Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-15
ECLI:NL:RBMNE:2026:1605
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,009 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 text/xml public 2026-05-06T10:02:08 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 UTR 25/5558 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 text/html public 2026-05-06T10:01:40 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / UTR 25/5558 Omgevingswet. OPA. Omgevingsvergunning voor het isoleren en verduurzamen van het dak op de woning van vergunninghoudster. Het bouwplan is niet in strijd met het omgevingsplan, er is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Beroep ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/5558 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder (gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] , uit [plaats] (vergunninghoudster). Inleiding 1. Vergunninghoudster wil het dakvlak op haar woning aan de [adres 1] in [plaats] (het perceel) isoleren en verduurzamen (het bouwplan). Hiervoor heeft zij op 14 april 2025 bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor een omgevingsplanactiviteit en een (technische) bouwactiviteit. Met het besluit van 12 mei 2025 (het primaire besluit) heeft het college de omgevingsvergunning verleend. 1.1. Eiser is eigenaar van het aangrenzende perceel aan de [adres 2] in [plaats] , en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zijn dak grenst aan dat van vergunninghoudster. Hij heeft bezwaar gemaakt. 1.2. Met het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten. 1.3. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en vergunninghoudster. Beoordeling door de rechtbank 2. Het beroep is ongegrond . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader 3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het perceel van vergunninghoudster geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Amersfoort’ (Omgevingsplan). Dat Omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel: de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen en de omgevingsplanregels van rechtswege (de bruidsschat). 4. Op het perceel was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Amersfoort-oost’ (het bestemmingsplan) van kracht. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het perceel onder meer de enkelbestemming ‘Wonen-2’ en de bouwaanduiding ‘kap’. Verder kent het perceel een bouwvlak en binnen dat bouwvlak geldt een maximum aantal van twee bouwlagen. 5. Voor het verduurzamen van het dak is op grond van het Omgevingsplan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit ‘bouwen’ vereist. De vergunning mag alleen verleend worden als de bouwactiviteit niet in strijd is met de regels uit het Omgevingsplan en niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De wijk waarin het perceel zich bevindt is in 2012 door de gemeenteraad van het college aangewezen als een welstandsvrij gebied. Dit betekent dat de criteria van de Welstandsnota 2017 Gemeente Amersfoort niet gelden voor het perceel. Berust de omgevingsvergunning op onjuiste informatie? 6. Eiser heeft aangevoerd dat de aanvraag van vergunninghoudster foutieve informatie bevat. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat het met name gaat over de weergave van de dakpannen op de bestaande spouwmuur en de op de bouwtekening weergegeven regenpijp. De dakpannen liggen midden over de erfgrens op de (mandelige) spouwmuur en de regenpijp is ingetekend op de muur van vergunninghoudster, terwijl deze over de muur van eiser loopt. 7. Op grond van vaste rechtspraak is het aan het bevoegde bestuursorgaan om te beoordelen of het over voldoende gegevens en bescheiden beschikt om een besluit op de aanvraag te nemen. Bij een aanvraag moet de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd worden omschreven, ook het adres, de kadastrale aanduiding en een aanduiding van de begrenzing van de locatie moeten zijn opgenomen. 8. Het college heeft in het bestreden besluit uiteengezet dat er voor hem geen onduidelijkheid was over het perceel waar de vergunningaanvraag op ziet. Bij de vergunningaanvraag zijn tekeningen en aanvullende informatie verstrekt. De aard en omvang van de activiteit was daarmee voldoende duidelijk om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen. Ook is het voor de beoordeling van het bouwplan niet doorslaggevend hoe dakpannen voor of na de uitvoering van het bouwplan op het dak liggen. Op de zitting heeft het college nog toegelicht dat het eventuele wijzigen van een regenpijp vergunningsvrij is en dus geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag. Het bouwplan is getoetst aan de regels voor de fysieke leefomgeving. De wijze waarop dakpannen op een mandelige muur worden gelegd, is een privaatrechtelijke kwestie en maakt geen onderdeel uit van de toets van het college. De rechtbank kan dit standpunt volgen. Is sprake van strijd met het bestemmingsplan? 