Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-07-21
ECLI:NL:RBNNE:2023:3258
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,592 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/221390 / FA RK 23-1096
beschikking over de wijziging van een geboorteakte van 21 juli 2023
in de zaak van:
[Verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen,
hierna ook te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van 15 maart 2023, door de rechtbank ontvangen op 17 maart 2023;
- het schrijven van de ambtenaar van de burgerlijke stand, door de rechtbank ontvangen op 3 april 2023.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2023. Hierbij is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door diens advocaat en [naam 1] en [naam 2] namens de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.
Als toehoorder was aanwezig, [naam 3] , de partner van [verzoeker] .
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.
Feiten
De rechtbank kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.
Conform de wens van [verzoeker] zal de rechtbank naar [verzoeker] verwijzen met "die" als persoonlijk voornaamwoord, en "diens" gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.
[verzoeker] is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 1994 in [geboorteplaats] . In de geboorteakte van [verzoeker] staat als geslacht "mannelijk" vermeld.
Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen te gelasten om aan de geboorteakte, ingeschreven in het register van de gemeente Groningen van het jaar 1994 (aktenummer: [aktenummer] ), een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn.
[verzoeker] heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd en tijdens de mondelinge behandeling toegelicht, dat die zich sinds jonge leeftijd niet identificeert als man of vrouw, maar zich non-binair voelt. Ook heeft [verzoeker] toegelicht dat het confronterend is om in contact met instanties, die zich baseren op de geslachtsregistratie in de geboorteakte en het paspoort, te worden aangesproken als man. [Verzoeker] vindt het belangrijk dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met diens sociale en dagelijkse werkelijkheid. Dat wordt bereikt door een geslachtsneutrale aanduiding op diens geboorteakte en in diens paspoort.
Het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand
De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft zich in zijn schrijven en tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard een eventuele toewijzende beslissing van de rechtbank, als die uitdrukkelijk vermeldt dat de geboorteakte moet worden gewijzigd (en niet: verbeterd), uit te voeren. De ambtenaar van de burgerlijke stand vindt het verzoek voldoende onderbouwd. Er is sprake van een wijziging en niet van een verbetering van de geboorteakte omdat deze laatste terug werkt tot aan de geboorte.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de geslachtsaanduiding worden gewijzigd indien iemand de overtuiging heeft tot "het andere" geslacht te behoren dan vermeld in de geboorteakte. Deze bepaling biedt geen oplossing voor [verzoeker] , nu die niet de overtuiging heeft tot "het andere" geslacht te behoren.
Er is (nog) geen wettelijke basis voor het vermelden van een geslachtsneutrale aanduiding op de geboorteakte en onduidelijk is wanneer de wet in die zin zal worden gewijzigd. De rechtbank Den Haag heeft in dit kader bij beschikking van 17 december 2021 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad, ECLI:NL:RBDHA:2021:13948. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336, geconcludeerd dat het, totdat er sprake is van wetgeving, aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen.
De rechtbank stelt vast dat er sinds het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2022 nog geen nadere wetgeving in werking is getreden die de registratie van "X" als geslachtsaanduiding mogelijk maakt. De rechtbank is daarom, gelet op de hiervoor aangehaalde jurisprudentie, van oordeel dat het op dit moment aan de rechter is om in de onderhavige concrete zaak te beslissen.
De rechtbank overweegt dat er sprake is van een maatschappelijke erkenning en een trend naar juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit. Er is inmiddels een groot aantal rechterlijke uitspraken waarin het verzoek tot registratie van een "X" als geslachtsaanduiding wordt toegewezen waarbij wordt geoordeeld dat het gebrek aan wettelijke mogelijkheden voor een non-binaire geslachtsaanduiding strijdigheid oplevert met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank sluit zich daarbij aan.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding conform de wijze van artikel 1:28, 1:28a tot en met 1:28c BW kan worden benaderd. Deze artikelen voorzien echter niet in de mogelijkheid van een non-binaire geslachtsaanduiding en daardoor wordt er een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben niet tot het mannelijke en niet tot het vrouwelijke geslacht te behoren maar een non-binaire beleving hebben.
De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande, in combinatie met het individuele belang van verzoeker bij juridische erkenning van diens innerlijke genderbeleving, zwaarder weegt dan het algemene belang bij handhaving van de huidige wettelijke regeling of het afwachten van de ontwikkelingen in die wetgeving. De rechter is daarbij van oordeel dat van verzoeker niet kan worden verwacht dat die wacht op het wetgevingsproces.
De rechtbank heeft op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling kunnen vaststellen dat bij [verzoeker] sprake is van een reeds geruime tijd bestaande en doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke, noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Mitsdien zal de rechtbank het verzoek van [verzoeker] toewijzen en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek toe en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen om aan de geboorteakte van verzoeker, welke akte is ingeschreven in het register van de gemeente Groningen van het jaar 1994 (aktenummer: [aktenummer] ), een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht van verzoeker, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn;
draagt de griffier op om een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen te zenden nadat een periode van drie maanden is verstreken na de dag van de beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden
fn: MGV
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/221390 / FA RK 23-1096
beschikking over de wijziging van een geboorteakte van 21 juli 2023
in de zaak van:
[Verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen,
hierna ook te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van 15 maart 2023, door de rechtbank ontvangen op 17 maart 2023;
- het schrijven van de ambtenaar van de burgerlijke stand, door de rechtbank ontvangen op 3 april 2023.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2023. Hierbij is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door diens advocaat en [naam 1] en [naam 2] namens de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.
