Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-03-04
ECLI:NL:RBOBR:2026:1554
Civiel recht
Bodemzaak
16,157 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:1554 text/xml public 2026-04-08T13:16:30 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-03-04 407163 / HA ZA 24-504 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:1554 text/html public 2026-04-08T13:16:05 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:1554 Rechtbank Oost-Brabant , 04-03-2026 / 407163 / HA ZA 24-504 Intellectuele eigendom; auteursrecht, merkrecht, misleidende aanduidingen. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst met elkaar gesloten om een geschil over inbreuken door gedaagde op intellectuele eigendomsrechten van eiseres met betrekking tot (dessins op) stoffen te beëindigen. Eiseres stelt dat gedaagde die vaststellingsovereenkomst heeft overtreden, door een aantal nieuwe inbreuken op haar intellectuele eigendomsrechten. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde inderdaad opnieuw inbreuk heeft gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van gedaagde en dat gedaagde daarmee in strijd heeft gehandeld met de vaststellingsovereenkomst. Een door eiseres gevorderde contractuele boete wordt deels toegewezen. Geen grond voor matiging van de boete. De proceskosten worden gecompenseerd. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/407163 / HA ZA 24-504 Vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van 1 VLISCO B.V., te Helmond, 2. VLISCO NETHERLANDS B.V. , te Helmond, eisende partijen, hierna samen te noemen: Vlisco, advocaat: mr. L.E. Fresco, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht SONNA INTERNATIONAL B.V. , te Arendonk (België), gedaagde partij, hierna te noemen: Sonna, advocaat: mr. E.C. Menkhorst. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van Vlisco van 8 juli 2024 - de akte overlegging producties van Vlisco van 7 augustus 2024 - de conclusie van antwoord van Sonna van 13 november 2024 - de akte houdende eisvermeerdering, overlegging producties en verzoek (versnelde) comparitiebepaling van Vlisco van 14 mei 2025 - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de akte houdende overlegging aanvullende producties van Vlisco van 27 november 2025 (ten behoeve van de mondelinge behandeling op 8 december 2025) - de akte overlegging nadere producties van Sonna van 3 december 2025 (ten behoeve van de mondelinge behandeling op 8 december 2024; met prod. 5 t/m 14) - de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Vlisco is een textielbedrijf en Sonna is een stoffenhandelaar. Beide partijen houden zich bezig met – kort gezegd – de handel in stoffen (textiel). Sonna is distributeur geweest van stoffen van Vlisco, maar heeft daarnaast ook steeds eigen stoffen/dessins verkocht. Vlisco heeft op enig moment de distributie-relatie met Sonna beëindigd. 2.2. Vervolgens is er een geschil tussen partijen ontstaan over beweerdelijke inbreuken door Sonna op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco met betrekking tot (de dessins van) de stoffen van Vlisco. Ter beëindiging van hun geschillen, hebben partijen op 1 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst met elkaar gesloten (hierna ook: de vso). 2.3. In die vaststellingsovereenkomst is onder meer bepaald: “ Artikel 1 – Onthouding inbreuk op IE-rechten 1.1 Sonna zal zich onmiddellijk wereldwijd onthouden, en garandeert en staat ervoor in dat iedere (rechts)persoon binnen Sonna Groep zich wereldwijd onthoudt, van iedere on- of offline inbreuk op de IE-rechten van Vlisco. Hieronder wordt onder meer verstaan dat Sonna (Groep) zich (zal) onthouden van: a) iedere inbreuk op de merken van Vlisco, waartoe ter illustratie in Bijlage 2 een overzicht van de huidige geregistreerde merken van Vlisco is opgenomen; en b) iedere auteursrecht- of modelinbreuk op en/of iedere slaafse nabootsing van (delen van) Vlisco Dessins, waaronder, maar niet beperkt tot: 1. alle Vlisco Dessins die Sonna (Groep) ooit heeft ingekocht, aangeboden en/of verhandeld of daartoe in voorraad heeft gehouden, dan wel die zij nog zal inkomen, aanbieden en/of verhandelen en/of daartoe in voorraad zal houden; en of 2. alle dessins waarvoor Vlisco Sonna (Groep) al heeft aangesproken, waarvoor een overzicht is opgenomen in Bijlage 3 . 1.2 Daarnaast zal Sonna (Groep) zich onthouden van ieder misleidend gebruik van aanduidingen waardoor ten onrechte de indruk wordt gewekt dat stoffen die zij produceert of verhandelt waxstoffen betreffen die uit Nederland afkomstig zijn, waaronder maar niet beperkt tot de aanduidingen “veritable wax”, “veritable royal dutch hollandias” en/of “guaranteed holland textile wax”. Indien Sonna (Groep) zich daaraan houdt, zal Vlisco geen bezwaar maken tegen Sonna’s bestaande gebruik van de aanduidingen “Supreme Wax Holland” en “Holland Textiles”. 1.3 De onder artikel 1.1 en 1.2 genoemde onthoudingen strekken zich in ieder geval uit tot het zowel online als offline openbaar maken, verveelvoudigen, bestellen, inkopen, aanbieden, verkopen, verhandelen, leveren, in- of uitvoeren of daartoe in voorraad houden van stoffen en dessins die strijdig zijn met die bepalingen (“ Betwiste Producten ”). […] Artikel 2 – Vernietiging Betwiste Producten 2.1 Sonna zal alle Betwiste Producten, waaronder in ieder geval de Betwiste Producten opgenomen in Bijlage 3, welke Sonna Groep in haar bezit heeft binnen tien (10) werkdagen na ondertekening van deze Vaststellingsovereenkomst op haar eigen kosten professioneel laten vernietigen en Vlisco daarvan binnen de daaropvolgende tien (10) werkdagen bewijs toesturen. Wanneer Sonna nog onverhoopt Betwiste Producten verkrijgt, zal zjj deze na ontvangst binnen voormelde termijn van tien (10) werkdagen vernietigen. […] Artikel 4 – Boete 4.1 Indien Sonna (of Sonna Groep) niet of niet geheel aan de verplichtingen onder artikel 1 t/m 3 voldoet, moet Sonna een direct opeisbare boete betalen van EUR 1.000 (duizend euro) per dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt, of, naar de keuze van Vlisco, EUR 200 (tweehonderd euro) per Betwist Product, onverminderd Vlisco’s recht op schadevergoeding. ” 3 Het geschil 3.1. Vlisco vordert na vermeerdering van eis, samengevat: te verklaren voor recht dat Sonna de vso heeft overtreden met de inbreukmakende en onrechtmatige handelingen zoals omschreven in de dagvaarding en de akte vermeerdering eis van 14 mei 2025, in het bijzonder de inbreuk op Vlisco’s merk-, auteurs- en/of modelrechten en/of het gebruik van misleidende mededelingen in strijd met artikel 1.1 t/m 1.3 van de vso. Sonna te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 750.000,- aan op grond van de overtreding van de vso verbeurde boetes, vermeerderd met wettelijke rente, Sonna te bevelen om de advocaten van Vlisco een gespecificeerde verklaring te verstrekken, vergezeld van alle relevante documenten, betreffende: a. de volledig naam, contactgegevens en adressen van alle leveranciers, fabrikanten en/of professionele afnemers van de Inbreukmakende Producten, gespecificeerd per productvariant, en alle correspondentie daaromtrent; b. de aantallen Inbreukmakende Producten die Sonna heeft besteld en/of verkocht en daartoe nog op voorraad heeft, gespecificeerd per productvariant, en de data waarop die Inbreukmakende Producten zijn besteld en geleverd; c. de inkoop- en verkoopprijs van de onder b. genoemde Inbreukmakende Producten die Sonna heeft betaald en/of gerekend; Sonna te veroordelen in de volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Vlisco legt aan deze vorderingen – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Vlisco heeft in het verleden meermaals geconstateerd dat Sonna inbreuk maakte op haar intellectuele eigendomsrechten, door stoffen aan te bieden die zijn voorzien van dessins en tekens die (vrijwel) identiek zijn aan Vlisco’s dessins en merken. Partijen hebben met de vaststellingsovereenkomst bedoeld hun geschillen daarover te beëindigen.
Volledig
Vlisco heeft vervolgens echter opnieuw geconstateerd dat Sonna inbreuk maakt op haar intellectuele eigendomsrechten en dat Sonna dus de afspraken uit de vaststellingovereenkomst niet (volledig) nakomt. Op grond van die vaststellingsovereenkomst moet Sonna daarom aan Vlisco een boete betalen. Om de omvang van de inbreuk, de productie- en verkoopkanalen en de rol van alle daarbij betrokken personen te kunnen vaststellen en om een eventuele schadevergoedingsvordering te kunnen onderbouwen en om verdere inbreuken en schade te voorkomen, moet Sonna de gevorderde informatie aan Vlisco verstrekken. 3.3. Sonna voert verweer tegen de vorderingen van Vlisco. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De internationale bevoegdheid en het toepasselijke recht: 4.1. Sonna is gevestigd buiten Nederland. Deze zaak heeft daarmee een internationaal karakter, wat maakt dat de rechtbank eerst moet beoordelen of zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Vlisco en Sonna hebben in de overeenkomst die aan de voorliggende vorderingen ten grondslag ligt, de rechtbank Oost-Brabant als exclusief bevoegd gerecht aangewezen. Op grond van artikel 25 van de hier toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Verordening Brussel I-bis) is de rechtbank daarmee bevoegd om van het geschil kennis te nemen. In diezelfde overeenkomst is een keuze opgenomen voor de toepasselijkheid van Nederlands recht. Het Nederlandse recht is daarmee van toepassing. De gestelde schendingen van de vso: 4.2. Vlisco stelt zich op het standpunt dat Sonna in vier gevallen de afspraken van partijen in de vso heeft overtreden. Ten eerste heeft de Belgische douane op 30 mei 2024 een lading stoffen tegengehouden die bestemd was voor Sonna. Een deel van die stoffen was volgens Vlisco voorzien van dessins, merken en/of tekens die inbreuk maken op haar intellectuele eigendomsrechten. Met de invoer van die stoffen heeft Sonna gehandeld in strijd met de afspraken in de vso, aldus Vlisco. Ten tweede stelt Vlisco dat Sonna op 22 maart 2025 in haar winkel in Antwerpen een aantal inbreukmakende stoffen aan (een partner van een medewerker van) Vlisco heeft verkocht. Ten derde heeft (de advocaat van) Vlisco op 8 juni 2024 geconstateerd dat Sonna in haar winkel in Antwerpen een jurk heeft geëtaleerd, van een stof die inbreuk maakt op het auteursrecht van Vlisco en dus op de vso. Ten slotte stelt Vlisco dat zij heeft geconstateerd dat Sonna op haar website inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco. Daarbij heeft Vlisco zich op het standpunt gesteld dat deze schendingen van de vso beoordeeld dienen te worden aan de hand van het wettelijk kader omtrent inbreuken op intellectuele eigendom, nu de kernverplichting in de vso betreft dat Sonna zich zal “ onthouden van iedere on- of offline inbreuk op de IE-rechten ”. De rechtbank zal deze vier gevallen hierna verder bespreken, mede aan de hand van het wettelijk kader omtrent inbreuken op intellectuele eigendom, waarbij de vso tussen partijen voorop staat. Ad 1: de douane-actie op 30 mei 2024: 4.3. De door de douane aangehouden zending bevatte onder meer 2125 stukken stof, waarmee Sonna volgens Vlisco op meerdere punten de vso heeft geschonden. 1a: schending (woord-) merkrecht: 4.4. Ten eerste stelt Vlisco dat deze stoffen van Sonna zijn voorzien van de aanduiding “SUPER WAX”, die identiek is aan, althans verwarringwekkend overeenstemt met het door Vlisco geregistreerde woordmerk “SUPER-WAX” (geregistreerd als EU woordmerk onder nummer 012574612). Hiermee schendt Sonna volgens Vlisco de vso. 4.5. De rechtbank kan Vlisco hierin volgen. Daarmee dient een bespreking van de verweren van Sonna dat deze merken ieder onderscheidend vermogen missen, buiten beschouwing te blijven, nu de stellingen gebaseerd zijn op handelen in strijd met de vso. Weliswaar speelt ook uitleg van die vso en beoordeling van wat een inbreuk op een merk betreft, daarbij een rol, maar partijen zijn reeds overeengekomen dat iedere inbreuk op deze merken door Sonna achterwege zou blijven. De vso verbiedt Sonna in artikel 1.1 onder a) iedere inbreuk op de merken van Vlisco, waartoe ter illustratie in bijlage 2 bij de vso een overzicht is gevoegd van de op dat moment geregistreerde merken van Vlisco. Tussen partijen is niet in geschil dat beide tekens worden gebruikt voor gelijke waren en er is evenmin discussie gevoerd in deze zaak over het relevante publiek. In de genoemde bijlage 2 bij de vso is het merk “SUPER-WAX” uitdrukkelijk vermeld, waarmee Sonna in de vso dus de verplichting op zich heeft genomen om nadrukkelijk ook op dát merk van Vlisco geen inbreuk te maken. Het kan Sonna niet baten dat zij daar kennelijk nu, na het vastleggen van de afspraken in de vso, op wenst terug te komen door te stellen dat Vlisco op dat merk geen intellectueel eigendomsrecht toekomt. De rechtbank passeert de stelling van Sonna ten aanzien van de geldigheid van het merk reeds om die reden. Op grond van artikel 1.3 van de overeenkomst was het Sonna niet toegestaan om stoffen met het betreffende merk te bestellen, in te kopen, te verhandelen of in te voeren. Sonna schendt de contractuele afspraak met Vlisco doordat op de voor haar bestemde (want door haar bestelde, ingekochte en/of ingevoerde) stoffen het woordmerk “SUPER WAX” is vermeld. Dat op die stoffen het liggende streepje tussen de woorden SUPER en WAX ontbreekt, maakt niet dat het door Sonna gebruikte woordmerk in voldoende mate afwijkt van het merk van Vlisco. Het betreft een verschil dat visueel en qua betekenis slechts van onderschikte aard is. Er is – zoals Vlisco stelt – sprake van een verwarringwekkende overeenstemming tussen de twee merken. 4.6. Sonna heeft verder nog als verweer aangevoerd dat het hier gaat om zogenoemde samples, dat de bestelling van Sonna op voorstel van de leverancier met die samples is aangevuld om de resterende ruimte in de container op te vullen en dat Sonna niet wist dat haar bestelling met deze specifieke samples zou worden aangevuld. Sonna merkt hierbij op dat zij haar leverancier er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat zij geen stoffen wenste te ontvangen die inbreuk zouden maken op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco. Ook deze stellingen kunnen Sonna echter niet baten. Sonna kan zich er niet op beroepen dat zij niet weet wat er in de aan haar verstuurde container zit om te ontkomen aan verantwoordelijkheid voor de producten die zij invoert. Het is daarnaast aan Sonna om haar leveranciers voldoende duidelijk te maken welke stoffen inbreuk maken, voor zover dat onvoldoende duidelijk is, te meer nu partijen inmiddels een overeenkomst hebben gesloten waar de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco ook in zijn geïllustreerd. Terecht merkt Vlisco hierbij op dat Sonna zeker na het sluiten van de vso extra alert had moeten zijn om een inbreuk te voorkomen. Voor zover een leverancier ondanks de door Sonna gegeven instructies toch inbreukmakende producten levert, moet dat voor rekening en risico van Sonna worden gelaten. 1b: schending beeld-/logomerk: 4.7. Naast het hiervoor besproken woordmerk, zijn de onderschepte stoffen volgens Vlisco voorzien van beeld- of logomerken die inbreuk maken op de rechten van Vlisco en daarmee op de vso. Het gaat hierbij om het volgende EU-beeldmerk van Vlisco (links, opgenomen in bijlage 2 van de vso met nummer [nummer] ), met rechts daarnaast de tekens die op de 2135 onderschepte stoffen van Sonna zijn aangetroffen (rechter afbeeldingen). 4.8. Sonna heeft een langdurige zakelijke distributierelatie met Vlisco gehad. Sonna moet daarom meer dan gemiddeld bekend worden geacht met de merken en logo’s van Vlisco, ook gelet op de vaststellingsovereenkomst die partijen hebben gesloten. Zij had daarmee rekening kunnen houden bij haar keuze voor de te gebruiken tekens.
