Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-25
ECLI:NL:RBZWB:2025:4021
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,437 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11351644 \ CV EXPL 24-3444
Vonnis van 25 juni 2025
in de zaak van
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: ING,
gemachtigde: mr. P.C. Nieuwenhuizen,
tegen
[bewindvoerder] B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [rechthebbende] (geboren op [geboortedag] 1982 en wonende te [plaats 2] ),
gevestigd te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder en [rechthebbende] ,
gemachtigde: mr. Z. Yeral.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 december 2024 met de daarin genoemde stukken,
- de akte aanvullende producties van ING, met producties 9 en 10,
- de akte aanvullende producties van ING, met productie 11,
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en de spreekaantekeningen van mr. Nieuwenhuizen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[rechthebbende] heeft in 2011 een overeenkomst gesloten met ING voor het openen en aanhouden van de betaalrekening met [rekeningnummer] (hierna: de betaalrekening van [rechthebbende] ). Op de overeenkomst zijn onder meer de ‘Voorwaarden gebruik betaalpassen en creditcards’ (hierna: de voorwaarden) van toepassing. In de voorwaarden is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“[…]
7 Bewaren
[…]
7.2
U moet uw pincode altijd voor uzelf houden. Daarvoor gelden deze regels:
[…]
- Schrijf uw pincode niet op, maar leer deze uit uw hoofd.
- Kunt u uw pincode echt niet onthouden, dan kunt u een aantekening maken. Maar u moet ervoor zorgen dat anderen die aantekening niet kunnen ontcijferen.
- Bewaar de aantekening niet op of bij uw betaalkaart.
[…]
10 Blokkeren
10.1
Als u vermoedt dat de veiligheid van uw betaalkaart of pincode niet meer zeker is, meld dat dan onmiddellijk aan de ING.
Dat moet in ieder geval in deze situaties:
- U hebt uw betaalkaart verloren of uw betaalkaart is gestolen.
[…]
- U weet of vermoedt dat iemand anders uw pincode kent of heeft gezien.
[…]
23 Aansprakelijkheid van uzelf
23.1
Als u zich niet houdt aan deze productvoorwaarden, bent u aansprakelijk jegens de ING.
[…]
24 Verlies, diefstal en misbruik
24.2
U bent volledig aansprakelijk voor schade als de schade is ontstaan, doordat u frauduleus heeft gehandeld of als u opzettelijk of met grove nalatigheid niet heeft voldaan aan één of meer verplichtingen die horen bij het gebruik van betaalkaarten. Bij wijze van voorbeeld en in aanvulling op de Voorwaarden Betaalrekening is sprake van grove nalatigheid:
[…]
- Als u een aantekening van uw pincode bij uw betaalkaart bewaart
[…]”
2.2.
[rechthebbende] staat per 25 mei 2018 onder bewind en per 18 april 2019 bij de huidige bewindvoerder. Het bewind is gepubliceerd.
2.3.
Op 21 november 2019 zijn van de betaalrekening van de heer [naam] (hierna: [naam] ) € 3.499,- en € 510,- (in totaal € 4.009,-) overgeschreven naar de betaalrekening van [rechthebbende] . Vrijwel direct na de overschrijvingen is met de betaalpas van [rechthebbende] in totaal € 3.510,- contant opgenomen van de betaalrekening van [rechthebbende] . ING heeft [naam] schadeloos gesteld.
2.4.
Met de brief van 23 november 2019 heeft ING aan [rechthebbende] medegedeeld dat de overeenkomst zou worden beëindigd en dat de betaalrekening zou worden geblokkeerd. Met de brief van 19 december 2019 is de beëindiging van de overeenkomst bevestigd.
2.5.
Op 20 februari 2020 heeft ING € 493,55 van de betaalrekening van [rechthebbende] afgeschreven en verrekend met haar vordering.
2.6.
Ondanks dat [rechthebbende] meermaals is aangeschreven, is de vordering onbetaald gebleven.
Geschil
3.1.
ING vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van € 3.515,45 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 8 april 2020, tot betaling van € 576,62 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.
3.2.
