Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-07-12
ECLI:NL:RBNHO:2023:6785
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,208 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/335355 / HA ZA 23-8
Vonnis in incident van 12 juli 2023
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiseres 1],
beiden wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 2],
4. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie in de hoofdzaak,
verweerders in reconventie in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. E.C.W. van der Poel en te Alkmaar,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiser in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J.L. Pit te Wassenaar,
en
[derde belanghebbende]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in het incident,
advocaat mr. D.A. Bates te Alkmaar.
Partijen zullen hierna “ [eisers] ”, “ [gedaagde] ” en “ [derde belanghebbende] ” genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van [eisers] ,
de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie van [gedaagde] ,
de conclusie van antwoord in reconventie van [eisers] ,
de incidentele conclusie tot tussenkomst van [derde belanghebbende] ,
de incidentele conclusie van antwoord van [eisers] ,
de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Feiten
2.1.
[gedaagde] is gedagvaard door [eisers] en de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] . Uit de conclusie van antwoord in reconventie blijkt dat de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] zich hebben onttrokken uit deze procedure.
2.2.
Eiser in incident, [derde belanghebbende] ( [derde belanghebbende] ), is de zoon van de heer [eiser 2] en mevrouw [eiseres 2] , eisers in conventie 3 en 4.
2.3.
[gedaagde] is door een nalatenschap eigenaar geworden van een perceel grond, kadastraal bekend [perceel] (hierna [perceel] ) met locaties [perceelnummers 1] .
2.4.
Bij beschikking van 18 oktober 2022 heeft de kantonrechter in 4.36 (voor zover van belang) overwogen:
“ (…) [gedaagde] heeft [perceel] te koop aangeboden aan de zoon van [derde belanghebbende] (eisers 3 en 4 in de hoofdzaak- toevoeging rechtbank), maar met hem heeft [gedaagde] geen overeenstemming kunnen bereiken. Op de zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij graag duidelijkheid wil over de juridische situatie en de uitspraak in deze zaak af te wachten alvorens te beslissen wat hij met [perceel] gaat doen.”
Beoordeling
3.1.
[derde belanghebbende] vordert dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. [eisers] hebben geen bezwaar tegen de verzochte tussenkomst. Zij refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagde] kan niet instemmen met de incidentele vordering van [derde belanghebbende] en voert verweer.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering van [derde belanghebbende] moet worden toegewezen. Ter motivering van dit oordeel gaat de rechtbank eerst in op wat in de hoofdzaak wordt gevorderd. Vervolgens gaat de rechtbank in op de standpunten van [derde belanghebbende] en [gedaagde] in het incident. Dan gaat de rechtbank in op de (wettelijke) uitgangspunten en hoe die in deze zaak tot het oordeel leiden dat de vordering van [derde belanghebbende] moet worden toegewezen. Tot slot gaat de rechtbank in op de proceskosten van deze procedure.
De hoofdzaak
3.3.
In de hoofdzaak (in conventie en samengevat) gaat het om de vraag of [eisers] een eerste recht tot koop hebben op de grond [perceelnummers 2] (hierna: [perceelnummers 2] ), waarop recreatiewoningen stonden. [eisers] vordert daarnaast dat [gedaagde] wordt verboden [perceelnummers 2] aan een derde te verkopen. [eisers] vordert tot slot primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld mee te werken aan verkoop en levering van [perceelnummers 2] dan wel subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld de onderhandelingen met [eisers] voort te zetten.
3.4.
[gedaagde] betwist dat [eisers] een eerste recht tot koop hebben op [perceelnummers 2] , met uitzondering van het aan eisers 3 en 4 in de hoofdzaak verhuurder perceel ( [perceelnummers 2] ) dat door hem aan [derde belanghebbende] te koop is aangeboden. [derde belanghebbende] heeft dit aanbod niet geaccepteerd maar een onacceptabel tegenvoorstel gedaan waardoor het eerste recht tot koop is uitgewerkt, volgens [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat hij [perceelnummers 2] niet meer wil verkopen.
Standpunten in incident
3.5.