Volledig
Bovendien moeten afnemers die jarenlang producten van Vlisco via Sonna hebben aangeschaft, bekend worden geacht met de merken van Vlisco en zal er, juist ook gelet op de eerdere distributierelatie, verwarring kunnen optreden. De rechtbank stelt vast dat de logo’s van Sonna niet een exacte kopie zijn van het merk van Vlisco. Aan de orde is dan de vraag of de logo’s zodanig op elkaar lijken, dat er desondanks sprake is van een schending door Sonna van de afspraken die zij met Vlisco in de vso heeft vastgelegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daarbij als volgt. Het gaat bij al deze logo’s om ronde logo’s met daarin over elkaar geplaatste letters, waarin een V-vorm herkenbaar is. De gekozen letters vormen in de kern een gestileerde handtekening, hoewel niet exact dezelfde vorm is gebruikt in de tekens, is er wel sprake van een opvallend op het merk lijkende belijning. De letters worden in het merk omringd door een gestileerde zonvorm of stralenkrans. Sonna heeft in haar verweer gesteld dat bij haar logo’s geen zon te zien is, maar dat de letters omringd worden door twee rijen met uitstekende punten. Naar het oordeel van de rechtbank levert deze ronde vorm en de uitstekende punten desalniettemin visueel een sterke overeenkomst op met de zonvorm aanwezig in het merk van Vlisco. De rechtbank concludeert dat het ontwerp van het merk en de tekens verwarringwekkend overeenstemmen. Zeker bij een eerste blik op deze logo’s kan een afnemer in verwarring raken over de herkomst van de betreffende stof. Ook op dit punt neemt de rechtbank dus een schending van de vso door Sonna aan. 1c: schending labelmerk: 4.9. Ook verwijt Vlisco Sonna dat de 2135 lappen stof labelmerken bevatten, die overeenstemmen met het labelmerk van Vlisco. Hierbij gaat het om het volgende label van Vlisco (de linker afbeelding) en het op de stoffen aanwezige label van Sonna (de rechter afbeelding). 4.10. De rechtbank stelt ten aanzien van de gelijkenissen allereerst vast dat in het label van Sonna gebruik wordt gemaakt van het hiervoor besproken logo, waarvan de rechtbank reeds hiervoor heeft geconcludeerd dat het inbreuk maakt op het intellectuele eigendomsrecht van Vlisco. Daarnaast staan er in deze labels, boven de logo’s, ook vergelijkbare teksten; “GUARANTEED REAL DUTCH WAX BLOCK PRINTS” bij Vlisco en “GUARANTEED REAL WAX BLOCK PRINT” bij Sonna. Hier staat echter tegenover dat de kleuren van de labels sterk van elkaar afwijken. Ook staan er afwijkende teksten onder de logo’s; “PRINTED IN HOLLAND” bij Vlisco en “PRINTED BY M WAX” bij Sonna. Verder heeft het label van Sonna een achtergrondprint (een raster), waardoor het een enigszins oriëntale, in ieder geval geheel andere uitstraling heeft dan het label van Vlisco met de effen groene achtergrond. Vlisco focust in haar label, zoals zij ook heeft aangevoerd, heel nadrukkelijk op haar verbondenheid met Nederland. Al met al zijn er naar het oordeel van de rechtbank bij deze labels meer verschillen dan overeenstemmingen, waardoor het verwarringsgevaar gering wordt geoordeeld. Ten aanzien van deze labels is er daarom geen sprake van een schending van de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco of van de vso. 1d: inbreuk auteursrecht: 4.11. Vlisco heeft ook aangevoerd dat 400 van de 2135 door de douane tegengehouden stoffen zijn voorzien van dessins die inbreuk maken op haar auteursrechten. Het gaat hierbij allereerst om het volgende dessin met parasolbloemen (Vlisco dessin “S9881”). De linker afbeeldingen tonen de dessins van Vlisco en de rechter afbeeldingen de dessins op de onderschepte stoffen, die bestemd waren voor Sonna. 4.12. Naar het oordeel van de rechtbank genieten de dessins van Vlisco auteursrechtelijke bescherming. Uit de volgende door Vlisco gestelde (combinatie van) kenmerken volgt dat sprake is voortbrengselen met – zoals vereist – een ‘eigen oorspronkelijk karakter’ die de ‘persoonlijke stempel van de maker’ dragen: de gestileerde parasolvormige bloemfiguren met druppelvormige bladeren en een brede korte stengel die aan de boven- en onderkant uitsteekt in contrasterende kleuren en van onderaf bezien; een zelfde herhalend patroon, afwisselend naar links en rechts buigend; een achtergrond van een patroon van grote cirkels met ronde stippen; en weer daarachter een golvend lijnenpatroon. Sonna heeft in dit kader slechts in het algemeen opgemerkt dat de dessins vaak zijn geïnspireerd op eeuwenoude Indonesische prints en gebruik maken van Afrikaanse symbolen. Een meer concrete toelichting, die is gericht op de hier getoonde dessins van Vlisco, ontbreekt echter. Sonna heeft daarom onvoldoende gemotiveerd betwist dat de dessins auteursrechtelijke bescherming genieten. 4.13. Dan is aan de orde de vraag of het auteursrecht op de dessins aan Vlisco toekomt, wat Sonna heeft betwist. Volgens Vlisco komt haar het auteursrecht toe, omdat de dessins zijn gemaakt door ontwerpers in dienst van Vlisco. Vlisco beroept zich op haar werkgeversauteursrecht in de zin van artikel 7 van de Auteurswet (verder: Aw). Daarnaast heeft Vlisco gesteld dat zij de dessins als van haar afkomstig openbaar heeft gemaakt, onder vermelding van haar bedrijfsnaam en van het Vlisco-merk. Dat leidt ertoe dat Vlisco ook op grond van artikel 8 Aw auteursrechthebbende is op de dessins. Ten slotte heeft Vlisco gesteld dat de ontwerper van het dessin alle eventueel resterende (auteurs-)rechten op 13 oktober 2022 aan Vlisco heeft overgedragen. Ter onderbouwing hiervan heeft Vlisco een overdrachtsformulier overgelegd. Sonna heeft daarop verweer gevoerd. Allereerst voert zij aan dat geen waarde kan worden gehecht aan het door Vlisco overgelegde overdrachtsformulier. Sonna stelt namelijk een overdrachtsformulier met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten op het parasolbloemendessin te hebben ontvangen, van haar leverancier. Verder wijst Sonna erop dat een verklaring van de gestelde ontwerper, ontwerptekeningen, collages of andere documenten waaruit blijkt wie het dessin heeft ontworpen, geheel ontbreken. 4.14. De rechtbank oordeelt dat Vlisco als auteursrechthebbende op het parasolbloemendessin moet worden aangemerkt. Daartoe heeft zij voldoende aangevoerd; in feite is daarvoor al voldoende het door haar overgelegde overdrachtsformulier. Het formulier van Vlisco dateert van 13 oktober 2022 en het bevat een afbeelding van het parasolbloemendesign dat in deze zaak is aangevoerd door Vlisco. Het formulier is ondertekend namens Vlisco en door mevrouw [A] , die in het formulier als ontwerper staat genoemd. In het formulier komen die partijen overeen: “ De ontwerper draagt hierbij met terugwerkende kracht per 3-9-2021 alle rechten wereldwijd (waaronder het volledige auteursrecht), voor zover deze rechten niet reeds van rechtswege toekomen aan Vlisco B.V. als openbaarmakende partij, op het dessin: nummer S9881 d.d. 13-10-2022 over aan Vlisco B.V., die als ontwerper daarvan dient te worden beschouwd. ” In beginsel betreft dit naar het oordeel van de rechtbank dan ook een geldige overdracht. Sonna heeft in deze zaak anders bepleit. De rechtbank ziet echter geen grond om aan de juistheid van dit overdrachtsformulier te twijfelen. Sonna heeft met enkel het overleggen van haar overdrachtsformulier onvoldoende gemotiveerd betwist de stelling van Vlisco dat haar overdrachtsformulier origineel is. Sonna heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat haar overdrachtsformulier tot stand is gekomen doordat zij het overdrachtsformulier van Vlisco aan haar leverancier heeft gestuurd, als voorbeeld van wat zij van die leverancier nodig heeft met betrekking tot enige toe te sturen stoffen. Vervolgens heeft die leverancier het overdrachtsformulier ten behoeve van Sonna opgesteld in een vorm die duidelijk is geïnspireerd door het overdrachtsformulier van Vlisco dat Sonna haar als voorbeeld had toegestuurd. De leverancier van Sonna heeft daarbij niet toegelicht hoe de intellectuele eigendomsrechten op de betreffende stof (in tegenstelling tot hetgeen Vlisco daarover heeft aangevoerd) in eerste instantie bij de leverancier is ontstaan of terecht gekomen.
