede stelt appellante dat zij wel naar de intentie van de regelgeving heeft gehandeld. Als alternatief voor Vac E besloot appellante namelijk een ander vaccin (Vac Duo) te gebruiken van dezelfde fabrikant. Vac Duo beschermt niet alleen tegen Salmonella enteritidis, maar ook tegen Salmonella typhimurium. Appellante stelt zich op het standpunt dat op deze wijze van toediening (eenmaal Vac E en tweemaal Vac Duo) haar (toekomstige) leghennen in ieder geval beschermd worden tegen Salmonella enteritidis. De dierenarts van appellante heeft dit (tijdens een telefonische toelichting van het bezwaar) bevestigd. Om die reden komt appellante in aanmerking voor toekenning van subsidie voor het deel Salmonella enteritidis. Ten derde voert appellante aan dat in andere vergelijkbare zaken wel een dergelijke subsidie was toegewezen. Dit heeft zij nagevraagd bij AVINED, een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveesector. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat zij enkel beroep doet op subsidieverlening voor bescherming van haar leghennen tegen Salmonella enteritidis. Voor haar 15.247 beschermde leghennen, komt dat neer op, zoals ook door verweerder bevestigd, een bedrag van € 1.372,23.
6. Het College ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder de aangevraagde subsidie terecht heeft afgewezen.
6.1
Op grond van artikel 2.9.2 en artikel 2.9.4 van de Regeling verstrekt verweerder op aanvraag een subsidie voor pluimvee dat tegen Salmonella enteritidis of tegen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium gevaccineerd is. Uit de toelatingsbesluiten blijkt dat zowel voor bescherming tegen Salmonella enteritidis (Vac E) als bescherming tegen Salmonella typhimurium en Salmonella enteritidis (Vac Duo), driemaal dezelfde entstof volgens het vermelde schema toegediend dient te worden. Dit betekent dat of Vac E of Vac Duo driemaal moet worden toegediend. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee heeft appellante zich strikt genomen niet aan het toedieningsschema gehouden. Vast staat dat appellante heeft gehandeld op advies van de dierenarts Wijnen, naar ook is meegedeeld tijdens de telefonische hoorzitting op 8 februari 2019. Volgens deze dierenarts zijn de dieren nu in ieder geval wel beschermd tegen salmonella enteritidis, omdat zij wel volgens het daarvoor geldende toedieningsschema zijn gevaccineerd.
6.2
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het voor de uitvoeringspraktijk onwerkbaar is als verklaringen van dierenartsen meegenomen moeten worden bij de beoordeling of al dan niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Naar het oordeel van het College heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat dit een onwerkbare praktijk wordt, omdat het College van oordeel is dat de verklaring van de dierenarts, een deskundige, in deze zaak eenvoudig te beoordelen is. Het College ziet verder niet in dat dit minder werkbaar zou zijn dan het interpreteren van de toelatingsbesluiten, zoals verweerder nu zelf heeft gedaan.
6.3
Verweerder beroept zich, ter weerlegging van de verklaring van de dierenarts, op de toelatingsbesluiten en de bijsluiters van Vac E respectievelijk Vac Duo. Het College kan op grond daarvan verweerder volgen in zijn stelling dat door eenmaal met Vac E en tweemaal met Vac Duo in te enten, de inenting niet geacht kan worden deugdelijk te zijn geweest ten aanzien van Salmonella typhimurium. Het College kan verweerder echter niet volgen in zijn stelling dat de enting ondeugdelijk zou zijn ten aanzien van Salmonella enteritidis. Appellante heeft volgens het toedieningsschema haar leghennen voorzien van entstoffen van Salmonella enteritidis, eenmaal via het gebruik van Vac E en tweemaal via Vac Duo.