9. Eiser heeft aangevoerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Door het plaatsen van de isolatie aan de buitenzijde van het dak, wordt de nok van het dak verhoogd, hierdoor wordt de maximale bouwhoogte overschreden. Ook valt het dak aan de voorzijde van de gevel buiten het bouwvlak. Beide punten zijn volgens eiser in strijd met de regels van het bestemmingsplan. De nokhoogte Op grond van het bestemmingsplan is binnen het bouwvlak een maximum aantal van twee bouwlagen toegestaan. Een bouwlaag is begrensd op een maximale hoogte van 3,5 meter, de ruimten in de kap zijn hiervan uitgezonderd. Vanwege de bouwaanduiding ‘kap’ mag het gebouw worden afgedekt met een kap. Een kap is een ‘constructie ter afdekking van een gebouw waarop de dakbedekking rust, niet zijnde een muur, met 2 schuine dakvlakken […]’. In het bestemmingsplan zijn geen maten voor een kap opgenomen. Er is ook geen totale maximale bouwhoogte van een pand op het perceel vastgesteld. Op de zitting heeft het college nog toegelicht dat het bij de vaststelling van het bestemmingsplan een bewuste keuze van het college is geweest om geen maximale bouwhoogte op te nemen. Het bouwplan wijzigt de hoogte van de kap, niet één van de twee bouwlagen. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van het overschrijden van een maximale bouwhoogte. Het bouwvlak 10. Op grond van het bestemmingsplan mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Op de zitting heeft het college toegelicht dat het dak inderdaad buiten het bouwvlak valt maar niet in strijd is met het bestemmingsplan. De bouwgrens mag door ondergeschikte bouwdelen worden overschreden, waarbij overstekende daken de bouwgrens met ten hoogste 2 meter mogen overschrijden. Daarvan is hier geen sprake. De rechtbank kan dit standpunt van het college volgen. 11. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het bouwplan voor zowel de nokhoogte als het bouwen buiten het bouwvlak niet in strijd is met de regels van het bestemmingsplan. Is sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering? 12. Eiser heeft aangevoerd dat er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg staat. De vergunning is verleend voor het bouwen op de mandelige muur van eiser. Daarvoor is geen toestemming gegeven. Daardoor is de vergunning niet uitvoerbaar en is sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. 12.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 text/xml public 2026-05-06T10:02:08 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 UTR 25/5558 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 text/html public 2026-05-06T10:01:40 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1605 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / UTR 25/5558 Omgevingswet. OPA. Omgevingsvergunning voor het isoleren en verduurzamen van het dak op de woning van vergunninghoudster. Het bouwplan is niet in strijd met het omgevingsplan, er is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Beroep ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/5558 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder (gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] , uit [plaats] (vergunninghoudster). Inleiding 1. Vergunninghoudster wil het dakvlak op haar woning aan de [adres 1] in [plaats] (het perceel) isoleren en verduurzamen (het bouwplan). Hiervoor heeft zij op 14 april 2025 bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor een omgevingsplanactiviteit en een (technische) bouwactiviteit. Met het besluit van 12 mei 2025 (het primaire besluit) heeft het college de omgevingsvergunning verleend. 1.1. Eiser is eigenaar van het aangrenzende perceel aan de [adres 2] in [plaats] , en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zijn dak grenst aan dat van vergunninghoudster. Hij heeft bezwaar gemaakt. 1.2. Met het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten. 1.3. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en vergunninghoudster. Beoordeling door de rechtbank 2. Het beroep is ongegrond . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader 3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het perceel van vergunninghoudster geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Amersfoort’ (Omgevingsplan). Dat Omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel: de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen en de omgevingsplanregels van rechtswege (de bruidsschat). 4. Op het perceel was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Amersfoort-oost’ (het bestemmingsplan) van kracht. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het perceel onder meer de enkelbestemming ‘Wonen-2’ en de bouwaanduiding ‘kap’. Verder kent het perceel een bouwvlak en binnen dat bouwvlak geldt een maximum aantal van twee bouwlagen. 