Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-03
ECLI:NL:RBMNE:2026:783
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,073 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:783 text/xml public 2026-03-23T10:29:16 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-03 UTR 25/5852 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:783 text/html public 2026-03-23T10:28:53 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:783 Rechtbank Midden-Nederland , 03-03-2026 / UTR 25/5852 Overname private schulden. Schulden van eiseres waren niet opeisbaar voor 1 juni 2021. Hardheidsclausule heeft Dienst Toeslagen terecht niet toegepast. De schulden van eiseres geven een onvolledig beeld hoe die ingrijpen op haar structurele financiële situatie. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/5852 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. A. Laghmouchi), en de minister van Financiën, verweerder (gemachtigden: mr. K. Bingöl en mr. N. Tursucu). Waar gaat deze zaak over? In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor de overname van haar schulden. Sociale Banken Nederland (SBN) heeft deze aanvraag met het besluit van 27 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de hardheidsclausule terecht niet heeft toegepast . Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Aanvraag 2. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiervoor heeft zij compensatie gekregen. In dit kader heeft eiseres een schuldenlijst toegezonden aan de Sociale Banken Nederland (SBN) met het verzoek om overname van haar schulden. Bestreden besluitvorming 3. De SBN heeft besloten om de schulden van eiseres niet over te nemen. De schulden zijn ontstaan na 1 juni 2021 waardoor niet wordt voldaan aan artikel 4.1., tweede lid, sub b, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). In het bestreden besluit is de minister bij dit standpunt gebleven. Verder heeft de minister toegelicht dat er geen reden is om de hardheidsclausule toe te passen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiseres nog voldoende middelen heeft om naast de vaste lasten, schulden te kunnen aflossen. Ook is niet gebleken dat eiseres onder psychosociale druk staat. Gronden beroep 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Daarvoor heeft zij aangevoerd dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen en de schuld van in totaal € 86.799,27 over had moeten nemen. Eiseres zit namelijk in een kwetsbare financiële situatie. Een strikte toepassing van het opeisbaarheidsvereiste leidt ertoe dat eiseres met een zeer grote schuldenlast blijft zitten. Eiseres verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 april 2025 waar wel de hardheidsclausule is toegepast. Ter onderbouwing van dit beroep heeft eiseres op 9 januari 2026 aanvullende stukken ingediend. Rechtsvraag 5. De rechtbank stelt vast dat de minister de schulden van eiseres niet heeft overgenomen omdat die schulden niet opeisbaar zijn geworden voor 1 juni 2021. Daarmee voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor overnemen van private schulden zoals opgenomen in artikel 4.1., tweede lid, van de Wht. Dat staat tussen partijen ook niet ter discussie. Ter beoordeling staat of de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen. Oordeel van de rechtbank 6. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast in bijzondere situaties, waarbij toepassing van de bepaling zelf gelet op de ratio ervan onbillijk uitpakt of wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden waardoor toepassing van de wettelijke bepaling achterwege moet blijven. Het gaat niet zozeer om omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode waarin de toeslagaffaire zich voltrok en die vanzelfsprekend in veel gevallen schrijnend zijn geweest en tot schade kunnen leiden en ook vaak hebben geleid en waarvoor de herstelmaatregelen uit de Wht beogen een oplossing te bieden. Het moet gaan om actuele omstandigheden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen of te compenseren. Bij het overnemen van de private schulden is niet van belang of die schulden zijn ontstaan door de toeslagenaffaire. De schuldenaanpak in de Wht is voor gedupeerde ouders gericht op het zo veel mogelijk realiseren van een nieuwe start, niet op het herstellen van het verleden. 7. Uit het dossier volgt dat eiseres schulden heeft en dat zij die situatie al langere tijd als erg belastend ervaart en dat zij er alles aan doet op het hoofd boven water te houden. De rechtbank is niettemin van oordeel dat de minister de hardheidsclausule terecht niet heeft toegepast. Het is op basis van de aangeleverde stukken en de verklaringen op de zitting niet inzichtelijk geworden hoe die schulden ingrijpen in de structurele financiële situatie van eiseres ten tijde van het bestreden besluit. De rechtbank heeft in beroep een gefragmenteerd beeld gekregen van de financiële situatie van eiseres. Op grond daarvan kan de rechtbank niet de conclusie trekken dat ten tijde van het bestreden besluit sprake was van een zodanige serieuze of structurele financiële nood dat de minister niet kon weigeren de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank gaat hierna in op de overgelegde financiële en medische stukken. 