Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:1207
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
3,445 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1207 text/xml public 2026-03-06T12:55:44 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-02 10582954 \ AZ VERZ 23-28 (E) Uitspraak Beschikking NL Bergen op Zoom Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1207 text/html public 2026-03-06T12:19:33 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1207 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-02-2026 / 10582954 \ AZ VERZ 23-28 (E) Werknemer is op staande voet ontslagen. Werkgever heeft als reden aangevoerd dat hij is mishandeld door deze werknemer. De werknemer betwist dit. De werkgever is bij tussenbeschikking o.a. toegelaten om bewijs te leveren dat de werknemer hem (tot bloedens toe) heeft geslagen. Werkgever dient vervolgens stukken in, maar wordt daarna in staat van faillissement verklaard waardoor de procedure van rechtswege is geschorst. Na opheffing van het faillissement is de procedure voortgezet. De uitkomst is dat werkgever niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd. Hij moet de werknemer o.a. de transitievergoeding en een billijke vergoeding betalen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer / rekestnummer: 10582954 \ AZ VERZ 23-28 Beschikking van 2 februari 2026 in de zaak van [werknemer] , te [plaats 1] , verzoekende partij, hierna te noemen: [werknemer] , gemachtigde: mr. H.D. van Duijvenbode, tegen [werkgever] , H.O.D.N. [bedrijf] , te [plaats 2] , verwerende partij, hierna te noemen: [werkgever] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Voor het verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar de tussenbeschikking van 17 augustus 2023 waarin [werkgever] een bewijsopdracht is gegeven. [werkgever] heeft op 31 augustus 2023 een reactie ingediend en stukken overgelegd. [werkgever] is vervolgens per 19 september 2023 in staat van faillissement verklaard, waardoor de procedure van rechtswege is geschorst. 1.2. Op 29 augustus 2025 is het faillissement opgeheven. 1.3. Op 5 januari 2025 heeft [werknemer] een akte inhoudende reactie op stukken van verweerder, tevens inhoudende een vermindering van eis ingediend. 1.4. Vervolgens is beschikking bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. [werkgever] is bij beschikking van 17 augustus 2023 toegelaten tot het leveren van bewijs dat [werknemer] hem (tot bloedens toe) heeft geslagen op 12 juni 2023 en dat hij (op een paar honderd euro na) geen achterstallig loon is verschuldigd aan [werknemer] . 2.2. [werkgever] heeft ten behoeve van zijn bewijsopdracht onder andere foto’s van zichzelf, loonstroken, een proces-verbaal van aangifte bij de politie en een screenshot van WhatsAppcommunicatie ingebracht. Daarnaast heeft [werkgever] gesteld dat hij een telefoon aan [werknemer] in bruikleen heeft gegeven en deze terug wil ontvangen, tezamen met een vergoeding van kosten. 2.3. [werknemer] heeft op de stukken van [werkgever] gereageerd en zijn verzoek verminderd, in die zin dat [werknemer] berust in de opzegging van de arbeidsovereenkomst. 2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. Niet in bewijsopdracht geslaagd 2.5. Naar het oordeel van de kantonrechter is [werkgever] niet geslaagd in zijn bewijsopdracht om de volgende redenen. 2.6. Op de door [werkgever] overgelegde foto’s is te zien dat [werkgever] verwondingen heeft aan zijn hoofd en lichaam. Hieruit blijkt echter niet dat deze verwondingen door [werknemer] zijn toegebracht. Ook het overgelegde proces-verbaal van aangifte bij de politie is onvoldoende, omdat dit slechts een eenzijdige verklaring van [werkgever] betreft. [werkgever] heeft verder nog een screenshot van WhatsAppberichten overgelegd die volgens hem communicatie betreft tussen [naam 1], destijds werknemer van [werkgever] , en [werknemer] . De inhoud daarvan luidt als volgt: “ Je moet wel contact zoeken met iemand juridisch Weet [naam 2] dit Het was toch zelfverdediging Hij duwde jouw eerst toch En je heb bewijs want de andere jongens waren er ook bij Plus hij had jou nog geen loon betaald ”. Uit de overgelegde screenshot blijkt niet naar wie de berichten zijn verstuurd, wanneer en of hierop is gereageerd. Verder is niet bekend hoe [werkgever] aan deze berichten is gekomen. Ook betwist [werknemer] dat hij deze berichten heeft ontvangen. Afgezien daarvan kan ook uit deze berichten niet geconcludeerd worden dat [werknemer] [werkgever] heeft geslagen. 2.7. Dat betekent dat niet is vast komen te staan dat [werkgever] [werknemer] rechtsgeldig ontslag op staande voet heeft verleend, omdat daarvoor een dringende reden ontbreekt. 2.8. Op de door [werkgever] overgelegde loonstroken, met uitzondering van de maand juni 2023, staat de vermelding “Betaald per kas”. [werknemer] betwist dat hij het door hem gevorderde loon contant heeft ontvangen van [werkgever] . Uit de overgelegde loonstroken kan niet geconcludeerd worden dat [werkgever] het door [werknemer] gevorderde loon contant heeft uitbetaald en dat [werkgever] geen achterstallig loon aan [werknemer] is verschuldigd. Achterstallig loon en wettelijke verhoging 2.9. Het voorgaande betekent dat de vordering van [werknemer] tot betaling van het achterstallig salaris en zaterdagtoeslag vanaf november 2022 tot en met mei 2023 van € 2.210,00 netto, het vakantiegeld van november 2022 tot en met mei 2023 van € 1.792,00 bruto, het loon over de zaterdagen (inclusief overwerktoeslag en vakantiegeld) van € 5.561,74 bruto en het loon van 1 juni tot 13 juni 2023 van € 1.271,12 (inclusief 8% vakantiebijslag) toewijsbaar is, te vermeerderen met rente. Ook de gevorderde wettelijke verhoging is toewijsbaar. Met het oog op de omstandigheden acht de kantonrechter een verhoging van 25% billijk. Transitievergoeding 2.10. Het verzoek om [werkgever] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [werknemer] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. [werkgever] wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 869,41 bruto bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 14 juli 2023. Billijke vergoeding 2.11. Het verzoek van [werknemer] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt ook toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. 2.12. Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 2.13. De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 6.912,00 bruto. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. Gelet op het conflict tussen partijen was de arbeidsverhouding verstoord.