Volledig
Hieraan kan de rechtbank daarom geen rol van betekenis toekennen, zodat de rechtbank ook aan dit verweer van Sonna voorbij gaat. 4.15. De dessins van Sonna maken bovendien inbreuk op de auteursrechten van Vlisco. De tekeningen van de dessins zijn vrijwel identiek. De schaal en de kleurstellingen van de verschillende onderdelen van het dessin van Sonna zijn wel in meer of mindere mate anders dan die van Vlisco, maar die verschillen zijn in het geheel van ondergeschikte aard en niet relevant voor de totaalindruk die de dessins van Vlisco en die van Sonna maken. De totaalindruk van de dessins is overeenstemmend. Ten aanzien van de stoffen met het parasolbloemendessin heeft Sonna dus de vso geschonden. 4.16. Vervolgens stelt Vlisco dat haar auteursrecht op het hierna weergegeven dessin, dat zij aanduidt met 14-2987, is geschonden. De linker afbeeldingen tonen de dessins van Vlisco en de rechter afbeeldingen de dessins op de onderschepte stoffen, die bestemd waren voor Sonna. 4.17. Ook ten aanzien van deze dessins van Vlisco is de rechtbank van oordeel dat ze auteursrechtelijke bescherming genieten. Uit de volgende door Vlisco gestelde (combinatie van) kenmerken volgt ook hier dat sprake is voortbrengselen met een ‘eigen oorspronkelijk karakter’ die de ‘persoonlijke stempel van de maker’ dragen: de identiek vormgegeven grote gestileerde driepuntige (bloem-) bladeren met elegante gebogen en gekrulde stengels; het zichzelf herhalen patroon, afwisselend naar links en rechts buigend; met daartussen een patroon van kleinere driepuntige (bloem-) bladeren, aan elkaar verbonden door dunne stengels; met daar weer achter een asymmetrisch craquelé-patroon in contrasterende kleuren. Sonna heeft dit niet, althans niet gemotiveerd betwist. 4.18. Ten aanzien van het hiervoor als eerste weergegeven dessin (Vlisco (1), met de overwegend oranje kleur), heeft Vlisco niet onderbouwd dat zij daarvan de auteursrechthebbende is. Dat dessin zal de rechtbank daarom niet bij de verdere beoordeling betrekken. Ten aanzien van het hiervoor als tweede weergegeven dessin (Vlisco (2), in overwegend lichtgele achtergrond met het patroon in donkere kleurstelling) heeft Vlisco wel gemotiveerd gesteld dat zij auteursrechthebbende is. Vlisco heeft daartoe een document (“ Tekeningstrook - EXO - Dessins ”; Vlisco prod. 10B-1) overgelegd, dat is gedateerd op 21 augustus 1974 en dat hoort bij het dessin weergegeven als afbeelding Vlisco (2). Aan Sonna kan worden toegegeven dat het document weinig geschreven informatie bevat en niet op zichzelf het dessin aan Vlisco koppelt. Het is geen uitgeschreven akte van overdracht. Tegelijkertijd vermeldt het document wel het dessin, het ontwerpnummer (14-2987) en een ontwerpdatum in 1974. Vlisco heeft hierbij toegelicht dat het document uit een omvangrijke database komt, waarin het al vanaf 1974 is bewaard. Sonna heeft het standpunt van Vlisco onvoldoende gemotiveerd betwist. Zij heeft niet (laat staan gemotiveerd) gesteld dat het betreffende dessin al in de jaren vóór 1974 voorkwam of dat zij zelf zoiets heeft ontworpen. Dat haar eigen leverancier recent een overdrachtsformulier voor een vergelijkbaar ontwerp heeft opgesteld, doet geen afbreuk aan eventuele auteursrechten. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan, dat Vlisco auteursrechthebbende is op het dessin met nummer 14-2987. 4.19. Naar het oordeel van de rechtbank maken allebei de ontwerpen van Sonna (afbeeldingen Sonna (1) en (2)) inbreuk op het dessin van Vlisco (afbeelding Vlisco (2)). Weliswaar gebruikt Sonna andere kleuren, maar de totaalindruk is overeenstemmend. Ook hiermee heeft Sonna dus de afspraken in de vso geschonden. 1e: misleidende aanduidingen: 4.20. Ten aanzien van de stoffen voor Sonna die de Belgische douane heeft tegengehouden, heeft Vlisco ten slotte nog aangevoerd dat op alle 2125 stoffen sprake is van misleidende aanduidingen. Vlisco stelt dat Sonna daarmee, eveneens, heeft gehandeld in strijd met artikel 1.2 van de vso. In dat kader wijst Vlisco erop dat zij haar stoffen vervaardigt in haar Nederlandse fabriek in Helmond door middel van een ingenieus procedé dat “wax-printing” wordt genoemd. Deze arbeidsintensieve methode resulteert volgens Vlisco in duurzame stoffen van hoge kwaliteit, die bovendien uniek zijn; geen enkele yard stof is precies hetzelfde, aldus Vlisco. Deze manier van drukken is bovendien kostbaar, hetgeen reflecteert in de yardprijs van de stoffen van Vlisco. Vlisco vermeldt daarom niet zomaar “GUARANTEED DUTCH WAX”, “VERITABLE WAX HOLLANDAIS” en “GUARANTEED REAL DUTCH WAX BLOCK PRINTS” op de labels en de zelfkant van haar stoffen. De klanten van Vlisco en handelaren herkennen hierin de herkomst- en kwaliteitsgarantie van Vlisco. Op de tegengehouden stoffen van Sonna staan de volgende aanduidingen: “GUARANTEED REAL WAX BLOCK PRINTS”, “GUARANTEED REAL WAX BLOCK PRINTS”, “GUARANTEED WAX PRINTS”, “VERITABLE REAL WAX BLOCK PRINTS”, “VERITABLE HOLLAND”, “VERITABLE WAX PRINTS” en “VERITABLE SUPER WAX”. Deze aanduidingen suggereren volgens Vlisco niet alleen dat het gaat om echte Hollandse waxstoffen, maar ook dat die van Vlisco althans uit Nederland afkomstig zijn. Sonna maakt zich hiermee daarom volgens Vlisco schuldig aan misleidende mededelingen ten aanzien van de aard, eigenschappen en herkomst van de door haar ingevoerde stoffen. 4.21. Sonna verweert zich op dit punt als volgt. Volgens Sonna probeert Vlisco op deze manier een generieke aanduiding te monopoliseren. De aanduidingen “DUTCH”, “HOLLANDAIS” en “WAX” zijn geen aanduidingen voor geografische herkomst of omschrijving van het productieproces, maar een generieke aanduiding voor een bepaald type stof. Het gaat daarbij al lang niet meer om een stof die uitsluitend middels een waxprocedé wordt gemaakt en door Nederlanders vooral in West-Afrika wordt afgezet, maar om een stof met een vrolijke print, die machinaal wordt geproduceerd en wereldwijd wordt verhandeld, aldus Sonna. Uit de vso blijkt bovendien dat Vlisco expliciet géén bezwaar heeft tegen het gebruik door Sonna van de aanduidingen “ Supreme Wax Holland ” en “ Holland Textiles ”. De hiervoor genoemde aanduidingen kunnen om die reden ook geen schending vormen van de afspraken tussen partijen. Ten aanzien van de specifiek in deze zaak aangevoerde schending van de afspraken geldt bovendien dat de tegengehouden stoffen pas door de douane zijn vrijgegeven nadat alle labels waren verwijderd, zodat geen van deze labels enig publiek heeft kunnen misleiden. Daarbij heeft Sonna nog aangevoerd dat ook als de container niet was tegengehouden, Sonna dergelijke labels zelf had verwijderd voordat zij de stoffen op de markt zou brengen. Volgens Sonna heeft Vlisco daarom geheel ten onrechte gesteld dat sprake is van misleiding en schending van artikel 1.2 van de vso. 4.22. De rechtbank volgt Sonna op dit punt en overweegt daarbij als volgt. Vlisco heeft haar vordering op dit punt volledig gebaseerd op schending door Sonna van artikel 1.2 van de vso. Partijen hebben in dat artikel hun afspraak met betrekking tot het gebruik van aanduidingen ingekaderd. Gelet op deze specifieke contractuele invulling van het begrip misleidende aanduidingen, zal de rechtbank dit punt binnen de kaders van de vso beoordelen en niet, opnieuw, zelfstandig beoordelen of sprake is van misleidende aanduidingen binnen de algemene kaders van het intellectuele eigendomsrecht. Volgens artikel 1.2 van de vso moet Sonna zich onthouden van het gebruik van misleidende aanduidingen waardoor ten onrechte de indruk wordt gewekt dat stoffen die zij produceert of verhandelt, waxstoffen betreffen die uit Nederland afkomstig zijn. In het artikel is vervolgens alleen voor wat betreft de aanduidingen “ veritable wax ”, “ veritable royal dutch hollandais ” en “ guaranteed holland textile wax ” uitdrukkelijk bepaald dat Sonna die niet mag gebruiken, omdat partijen kennelijk overeenstemming hebben bereikt dat dit misleidende aanduidingen betreffen. Die aanduidingen zijn in ieder geval niet aangetroffen op de door de douane tegengehouden stoffen.