5. Voor het verduurzamen van het dak is op grond van het Omgevingsplan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit ‘bouwen’ vereist. De vergunning mag alleen verleend worden als de bouwactiviteit niet in strijd is met de regels uit het Omgevingsplan en niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De wijk waarin het perceel zich bevindt is in 2012 door de gemeenteraad van het college aangewezen als een welstandsvrij gebied. Dit betekent dat de criteria van de Welstandsnota 2017 Gemeente Amersfoort niet gelden voor het perceel. Berust de omgevingsvergunning op onjuiste informatie? 6. Eiser heeft aangevoerd dat de aanvraag van vergunninghoudster foutieve informatie bevat. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat het met name gaat over de weergave van de dakpannen op de bestaande spouwmuur en de op de bouwtekening weergegeven regenpijp. De dakpannen liggen midden over de erfgrens op de (mandelige) spouwmuur en de regenpijp is ingetekend op de muur van vergunninghoudster, terwijl deze over de muur van eiser loopt. 7. Op grond van vaste rechtspraak is het aan het bevoegde bestuursorgaan om te beoordelen of het over voldoende gegevens en bescheiden beschikt om een besluit op de aanvraag te nemen. Bij een aanvraag moet de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd worden omschreven, ook het adres, de kadastrale aanduiding en een aanduiding van de begrenzing van de locatie moeten zijn opgenomen. 8. Het college heeft in het bestreden besluit uiteengezet dat er voor hem geen onduidelijkheid was over het perceel waar de vergunningaanvraag op ziet. Bij de vergunningaanvraag zijn tekeningen en aanvullende informatie verstrekt. De aard en omvang van de activiteit was daarmee voldoende duidelijk om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen. Ook is het voor de beoordeling van het bouwplan niet doorslaggevend hoe dakpannen voor of na de uitvoering van het bouwplan op het dak liggen. Op de zitting heeft het college nog toegelicht dat het eventuele wijzigen van een regenpijp vergunningsvrij is en dus geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag. Het bouwplan is getoetst aan de regels voor de fysieke leefomgeving. De wijze waarop dakpannen op een mandelige muur worden gelegd, is een privaatrechtelijke kwestie en maakt geen onderdeel uit van de toets van het college. De rechtbank kan dit standpunt volgen. Is sprake van strijd met het bestemmingsplan? 9. Eiser heeft aangevoerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Door het plaatsen van de isolatie aan de buitenzijde van het dak, wordt de nok van het dak verhoogd, hierdoor wordt de maximale bouwhoogte overschreden. Ook valt het dak aan de voorzijde van de gevel buiten het bouwvlak. Beide punten zijn volgens eiser in strijd met de regels van het bestemmingsplan. De nokhoogte Op grond van het bestemmingsplan is binnen het bouwvlak een maximum aantal van twee bouwlagen toegestaan. Een bouwlaag is begrensd op een maximale hoogte van 3,5 meter, de ruimten in de kap zijn hiervan uitgezonderd. Vanwege de bouwaanduiding ‘kap’ mag het gebouw worden afgedekt met een kap. Een kap is een ‘constructie ter afdekking van een gebouw waarop de dakbedekking rust, niet zijnde een muur, met 2 schuine dakvlakken […]’. In het bestemmingsplan zijn geen maten voor een kap opgenomen. Er is ook geen totale maximale bouwhoogte van een pand op het perceel vastgesteld. Op de zitting heeft het college nog toegelicht dat het bij de vaststelling van het bestemmingsplan een bewuste keuze van het college is geweest om geen maximale bouwhoogte op te nemen. Het bouwplan wijzigt de hoogte van de kap, niet één van de twee bouwlagen. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van het overschrijden van een maximale bouwhoogte. Het bouwvlak 10. Op grond van het bestemmingsplan mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Op de zitting heeft het college toegelicht dat het dak inderdaad buiten het bouwvlak valt maar niet in strijd is met het bestemmingsplan. De bouwgrens mag door ondergeschikte bouwdelen worden overschreden, waarbij overstekende daken de bouwgrens met ten hoogste 2 meter mogen overschrijden. Daarvan is hier geen sprake. De rechtbank kan dit standpunt van het college volgen. 11. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het bouwplan voor zowel de nokhoogte als het bouwen buiten het bouwvlak niet in strijd is met de regels van het bestemmingsplan. Is sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering? 12. Eiser heeft aangevoerd dat er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg staat. De vergunning is verleend voor het bouwen op de mandelige muur van eiser. Daarvoor is geen toestemming gegeven. Daardoor is de vergunning niet uitvoerbaar en is sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. 12.
