Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2021-09-29
ECLI:NL:RBMNE:2021:5403
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,998 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4101
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. W.M. Janse),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigde: J.A. van Kippersluis).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij], te [woonplaats].
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 6 augustus 2021 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij brief van 21 september 2021 heeft verweerder de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.
Overwegingen
Verweerder heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BM4478) en 21 september 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT2162).
De reden waarom verweerder de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat verweerder de aanvraag om een omgevingsvergunning van eiser voor dient te leggen aan de welstandscommissie. De welstandscommissie had, vanwege het zomerreces, geen gelegenheid om de aanvraag van eiser op een eerder moment te bespreken en te beoordelen op een eventuele strijd met de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank vindt dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij verweerder de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen drie weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. T.E.G. van Heukelom, griffier. De beslissing is uitgesproken op 29 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
(de griffier is verhinderd de (De rechter is verhinderd
Uitspraak te ondertekenen) de uitspraak te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4101
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. W.M. Janse),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigde: J.A. van Kippersluis).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij], te [woonplaats].
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 6 augustus 2021 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij brief van 21 september 2021 heeft verweerder de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.
Overwegingen
Verweerder heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BM4478) en 21 september 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT2162).
De reden waarom verweerder de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat verweerder de aanvraag om een omgevingsvergunning van eiser voor dient te leggen aan de welstandscommissie. De welstandscommissie had, vanwege het zomerreces, geen gelegenheid om de aanvraag van eiser op een eerder moment te bespreken en te beoordelen op een eventuele strijd met de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank vindt dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij verweerder de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen drie weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. T.E.G. van Heukelom, griffier. De beslissing is uitgesproken op 29 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
(de griffier is verhinderd de (De rechter is verhinderd
Uitspraak te ondertekenen) de uitspraak te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.