Volledig
Daarbij is het Sonna contractueel wel (expliciet) toegestaan om de aanduidingen “ Supreme Wax Holland ” en “ Holland Textiles ” te (blijven) gebruiken en ook de aanduiding “ Supreme Wax ” is conform de vso toegestaan voor Sonna. 4.23. Binnen het voornoemde kader dat partijen hebben vastgelegd in de vso is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van het gebruik van misleidende aanduidingen door Sonna. Hoewel artikel 1.2 niet is beperkt tot de daar genoemde drie, concrete aanduidingen, kunnen de op de door Sonna ingevoerde stoffen aangetroffen aanduidingen niet op grond van artikel 1.2 vso en de stellingen van Vlisco als misleidend worden aangemerkt. Vastgesteld moet worden dat de aangetroffen aanduidingen noch expliciet de toegestane, noch expliciet de niet toegestane aanduidingen betreffen. Beoordeling van die aanduidingen in het licht van de afspraken tussen partijen is dan ook aan de orde. De in het artikel verboden aanduidingen zouden kennelijk moeten voorkomen dat de indruk wordt gewekt dat de aangeduide stof uit Nederland komt, maar ook de hiervoor genoemde aanduidingen zijn daarbij (toch) door partijen toegestaan. Bovendien kan de wel toegestane aanduiding “ Supreme Wax ” (ook) aldus worden begrepen, dat de stof waarop deze aanduiding een waxstof betreft die conform het procedé omschreven door Vlisco is geproduceerd. De rechtbank stelt daarmee vast dat de aangetroffen aanduidingen “GUARANTEED REAL WAX BLOCK PRINTS”, “GUARANTEED REAL WAX BLOCK PRINTS”, “GUARANTEED WAX PRINTS”, “VERITABLE REAL WAX BLOCK PRINTS”, “VERITABLE HOLLAND”, “VERITABLE WAX PRINTS” en “VERITABLE SUPER WAX”, moeten worden geacht niet meer of nadrukkelijker te verwijzen naar Nederland of het specifieke procedé van Vlisco dan “ Supreme Wax Holland ”, “ Holland Textiles ” en “ Supreme Wax ”. De rechtbank is daarmee van oordeel dat binnen de bedoeling van partijen deze aanduidingen geen schending van artikel 1.2 van de vso kunnen betreffen. Voor zover niet het voorgaande het belangrijkste bezwaar van Vlisco tegen de gebruikte aanduidingen betreft, maar de stellingen van Vlisco in de kern zo moeten worden begrepen dat ieder gebruik van de woorden ‘veritable’ of ‘guaranteed’ door Sonna een misleidende mededeling inhoudt, gaat dit verder dan de afspraken die tussen partijen zijn gemaakt. Bij de uitleg van de afspraken moet dan worden meegewogen dat dit er binnen het kader van het intellectueel eigendomsrecht op zou neerkomen dat Vlisco deze algemene termen wenst te monopoliseren over de band van de misleidende mededeling. Daarin kan de rechtbank, mede gelet op de afspraken tussen partijen, niet meegaan. Ad 2: de proefaankoop in de winkel van Sonna in Antwerpen op 22 maart 2025: 4.24. Vlisco legt ook aan haar vorderingen ten grondslag dat zij op 22 maart 2025 bij wijze van proefaankoop drie inbreukmakende producten heeft kunnen kopen in een winkel van Sonna in Antwerpen. Deze stoffen waren voorzien van een logo van Vlisco dat praktisch niet te onderscheiden is van een beschermd logo (merk) van Vlisco. Daarnaast maakt Sonna zich schuldig aan een auteursrechtinbreuk, omdat het dessin van de stoffen van Sonna een (zo goed als) één op één kopie is van het beschermde dessin van Vlisco (dit dessin heeft naar stelling van Vlisco de titel “ Kofi Annan’s brains ” gekregen, maar is door partijen in deze procedure ook wel aangeduid als “ gekleurde croissants ”). Op grond van de vso had Sonna deze stoffen binnen 10 dagen na de ondertekening van de vso, dus uiterlijk 15 februari 2025, moeten laten vernietigen. Door dat niet te doen, heeft Sonna in strijd gehandeld met de vso, aldus Vlisco. 4.25. Sonna verweert zich op dit punt als volgt. Zoals overeengekomen in de vso heeft Sonna begin 2024 de stoffen laten vernietigen waarvan werd gesteld dat deze inbreuk zouden maken op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco. Af en toe brengen klanten van Sonna hun aankoop terug. Sonna verzamelt deze en laat ze periodiek vernietigen. De betreffende stoffen lagen steeds in een loods van Sonna, waar op 13 januari 2025 brand is uitgebroken. Sonna heeft slechts enkele dozen met stoffen uit de brand kunnen redden. Later is gebleken dat dit ook dozen met teruggebrachte en afgekeurde producten betrof. De geredde dozen zijn tijdelijk opgeslagen in de opslag bij Sonna’s winkel in Antwerpen. Sonna heeft het winkelpersoneel geïnstrueerd dat de stoffen uit die dozen niet verkocht mochten worden. Toen Vlisco de proefaankoop kwam doen, heeft zij de verkoper van Sonna echter zodanig onder druk gezet, dat de medeweker uiteindelijk stoffen heeft verkocht die niet in de winkel lagen. Deze stoffen kwamen uit een doos die daar stond sinds de brand en die vernietigd had moeten worden. Door de impact van de brand was Sonna daar nog niet aan toegekomen. Er is dus geen sprake van dat Vlisco, zoals Vlisco stelt, inbreukmakende stoffen gewoon heeft kunnen kopen ín de winkel van Sonna. De stoffen waar het hier om gaat, waren niet bedoeld voor de verkoop. Bovendien kan Vlisco zich met betrekking tot het gekleurde croissants-dessin volgens Sonna niet op auteursrechtelijke bescherming beroepen. 4.26. De rechtbank overweegt als volgt. 2a: niet tijdig vernietigen inbreukmakende stoffen: 4.27. Sonna erkent dat de stoffen waar het hier om gaat niet verkocht hadden mogen worden, maar dat ze vernietigd hadden moeten worden. Hiermee erkent Sonna dat de stoffen onder de werking van de vso vallen. Door deze stoffen niet (tijdig) te laten vernietigen, maar te verkopen, heeft Sonna gehandeld in strijd met de afspraken van partijen in artikel 2.1 van de vso. Dat Sonna niet de bedoeling had om de stoffen te verkopen, maakt dat niet anders. Ook in het betoog van Sonna dat haar verkoper door de namens Vlisco optredende koper onder druk is gezet om andere stoffen te verkopen dan in de winkel voorhanden, wat daar gelet op de betwisting door Vlisco ook van zij, ziet de rechtbank geen grond om op dit punt anders te oordelen. Die omstandigheden nemen immers niet weg dat Sonna contractueel was gehouden om de stoffen binnen 10 dagen na het ondertekenen van de vso, althans binnen 10 dagen na ontvangst van de stoffen, te laten vernietigen. Aan deze verplichting heeft Sonna niet voldaan. 2b: inbreuk labelmerk: 4.28. Verder volgt de rechtbank Vlisco in haar standpunt dat Sonna met de verkoop van deze stoffen inbreuk heeft gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco en daarmee op artikel 1.1 van de vso. Ten eerste bevatten de stoffen inbreukmakende labels. Het gaat hierbij om de volgende tekens: links het geregistreerde merk van Vlisco en rechts het label dat op de stoffen van Sonna is aangetroffen. 4.29. Het hier getoonde logo van Vlisco is opgenomen in bijlage 2 van de vso. Sonna heeft niet betwist dat haar logo daarop een inbreuk maakt. Er is sprake van een schending door Sonna van de afspraken die zij met Vlisco in de vso heeft vastgelegd. Ook op het punt van deze merkinbreuk neemt de rechtbank dus een schending van de vso door Sonna aan. 2c: inbreuk auteursrecht: 4.30. Vlisco heeft erop gewezen dat één van de aan haar verkochte stoffen een dessin heeft, dat inbreuk maakt op haar auteursrecht. Het gaat om het volgende dessin, de “ gekleurde croissants ”: 4.31. Sonna heeft niet, althans niet gemotiveerd betwist dat het dessin van Vlisco auteursrechtelijke bescherming geniet. Wel stelt Sonna dat Vlisco niet de auteursrechthebbende is. Daarin kan de rechtbank Sonna echter niet volgen. Vlisco heeft gesteld dat dit dessin, met nummer 14-5124, “ inhouse ” is ontworpen in 1997 en door Vlisco op de markt is gebracht onder haar handelsnaam en merk, dit in verschillende kleurschakeringen. Ter onderbouwing hiervan heeft Vlisco in het geding gebracht (haar prod. 14A) een uitdraai uit haar systeem met daarop een afbeelding van dit dessin en een door [B] als ontwerper op 25 november 1997 ondertekend document, waarin de ontwerper voor zoveel nodig alle rechten (waaronder het volledige auteursrecht) van dessin nummer 14-5124 aan Vlisco overdraagt. Hiermee heeft Vlisco haar beroep op werkgeversauteursrecht (vgl. artikel 7 Aw) voldoende onderbouwd en Sonna heeft daar onvoldoende tegenin gebracht. 4.32.
