Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-28
ECLI:NL:RBROT:2024:4740
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Voorlopige voorziening
2,629 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/4815
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 mei 2024 in de zaak tussen
[naam verzoekster] , uit Rotterdam, verzoekster
(gemachtigde: mr. R. Haze),
en
de burgemeester van de gemeente Rotterdam
(gemachtigde: mr. R. Duivenvoorde).
Als derde-partij is aangemerkt: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam.
Inleiding
1. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester de woning van verzoekster per 13 mei 2024 gesloten voor drie maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigde van de burgemeester en mr. B. Dogan (namens de burgemeester).
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoekster woont sinds 2003 op het adres [adres] in Rotterdam (de woning). Ten tijde in geding staat verzoekster samen met twee zonen op dat adres ingeschreven. Woonstad Rotterdam is eigenaar en verhuurder van de woning. Beide zonen zijn bekend in de politiesystemen en hebben antecedenten. De zoon [persoon A] (de zoon) heeft antecedenten op het gebied van onder andere de Opiumwet, geweldsdelicten en vermogensdelicten.
4. Na een melding van Meld Misdaad Anoniem (MMA) heeft de politie op 21 februari 2024 de woning betreden op grond van de Wet wapens en munitie. In de woning werd nagenoeg gelijktijdig in een lade van het keukenblok een zakje met vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen. Rondom dit zakje lagen tientallen lege gripzakjes en een grammenweegschaal. In de voorraadkast werd een grote zak gevuld met
henneptoppen aangetroffen. Hierop is de aangetroffen situatie bevroren en bij de rechter
commissaris een doorzoeking van de woning gevorderd. De zoon was tijdens de doorzoeking in de woning aanwezig. Hij verklaarde dat hij in zijn slaapkamer een vuurwapen had verstopt in een zakje. In dat zakje bleken een vuurwapen en 23 kogelpatronen te zitten. Hierna zijn andere ruimtes van de woning doorzocht. In de keuken, in een inbouwkast in de keuken, in de berging, in meerdere slaapkamers en in de schuur werden in totaal de volgende goederen aangetroffen:
- een vuurwapen en 23 kogelpatronen;
- 118,6 gram cocaïne;
- 18,9 gram heroïne;
- 606,5 gram fenacetine (versnijdingsmiddel);
- 218,5 gram levamisole (versnijdingsmiddel);
- 68,1 gram hasjiesj;
- 1.165,72 gram henneptoppen;
- 91,34 gram hennepgruis;
- €19.390,- en $ 1.100,- aan contant geld;
- een grammenweegschaal;
- tientallen lege gripzakjes;
- meerdere drugspersen, persmallen en persattributen. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 19 maart 2024 (bestuurlijke rapportage).
5. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om de woning voor drie maanden te sluiten. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij voorlopig in haar woning mag blijven wonen. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
6. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
7. Anders dan de burgemeester vindt de voorzieningenrechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk. Als er geen voorlopige voorziening wordt getroffen, heeft verzoekster immers gedurende drie maanden geen toegang meer tot haar woning.
Wat is het beoordelingskader?
8. De voorzieningenrechter kijkt of het bezwaarschrift van verzoekster kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
8.1.
Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot sluiting van een woning als in dat pand harddrugs of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of als de drugs met dat doel aanwezig is. De burgemeester legt dan een last onder bestuursdwang op. De burgemeester beschikt bij de uitoefening van die bevoegdheid over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.
8.2.
De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Rotterdam tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2022. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning. Er is onder meer in opgenomen dat bij een ernstig geval in beginsel wordt overgegaan tot het sluiten van de woning, maar dat alle belangen van betrokkenen worden meegenomen in de beoordeling of, ook in een ernstig geval, toch kan worden volstaan met een waarschuwing. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende in het beleid omschreven omstandigheden.
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
9. Niet in geschil is dat in de woning een ruime handelshoeveelheid van zowel harddrugs als softdrugs is aangetroffen en dat de burgemeester daarom in beginsel bevoegd was om de woning te sluiten.
Was er noodzaak om de woning te sluiten?
10. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om een woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding wordt beoordeeld of sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vraag of er vanuit de woning werd gehandeld, maar ook om andere omstandigheden, zoals de ligging van een pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk.
11. Verzoekster voert aan dat de noodzaak onvoldoende aanwezig is. Er was geen drugshandel vanuit het pand en geen loop op de woning. Uit de MMA-melding blijkt dat er op straat en niet vanuit de woning werd gehandeld. De zoon zit in detentie en een en ander is buiten de wetenschap van verzoekster gebeurd. Na het voornemen van de burgemeester heeft verzoekster de gemeente gevraagd beide zonen uit te schrijven uit de basisregistratie personen en heeft zij hen, om herhaling te voorkomen, de toegang tot de woning ontzegd. De drugs zijn uit de woning verwijderd. Verzoekster vindt dat de burgemeester daarom kan volstaan met een waarschuwing.
12. De burgemeester heeft de noodzaak tot sluiting van de woning aanwezig kunnen achten en hoefde niet met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing, te volstaan. De burgemeester heeft daarbij kunnen betrekken dat sprake is van een ernstig geval als bedoeld in zijn beleid gelet op de aangetroffen aanzienlijke handelshoeveelheid drugs, de combinatie van softdrugs en harddrugs en de attributen (een grammenweegschaal, tientallen lege gripzakjes, meerdere drugspersen, persmallen, persattributen, een vuurwapen en 23 kogelpatronen, almede contante geldbedragen van € 19.390,- en $ 1.100,-) die in de woning zijn aangetroffen en die duiden op handel in drugs. De burgemeester heeft gelet op het voorgaande, in samenhang met de MMA-melding, die ook (hard)drugs gerelateerd is, aannemelijk mogen achten dat de drugs deels of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dat levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als er geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Dat er naast deze melding geen verdere meldingen bekend zijn, maakt dat niet anders.
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
13. Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning noodzakelijk is, komt de vraag aan de orde of de sluiting ook evenwichtig is.
Conclusie
17. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning van verzoekster mag worden gesloten voor de duur van drie maanden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
Zie de uitspraken van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1916 en ECLI:NL:RVS:2022:1910.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:277.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910.