Volledig
Indien [werkgever] een verzoekschriftprocedure aanhangig zou hebben gemaakt bij de kantonrechter, zou dit ongeveer drie maanden hebben geduurd voordat uitspraak zou zijn gedaan dat tot een eventuele ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou hebben geleid. Daarnaast was [werkgever] een kleine werkgever en was [werknemer] nog niet zo lang in dienst. Gelet hierop acht de kantonrechter een vergoeding gelijk aan drie maanden loon inclusief vakantietoeslag billijk. 2.14. [werkgever] zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 6.912,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking. Onregelmatige opzegging 2.15. Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag aan loon over de opzegtermijn (13 juni 2023 tot 1 augustus 2023). [werknemer] heeft de hoogte van dit bedrag berekend op € 5.561,15 bruto. Dit dient echter te zijn € 5.529,60 bruto inclusief 8% vakantiegeld. De kantonrechter zal dit bedrag toewijzen. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 13 juni 2023. Concurrentie- en relatiebeding 2.16. In het voorgaande is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Een ongeldig ontslag wordt als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever aangemerkt. Gelet op artikel 7:653 lid 4 BW kan [werkgever] daarom geen rechten meer ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding. Dit heeft tot gevolg dat [werknemer] geen belang meer heeft bij zijn verzoek tot het bepalen dat [werkgever] vanaf 13 juni 2023 geen recht meer kan ontlenen aan het beding. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Verstrekken van loonstroken 2.17. [werkgever] heeft loonstroken in het geding gebracht. [werknemer] heeft verzocht de loonstroken van februari 2023 tot en met mei 2023 te verstrekken. In de overgelegde stukken ontbreekt de loonstrook van mei 2023. Gelet hierop zal [werkgever] worden veroordeeld tot afgifte van deze loonstrook. Hieraan wordt een dwangsom gekoppeld zoals hierna vermeld in de beslissing. Tegenverzoek van [werkgever] 2.18. heeft op 31 augustus 2023 een tegenverzoek ingesteld, afgifte van een telefoon en een vergoeding daarvoor. Dit tegenverzoek wordt geweigerd, omdat [werkgever] dit te laat heeft ingesteld. Daardoor is het in strijd met de goede procesorde. Proceskosten 2.19. De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat [werkgever] ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [werkgever] . De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 1.914,00 (€ 693,00 aan griffierecht, € 1.086,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] te betalen het achterstallig salaris en zaterdagtoeslag vanaf november 2022 tot en met mei 2023 van € 2.210,00 netto, te vermeerderen met € 552,50 bruto wegens wettelijke verhoging, het vakantiegeld van november 2022 tot en met mei 2023 van € 1.792,00 bruto, te vermeerderen met € 448,00 bruto wegens wettelijke verhoging, het loon over de zaterdagen (inclusief overwerktoeslag en vakantiegeld) van € 5.561,74 bruto, te vermeerderen met € 1.390,44 bruto wegens wettelijke verhoging, het loon van 1 juni tot 13 juni 2023 van € 1.271,12 bruto (inclusief 8% vakantiebijslag), te vermeerderen met € 317,78 bruto wegens wettelijke verhoging, alsmede alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid, 3.2. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een billijke vergoeding te betalen van € 6.912,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling, 3.3. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 5.529,60 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 juni 2023 tot aan de dag van de gehele betaling, 3.4. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 869,41 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 juli 2023 tot aan de dag van de gehele betaling, 3.5. veroordeelt [werkgever] om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, aan [werknemer] te verstrekken de loonstrook van april 2023, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per week dat [werkgever] in gebreke blijft totdat een maximum van € 5.000,00 is bereikt, 3.6. veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 1.914,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werkgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 3.7. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad , 3.8. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026. Artikel 7:673 lid 1 BW. Artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW. Kamerstukken I , 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113. Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 ( New Hairstyle ). Artikel 7:672 lid 11 BW. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.