Volledig
Verder is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een evidente schending van het auteursrecht van Vlisco op dit dessin. De deels afwijkende kleurstelling van het dessin van Sonna is onvoldoende onderscheidend. Met de verkoop van deze stof heeft Sonna dus ook artikel 1.1 van de vso geschonden. Ad 3: de jurk in de etalage: 4.33. Volgens Vlisco heeft Sonna ook de afspraken in de vso geschonden, door in de etalage van haar winkel in Antwerpen een jurk te tonen met een dessin dat inbreuk maakt op een auteursrechtelijk beschermd dessin van Vlisco. Het gaat om de volgende dessins: 4.34. De rechtbank kan op basis van deze foto’s niet vaststellen of de dessins van Vlisco en Sonna zodanig op elkaar lijken, dat sprake is van een auteursrechtinbreuk. Uit de vergelijking van deze afbeeldingen en de toelichting van partijen daarbij, kan maximaal worden afgeleid dat in beide gevallen sprake is van een ontwerp van een stof waarbij de print bestaat uit stoelen. Dat op zichzelf kan niet door Vlisco worden ingeroepen als beschermd intellectueel eigendom. Een duidelijker afbeelding van het dessin van de jurk heeft Vlisco niet in het geding gebracht en een meer specifieke vergelijking met de elementen die de totaalindruk bepalen van het dessin van Vlisco, is niet gegeven. Ten aanzien van de jurk kan de rechtbank alleen al om die reden geen schending van de afspraken van partijen in de vso aannemen. De rechtbank zal daarmee niet ingaan op de discussie tussen partijen of het dessin van Vlisco auteursrechtelijke bescherming geniet en of Vlisco dan de auteursrechthebbende is. Ad 4: de website van Sonna: 4.35. Ten slotte stelt Vlisco dat Sonna ook op haar website inbreukmakende dessins en merken toont, waarmee zij op drie manieren in strijd handelt met de vso. 4a: auteursrechtinbreuk dessins op stoffen: 4.36. Hierbij gaat het volgens Vlisco ten eerste om het openbaar maken van stoffen waarin dessins van Vlisco zijn verwerkt. Dit – zoals de rechtbank prod. 16 van Vlisco begrijpt – over de periode van 8 april 2025 tot en met 9 mei 2025. Meer specifiek gaat het hier om de dessins 14-3541 en 14-1070, die expliciet onderdeel zijn van de vso (ze zijn opgenomen in bijlage 3 bij de vso). Ter onderbouwing hiervan heeft Vlisco een aantal screenprints van de website van Sonna in het geding gebracht. 4.37. Sonna verweert zich op dit punt met de stelling dat zij sinds januari 2025 geen producten meer verkoopt via haar webshop. Als de webshop van Sonna wordt geopend, verschijnt automatisch een pop-up met de mededeling dat de webshop is gesloten. Er kunnen ook geen producten meer in de winkelmand worden gelegd. Screenshots van Vlisco waaruit blijkt dat er nog producten besteld kunnen worden, kunnen nooit recent zijn gemaakt, aldus Sonna. Ook stelt Sonna dat het auteursrecht niet zó ver strekt, dat het enkel afbeelden van een dessin al een inbreuk oplevert. 4.38. De rechtbank overweegt als volgt. Uit bijlage 4 van productie 14A van Vlisco blijkt dat dessins met nummers 14-3541 en 14-1070 op 8 april 2025 zichtbaar waren op de website van Sonna. Sonna heeft dat niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank vastgesteld dat de door Vlisco genoemde dessins op dat moment niet (meer) zichtbaar waren op de website van Sonna. Voor zover juist is dat de betreffende inbreukmakende dessins ook op 8 april 2025 al niet meer in de winkelmand konden worden geplaatst, zoals Sonna stelt, neemt dat niet weg dat ze wel degelijk nog op de website van Sonna werden getoond. Ook dat levert – anders dan Sonna stelt – een openbaarmaking, daarmee een schending van het auteursrecht van Vlisco op en daarmee heeft Sonna gehandeld in strijd met de vso. In artikel 1.3 van de vso is immers uitdrukkelijk bepaald dat Sonna zich moet onthouden van het online openbaar maken van de dessins van Vlisco. 4b: (woord-) merkinbreuk: 4.39. Vlisco stelt dat Sonna in de periodes van 1 februari 2024 tot en met 7 april 2024 en tussen 13 november 2025 en 25 november 2025 inbreuk heeft gemaakt op haar (woord-) merkrecht. Het gaat Vlisco hierbij specifiek om haar EU-woordmerk “SUPER-WAX” (geregistreerd onder nummer 012574612) en het Benelux-woordmerk “Grand Super-Wax” (geregistreerd onder nummer 1396821). Vlisco wijst erop dat Sonna op haar website bij verschillende stoffen en bovenin het scherm in de banner de woorden “SUPER WAX” en/of “SUPERWAX” en/of “Superwax” en/of “Grand Superwax” gebruikt. 4.40. De rechtbank overweegt als volgt. Sonna heeft niet, althans niet gemotiveerd betwist dat zij in de genoemde periodes op haar website de door Vlisco genoemde aanduidingen heeft getoond. Voor zover uit het verweer van Sonna dat er sinds januari 2025 geen producten meer werden verkocht via haar webshop, moet worden begrepen dat zij daarmee betwist dat de aanduidingen op haar website werden gebruikt als merk wanneer er op de website niets (meer) werd verkocht, heeft zij dit onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd om dat verweer te kunnen volgen. De rechtbank verwijst vervolgens ten aanzien van het EU-woordmerk “SUPER-WAX” naar hetgeen zij hiervoor onder 4.5 daarover heeft overwogen en beslist. Het is Sonna niet toegestaan om het merk “SUPER WAX” te gebruiken; ook niet op haar website. In het verlengde daarvan is de rechtbank van oordeel dat het Sonna op grond van de vso ook niet is toegestaan om de woordmerken “SUPERWAX en “Superwax” te gebruiken, omdat ook tussen die aanduidingen en het beschermde woordmerk van Vlisco een verwarringwekkende gelijkenis bestaat. Ten aanzien van het Benelux-woordmerk “Grand Super-Wax” stelt de rechtbank voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de tekens van Vlisco en Sonna worden gebruikt voor gelijke waren en dat er geen discussie is gevoerd in deze zaak over het relevante publiek. Verder is in bijlage 2 bij de vso dit woordmerk uitdrukkelijk vermeld. Sonna heeft dus ook ten aanzien van dat merk de verplichting op zich genomen om geen inbreuk te maken. Sonna schendt deze contractuele afspraak met Vlisco doordat op haar website het teken “Grand Superwax” is vermeld. Er is sprake van een verwarringwekkende overeenstemming tussen het merk en het teken. 4c: auteursrechtinbreuk dessin in banner: 4.41. Ten slotte heeft Vlisco erop gewezen dat Sonna op haar website in de banner een auteursrechtelijk beschermd dessin van Vlisco toont (door Vlisco aangeduid met A0652 en A1606). Ook hierbij stelt Vlisco dat het gaat om de periodes van 1 februari 2024 tot en met 7 april 2024 en tussen 13 november 2025 en 25 november 2025. 4.42. Sonna verweert zich hiertegen door te stellen dat partijen met de vso niet hebben willen bereiken dat ook de banner eronder zou vallen. Die banner stond al lang voordat partijen de vso hebben gesloten op de website van Vlisco. De banner is niet een wezenlijk onderdeel van de website; het is slechts een bijzaak. Het is ook amper zichtbaar. Dan is er van een inbreuk geen sprake. 4.43. De rechtbank kan Sonna niet in haar verweer volgen. De dessins van Vlisco zijn herkenbaar zichtbaar in de banner op de website van Sonna. Daarmee maakt Sonna die dessins, die ook zijn op genomen in bijlage 2 van de vso, openbaar en dat is haar niet toegestaan. Sonna heeft ook hiermee gehandeld in strijd met de vso. De door Sonna verschuldigde contractuele boete: 4.44. Uit het voorgaande volgt dat Sonna op verschillende manieren heeft gehandeld in strijd met de vso. Op grond van artikel 4 van de vso is Sonna daarvoor in beginsel een boete verschuldigd aan Vlisco. Aan de orde is de vraag tot welk concreet bedrag Vlisco aanspraak kan maken op de overeengekomen boete(s). Ad 1: boete in verband met de douane-actie op 30 mei 2024: 4.45. Ten aanzien van de stoffen van Sonna die zijn onderschept bij de douane-akte op 30 mei 2024, maakt Vlisco aanspraak op 2125 betwiste producten maal € 200,00 per betwist product, wat uitkomt op een boetebedrag van in totaal € 425.000,00. De rechtbank overweegt als volgt. 4.46. Hiervoor heeft de rechtbank al overwogen en beslist dat er ten aanzien van de tegengehouden stoffen sprake is van, op meerdere punten, schendingen van de afspraken in de vso.