[derde belanghebbende] vordert te bepalen dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen met veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van het incident. In de incidentele conclusie van tussenkomst stelt [derde belanghebbende] dat hij een eerste recht van koop heeft. [derde belanghebbende] is van mening dat er tussen hem en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen dan wel dat [gedaagde] gehouden is verder met hem te onderhandelen. [derde belanghebbende] stelt daardoor belang te hebben om in de hoofdzaak te kunnen tussenkomen. Hij wijst erop dat als hij niet mag tussenkomen en de vordering van [eisers] wordt afgewezen omdat [derde belanghebbende] een recht van eerste koop heeft, zowel [eisers] als [derde belanghebbende] met lege handen staan omdat [derde belanghebbende] dan geen deel van de procedure heeft uitgemaakt. Als de vordering van [eisers] wordt toegewezen, staat [derde belanghebbende] ook met lege handen.
3.6.
[gedaagde] verwijst ter onderbouwing van zijn verweer tegen de door [derde belanghebbende] verzochte tussenkomst naar zijn verweer in de hoofdzaak. Hij betwist dat hij [perceelnummers 2] wenst te verkopen. Hij betwist daarnaast ook dat er nog een recht van eerste koop bestaat en dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Indien de vordering van [derde belanghebbende] wordt toegewezen dan verzoekt [gedaagde] de proceskostenveroordeling af te wijzen. [derde belanghebbende] had direct al als (mede)eisende partij in de hoofdzaak kunnen optreden.
(Wettelijke) Uitgangspunten
3.7.
Zoals [derde belanghebbende] terecht in de incidentele conclusie heeft opgenomen, geldt als uitgangspunt dat iemand tussenkomst in een procedure kan vorderen als hij een eigen vordering wil instellen tegen (één van) de procederende partijen. Daarnaast moet de tussenkomende partij voldoende belang hebben. Dit belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen van de uitspraak in de hoofdzaak, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld.
3.8.
[derde belanghebbende] stelt dat hij een eerste recht van koop heeft van (in ieder geval) perceel [perceelnummers 2] . Uit de stukken blijkt dat dit recht zowel door [eisers] als [gedaagde] wordt erkend. Dit maakt dat [derde belanghebbende] belang heeft bij de uitkomst van de procedure tussen [eisers] en [gedaagde] en daardoor ook voldoende belang heeft om in de hoofdprocedure te kunnen tussenkomen. Toewijzing van de primaire vordering van [eisers] heeft namelijk gevolgen voor het door [derde belanghebbende] gestelde eerste recht van koop. Daar komt bij dat [derde belanghebbende] heeft aangegeven dat hij op grond van het door hem gestelde voorkeursrecht zelf een vordering wil instellen tegen [gedaagde] .
Proceskosten
3.9.
[gedaagde] heeft inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering. Dat verweer is verworpen en [gedaagde] is dus de partij die ongelijk krijgt. [gedaagde] wordt daarom in de proceskosten van [derde belanghebbende] in het incident veroordeeld.
3.10.
[derde belanghebbende] heeft verzocht [gedaagde] ook te veroordelen in de nakosten. Aangezien dit vonnis geen eindvonnis is en geen veroordeling bevat, zodat geen maatregelen en/of overleg nodig zullen zijn met betrekking tot het verkrijgen van voldoening van de veroordeling, zal de vordering tot betaling van nakosten worden afgewezen.
3.11.
De proceskosten van [eisers] worden gecompenseerd aangezien zij zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Dictum
De rechtbank
in het incident
4.1.
staat [derde belanghebbende] toe in de hoofdzaak tussen te komen,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident van [derde belanghebbende] , aan de zijde van [derde belanghebbende] tot op heden begroot op € 598,00,
4.3.
verklaart de proceskostenveroordeling in 4.2. uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
compenseert de kosten van het incident tussen [derde belanghebbende] en [eisers] , in die zin dat [eisers] de eigen kosten draagt,
4.5.
wijst tot zover af hetgeen meer of anders is gevorderd,
in de hoofdzaak
4.6.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door [derde belanghebbende] .
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.
[eisers] heeft in de conclusie van antwoord in reconventie haar vordering verminderd.
ECLI:NL:HR:2014:768.
type: MKG
coll: LS
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/335355 / HA ZA 23-8
Vonnis in incident van 12 juli 2023
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiseres 1],
beiden wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 2],
4. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie in de hoofdzaak,
verweerders in reconventie in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. E.C.W. van der Poel en te Alkmaar,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiser in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J.L. Pit te Wassenaar,
en
[derde belanghebbende]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in het incident,
advocaat mr. D.A. Bates te Alkmaar.
Partijen zullen hierna “ [eisers] ”, “ [gedaagde] ” en “ [derde belanghebbende] ” genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van [eisers] ,
de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie van [gedaagde] ,
de conclusie van antwoord in reconventie van [eisers] ,
de incidentele conclusie tot tussenkomst van [derde belanghebbende] ,
de incidentele conclusie van antwoord van [eisers] ,
de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Feiten
2.1.
[gedaagde] is gedagvaard door [eisers] en de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] . Uit de conclusie van antwoord in reconventie blijkt dat de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] zich hebben onttrokken uit deze procedure.
2.2.
Eiser in incident, [derde belanghebbende] ( [derde belanghebbende] ), is de zoon van de heer [eiser 2] en mevrouw [eiseres 2] , eisers in conventie 3 en 4.
2.3.
[gedaagde] is door een nalatenschap eigenaar geworden van een perceel grond, kadastraal bekend [perceel] (hierna [perceel] ) met locaties [perceelnummers 1] .
2.4.
Bij beschikking van 18 oktober 2022 heeft de kantonrechter in 4.36 (voor zover van belang) overwogen:
“ (…) [gedaagde] heeft [perceel] te koop aangeboden aan de zoon van [derde belanghebbende] (eisers 3 en 4 in de hoofdzaak- toevoeging rechtbank), maar met hem heeft [gedaagde] geen overeenstemming kunnen bereiken. Op de zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij graag duidelijkheid wil over de juridische situatie en de uitspraak in deze zaak af te wachten alvorens te beslissen wat hij met [perceel] gaat doen.”
Beoordeling
3.1.
[derde belanghebbende] vordert dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. [eisers] hebben geen bezwaar tegen de verzochte tussenkomst. Zij refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagde] kan niet instemmen met de incidentele vordering van [derde belanghebbende] en voert verweer.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering van [derde belanghebbende] moet worden toegewezen. Ter motivering van dit oordeel gaat de rechtbank eerst in op wat in de hoofdzaak wordt gevorderd. Vervolgens gaat de rechtbank in op de standpunten van [derde belanghebbende] en [gedaagde] in het incident. Dan gaat de rechtbank in op de (wettelijke) uitgangspunten en hoe die in deze zaak tot het oordeel leiden dat de vordering van [derde belanghebbende] moet worden toegewezen. Tot slot gaat de rechtbank in op de proceskosten van deze procedure.
De hoofdzaak
3.3.
In de hoofdzaak (in conventie en samengevat) gaat het om de vraag of [eisers] een eerste recht tot koop hebben op de grond [perceelnummers 2] (hierna: [perceelnummers 2] ), waarop recreatiewoningen stonden. [eisers] vordert daarnaast dat [gedaagde] wordt verboden [perceelnummers 2] aan een derde te verkopen. [eisers] vordert tot slot primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld mee te werken aan verkoop en levering van [perceelnummers 2] dan wel subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld de onderhandelingen met [eisers] voort te zetten.
3.4.
[gedaagde] betwist dat [eisers] een eerste recht tot koop hebben op [perceelnummers 2] , met uitzondering van het aan eisers 3 en 4 in de hoofdzaak verhuurder perceel ( [perceelnummers 2] ) dat door hem aan [derde belanghebbende] te koop is aangeboden. [derde belanghebbende] heeft dit aanbod niet geaccepteerd maar een onacceptabel tegenvoorstel gedaan waardoor het eerste recht tot koop is uitgewerkt, volgens [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat hij [perceelnummers 2] niet meer wil verkopen.
Standpunten in incident
3.5.
[derde belanghebbende] vordert te bepalen dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen met veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van het incident. In de incidentele conclusie van tussenkomst stelt [derde belanghebbende] dat hij een eerste recht van koop heeft. [derde belanghebbende] is van mening dat er tussen hem en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen dan wel dat [gedaagde] gehouden is verder met hem te onderhandelen. [derde belanghebbende] stelt daardoor belang te hebben om in de hoofdzaak te kunnen tussenkomen. Hij wijst erop dat als hij niet mag tussenkomen en de vordering van [eisers] wordt afgewezen omdat [derde belanghebbende] een recht van eerste koop heeft, zowel [eisers] als [derde belanghebbende] met lege handen staan omdat [derde belanghebbende] dan geen deel van de procedure heeft uitgemaakt. Als de vordering van [eisers] wordt toegewezen, staat [derde belanghebbende] ook met lege handen.
3.6.
[gedaagde] verwijst ter onderbouwing van zijn verweer tegen de door [derde belanghebbende] verzochte tussenkomst naar zijn verweer in de hoofdzaak. Hij betwist dat hij [perceelnummers 2] wenst te verkopen. Hij betwist daarnaast ook dat er nog een recht van eerste koop bestaat en dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Indien de vordering van [derde belanghebbende] wordt toegewezen dan verzoekt [gedaagde] de proceskostenveroordeling af te wijzen. [derde belanghebbende] had direct al als (mede)eisende partij in de hoofdzaak kunnen optreden.
(Wettelijke) Uitgangspunten
3.7.
Zoals [derde belanghebbende] terecht in de incidentele conclusie heeft opgenomen, geldt als uitgangspunt dat iemand tussenkomst in een procedure kan vorderen als hij een eigen vordering wil instellen tegen (één van) de procederende partijen. Daarnaast moet de tussenkomende partij voldoende belang hebben. Dit belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen van de uitspraak in de hoofdzaak, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld.
3.8.
[derde belanghebbende] stelt dat hij een eerste recht van koop heeft van (in ieder geval) perceel [perceelnummers 2] . Uit de stukken blijkt dat dit recht zowel door [eisers] als [gedaagde] wordt erkend. Dit maakt dat [derde belanghebbende] belang heeft bij de uitkomst van de procedure tussen [eisers] en [gedaagde] en daardoor ook voldoende belang heeft om in de hoofdprocedure te kunnen tussenkomen. Toewijzing van de primaire vordering van [eisers] heeft namelijk gevolgen voor het door [derde belanghebbende] gestelde eerste recht van koop. Daar komt bij dat [derde belanghebbende] heeft aangegeven dat hij op grond van het door hem gestelde voorkeursrecht zelf een vordering wil instellen tegen [gedaagde] .
Proceskosten
3.9.
[gedaagde] heeft inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering. Dat verweer is verworpen en [gedaagde] is dus de partij die ongelijk krijgt. [gedaagde] wordt daarom in de proceskosten van [derde belanghebbende] in het incident veroordeeld.
3.10.
[derde belanghebbende] heeft verzocht [gedaagde] ook te veroordelen in de nakosten. Aangezien dit vonnis geen eindvonnis is en geen veroordeling bevat, zodat geen maatregelen en/of overleg nodig zullen zijn met betrekking tot het verkrijgen van voldoening van de veroordeling, zal de vordering tot betaling van nakosten worden afgewezen.
3.11.
De proceskosten van [eisers] worden gecompenseerd aangezien zij zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Dictum
De rechtbank
in het incident
4.1.
staat [derde belanghebbende] toe in de hoofdzaak tussen te komen,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident van [derde belanghebbende] , aan de zijde van [derde belanghebbende] tot op heden begroot op € 598,00,
4.3.
verklaart de proceskostenveroordeling in 4.2. uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
compenseert de kosten van het incident tussen [derde belanghebbende] en [eisers] , in die zin dat [eisers] de eigen kosten draagt,
4.5.
wijst tot zover af hetgeen meer of anders is gevorderd,
in de hoofdzaak
4.6.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door [derde belanghebbende] .
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.
[eisers] heeft in de conclusie van antwoord in reconventie haar vordering verminderd.
ECLI:NL:HR:2014:768.
type: MKG
coll: LS