8. In beroep heeft eiseres de volgende stukken overgelegd: een aankondiging van een dwangbevel van 6 november 2024 gericht aan de onderneming van eiseres [bedrijf 1] in verband met niet afgedragen pensioenbijdragen aan de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Beroepsvervoer, een medische staat van de huisarts, een afschrift van betaalrekening, een mail van Syncasso, bevestiging van afspraken met een psycholoog. Uit die stukken volgt slechts een beperkt beeld van de financiële situatie van eiseres. Zo blijkt uit het afschrift van een betaalrekening niet alle in- en uitgaven die eiseres heeft. Ook is gebleken dat dit niet enige betaalrekening is die eiseres heeft. Uit dit rekeningafschrift blijkt dat er verschillende overschrijvingen naar [bedrijf 2] zijn gedaan. Op de zitting heeft eiseres daarover uitgelegd dat dit een nieuwe onderneming is die zij wil uitbaten en dat daarvoor investeringen nodig zijn, maar daarover is niet meer inzicht gegeven. Verder blijkt uit dit rekeningafschrift dat eiseres naar Armenië is geweest. Hierover heeft eiseres op de zitting toegelicht dat zij daarheen is geweest voor een medische behandeling omdat die behandeling daar goedkoper is. Hiervan heeft zij alleen geen onderbouwing overgelegd. Naast de rekeningafschriften heeft eiseres stukken overgelegd over de schulden die zij heeft. Deze schulden zien op een schuld die is ontstaan door de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in verband met coronamaatregelen en op een schuld die is ontstaan door onbetaalde pensioenpremies. Het verloop van deze schulden is onduidelijk; eiseres heeft verklaard dat die schulden op dit moment niet worden geïnd én dat die schulden zijn ontstaan in een B.V., waardoor de schulden (wellicht) niet op eiseres worden verhaald. Ook blijkt uit de medische stukken die eiseres heeft overgelegd niet dat er sprake is van ernstige medische omstandigheden. 9. Eiseres beroept zich op de eerdergenoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarin is geoordeeld dat bij de beoordeling van de hardheidsclausule van artikel 9.1, tweede lid, van de Wht, een rol is weggelegd voor het eigen aandeel van de Dienst Toeslagen in de ontstane situatie.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:783 text/xml public 2026-03-23T10:29:16 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-03 UTR 25/5852 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:783 text/html public 2026-03-23T10:28:53 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:783 Rechtbank Midden-Nederland , 03-03-2026 / UTR 25/5852 Overname private schulden. Schulden van eiseres waren niet opeisbaar voor 1 juni 2021. Hardheidsclausule heeft Dienst Toeslagen terecht niet toegepast. De schulden van eiseres geven een onvolledig beeld hoe die ingrijpen op haar structurele financiële situatie. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/5852 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. A. Laghmouchi), en de minister van Financiën, verweerder (gemachtigden: mr. K. Bingöl en mr. N. Tursucu). Waar gaat deze zaak over? In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor de overname van haar schulden. Sociale Banken Nederland (SBN) heeft deze aanvraag met het besluit van 27 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de hardheidsclausule terecht niet heeft toegepast . Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Aanvraag 2. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiervoor heeft zij compensatie gekregen. In dit kader heeft eiseres een schuldenlijst toegezonden aan de Sociale Banken Nederland (SBN) met het verzoek om overname van haar schulden. Bestreden besluitvorming 3. De SBN heeft besloten om de schulden van eiseres niet over te nemen. De schulden zijn ontstaan na 1 juni 2021 waardoor niet wordt voldaan aan artikel 4.1., tweede lid, sub b, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). In het bestreden besluit is de minister bij dit standpunt gebleven. Verder heeft de minister toegelicht dat er geen reden is om de hardheidsclausule toe te passen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiseres nog voldoende middelen heeft om naast de vaste lasten, schulden te kunnen aflossen. Ook is niet gebleken dat eiseres onder psychosociale druk staat. Gronden beroep 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Daarvoor heeft zij aangevoerd dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen en de schuld van in totaal € 86.799,27 over had moeten nemen. Eiseres zit namelijk in een kwetsbare financiële situatie. Een strikte toepassing van het opeisbaarheidsvereiste