Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-05
ECLI:NL:RBMNE:2023:7777
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,116 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/561568 / FO RK 23-1021 (wijziging geslacht naar X)
Beschikking van 5 december 2023
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Deventer ,
hierna te noemen: de ABS.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift met bijlagen van [verzoeker] , binnengekomen op 11 augustus 2023;
het e-mailbericht van de ABS van 5 september 2023.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 7 november 2023. Hierbij waren [verzoeker] en diens advocaat aanwezig. Aan de echtgenote van [verzoeker] , mevrouw [echtgenote] , is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.
1.3.
[verzoeker] heeft op de zitting nog een brief overgelegd en voorgelezen.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
[verzoeker]
is geboren op [geboortedatum] 1957 in [geboorteplaats] .
2.2.
Van de geboorte van [verzoeker] is op 28 juni 1957 een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] . Deze akte is ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente [gemeente] van het jaar 1957.
2.3.
Op de geboorteakte staat vermeld dat [verzoeker] van het mannelijk geslacht is.
2.4.
[verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.5.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank om de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’.
2.6.
De ABS heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
3.1.
Omdat [verzoeker] in [woonplaats] woont is in beginsel de rechtbank Gelderland bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift. [verzoeker] heeft echter schriftelijk verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht en dat die geen verwijzing wenst naar de rechtbank Gelderland. Om die reden is deze rechtbank toch bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen en zal de zaak niet worden verwezen naar de rechtbank Gelderland.
3.2.
Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing omdat [verzoeker] de Nederlandse nationaliteit heeft.
Wijziging geslacht op de geboorteakte
Conclusie
3.3.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] toewijzen en dit hierna toelichten.
Het juridisch kader
3.4.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen en daarbij een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte in de vorm van een ‘X’.
Wel is er een wetsvoorstel aanhangig dat ziet op de wijziging van de vermelding van het vrouwelijke of mannelijke geslacht in de geboorteakte. Hierin wordt onder meer voorgesteld om de voorwaarde van een deskundigenverklaring te laten vervallen.
3.5.
De rechtbank overweegt dat het in beginsel aan de wetgever is om een voorziening te treffen die het mogelijk maakt om een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte. Hoewel er wel initiatief toe is genomen, is er op dit moment nog geen wetgevingsproces in gang gezet. Het is nog onduidelijk op welke termijn de inwerkingtreding van wetgeving ter zake van een neutrale geslachtsregistratie wel kan worden verwacht. De rechtbank overweegt dat zolang er geen wetgeving is, in deze concrete zaak, aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 4 maart 2022.
3.6.
De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een wettelijke regeling om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen naar een non-binaire variant, betekent dat non-binaire personen niet de mogelijkheid hebben om zelf te beschikken over de registratie van hun geslacht. Dit is anders dan personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren. Voor hen geldt namelijk dat er wel een wettelijke regeling bestaat om het geslacht te wijzigen van man naar vrouw, of van vrouw naar man. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een onderscheid op naar geslacht, zoals bedoeld in artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat niet objectief en redelijkerwijs kan worden gerechtvaardigd en om die reden ongeoorloofd is.
Deskundigenverklaring
3.7.
[verzoeker] heeft geen deskundigenverklaring overgelegd, zoals dit in de wet is voorgeschreven voor transgenderpersonen en voor personen waarvan het geslacht niet kan worden vastgesteld. [verzoeker] heeft tijdens de zitting verklaard dat die een non-binaire genderbeleving heeft die alleen door [verzoeker] zelf kan worden vastgesteld waardoor het overleggen van een deskundigenverklaring overbodig is.
3.8.
De rechtbank is van oordeel dat de beleving van het geslacht geen objectief gegeven is dat door een deskundige kan worden vastgesteld. Dit wordt ook erkend in maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder in de rechtspraak en in het hiervoor genoemde wetsvoorstel. In het aanhangige wetsvoorstel wordt immers voorgesteld om de verplichte deskundigenverklaring af te schaffen. Tegelijkertijd wordt nagedacht over een vorm van regulering waarbij wordt gewaakt voor een te lichtzinnig genomen besluit om over te gaan tot een wijziging van registratie van het geslacht. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten en beoordelen of in deze situatie, waarin [verzoeker] geen deskundigenverklaring heeft overgelegd, kan worden vastgesteld dat het besluit duurzaam is en niet lichtzinnig is genomen.
3.9.
Op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van [verzoeker] tijdens de zitting, stelt de rechtbank vast dat bij [verzoeker] sprake is van een doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke, noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [verzoeker] uitgedragen in contacten met derden. Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de impact van het verzoek om een neutrale geslachtsregistratie. De rechtbank vindt het overleggen van een deskundigenverklaring dan ook niet nodig.
De zaak van [verzoeker]
3.10.
De rechtbank vindt dat [verzoeker] voldoende heeft onderbouwd dat de vermelding van het mannelijke geslacht op de geboorteakte van [verzoeker] (en daarmee ook diens paspoort) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [verzoeker] . [verzoeker] heeft verklaard dat die er drie jaar geleden achter is gekomen dat die non-binair is.
Dit heeft [verzoeker] naar de buitenwereld uitgesproken en diens vrouw en (meerderjarige) kinderen reageerden hier gelukkig goed op en steunen [verzoeker] volledig. In Duitsland heeft [verzoeker] een transitietraject doorlopen omdat er in Nederland een lange wachttijd was. Vorig jaar is dit traject afgesloten met een operatie. [verzoeker] voelt zich nu gelukkig en wil een voorbeeld zijn voor andere ouderen met een non-binaire genderidentiteit. Sinds vorig jaar is [verzoeker] organisaties gaan benaderen met de vraag of die genderneutraal aangesproken kan worden. Dit bleek soms lastig te zijn omdat systemen hier niet op zijn ingericht. [verzoeker] hoopt dat dit verzoek hieraan bij zal dragen, doordat er dan een X wordt vermeld bij het geslacht op het paspoort.
3.11.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende gebleken is dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de beslissing om een wijziging te vragen van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte en dat [verzoeker] een duurzame overtuiging heeft over diens genderidentiteit. [verzoeker] identificeert zich niet als man of vrouw en heeft er daarom belang bij dat diens geboorteakte wordt aangepast en daarmee in overeenstemming wordt gebracht. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen en de ABS gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’.
Gevolgen van de wijziging van het geslacht
3.12.
De wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte heeft gevolgen vanaf de dag waarop de ABS een latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegt aan de geboorteakte. De wijziging van de vermelding van het geslacht heeft geen invloed op de bestaande familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.13.
Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 1957 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem -Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Artikel 270 Rv
Wetsvoorstel nummer 35825
Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336
Zoals neergelegd in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW
Gerechtshof Amsterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266
Artikelen 1:28a BW en 1:19d lid 2 BW
Wetsvoorstel nummer 35825
Artikel 1:28c BW