Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-12
ECLI:NL:RBAMS:2024:5710
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,145 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 24/3889 en 24/3637
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 september 2024 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
de Vereniging van Eigenaars [adres 2] [huisnummer 2] ,
[eiser 3] ,
[eiser 2] ,
uit Amsterdam, eisers
(gemachtigde: mr. O.V. Wilkens),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: [gemachtigde van verweerder] ).
Als derde-partij neemt aan de zaken deel:
[naam 1]
uit Eemnes (vergunninghouder)
(gemachtigde: mr. G.J. Scholten).
Inleiding
Vergunninghouder is eigenaar van het pand [adres 2] [huisnummer 1] in Amsterdam. Eisers zijn eigenaar en bewoners van het aangrenzende pand [adres 2] [huisnummer 2] in Amsterdam.
Op 5 december 2023 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van funderingsherstel en het realiseren van een kelder. Eisers hebben tegen het verlenen van de omgevingsvergunning bezwaar gemaakt.
Met het bestreden besluit van 17 mei 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij dit besluit gebleven. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld en verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2024 op zitting behandeld. [eiser 2] en [eiser 3] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde, ir. R. Smit en [persoon 2] , deskundige van [firma 1] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [persoon 3] , senior bouwinspecteur. Vergunninghouder is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, [persoon 4] , architect, en [persoon 5] , werkzaam bij [firma 2] .
Beoordeling
5. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, beslist hij ook op het beroep van eisers. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter heeft deze mogelijkheid tijdens de zitting aan partijen voorgehouden. Partijen hebben zich hiertegen niet verzet. Verder heeft de gemachtigde van eisers op de zitting desgevraagd bevestigd dat hij niet voornemens is nadere gronden in te dienen.
6. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt.
7. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 augustus 2023. Dit betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’, ‘gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een planologische regeling’, en ‘slopen, verstoren, verplaatsen of hoe dan ook wijzigen van een gemeentelijk monument’.
8. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het aan de aanvrager van een omgevingsvergunning is om de aanvraag vorm te geven. Het college hoeft in principe niet te beoordelen of de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd noodzakelijk is. Het college dient slechts te beoordelen of het gewenste bouwplan kan of moet worden vergund.
9. In dit geval is overigens niet in geschil dat funderingsherstel aan het pand [adres 2] [huisnummer 1] nodig is, vanwege de staat van de fundering van de muur tussen [adres 2] [huisnummer 1] en [huisnummer 3] . Het geschil spitst zich toe op de herfundering van de muur tussen [adres 2] [huisnummer 2] en [huisnummer 1] . De voorzieningenrechter kan en zal bij zijn beoordeling in het midden laten of sprake is van een of meer bouweenheden, aangezien de fundering van het pand [adres 2] [huisnummer 1] specifiek is onderzocht middels het graven van een tweede inspectieput vanuit [adres 2] [huisnummer 3] . De inspectie voldoet daarmee ook aan het minimale vereiste van één inspectie per bouweenheid als het perceel [adres 2] [huisnummer 1] als afzonderlijke bouweenheid zou moeten worden aangemerkt.
10. Op de zitting hebben partijen toegelicht ervan uit te gaan dat de muur tussen [adres 2] [huisnummer 2] en [huisnummer 1] mandelig is. De voorzieningenrechter zal partijen hierin volgen.Evidente privaatrechtelijke belemmering
11. Eisers voeren aan dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering, omdat de muur mandelig is. Als vergunninghouder herstel pleegt aan de fundering van de mandelige muur, moeten eisers ook funderingsonderhoud plegen aan de muur tussen [adres 2] [huisnummer 4] en [huisnummer 2] . Hun buren hebben echter al aangegeven dat zij hiervoor geen toestemming geven. De verwijzing van het college naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 29 maart 2023 gaat niet op, aangezien vergunninghouder niet heeft aangetoond dat het funderingsherstel op eigen terrein kan worden uitgevoerd.
12. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestaat voor het oordeel dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. Een privaatrechtelijke belemmering is pas evident als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor de realisering van een bouwwerk de toestemming van een ander is vereist en die ander die toestemming niet geeft en niet hoeft te geven.
13. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Eisers kunnen immers vervangende toestemming vragen aan de civiele rechter als zij herstel willen plegen aan de fundering van de muur tussen [adres 2] [huisnummer 4] en [huisnummer 2] . Ook vergunninghouder kan vervangende toestemming vragen als eisers niet willen instemmen met herfundering van de muur tussen [adres 2] [huisnummer 2] en [huisnummer 1] (de muur waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft). De grond slaagt niet.Bouwbesluit 2012
14. Eisers betogen dat niet aannemelijk is dat het bouwplan aan het Bouwbesluit 2012 (hierna: het Bouwbesluit) voldoet. Zij vrezen dat hun pand een zogenoemd scharnierpand wordt. Uit het rapport van [naam 1] van 21 juni 2024 volgt dat het college is voorbijgegaan aan de adviezen van externe deskundigen waaruit blijkt dat aannemelijk is dat schade zal ontstaan aan het pand van eisers. Het college is er volgens eisers verder ten onrechte vanuit gegaan dat bij beide bouwmuren funderingsonderzoek heeft plaatsgevonden en dat de uitkomsten van het onderzoek van de bouwmuur tussen nummers [huisnummer 1] en [huisnummer 3] representatief is voor de bouwmuur tussen nummers [huisnummer 2] en [huisnummer 1] . Het college heeft geen onderzoek gedaan naar de muur tussen [adres 2] [huisnummer 4] en [huisnummer 2] .
14. Gelet op artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo moet het college een aannemelijkheidstoets uitvoeren. Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld komt het college beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag of op basis van de door de aanvrager overgelegde stukken aannemelijk is dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Dit betekent dat niet hoeft te zijn aangetoond dat aan het Bouwbesluit wordt voldaan.
16. De voorzieningenrechter stelt vast dat eisers niet hebben geconcretiseerd aan welk artikel van het Bouwbesluit volgens hen niet is voldaan. Voor zover eisers betogen dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 8.2 van het Bouwbesluit, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Volgens de toelichting van artikel 8.2 van het Bouwbesluit moeten, om onveilige situaties tijdens bouw- of sloopwerkzaamheden te voorkomen, maatregelen worden getroffen om letsel van personen of beschadiging van al dan niet roerende zaken te voorkomen. Blijkens de toelichting bestaat de onveiligheid er ten aanzien van al dan niet roerende zaken in dat daaraan schade wordt toegebracht. Dergelijke onveilige situaties kunnen weliswaar niet altijd worden voorkomen, maar om die zoveel als mogelijk te voorkomen, moeten in ieder geval de in artikel 8.2 bedoelde maatregelen worden getroffen, zodat deze maatregelen als minimumeisen hebben te gelden.
17. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat de omgevingsvergunning in strijd met dit artikel is verleend. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat door de werkzaamheden daadwerkelijk schade zal ontstaan aan hun pand. Zoals eisers ook op zitting hebben toegelicht, is (nog) geen onderzoek gedaan naar de muur tussen [adres 2] [huisnummer 2] en [huisnummer 4] . De enkele vrees voor schade is onvoldoende.
17. Voor zover eisers betogen dat het college onderzoek heeft moeten doen naar de staat waarin deze muur verkeert, slaagt ook deze grond niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt in het kader van de vergunningverlening niet van het college verwacht dat hij onderzoek doet naar de muren van omliggende panden alvorens op de aanvraag te beslissen. In het geval de werkzaamheden schade aan het pand van eisers veroorzaken, is het aan de burgerlijke rechter om eventuele schadeplichtigheid van vergunninghouder te bepalen. Vergunninghouder heeft op de zitting aangegeven dat hij in een dergelijke situatie zijn aansprakelijkheid niet uit de weg gaat.
17.
Conclusie
25. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.W. Steenhoff, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
12 september 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo.
Artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo.
Artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo.
ECLI:NL:RVS:2023:1253.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4255.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3391.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:987.
Met toepassing van artikel 5.3, onder a, onder 1, van het bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders.