Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-30
ECLI:NL:RBROT:2023:12774
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,414 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10-272008-22
Datum uitspraak: 30 november 2023
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] ( [postcode01] ) te [plaats01] .
1
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 november 2023.
2
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3
Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:
bewezenverklaring van de ten laste gelegde woninginbraak;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.
4
Vrijspraak
4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde woninginbraak wettig en overtuigend kan worden bewezen op basis van de aangifte, het aangetroffen dactyloscopische spoor van de verdachte en de bekennende verklaring van de verdachte, die hij bij de politie heeft afgelegd.
4.2.
Beoordeling
In de tenlastelegging is vermeld dat de verdachte de woninginbraak zou hebben begaan in [plaats02] . Uit de aangifte, het forensische onderzoek, het proces-verbaal dactyloscopie, het verhoor van de verdachte (pv-24) en het onderzoek ter terechtzitting is echter gebleken dat de betreffende woning zich in [plaats03] bevindt.
De rechtbank is in haar oordeel gebonden aan de grondslag van de tenlastelegging. Zij kan in de tekst voorkomende misslagen verbeteren, indien de verdachte daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad. Dat kan alleen als het slechts een vaststelling betreft van de juiste inhoud van de tenlastelegging, waarvoor geen medewerking van het Openbaar Ministerie of de verdachte is vereist. Gelet op de geldende lijn in de jurisprudentie van de Hoge Raad staat het de rechtbank niet vrij de pleegplaats verbeterd te lezen, omdat dit een zodanige wijziging betreft dat dit slechts kan plaatsvinden op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting (ECLI:NL:HR:2011:BT8787).
Een dergelijke wijziging is niet gevorderd, zodat de rechtbank niet anders kan dan oordelen dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
4.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5
Vordering benadeelde partij
Ter zake van het ten laste gelegde heeft [benadeelde partij01] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 538,81 aan materiële schade en een vergoeding van € 1.000,00 aan immateriële schade.
5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de materiële schade als de immateriële schade voldoende aannemelijk zijn geworden. De vordering dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.2.
Beoordeling
De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
6
Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij
[benadeelde partij01]
niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R. Brand, voorzitter,
en mrs. D. van Dooren en A.M. van der Leeden, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, in of omstreeks de periode van 16 maart 2022 tot en met 17 maart 2022 te [plaats02] ,
gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan [adres02],
alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
een laptop en/of een tablet (merk: Samsung) en/of meerdere zonnebrillen, meerdere sierraden, meerdere parfums/luchtjes en/of een fiets en/of meerdere horloges en/of schoenen en/of een ID-kaart en/of een geldbedrag (van in totaal 600 euro), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [naam01] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.