Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-22
ECLI:NL:RBNHO:2025:4691
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
3,040 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/8310
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. F. Acar),
en
de burgemeester van de gemeente Zaanstad
(gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor).
Inleiding
1.1.
Met het bestreden besluit van 26 november 2024 heeft de burgemeester besloten de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (de woning) per 6 december 2024 te sluiten en gesloten te houden voor de duur van drie maanden.
1.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester. Namens de burgemeester was tevens S.H.J. Kuijper aanwezig.
Totstandkoming van het besluit
2. Verzoeker woonde met [naam 1] en zijn meerderjarige zoon, [naam 2] , in de woning.
3. Op 16 juli 2024 heeft een eerste controle op prostitutie op het adres van de woning plaatsgevonden. De conclusie daarvan was dat zeer aannemelijk was dat de woning werd gebruikt voor bedrijfsmatige prostitutie. Naar aanleiding van het voornemen tot het sluiten van de woning heeft verzoeker met [naam 1] een zienswijze ingediend, waarin zij onder meer aangeven dat de seksadvertenties zullen worden verwijderd. Op 24 oktober 2024 heeft een tweede prostitutiecontrole op het adres van de woning plaatsgevonden, waarbij opnieuw is geconstateerd dat [naam 1] haar seksuele diensten aanbood. Op 13 november 2024 heeft de burgemeester nogmaals het voornemen meegedeeld de woning te sluiten. Op 16 november 2024 heeft weer prostitutiecontrole plaatsgevonden en ook daarbij werd geconstateerd dat [naam 1] haar seksuele diensten had aangeboden.
4. Vervolgens heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen.
Beoordeling
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. De voorzieningenrechter ziet in de aard van de zaak en de door verzoeker geschetste (gezondheids)situatie voldoende spoedeisend belang gelegen. De voorzieningenrechter zal de zaak dan ook inhoudelijk behandelen. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker, of de burgemeester gelet op alle feiten en omstandigheden heeft kunnen besluiten de woning voor 3 maanden te sluiten.
7. In het bestreden besluit stelt de burgemeester bevoegd te zijn de woning te sluiten, omdat de illegale prostitutie in de woning heeft gezorgd voor een verstoring van de openbare orde rondom de woning en een negatief effect op het woon- en leefklimaat heeft gehad. Dat blijkt volgens de burgemeester niet alleen uit de verklaringen van omwonenden maar vooral ook uit het gegeven dat de toezichthouders op 24 oktober 2024 en 16 november 2024 geen nieuw buurtonderzoek hebben uitgevoerd vanwege de eerdere reactie van verzoeker richting omwonenden naar aanleiding van het buurtonderzoek dat op 16 juli 2024 is uitgevoerd.
8. Verzoeker voert ter onderbouwing van zijn verzoek om een voorlopige voorziening aan dat hij een alcohol- en drugsverslaving heeft en onder bewind staat. Nu de woning is gesloten zijn verzoeker en zijn zoon op straat komen te leven. Door de uitzichtloze situatie heeft verzoeker een zelfmoordpoging gedaan. Verzoeker doet nu met hulp van zijn zus zijn best om opgenomen te worden in een afkickkliniek. De zoon van verzoeker is gediagnosticeerd met autisme (Asperger) en ADHD. Vanwege zijn autisme is de zoon gebaat bij regelmaat en rust. De zoon had sinds kort zijn leven op de rails, zo heeft hij sinds kort een baan. Nu hij uit huis is, heeft hij geen regelmaat en rust meer. Dat heeft verregaande gevolgen voor zijn gemoedstoestand en gezondheid. Zowel verzoeker als zijn zoon moeten nu door de woningsluiting op verschillende plekken overnachten. De verhuurder is inmiddels op de hoogte gesteld van de sluiting en zal naar verwachting de huur buitengerechtelijk ontbinden. Nu er geen minderjarige kinderen bij betrokken zijn, is de kans aanzienlijk dat de kantonrechter een ontruimingsverbod afwijst. Dat zou betekenen dat verzoeker en zijn zoon permanent op straat komen te leven. De woningsluiting leidt daarom tot een schrijnende situatie. Verzoeker stelt verder dat hij de seksadvertenties had verwijderd, maar dat [naam 1] de advertenties weer online zou hebben gezet. Verzoeker heeft maatregelen getroffen om strafbare feiten in de toekomst te voorkomen. Zo heeft hij het contact met [naam 1] verbroken.
9. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hij bevoegd was om tot sluiting over te gaan en dat de omstandigheden die verzoeker naar voren heeft gebracht geen aanleiding zijn daarvan af te zien. De burgemeester wijst er daarbij op dat sprake is van een onvergund seksbedrijf, wat strijd oplevert met de Algemene plaatselijke verordening. Om die reden bestaat volgens de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning. Een minder ingrijpend dwangmiddel acht de burgemeester niet effectief.
10. Niet in geschil is dat de woning ten tijde van de besluitvorming nog als woning werd gebruikt door verzoeker en zijn zoon en destijds ook nog [naam 1] . In het bestreden besluit stelt de burgemeester dan ook terecht dat sluiting van de woning alleen mogelijk is op grond van artikel 174a van de Gemeentewet.
11. In artikel 174a, eerste lid, aanhef onder a, Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord.
12. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 20 maart 2024 het volgende overwogen met betrekking tot de voorwaarden die gelden voor toepassing van dit artikel: “Artikel 174a van de Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten als zich door gedragingen in de woning ernstige overlast voordoet rond de woning waardoor de openbare orde wordt verstoord. In de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4697, onder 2.4.1 en 2.4.2, heeft de Afdeling uitgelegd wanneer de burgemeester dit artikel kan inzetten. Dat kan als aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens moet worden vastgesteld dat de gedragingen zich in de woning voordoen, er langdurige overlast is die zich met grote regelmaat voordoet en die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Verder vergt verstoring van de openbare orde overlast waardoor de veiligheid en de gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd en geeft de overlast risico's voor de omgeving die te vergelijken zijn met drugsoverlast. Deze uitleg van de Afdeling sluit aan bij wat de wetgever wilde toen artikel 174a in de Gemeentewet is opgenomen (zie Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nrs. 5 en 7).”
13. Aan de bevoegdheid van de burgemeester om op basis van artikel 174a van de Gemeentewet tot woningsluiting over te gaan worden dus hoge eisen gesteld. Dat hangt samen met de omstandigheid dat een woningsluiting een ernstige inbreuk inhoudt op het recht op persoonlijke levenssfeer en het huisrecht.
14. Op zichzelf zou (illegale / onvergunde) prostitutie in een woning op grond van de wetsgeschiedenis een grond kunnen zijn voor woningsluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet – de wetgever heeft dat niet geheel willen uitsluiten – maar ook in dat geval moet in het concrete geval voldaan zijn aan de voorwaarden die aan artikel 174a van de Gemeentewet verbonden zijn. Het enkele feit dat sprake is van een onvergund seksbedrijf betekent dus nog niet dat grond bestaat om op basis van artikel 174a van de Gemeentewet de woning te sluiten.
15. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat er sprake is van overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van de omwonenden in ernstige mate wordt bedreigd. De burgemeester heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de illegale prostitutie ernstige overlast voor de omgeving van de woning heeft veroorzaakt. Daarvoor zijn de in de rapportage van 17 juli 2024 samengevatte verklaringen van omwonenden onvoldoende. Die verklaringen van omwonende(n) houden in dat er geregeld mannen voor korte duur op bezoek gaan op nummer [nummer] dat dit ongeveer 5 keer per week gebeurt, dat niemand het durft te melden uit angst voor verzoeker en dat geluidsoverlast wordt ervaren. Hoewel daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de omwonenden hinder ervaren, kan daaruit zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – niet volgen dat sprake is van een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van die omwonenden. Daar komt bij dat de verklaringen niet verifieerbaar, en onvoldoende concreet zijn. Dat geldt ook voor de opmerking in de rapportage van 24 oktober 2024 dat het eerdere buurtonderzoek tot spanningen in de buurt heeft geleid. Wat er is voorgevallen is niet gerapporteerd. De omstandigheid dat de toezichthouders hebben afgezien van nieuw buurtonderzoek vanwege de reactie van verzoeker op het eerder verrichte buurtonderzoek, die, zoals door de burgemeester is gesteld, door omwonenden als intimiderend is ervaren, is dus ook onvoldoende om aan te nemen dat de veiligheid en gezondheid van omwonenden in ernstige mate wordt bedreigd.
16.
Conclusie
19. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 26 november 2024 met ingang van heden is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
20. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
ECLI:NL:RVS:2024:1142
Kamerstukken I 1996/97 24 699 nr. 103c