Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-02
ECLI:NL:RBZWB:2025:1893
Civiel recht
Bodemzaak
1,678 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/420791 / HA ZA 24-153
Vonnis van 2 april 2025
in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer C/02/420791 / HA ZA 24-153 van
[de buurman]
,
wonend in [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. H.E.C.M. Nieland,
tegen
[de koper]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. T.M. Kools.
en in de vrijwaringszaak met zaak-/rolnummer C/02/425440 / HA ZA 24-437 van
[de koper]
,
wonend in [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. T.M. Kools,
tegen
1 [verkoper 1] ,2. [verkoper 2] ,beiden wonend in [plaats] ,gedaagde partijen,
advocaat: mr. J.M. de Jonge.
Partijen worden hierna [de buurman] , [de koper] en [de verkopers] genoemd.
1Het verdere verloop van de procedure in de hoofd- en vrijwaringszaak
1.1.
Het verdere verloop van de procedure in de hoofd- en vrijwaringszaak blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 januari 2025 en de daarin genoemde stukken;
- het bericht van [de buurman] van 17 februari 2025;
- het bericht van [de koper] van 17 februari 2025;- het bericht van [de verkopers] van 18 februari 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op 2 april 2025.
2De verdere beoordeling van de hoofdzaak
2.1.
In deze zaak staat de vraag centraal of (de fundering van) de aanbouw van [de koper] schade veroorzaakt aan de woning van [de buurman] . In het tussenvonnis heeft de rechtbank een deskundigenbericht aangekondigd om tot beantwoording van deze vraag te kunnen komen.
2.2.
[de buurman] heeft de rechtbank vervolgens bericht dat hij het door de deskundige begrootte voorschot niet kan betalen en verzocht de zaak door te halen. Doorhaling kan slechts plaatsvinden als beide partijen daarmee instemmen. [de koper] heeft om vonnis gevraagd. Daarom wordt de zaak niet doorgehaald.
2.3.
Gelet op het feit dat er geen deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden, is niet vast komen te staan dat (de fundering van) de aanbouw van [de koper] schade veroorzaakt aan de woning van [de buurman] . De vordering van [de buurman] wordt dus afgewezen.
2.4.
[de buurman] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de koper] worden begroot op:
- griffierecht
€
1.325,00
- salaris advocaat
€
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.731,00
3De verdere beoordeling van de vrijwaringszaak
3.1.
De vordering in de hoofdzaak wordt afgewezen. Daarom wordt de vordering in de vrijwaringszaak ook afgewezen.
3.2.
[de koper] is daarmee in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de verkopers] worden begroot op:
- griffierecht
€
1.325,00
- salaris advocaat
€
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.731,00
Dictum
De rechtbank
in de hoofdzaak
4.1.
wijst de vordering van [de buurman] af,
4.2.
veroordeelt [de buurman] in de proceskosten van € 2.731,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [de buurman] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de vrijwaringszaak
4.3.
wijst de vordering van [de koper] af,
4.4.
veroordeelt [de koper] in de proceskosten van € 2.731,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [de koper] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de hoofd- en vrijwaringszaak
4.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Akdikan en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
Artikel 246 lid 1 Rv.
HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6079.