ING legt (na aanvulling) aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [rechthebbende] heeft haar pincode bewaard bij haar bankpas. Hierdoor is in strijd gehandeld met de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden. Er is sprake van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad. Als gevolg daarvan is de bewindvoerder aansprakelijk voor de schade die ING heeft geleden. De schade bestaat uit de schadeloosstelling die ING aan de gedupeerde rekeninghouder heeft betaald. Subsidiair stelt ING dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Ondanks sommatie is de vordering van ING onbetaald gelaten. ING maakt daarom aanspraak op wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
De bewindvoerder voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van ING, met veroordeling van ING in de kosten van deze procedure. De bewindvoerder voert aan dat [rechthebbende] ook slachtoffer is geworden van de fraude. Op het moment van de overschrijvingen en geldopnames was zij haar betaalpas kwijtgeraakt. De pincode bewaarde [rechthebbende] bij de betaalpas. De transacties zijn zonder instemming van [rechthebbende] of de bewindvoerder verricht. De tegen [rechthebbende] ingediende aangiftes zijn geseponeerd. De bewindvoerder betwist dat sprake is van wanprestatie, onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Formele procespartij
4.1.
De dagvaarding is uitgebracht jegens [rechthebbende] in persoon. [rechthebbende] staat echter onder bewind. De bewindvoerder vertegenwoordigt [rechthebbende] in en buiten rechte. ING heeft met het exploot van 15 mei 2025 de bewindvoerder opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 26 mei 2025. De bewindvoerder is in de procedure verschenen. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525, r.o. 3.4.1) oordeelt de kantonrechter dat de bewindvoerder door in rechte te verschijnen als formele procespartij heeft te gelden. De formele procespartij is daarom in de kop van dit vonnis aangepast naar die van de bewindvoerder.
Aansprakelijkheid
4.2.
[rechthebbende] heeft door haar pincode te bewaren bij haar betaalpas in strijd gehandeld met de voorwaarden. Er is dan ook sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.
4.3.
Ter zitting is namens de bewindvoerder aangevoerd dat [rechthebbende] de voorwaarden niet dan wel niet goed heeft begrepen. Dit verweer slaagt echter niet. Het komt voor eigen rekening en risico dat [rechthebbende] in 2011 een overeenkomst is aangegaan zonder daarbij te controleren welke regels en verplichtingen daarbij gelden. Daarnaast acht de kantonrechter het een feit van algemene bekendheid dat men een pincode niet bij de betaalpas hoort te bewaren, om misbruik van de betaalrekening en -pas te voorkomen.
4.4.
Doordat [rechthebbende] in strijd met de voorwaarden heeft gehandeld, is de bewindvoerder op grond van artikel 23 en artikel 24 van de voorwaarden aansprakelijk jegens ING.
Schade
4.5.
Vaststaat dat twee betalingen van in totaal € 4.009,- van de rekening van [naam] naar de betaalrekening van [rechthebbende] zijn overgemaakt en dat vervolgens kort daarna met de betaalpas van [rechthebbende] in totaal € 3.510,- is opgenomen van de betaalrekening van [rechthebbende] . Omdat ING [naam] schadeloos heeft moeten stellen, heeft ING schade geleden ter hoogte van € 4.009,-. Aangezien ING haar vordering heeft verrekend met het resterende saldo op de betaalrekening van [rechthebbende] van € 493,55, bedraagt de vordering nog € 3.515,45. De kantonrechter wijst dit bedrag daarom toe.
Rente
4.6.
De bewindvoerder heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente. Aangezien aan de vereisten van artikel 6:119 BW is voldaan, wordt deze rente toegewezen vanaf de datum dat de bewindvoerder in verzuim verkeert. Omdat niet is gebleken dat de bewindvoerder vóór de onderhavige procedure is aangemaand, wordt de wettelijke rente over de hoofdsom toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.7.
ING vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. De kantonrechter stelt vast dat [rechthebbende] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden 5 en 6 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt [rechthebbende] in en buiten rechte. De aanmaning(en) had(den) daarom naar de bewindvoerder gestuurd moeten worden. Er is niet gebleken dat aan de bewindvoerder een aanmaning is verstuurd, terwijl ING bekend was of bekend had kunnen zijn met het bewind. De gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.8.
De bewindvoerder is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ING worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
137,38
- griffierecht
€
496,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.310,38
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan ING te betalen een bedrag van € 3.515,45, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 8 april 2020 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.310,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.