Volledig
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestaat voor het oordeel dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. Een privaatrechtelijke belemmering is pas evident als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor de realisering van een bouwwerk de toestemming van een ander is vereist en die ander die toestemming niet geeft en niet hoeft te geven. 14. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Vergunninghoudster kan immers vervangende toestemming vragen aan de civiele rechter als eiser niet wil instemmen met het bouwen op de muur tussen [adres 1] en [adres 2] (de muur waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft). Is sprake van strijd met de Leidraad Verduurzamen bestaande bouw (de leidraad)? 15. Eiser heeft aangevoerd dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met de leidraad. Uit de leidraad volgt dat dakranden, boeidelen en nokpannen moeten doorlopen met de andere woningen in de rij. Verandering van het dakritme is alleen toegestaan als alle woningen meedoen. Het belang van het behoud van het esthetisch geheel wordt hierdoor erkend. Asymmetrie bij een twee-onder-een-kap woning is ongewenst. Omdat eiser zijn dak niet aan de buitenzijde isoleert is volgens hem sprake van strijd met de leidraad. 15. Het college heeft aangegeven dat de leidraad een informatiefolder is, bedoeld om inwoners van Amersfoort op weg te helpen als ze plannen hebben om hun woning te verduurzamen. In de leidraad is aangegeven, dat aan de informatie uit de leidraad geen rechten kunnen worden ontleend. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de leidraad informatief is en geen beleid waaraan moet worden getoetst, daar zijn andere instrumenten voor, zoals het Omgevingsplan, het bestemmingsplan en de eisen van welstand. De rechtbank ziet niet op grond waarvan het college verplicht is om vergunningaanvragen aan de leidraad te toetsen. Eiser heeft op de zitting ook niet aan kunnen geven op grond waarvan de leidraad voor het college verplichtingen schept. Omdat het college naar het oordeel van de rechtbank de vergunningaanvraag niet hoeft te toetsen aan de leidraad wordt aan de inhoudelijke behandeling van de leidraad niet toegekomen. Is sprake van schending van auteursrechten? 17. Eiser heeft aangevoerd aan dat de woningen van hem en vergunninghoudster onder architectuur zijn gebouwd. Op het ontwerp van de twee-onder-een-kapwoning rust auteursrecht. Uit de brief van de architect van 10 oktober 2024 volgt dat de architect geen toestemming heeft verleend of wil verlenen voor het wijzigen van de dakconstructie en dakvlakken. 17. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet mag vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Er moet dus een verband bestaan tussen de door eiser ingeroepen norm en het belang waarin eiser door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. Dit wordt het relativiteitsvereiste genoemd. 17. Het auteursrecht ligt bij de architect. Het auteursrecht van de architect strekt echter niet tot bescherming van de belangen waarvoor eiser in deze procedure bescherming zoekt. Omdat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan een vernietiging van de omgevingsvergunning op basis van deze beroepsgrond, zal de rechtbank deze niet inhoudelijk bespreken. Conclusie en gevolgen 20. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 22.1 en 22.2 van de Ow. Artikel 5.1, eerste lid, sub a, van de Ow in samenhang met artikel 22.26 van het Omgevingsplan. Artikel 22.26 luidt: Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te laten en te gebruiken. Artikel 22.29, eerste lid aanhef en onder b van het Omgevingsplan. In dit artikel wordt verwezen naar de Welstandsnota 2017 Gemeente Amersfoort. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 juni 2023, RVS:2023:2331, r.o. 7.1 Artikel 16.55, eerste en tweede lid Ow in samenhang met artikel 7.3, aanhef en onder a, c en d van de Omgevingsregeling. Artikel 12.2.1, aanhef en onder o in samenhang met artikel 1.29 van de planregels van het bestemmingsplan. Artikel 22.2.1, aanhef en onder d in samenhang met artikel 1.27 van de planregels van het bestemmingsplan. Artikel 37.1, aanhef en onder b, van de planregels van het bestemmingsplan. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4255.
Volledig
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestaat voor het oordeel dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. Een privaatrechtelijke belemmering is pas evident als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor de realisering van een bouwwerk de toestemming van een ander is vereist en die ander die toestemming niet geeft en niet hoeft te geven. 14. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Vergunninghoudster kan immers vervangende toestemming vragen aan de civiele rechter als eiser niet wil instemmen met het bouwen op de muur tussen [adres 1] en [adres 2] (de muur waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft). Is sprake van strijd met de Leidraad Verduurzamen bestaande bouw (de leidraad)? 15. Eiser heeft aangevoerd dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met de leidraad. Uit de leidraad volgt dat dakranden, boeidelen en nokpannen moeten doorlopen met de andere woningen in de rij. Verandering van het dakritme is alleen toegestaan als alle woningen meedoen. Het belang van het behoud van het esthetisch geheel wordt hierdoor erkend. Asymmetrie bij een twee-onder-een-kap woning is ongewenst. Omdat eiser zijn dak niet aan de buitenzijde isoleert is volgens hem sprake van strijd met de leidraad. 15. Het college heeft aangegeven dat de leidraad een informatiefolder is, bedoeld om inwoners van Amersfoort op weg te helpen als ze plannen hebben om hun woning te verduurzamen. In de leidraad is aangegeven, dat aan de informatie uit de leidraad geen rechten kunnen worden ontleend. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de leidraad informatief is en geen beleid waaraan moet worden getoetst, daar zijn andere instrumenten voor, zoals het Omgevingsplan, het bestemmingsplan en de eisen van welstand. De rechtbank ziet niet op grond waarvan het college verplicht is om vergunningaanvragen aan de leidraad te toetsen. Eiser heeft op de zitting ook niet aan kunnen geven op grond waarvan de leidraad voor het college verplichtingen schept. Omdat het college naar het oordeel van de rechtbank de vergunningaanvraag niet hoeft te toetsen aan de leidraad wordt aan de inhoudelijke behandeling van de leidraad niet toegekomen. Is sprake van schending van auteursrechten? 17. Eiser heeft aangevoerd aan dat de woningen van hem en vergunninghoudster onder architectuur zijn gebouwd. Op het ontwerp van de twee-onder-een-kapwoning rust auteursrecht. Uit de brief van de architect van 10 oktober 2024 volgt dat de architect geen toestemming heeft verleend of wil verlenen voor het wijzigen van de dakconstructie en dakvlakken. 17. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet mag vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Er moet dus een verband bestaan tussen de door eiser ingeroepen norm en het belang waarin eiser door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. Dit wordt het relativiteitsvereiste genoemd. 17. Het auteursrecht ligt bij de architect. Het auteursrecht van de architect strekt echter niet tot bescherming van de belangen waarvoor eiser in deze procedure bescherming zoekt. Omdat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan een vernietiging van de omgevingsvergunning op basis van deze beroepsgrond, zal de rechtbank deze niet inhoudelijk bespreken. Conclusie en gevolgen 20. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 22.1 en 22.2 van de Ow. Artikel 5.1, eerste lid, sub a, van de Ow in samenhang met artikel 22.26 van het Omgevingsplan. Artikel 22.26 luidt: Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te laten en te gebruiken. Artikel 22.29, eerste lid aanhef en onder b van het Omgevingsplan. In dit artikel wordt verwezen naar de Welstandsnota 2017 Gemeente Amersfoort. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 juni 2023, RVS:2023:2331, r.o. 7.1 Artikel 16.55, eerste en tweede lid Ow in samenhang met artikel 7.3, aanhef en onder a, c en d van de Omgevingsregeling. Artikel 12.2.1, aanhef en onder o in samenhang met artikel 1.29 van de planregels van het bestemmingsplan. Artikel 22.2.1, aanhef en onder d in samenhang met artikel 1.27 van de planregels van het bestemmingsplan. Artikel 37.1, aanhef en onder b, van de planregels van het bestemmingsplan. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4255.