leidt ertoe dat eiseres met een zeer grote schuldenlast blijft zitten. Eiseres verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 april 2025 waar wel de hardheidsclausule is toegepast. Ter onderbouwing van dit beroep heeft eiseres op 9 januari 2026 aanvullende stukken ingediend. Rechtsvraag 5. De rechtbank stelt vast dat de minister de schulden van eiseres niet heeft overgenomen omdat die schulden niet opeisbaar zijn geworden voor 1 juni 2021. Daarmee voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor overnemen van private schulden zoals opgenomen in artikel 4.1., tweede lid, van de Wht. Dat staat tussen partijen ook niet ter discussie. Ter beoordeling staat of de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen. Oordeel van de rechtbank 6. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast in bijzondere situaties, waarbij toepassing van de bepaling zelf gelet op de ratio ervan onbillijk uitpakt of wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden waardoor toepassing van de wettelijke bepaling achterwege moet blijven. Het gaat niet zozeer om omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode waarin de toeslagaffaire zich voltrok en die vanzelfsprekend in veel gevallen schrijnend zijn geweest en tot schade kunnen leiden en ook vaak hebben geleid en waarvoor de herstelmaatregelen uit de Wht beogen een oplossing te bieden. Het moet gaan om actuele omstandigheden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen of te compenseren. Bij het overnemen van de private schulden is niet van belang of die schulden zijn ontstaan door de toeslagenaffaire. De schuldenaanpak in de Wht is voor gedupeerde ouders gericht op het zo veel mogelijk realiseren van een nieuwe start, niet op het herstellen van het verleden. 7. Uit het dossier volgt dat eiseres schulden heeft en dat zij die situatie al langere tijd als erg belastend ervaart en dat zij er alles aan doet op het hoofd boven water te houden. De rechtbank is niettemin van oordeel dat de minister de hardheidsclausule terecht niet heeft toegepast. Het is op basis van de aangeleverde stukken en de verklaringen op de zitting niet inzichtelijk geworden hoe die schulden ingrijpen in de structurele financiële situatie van eiseres ten tijde van het bestreden besluit. De rechtbank heeft in beroep een gefragmenteerd beeld gekregen van de financiële situatie van eiseres. Op grond daarvan kan de rechtbank niet de conclusie trekken dat ten tijde van het bestreden besluit sprake was van een zodanige serieuze of structurele financiële nood dat de minister niet kon weigeren de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank gaat hierna in op de overgelegde financiële en medische stukken. 8. In beroep heeft eiseres de volgende stukken overgelegd: een aankondiging van een dwangbevel van 6 november 2024 gericht aan de onderneming van eiseres [bedrijf 1] in verband met niet afgedragen pensioenbijdragen aan de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Beroepsvervoer, een medische staat van de huisarts, een afschrift van betaalrekening, een mail van Syncasso, bevestiging van afspraken met een psycholoog. Uit die stukken volgt slechts een beperkt beeld van de financiële situatie van eiseres. Zo blijkt uit het afschrift van een betaalrekening niet alle in- en uitgaven die eiseres heeft. Ook is gebleken dat dit niet enige betaalrekening is die eiseres heeft. Uit dit rekeningafschrift blijkt dat er verschillende overschrijvingen naar [bedrijf 2] zijn gedaan. Op de zitting heeft eiseres daarover uitgelegd dat dit een nieuwe onderneming is die zij wil uitbaten en dat daarvoor investeringen nodig zijn, maar daarover is niet meer inzicht gegeven. Verder blijkt uit dit rekeningafschrift dat eiseres naar Armenië is geweest. Hierover heeft eiseres op de zitting toegelicht dat zij daarheen is geweest voor een medische behandeling omdat die behandeling daar goedkoper is. Hiervan heeft zij alleen geen onderbouwing overgelegd. Naast de rekeningafschriften heeft eiseres stukken overgelegd over de schulden die zij heeft. Deze schulden zien op een schuld die is ontstaan door de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in verband met coronamaatregelen en op een schuld die is ontstaan door onbetaalde pensioenpremies. Het verloop van deze schulden is onduidelijk; eiseres heeft verklaard dat die schulden op dit moment niet worden geïnd én dat die schulden zijn ontstaan in een B.V., waardoor de schulden (wellicht) niet op eiseres worden verhaald. Ook blijkt uit de medische stukken die eiseres heeft overgelegd niet dat er sprake is van ernstige medische omstandigheden. 9. Eiseres beroept zich op de eerdergenoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarin is geoordeeld dat bij de beoordeling van de hardheidsclausule van artikel 9.1, tweede lid, van de Wht, een rol is weggelegd voor het eigen aandeel van de Dienst Toeslagen in de ontstane situatie.