Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2023-09-18
ECLI:NL:RBOBR:2023:4594
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,292 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/1112 T2
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 september 2023 in de zaak tussen
[eiser] uit [vestigingsplaats] (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis),
en
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS)
(gemachtigden: mr. R.E. Gouw en drs. S.M. Koppert).
Procesverloop
1. In de tussenuitspraak van 3 augustus 2023 (hierna: tussenuitspraak) heeft de rechtbank
GS in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
2. Met een brief van 5 september 2023 hebben GS de rechtbank verzocht de in de
tussenuitspraak gestelde termijn met zes weken te verlengen.
3. Eiser heeft op 13 september 2023 per e-mail gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
4. GS hebben hun verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn
gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank in de tussenuitspraak heeft gesteld.
5. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in
de tussenuitspraak gestelde termijn in. Zo’n verzoek om verlenging moet daarom in elk geval zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 en 21 september 2011.
6. De redenen waarom GS de rechtbank verzoeken om verlenging van de termijn zijn:
GS hebben de tussenuitspraak in de vakantieperiode ontvangen;
GS willen de leden van de Deskundigencommissie OP Zuid 2014-2020 (hierna: de commissieleden) betrekken bij het herstel, maar zij zijn pas in de week van 5 september 2023 weer bereikbaar en
de commissieleden werken de komende weken aan de advisering over diverse subsidieregelingen.
7. Eiser verzet zich niet tegen een verlenging van de hersteltermijn, maar wel tegen een
verlenging daarvan met zes weken, zoals GS hebben verzocht. Eiser wijst er in dit verband op dat de procedure al lang loopt door de handelwijze van GS. Hij stemt daarom alleen in met een verlenging van vier weken van de in de tussenuitspraak gestelde termijn van zes weken.
8. De rechtbank vindt dat in dit geval sprake is van een bijzonder geval dat verlenging van
de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank – met name de einduitspraak waarbij GS de opdracht krijgen een nieuw besluit te nemen – naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting zal leiden. De rechtbank ziet in de reactie van eiser geen reden om het verzoek van GS om de oorspronkelijk bepaalde termijn van zes weken met zes weken te verlengen, niet te honoreren. GS heeft namelijk voldoende inzichtelijk gemaakt waarom deze verlenging nodig is.
9. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
stelt GS in de gelegenheid om uiterlijk op 31 oktober 2023 (dat is binnen twaalf weken na verzending op 8 augustus 2023 van de eerste tussenuitspraak) het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, voorzitter, en mr. H.M.H. de Koning en mr. J.J.J. Sillen, leden, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De uitspraak is geschied in het openbaar op 18 september 2023.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
ECLI:NL:RVS:2010:BM4478
ECLI:NL:RVS:2011:BT2162
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/1112 T2
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 september 2023 in de zaak tussen
[eiser] uit [vestigingsplaats] (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis),
en
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS)
(gemachtigden: mr. R.E. Gouw en drs. S.M. Koppert).
Procesverloop
1. In de tussenuitspraak van 3 augustus 2023 (hierna: tussenuitspraak) heeft de rechtbank
GS in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
2. Met een brief van 5 september 2023 hebben GS de rechtbank verzocht de in de
tussenuitspraak gestelde termijn met zes weken te verlengen.
3. Eiser heeft op 13 september 2023 per e-mail gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
4. GS hebben hun verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn
gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank in de tussenuitspraak heeft gesteld.
5. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in
de tussenuitspraak gestelde termijn in. Zo’n verzoek om verlenging moet daarom in elk geval zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 en 21 september 2011.
6. De redenen waarom GS de rechtbank verzoeken om verlenging van de termijn zijn:
GS hebben de tussenuitspraak in de vakantieperiode ontvangen;
GS willen de leden van de Deskundigencommissie OP Zuid 2014-2020 (hierna: de commissieleden) betrekken bij het herstel, maar zij zijn pas in de week van 5 september 2023 weer bereikbaar en
de commissieleden werken de komende weken aan de advisering over diverse subsidieregelingen.
7. Eiser verzet zich niet tegen een verlenging van de hersteltermijn, maar wel tegen een
verlenging daarvan met zes weken, zoals GS hebben verzocht. Eiser wijst er in dit verband op dat de procedure al lang loopt door de handelwijze van GS. Hij stemt daarom alleen in met een verlenging van vier weken van de in de tussenuitspraak gestelde termijn van zes weken.
8. De rechtbank vindt dat in dit geval sprake is van een bijzonder geval dat verlenging van
de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank – met name de einduitspraak waarbij GS de opdracht krijgen een nieuw besluit te nemen – naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting zal leiden. De rechtbank ziet in de reactie van eiser geen reden om het verzoek van GS om de oorspronkelijk bepaalde termijn van zes weken met zes weken te verlengen, niet te honoreren. GS heeft namelijk voldoende inzichtelijk gemaakt waarom deze verlenging nodig is.
9. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
stelt GS in de gelegenheid om uiterlijk op 31 oktober 2023 (dat is binnen twaalf weken na verzending op 8 augustus 2023 van de eerste tussenuitspraak) het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, voorzitter, en mr. H.M.H. de Koning en mr. J.J.J. Sillen, leden, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De uitspraak is geschied in het openbaar op 18 september 2023.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
ECLI:NL:RVS:2010:BM4478
ECLI:NL:RVS:2011:BT2162