Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:4326
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,069 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11411998 \ MB VERZ 24-1603
CJIB-nummer : 7062 5422 6101 2031
uitspraakdatum : 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op [adres 2] op 7 september 2023 om 15:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er sprake is van een fuik en dat hij niet eerst een waarschuwing heeft ontvangen. Betrokkene kwam van een hoek waar bord C3 zichtbaar staat geplaatst, dat erop duidt dat rechtdoor mag worden gereden en dat dit eenrichtingsverkeer is. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Sprake is van een voetgangersgebied met bord G7 waaronder een onderbord zit met daarop laad- en lostijden. Dit bord hangt er zodat weggebruikers weten wanneer en in welke richting ze mogen doorrijden om laad- en losactiviteiten te verrichten. Daarnaast staat duidelijk aangegeven dat doorrijden een boete oplevert. De boete is daarom terecht opgelegd. Verder gold de waarschuwingsperiode tot 11 juli 2022, waardoor geen waarschuwing was vereist omdat de gedraging na deze periode heeft plaatsgevonden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. De kantonrechter verwijst naar uitspraak ECLI:NL:GHARL:2024:4060 waaruit volgt dat als de gedraging is verricht na de beginperiode, geen waarschuwingsbrief hoeft te worden verzonden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.