Volledig
De rechtbank volgt Sonna niet in haar verweer dat zij hiervoor geen boete verschuldigd is, omdat de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend (waarbij zij verwijst naar artikel 6:92 lid 3 BW). Sonna stelt in dit kader dat zij haar leverancier de expliciete instructie heeft gegeven om geen stoffen te leveren die inbreuk zouden maken, maar dat maakt niet dat de overtreding van de vso niet aan Sonna kan worden toegerekend. Het handelen van Sonna’s leverancier ligt in haar invloedsfeer. 4.47. Artikel 4.1 van de vso geeft aan Vlisco de keuze om een boete te vorderen van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt of € 200,00 per “Betwist Product”. In artikel 1.3 van de vso is betwist product gedefinieerd als “ stoffen en dessins die strijdig zijn met ” de bepalingen 1.1 en 1.2 van de vso. De rechtbank begrijpt Sonna aldus, dat zij deze bepaling zo uitlegt, dat er slechts een boete van € 200,00 is verschuldigd per soort stof of per dessin. In dit geval gaat het volgens Sonna om drie stoffen in twee dessins, zodat zij hoogstens € 600,00 dan wel € 400,00 aan boete is verschuldigd. Dit betoog gaat niet op. Als partijen hadden bedoeld dat de een boete verschuldigd is per soort stof of per dessin, is dat een zodanig specifieke afspraak dat moet worden aangenomen dat die afspraak uitdrukkelijk in de vso was opgenomen, zodat een taalkundige uitleg van de overeenkomst tegen de uitleg van Sonna spreekt. De uitleg zoals Sonna die voorstaat ligt ook gelet op de context van de afspraken tussen partijen niet voor de hand. Sonna zou dan binnen de overeenkomst de mogelijkheid hebben om onbeperkte partijen stof te verkopen zolang zij zich beperkt tot één en hetzelfde inbreukmakend dessin, en daarvoor dan slechts een boete van € 200,00 aan Vlisco verschuldigd zijn. Vastgesteld mag worden dat dat, gelet op de met de verkoop van de stoffen gemoeide bedragen voor zover aan de rechtbank voorgehouden, geen prikkel tot nakoming op zou leveren. Het boetebeding is daar juist wel voor bedoeld. De rechtbank zal dan ook een boete van € 200,00 per stuk tot uitgangspunt nemen. Vervolgens dient de vraag zich aan hoe een ‘stuk’ in de markt van partijen eruit ziet. Vlisco heeft in dat kader onbetwist gesteld dat de 2135 lappen stof allemaal afzonderlijk in plastic zijn verpakt en ter zitting getoond dat het niet gaat om een (kleine) proeflap van bijvoorbeeld een aantal decimeter, maar om lappen stof van meters bij meters. Daar heeft Sonna verder niets tegenover gesteld. Op navraag van de rechtbank is vervolgens door beide partijen geantwoord dat de individueel verpakte lappen niet (vervolgens) per veelvoud worden verpakt in een doos of andere verpakking. Daarmee stelt de rechtbank vast dat het ten aanzien van de stoffen in de container gaat om 2135 betwiste producten. Vlisco heeft aangevoerd dat 400 van de 2135 door de douane tegengehouden stoffen zijn voorzien van dessins die inbreuk maken op haar auteursrechten, hiervoor is geoordeeld dat dit een schending van de vso betreft. Verder is hiervoor geoordeeld dat sprake is van verschillende schendingen van de vso vanwege merkrechten van Vlisco. Door Sonna is niet of onvoldoende gemotiveerd betwist dat de aanduidingen en/of beeldmerken die onder de vastgestelde schendingen vallen, alle aangetroffen producten betreffen. Dit betekent dat Sonna in beginsel het door Vlisco hiervoor gevorderde bedrag van € 425.000,00 verschuldigd is. Op het beroep op matiging van de boete gaat de rechtbank hierna, in zijn algemeenheid, in. Ad 2: boete in verband met de testaankoop op 22 maart 2025: 4.48. Vervolgens twisten partijen over de boete in verband met de drie stoffen die Sonna in haar winkel in Antwerpen aan (een medewerker van) Vlisco heeft verkocht. Vlisco stelt dat Sonna daarvoor een boete heeft verbeurd van € 432.000,00. Sonna heeft volgens Vlisco immers gedurende in ieder geval 432 dagen niet voldaan aan haar verplichting om de betreffende stoffen te vernietigen. Dit gaat om de periode van 11 februari 2024 (de dag dat de stoffen volgens de vso vernietigd hadden moeten zijn) tot en met 15 april 2025 (de dag waarop Sonna volgens haar stelling de resterende stoffen heeft vernietigd). Vlisco vordert per dag de boete van € 1.000,00. 4.49. Sonna voert aan dat Vlisco hier ten onrechte een dagboete rekent vanaf de dag dat Sonna de stoffen had moeten vernietigen tot en met de dag van de proefaankoop. Sonna heeft de nog aanwezige betwiste stoffen na het sluiten van de overeenkomst tijdig laten vernietigen. Het gaat hier om later teruggebrachte stoffen, die Sonna had opgeslagen ter vernietiging. Sonna had allereerst deze stoffen niet al per februari 2024 in haar bezit. Bovendien, als de brand er niet was geweest, waren deze stoffen op een veel eerder moment vernietigd. De brand heeft als overmacht te gelden, aldus Sonna. 4.50. De rechtbank stelt voorop dat reeds is geoordeeld dat het hier – anders dan Sonna stelt – gaat om een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de vso. Hoewel geen overmacht is aangenomen en uit de overeenkomst tussen partijen volgt dat Vlisco de keuzevrijheid heeft om een boete per keer of per dag dat een overtreding plaatsvindt op te eisen, moet uit het geheel van de hiervoor genoemde omstandigheden worden geconcludeerd dat de keuze van Vlisco voor een boete per dag vanwege het overtreden van de vernietigingsplicht, in plaats van een overtreding van het verbod tot verkoop per stuk, waarbij voor de duur van die overtreding wordt teruggerekend naar de eerste dag van de vernietigingsverplichting omdat geen van partijen exact meer kan vaststellen wanneer de betreffende stoffen zijn geretourneerd, mede als gevolg van de onfortuinlijke brand bij Sonna, een uitoefening van de keuzebevoegdheid van Vlisco betreft waar zij naar redelijkheid niet toe had kunnen komen. Temeer nu als door Sonna gemotiveerd aangevoerd en door Vlisco niet of onvoldoende weersproken vaststaat dat de stoffen tot het moment van de (test)aankoop namens Vlisco, bij een derde waren aan wie ze reeds waren verkocht voorafgaand aan het sluiten van de vso, waarna ze zijn geretourneerd en vervolgens in een opslag van Sonna hebben gelegen vanaf of ergens na het moment waarop partijen de inbreuk door Sonna vaststelden, tot aan de (test)aankoop namens Vlisco. Er is dus niet doorlopend sprake geweest van een openbaarmaking of een aanbod aan derden waar het deze overtreding betreft. De rechtbank overweegt dat een redelijke uitleg van het boetebeding meebrengt dat Vlisco in dit geval voor de verkoop van drie betwiste producten recht heeft op een boete van € 200,00 per betwist product. Omdat Sonna drie stoffen heeft verkocht, heeft zij een boete verbeurd van in totaal € 600,00. Ad 4: boete in verband met de inhoud van de website van Sonna: 4.51. Vlisco rekent in haar productie 16 in dit kader met de dagboete van € 1.000,00 over de periode van 16 april 2025 tot en met 9 mei 2025 en de periode van 13 tot en met 25 november 2025 ten aanzien van de inbreuk op dessin 14-3541 en 14-1070. Daarnaast rekent Vlisco in productie 16 met de dagboete van € 1.000,00 over de periode van 1 februari 2024 tot en met 7 april 2024 en de periode van 13 tot en met 25 november 2025 ten aanzien van de inbreuk op de woordmerken “SUPER-WAX” en “Grand Super-Wax”. Vlisco heeft in beide gevallen buiten beschouwing gelaten de periode die samenvalt met de periode waarin Sonna volgens Vlisco de vso ook heeft overtreden door betwiste stoffen niet tijdig te vernietigen. Daarvoor heeft Vlisco al de dagboete gevorderd over de periode van 11 februari 2024 tot en met 15 april 2025. 4.52. Ten aanzien van de gestelde inbreuken in de periode 13 tot en met 25 november 2025 overweegt de rechtbank als volgt. Na de vso die is gesloten in 2024 en kennelijke constateringen van overtreding in 2024, heeft Vlisco in april 2025 een sommatie verzonden aan Sonna om ‘inbreuken op haar website’ te staken. De rechtbank begrijpt uit de vervolgens overgelegde print screens dat op 9 mei 2025 opnieuw de website van Sonna is bekeken.
Volledig
Voor zover vervolgens (pas) in november 2025 wederom de website is bekeken ter constatering van eventuele inbreuken, rechtvaardigt hetgeen toen door Vlisco is aangetroffen geen (separate) boete over de genoemde periode. Het had allereerst op de weg van Vlisco gelegen om zo spoedig mogelijk na sommatie te bezien of de inbreuken waren gestaakt. Daarbij komt dat hetgeen Vlisco constateert op de website van Sonna in toenemende mate (mogelijke) inbreuken van zeer ondergeschikt belang betreffen, zoals ook Vlisco zelf ter zitting uiteindelijk heeft aangegeven. Zeker voor zover de stelling van Vlisco is dat iedere nieuwe, niet eerder vermelde inbreuk die in november op de website wordt aangetroffen, geacht moet zijn daar al vanaf februari 2024 aanwezig te zijn geweest, ook al heeft Vlisco die (zelfde) inbreuken in 2024 niet vastgelegd of in ieder geval geen stukken die dat (concreet per inbreuk) onderbouwen, overgelegd, kan zij in die stelling niet worden gevolgd. 4.53. De rechtbank beoordeelt hierna, uitgaand van hetgeen onder 4.52 reeds is geoordeeld, de boete die Vlisco heeft gevorderd voor de auteursrechtinbreuk op de website en voor de merkrechtinbreuk op de website, los van elkaar. Gelet op hetgeen de rechtbank onder 4.50 heeft overwogen, zou ten aanzien van de auteursrechtinbreuk de stelling van Vlisco zo begrepen kunnen worden, dat zij stelt recht te hebben op een dagboete over de periode 1 februari 2024 tot en met 9 mei 2025. Vlisco heeft in het kader van de auteursrechtinbreuk op de website print screens overgelegd bij haar Productie 14A, bijlage 4, gedateerd 8 april 2025, die zien op genoemde dessins 14-3541 en 14-1070. Vlisco heeft in het kader van de auteursrechtinbreuk op de website in haar akte van eisvermeerdering onder randnummer 17 een print screen ingevoegd gedateerd 9 mei 2025. Deze print screen ziet alleen op het dessin met nummer 14-3541. Daarmee kan de rechtbank in ieder geval niet vaststellen dat sprake is van een (auteursrecht)inbreuk wegens openbaarmaking op de website op beide dessins in de periode 8 april 2025 tot en met 9 mei 2025 . Vlisco heeft in het kader van de merkrechtinbreuk gesteld dat sprake is van het gebruik van “SUPERWAX” op de website van Sonna. Zij heeft print screens overgelegd bij Productie 4C gedateerd 7 januari 2024 en 7 april 2024. Zoals reeds overwogen heeft Vlisco op 8 april 2025 Sonna gesommeerd. In die sommatie is de inbreuk op het merkrecht van Vlisco op de website niet vermeld. Overige sommaties zijn niet gesteld of onderbouwd door Vlisco. Bij dit alles ontbreekt het aan specifieke stellingen van de zijde van Vlisco die iedere specifieke inbreuk benoemen, er is in zijn algemeenheid verwezen naar producties waarin veelal print screens zijn verzameld. Het ontbreekt daarnaast aan stellingen die aansluiten op de hiervoor vermelde constateringen ten aanzien van de periodes van inbreuk, ook wanneer de periode die samenvalt met de periode waarin Sonna volgens Vlisco de vso tegelijkertijd heeft overtreden door betwiste stoffen niet tijdig te vernietigen, niet buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. 4.54. Gelet op de voorgaande overwegingen zal de rechtbank voor de (ten minste eenmaal) vastgelegde auteursrechtinbreuk de dagboete van € 1.000,00 toewijzen en voor de vastgelegde merkrechtinbreuk de boete toewijzen tussen 1 februari 2024 en 7 april 2024, dit betekent een bedrag van € 66.000,00, dus een totaal van € 67.000,00. Het beroep van Sonna op matiging: 4.55. Uit het voorgaande volgt dat Sonna in beginsel een totaalbedrag van € 492.600,00 aan boete verschuldigd is aan Vlisco. Onder verwijzing naar artikel 6:94 BW beroept Sonna zich op matiging van de boete. Zij legt daaraan het volgende ten grondslag. De boete is volgens Sonna buitensporig hoog en onredelijk. Daarbij is van belang dat Vlisco in overleg met Sonna goedkeurig heeft verleend voor verwijdering van de inbreukmakende labels, zodat Sonna het overgrote deel van de stoffen uit de door de Belgische douane tegengehouden proeflevering alsnog op de markt kon brengen. De stoffen met inbreukmakende dessins (slechts 400 van de in totaal 2125 tegengehouden stoffen) hebben de markt nooit bereikt, omdat Sonna die heeft laten vernietigen. Hierdoor is de daadwerkelijk door Vlisco geleden schade verwaarloosbaar. Er is dus voldaan aan het doel van de vso, namelijk het voorkomen dat inbreukmakende stoffen op de markt komen en daarmee te voorkomen dat Vlisco schade lijdt. Het is dan onredelijk om een boete van € 200,00 per lap stof te rekenen. De boete staat in geen enkele verhouding tot de daadwerkelijk door Vlisco geleden schade. Tijdens de mondelinge behandeling voegt Sonna hieraan toe, dat Sonna is ingekrompen tot een onderneming van nog maar drie bedrijven met in totaal nog maar 10 personeelsleden (waarvan het grootste deel winkelpersoneel) en dat toewijzing van een hoge boete zonder meer zal leiden tot het faillissement van Sonna, terwijl van enige schade bij Vlisco geen sprake is. 4.56. Vlisco stelt hier tegenover dat de rechter slechts in uitzonderingssituaties bevoegd is om tot matiging van een contractueel bedongen boete over te gaan. Zo’n situatie doet zich hier niet voor. Sonna heeft zich, bijgestaan door een advocaat, contactueel verbonden aan het boetebeding. De vso is bedoeld om verdere schendingen van de intellectuele eigendomsrechten van Vlisco tegen te gaan. Daarvoor moet van de boetes een afschrikwekkende werking uitgaan. Dat heeft Sonna er niet van weerhouden om de vso te overtreden, waarbij het gaat om ernstige en herhaalde overtredingen. Vlisco heeft overigens wel degelijk schade geleden, bestaande uit gederfde winst en afbreuk van exclusiviteit van haar merken en dessins. De schade kan bij gebreke van gedocumenteerde opgave door Sonna niet geheel worden vastgesteld. 4.57. De rechtbank overweegt als volgt. Matiging op grond van artikel 6:94 BW is alleen aan de orde als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dat brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. 4.58. Binnen dit kader ziet de rechtbank onvoldoende gronden om tot matiging van de boete over te gaan. Daarbij acht de rechtbank allereerst van belang dat partijen de vso met als onderdeel het boetebeding eerder bewust als professionele partijen zijn overeengekomen. Beide partijen werden daarbij bijgestaan door een advocaat. Weliswaar heeft (de advocaat van) Vlisco de tekst van de vso (en dus ook van het boetebeding) opgesteld, maar Sonna wist welke verplichting zij op zich nam en welke sanctie (boete) er op een eventuele schending van de gemaakte afspraken zou staan. Er is naar het oordeel van de rechtbank in het boetebeding ook geen sprake van een buitensporig hoge boete per product of per dag. Dat in het onderhavige geval gelet op de geconstateerde schendingen van de overeenkomst door Sonna het totaalbedrag aan boetes oploopt tot een hoog bedrag, leidt op zichzelf niet tot een grond voor matiging. Dit resultaat is ook evengoed afhankelijk van het boetebeding als van de geconstateerde schendingen. Verder heeft de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de boete met betrekking tot de testaankoop in de winkel van Sonna op 22 maart 2025 al in het voordeel van Sonna de redelijkheid toegepast, door uit te gaan van een boete per product en niet – zoals Vlisco wel heeft gevorderd – een boete per dag. Hierin is in de kern al redelijkheid toegepast bij het vaststellen van het boetebedrag. Dat slot is relevant dat Sonna haar stelling dat toewijzing van deze boete tot haar faillissement zal leiden, geheel niet heeft onderbouwd. Zij heeft geen enkel inzicht in haar financiële situatie gegeven, evenmin in de (winst)marges die voor haar gelden of een concrete onderbouwing van het bedrag waartoe de rechtbank zou moeten matigen.