Als toehoorder was aanwezig, [naam 3] , de partner van [verzoeker] .
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.
Feiten
De rechtbank kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.
Conform de wens van [verzoeker] zal de rechtbank naar [verzoeker] verwijzen met "die" als persoonlijk voornaamwoord, en "diens" gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.
[verzoeker] is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 1994 in [geboorteplaats] . In de geboorteakte van [verzoeker] staat als geslacht "mannelijk" vermeld.
Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen te gelasten om aan de geboorteakte, ingeschreven in het register van de gemeente Groningen van het jaar 1994 (aktenummer: [aktenummer] ), een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn.
[verzoeker] heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd en tijdens de mondelinge behandeling toegelicht, dat die zich sinds jonge leeftijd niet identificeert als man of vrouw, maar zich non-binair voelt. Ook heeft [verzoeker] toegelicht dat het confronterend is om in contact met instanties, die zich baseren op de geslachtsregistratie in de geboorteakte en het paspoort, te worden aangesproken als man. [Verzoeker] vindt het belangrijk dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met diens sociale en dagelijkse werkelijkheid. Dat wordt bereikt door een geslachtsneutrale aanduiding op diens geboorteakte en in diens paspoort.
Het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand
De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft zich in zijn schrijven en tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard een eventuele toewijzende beslissing van de rechtbank, als die uitdrukkelijk vermeldt dat de geboorteakte moet worden gewijzigd (en niet: verbeterd), uit te voeren. De ambtenaar van de burgerlijke stand vindt het verzoek voldoende onderbouwd. Er is sprake van een wijziging en niet van een verbetering van de geboorteakte omdat deze laatste terug werkt tot aan de geboorte.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de geslachtsaanduiding worden gewijzigd indien iemand de overtuiging heeft tot "het andere" geslacht te behoren dan vermeld in de geboorteakte. Deze bepaling biedt geen oplossing voor [verzoeker] , nu die niet de overtuiging heeft tot "het andere" geslacht te behoren.
Er is (nog) geen wettelijke basis voor het vermelden van een geslachtsneutrale aanduiding op de geboorteakte en onduidelijk is wanneer de wet in die zin zal worden gewijzigd. De rechtbank Den Haag heeft in dit kader bij beschikking van 17 december 2021 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad, ECLI:NL:RBDHA:2021:13948. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336, geconcludeerd dat het, totdat er sprake is van wetgeving, aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen.
De rechtbank stelt vast dat er sinds het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2022 nog geen nadere wetgeving in werking is getreden die de registratie van "X" als geslachtsaanduiding mogelijk maakt. De rechtbank is daarom, gelet op de hiervoor aangehaalde jurisprudentie, van oordeel dat het op dit moment aan de rechter is om in de onderhavige concrete zaak te beslissen.
De rechtbank overweegt dat er sprake is van een maatschappelijke erkenning en een trend naar juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit. Er is inmiddels een groot aantal rechterlijke uitspraken waarin het verzoek tot registratie van een "X" als geslachtsaanduiding wordt toegewezen waarbij wordt geoordeeld dat het gebrek aan wettelijke mogelijkheden voor een non-binaire geslachtsaanduiding strijdigheid oplevert met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank sluit zich daarbij aan.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding conform de wijze van artikel 1:28, 1:28a tot en met 1:28c BW kan worden benaderd. Deze artikelen voorzien echter niet in de mogelijkheid van een non-binaire geslachtsaanduiding en daardoor wordt er een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben niet tot het mannelijke en niet tot het vrouwelijke geslacht te behoren maar een non-binaire beleving hebben.
De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande, in combinatie met het individuele belang van verzoeker bij juridische erkenning van diens innerlijke genderbeleving, zwaarder weegt dan het algemene belang bij handhaving van de huidige wettelijke regeling of het afwachten van de ontwikkelingen in die wetgeving. De rechter is daarbij van oordeel dat van verzoeker niet kan worden verwacht dat die wacht op het wetgevingsproces.
De rechtbank heeft op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling kunnen vaststellen dat bij [verzoeker] sprake is van een reeds geruime tijd bestaande en doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke, noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Mitsdien zal de rechtbank het verzoek van [verzoeker] toewijzen en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek toe en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen om aan de geboorteakte van verzoeker, welke akte is ingeschreven in het register van de gemeente Groningen van het jaar 1994 (aktenummer: [aktenummer] ), een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht van verzoeker, in die zin dat het geslacht "X" zal zijn;
draagt de griffier op om een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen te zenden nadat een periode van drie maanden is verstreken na de dag van de beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden
fn: MGV