Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-05-26
ECLI:NL:RBNHO:2023:8130
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,093 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10379603 \ WM VERZ 23-150
CJIB-nummer : 245978496
Uitspraakdatum : 26 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach).
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 30 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten bebouwde kom (verkeersbord A1).
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene wordt aangevoerd dat niet is gebleken welke tussenafstand er is geweest. Daarnaast ontbreekt in het dossier de kalibratietabel van het dienstvoertuig. Gemachtigde van betrokkene voert tevens aan dat er een matiging moet plaatsvinden van 25 procent omdat er niet fysiek is gehoord, maar slechts telefonisch.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de hoorplicht inderdaad is geschonden. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, maar niet tot matiging van 25 procent, zoals gemachtigde aangeeft. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een uitspraak van de rechtbank Rotterdam overgelegd. Voor het overige heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
De kantonrechter volgt dit verweer niet. In het aanvullend proces-verbaal is vermeld dat de verbalisant een tussenafstand aanhield van 150 meter.
2.5.
Beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat dit verweer ook geen doel treft. In het dossier bevindt zich namelijk een kalibratietabel van het dienstvoertuig met kenteken [ ].
2.6.
Beoordeling
De gemachtigde van betrokkene heeft verder gesteld dat de boete moet worden verlaagd met 25%, omdat betrokkene in het administratief beroep bij de officier van justitie niet is gehoord. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In die uitspraak heeft het hof geoordeeld dat bij betrokkenen die zonder hulp van een (professioneel) gemachtigde in beroep gaan, de officier van justitie structureel het recht schendt om te worden gehoord. Het hof heeft daarom de boete met 25% verlaagd, mede omdat er geen concreet zicht bestaat op een oplossing daarvoor.
De gemachtigde van betrokkene heeft op zichzelf gelijk dat de officier van justitie ook in dit geval de hoorplicht heeft geschonden. De gemachtigde en betrokkene zijn namelijk niet ‘fysiek’ gehoord door de officier van justitie. Er is ook geen toestemming gegeven om daarvan af te zien. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van de officier van justitie zal worden vernietigd wegens een schending van de hoorplicht.
De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om de boete met 25% te verlagen. De schending van de hoorplicht die hier aan de orde is, kan niet gelijk worden gesteld met de schending waarover het hof oordeelde. In dit geval gaat het niet om een betrokkene die zonder professioneel gemachtigde in beroep is gegaan, maar werd betrokkene bijgestaan door een gemachtigde. Bovendien is die gemachtigde door de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om het beroep schriftelijk toe te lichten en is daarvan ook gebruik gemaakt. Er is dus geen sprake van het geheel achterwege laten van iedere vorm van horen van een betrokkene zonder gemachtigde. Overigens is het de kantonrechter ambtshalve bekend dat professioneel gemachtigden maar zeer zelden betrokkenen meenemen naar een (hoor)zitting, zodat de schending van de hoorplicht in dit soort gevallen ook in zoverre een ander karakter en gevolg heeft dan in de uitspraak van het hof.
2.7.
Beoordeling
Naar het oordeel van de kantonrechter is de gedraging op een juiste wijze geconstateerd en vastgesteld. De toegestane snelheid bedraagt 80 kilometer per uur. Betrokkene heeft de maximum toegestane snelheid overschreden met 30 kilometer per uur, zodat terecht een boete is opgelegd. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat hij de betrokkene over een afstand van 500 meter heeft gevolgd en dat hij op enig moment een snelheid van 110 km/h heeft afgelezen op de boordsnelheidsmeter. Weliswaar is sprake geweest van een korte meetafstand, maar de kantonrechter heeft geen reden eraan te twijfelen dat de meting niet betrouwbaar is geweest. Ook wanneer het voertuig slechts kort wordt gevolgd, is een betrouwbare snelheidsmeting mogelijk. De kantonrechter sluit hierbij aan bij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarbij komt dat er geen wettelijke regel is die een minimum meetafstand voorschrijft. Hetgeen namens betrokkene is aangevoerd geeft de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.8.
Proceskosten
De kantonrechter zal het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
Vgl. de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2022 te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9277.
Vgl. uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:3336.