Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-03-05
ECLI:NL:RBOVE:2024:5148
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,551 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 10682446 \ CV EXPL 23-3170
Vonnis van 5 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap
ENNATUURLIJK B.V.,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
eisende partij, hierna te noemen Ennatuurlijk,
gemachtigde: Janssen en Janssen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde]
niet verschenen, tegen [gedaagde] is verstek verleend.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 december 2023
- de akte van Ennatuurlijk.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist.
Aanbod en aanvaarding.
2.2.
Bij tussenvonnis van 12 december 2023 heeft de kantonrechter Ennatuurlijk in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de totstandkoming van de overeenkomst.
2.3.
Bij akte heeft Ennatuurlijk gesteld dat zij al voor januari 2015 energie leverde aan [gedaagde] en dat de woningcorporatie ‘De Woonplaats’ tot januari 2015 de facturatie hiervoor verzorgde. Vanaf 1 januari 2015 heeft Ennatuurlijk de facturering voor eigen rekening genomen en [gedaagde] hierover geïnformeerd. Ennatuurlijk heeft gesteld dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Volgens haar blijkt de aanvaarding door [gedaagde] uit het feit dat [gedaagde] een SEPA machtiging heeft afgegeven, jarenlang warmte/kou heeft afgenomen en jarenlang facturen heeft betaald.
2.4.
De kantonrechter volgt Ennatuurlijk hierin en is van oordeel dat er een overeenkomst tot stand is gekomen.
Bestelknop
2.5.
De overeenkomst is tot stand gekomen voor het arrest van het Hof van Justitie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269), zodat Ennatuurlijk bij de totstandkoming van de onderhavige overeenkomst geen rekening heeft kunnen houden met de in dit arrest genoemde nadere uitleg. De kantonrechter is van oordeel dat in het bestelproces voldoende kenbaar is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt en daarom is voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW.
Informatieplichten.
2.6.
Bij de totstandkoming van de overeenkomst moet Ennatuurlijk voldoen aan de wettelijke informatieplicht van artikel 6:230m en 6:230v BW, omdat de overeenkomst op afstand is gesloten. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van voldoende ernstige schending van de essentiële precontractuele informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder h (ontbindingsrecht) en o (duur van de overeenkomst). Uit de stellingen in de dagvaarding is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht(en) is voldaan.
2.7.
De kantonrechter oordeelt dat ook sprake is van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat niet is gebleken dat [gedaagde] contractueel is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW. Een anonieme voorbeeld bevestigingsbrief is hiervoor niet voldoende.
2.8.
De kantonrechter zal aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-essentiele-informatieplichten.pdf) de betalingsverplichting van [gedaagde] vanwege voornoemde schending(en) verminderen met 25%, zodat een hoofdsom van € 1.944,58 verschuldigd is.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten.
2.9.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is voor de rente niet het geval, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
2.10.
Ennatuurlijk heeft een bedrag van € 520,00 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
In artikel 17.2. van de algemene voorwaarden is het volgende opgenomen:
“Een gevolg van het in verzuim verkeren is dat de Aanvrager of Verbruiker een vergoeding voor de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte verschuldigd is (…) De hoogte van de vergoeding voor de redelijke kosten is vastgelegd in het tarievenblad.”
2.11.
Dit brengt met zich dat de kantonrechter, los van de vraag of Ennatuurlijk er in deze procedure een beroep op doet, verplicht is om ambtshalve te toetsen of dit beding een eerlijk beding is.
2.12.
De kantonrechter is van oordeel dat het hiervoor genoemde artikel een oneerlijk beding is, omdat dit beding niet voldoende transparant is. Niet is gesteld of gebleken of het tarievenblad, waar het beding naar verwijst, is verstrekt aan [gedaagde] en [gedaagde] dus op de hoogte was van deze kosten. Ook heeft Ennatuurlijk dit tarievenblad niet overgelegd, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen of de tarieven conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zijn.
2.13.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat de inhoud van het beding kan niet worden herzien. Evenmin kan door afstand van de rechten die uit het beding zouden voortvloeien c.q. aanpassing van de vordering aan het aanvullend recht dat zonder de bedingen van toepassing zou zijn geweest, worden bewerkstelligd dat de vordering ten dele toewijsbaar is.
2.14.
Dit zou anders kunnen zijn als de nietigheid van het beding de kantonrechter verplicht om de overeenkomst in haar geheel te vernietigen, maar dat doet zich hier niet voor. Ennatuurlijk heeft dus geen recht op de incassokosten.
Ontbinding.
2.15.
Ennatuurlijk heeft gevorderd dat de overeenkomst zal worden ontbonden op grond van wanprestatie van [gedaagde]. De kantonrechter overweegt als volgt. Ennatuurlijk heeft voldoende onderbouwd dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. De ontbinding zal worden toegewezen.
Onderbreking
2.16.
Ten aanzien van de gevorderde afsluiting; de onderbreking van de energielevering en terugvordering van de meters, overweegt de kantonrechter als volgt.
2.17.
In deze zaak zijn er twee grondslagen voor de afsluiting aangevoerd. Ennatuurlijk heeft aangevoerd voor de situatie dat de energieovereenkomst in stand blijft dat de afsluiting kan worden toegewezen op grond van wanbetaling van [gedaagde]. Verder heeft Ennatuurlijk aangevoerd dat voor het geval er geen energieovereenkomst (meer) bestaat tussen partijen, de afsluiting gerechtvaardigd is, omdat zij anders energie moet leveren zonder dat [gedaagde] op grond van een overeenkomst hiervoor hoeft te betalen.
2.18.
In het geval de gevorderde afsluiting is gebaseerd op wanbetaling [gedaagde] is de Warmteregeling van toepassing en is Ennatuurlijk verplicht om (onder ander) te voldoen aan de daarin genoemde eisen voordat mag worden afgesloten. In artikel 5 lid 2 van de Warmteregeling is opgenomen dat de leverancier de verbruiker ten minste driemaal een schriftelijke herinnering stuurt met een nakomingstermijn van ten minste veertien dagen. Ingevolge lid 3 van artikel 5 Warmteregeling moet in die herinnering worden gewezen op de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen, biedt de leverancier aan om de gegevens van de verbruiker aan schuldhulpverlening door te geven en vermeldt dat in sommige gevallen niet zal worden afgesloten.
2.19.
Ennatuurlijk heeft diverse aanmaningen gestuurd en ook overgelegd, maar deze betalingsherinneringen bevatten niet de hiervoor vermelde verplichte informatie.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte en/of koude en/of warmtapwater aan het verbruiksperceel te [adres],
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2023 tot de dag van algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 358,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 5 maart 2024.
bijvoorbeeld HvJEU 26 januari 2017, C421/14, ECLI:EU: C:2017:60 (Banco Primus); HvJEU 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia)
HvJEU 21 januari 2015, C-482/13, C-484/13, C-485/13, C-487/13, ECLI:EU:C:2015:21 (Unicaja Banco)
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/13132689, houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet