Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2022-05-01
ECLI:NL:RBNHO:2022:3847
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Bodemzaak
2,143 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/324072 / HA ZA 22-34
Vonnis in incident van 4 mei 2022
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIRCULARITY B.V.,
gevestigd te Heusden,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AAA TEXTILES B.V.,
gevestigd te Heusden,
eiseressen in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat mr. J.W. Weehuizen te 's-Hertogenbosch,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. E. Wilke te Schiedam.
Partijen zullen hierna Circularity c.s. en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding
de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
de incidentele conclusie van antwoord, met producties
de akte uitlaten producties van de zijde van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
[gedaagde] heeft in 2021 in opdracht van Circularity c.s. de transporten vanuit China van machines en vanuit India van kleding naar Rotterdam op zich genomen. In de hoofdzaak stellen Circularity c.s. dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de gesloten overeenkomsten. Circularity c.s. vorderen - samengevat - voor recht te verklaren dat de overeenkomst die gaat over het transport vanuit China is ontbonden, althans die overeenkomst te ontbinden. Daarnaast vorderen Circularity c.s. om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 91.355,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, of te bepalen dat de door Circularity c.s. geleden schade moet worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet. Verder vorderen Circularity c.s. de wettelijke handelsrente over de toegewezen bedragen.
3De vordering in het incident
3.1.
In het incident vordert [gedaagde] dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. [gedaagde] legt hieraan ten grondslag dat op de tussen partijen gesloten overeenkomsten de Nederlandse Expeditievoorwaarden (hierna: de Fenex-voorwaarden) van toepassing zijn. Op grond van artikel 23 van de Fenex-voorwaarden kan een geschil tussen de contractspartijen uitsluitend worden beslist via arbitrage, zodat de rechtbank niet bevoegd is de zaak te beoordelen.
4Het verweer in het incident
4.1.
Circularity c.s. betwisten dat de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn, en stellen dat [gedaagde] misbruik van recht maken door zich voor het eerst in deze procedure op het arbitragebeding te beroepen.
Beoordeling
vooraf kenbaar / ter beschikking gesteld / onduidelijk welk versie?
5.1.
Ingevolge artikel 6:233 lid 2 BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar als de gebruiker van de voorwaarden zijn wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden van de algemene voorwaarden kennis te nemen. In artikel 6:234 lid 1 BW is bepaald dat een redelijke mogelijkheid tot kennisname is geboden als de algemene voorwaarden voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld. Daarnaast is in artikel 6:234 lid 2 BW bepaald dat een gebruiker van algemene voorwaarden zijn wederpartij ook een redelijke mogelijkheid heeft geboden van de voorwaarden kennis te nemen indien hij de voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat de voorwaarden kunnen worden opgeslagen ten behoeve van latere kennisneming.
5.2.
[gedaagde] heeft bij e-mail van 4 februari 2021 een offerte aan Circularity c.s. gestuurd voor het transport vanuit China. Op 6 april 2021 heeft [gedaagde] een offerte aan Circularity c.s. gestuurd voor het transport vanuit India. In beide mails staat dat op alle activiteiten van [gedaagde] de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn, waarbij expliciet is vermeld dat in de Fenex-voorwaarden onder artikel 23 in een arbitragebeding is opgenomen. Onderaan de e-mails staan twee hyperlinks waarmee kan worden doorgeklikt een Engelse en de Nederlandse versie van de Fenex-voorwaarden. Circularity c.s. stellen weliswaar dat de Fenex-voorwaarden niet via de website van [gedaagde] zijn te openen, maar zij hebben niet betwist dat via genoemde hyperlinks de Fenex-voorwaarden geopend kunnen worden en dat de voorwaarden vervolgens kunnen worden gedownload. De verweren dat de Fenex-voorwaarden niet van toepassing zijn omdat [gedaagde] de Fenex-voorwaarden vooraf niet kenbaar heeft gemaakt of ter beschikking heeft gesteld, en dat onduidelijk is op welke versie van de voorwaarden Circularity c.s. zich beroepen, falen daarom. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Fenex-voorwaarden op de overeenkomsten van toepassing zijn.
Behoort het arbitragebeding tot de essentialia van de overeenkomst?
5.3.
Het arbitragebeding raakt niet de kern van de door [gedaagde] te leveren prestatie. Dat is immers het transport van machines en textiel vanuit China en India naar Rotterdam tegen een bepaalde prijs. Artikel 23 van de Fenex-voorwaarden is dan ook geen beding dat de essentialia bevat zonder welke de overeenkomst niet geacht kan worden tot stand te zijn gekomen, omdat die overeenkomst zonder dat beding onvoldoende bepaalbaar zou zijn.
Arbitrage naast hoofdzaak onwenselijk
5.4.
De rechtbank verwerpt eveneens het verweer van Circularity c.s. dat [gedaagde] wat betreft het vervoer vanuit China geen beroep op de Fenex-voorwaarden meer toekomt omdat [gedaagde] het bestaan van de betreffende overeenkomst in de voorafgaande correspondentie heeft betwist. De rechtbank kan niet vooruitlopen op een verweer dat in de hoofdzaak nog niet is gevoerd. In de hoofdzaak stellen Circularity c.s. dat zij met [gedaagde] een overeenkomst van opdracht met betrekking tot containervervoer vanuit China heeft gesloten. Tegenover die stellingen kan [gedaagde] zich wat betreft het transport vanuit China ook beroepen op de Fenex-voorwaarden.
Conclusie
5.5.
Omdat Circularity c.s. het verweer dat hun vordering in de hoofdzaak niet onder de werkingssfeer van de Fenex-voorwaarden vallen niet hebben onderbouwd, is de conclusie dat het beroep van [gedaagde] op het arbitragebeding slaagt. De incidentele vordering zal worden toegewezen.
5.6.
Circularity c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] in het incident worden begroot op € 563,00 voor salaris advocaat.
Proceskosten in de hoofdzaak
5.7.
Circularity c.s. zullen in de proceskosten van de hoofdzaak worden veroordeeld, nu zij nodeloos kosten hebben veroorzaakt door die hoofdzaak bij de verkeerde instantie aanhangig te maken. De kosten aan de zijde van [gedaagde] in de hoofdzaak worden begroot op € 2.837,00 aan griffierecht.
Dictum
De rechtbank
in het incident
6.1.
verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van Circularity c.s. tot op heden begroot op € 563,00,
6.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
6.4.
veroordeelt Circularity c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 2.837,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2022.
ECLI:NL:HR:2003:AF1563
type:
coll: