Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-19
ECLI:NL:RBMNE:2025:7819
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
12,221 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 text/xml public 2026-04-15T12:20:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-19 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amersfoort Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 text/html public 2026-04-15T12:20:23 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 Rechtbank Midden-Nederland , 19-11-2025 / 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Vernietiging consumentenovereenkomst op afstand met onderwijsinstelling. Onderwijsinstelling heeft recht op een redelijke vergoeding. Schending informatieplichten. Toepassing sanctie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer: 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 11; - de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 13 augustus 2025, waarvan een schriftelijk verslag is opgemaakt; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - het bericht van 2 oktober 2025 met productie 12 van [eiseres] ; - de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025. 1.2 Op 21 oktober 2025 is de zaak mondeling behandeld tijdens een zitting. Namens [eiseres] waren aanwezig mr. [A] en [B] (van Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders). [gedaagde] was ook aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Aan het einde van de zitting is bepaald dat vandaag de uitspraak wordt gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] heeft zich ingeschreven voor onderwijs bij [eiseres] . [eiseres] zegt dat zij deze overeenkomst ontbonden heeft, omdat [gedaagde] niet (tijdig) de kosten voor de opleiding betaalde en hij te vaak afwezig was. [eiseres] wil dat [gedaagde] een vergoeding betaalt voor de gemaakte kosten. Het bedrag dat [gedaagde] al heeft betaald kan daarvan worden afgetrokken. Volgens [eiseres] moet [gedaagde] dan nog € 5.998,29 betalen aan kosten voor de opleiding, wettelijke rente tot 9 juli 2025 en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast wil [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van de wettelijke rente vanaf 9 juli 2025 en het vergoeden van proceskosten die [eiseres] heeft moeten maken. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] maar een deel van dat bedrag hoeft te betalen. 3 De beoordeling Partijen hebben een consumentenovereenkomst gesloten 3.1 [eiseres] is een onderwijsinstelling. Het geven van onderwijs is een bedrijfsactiviteit van [eiseres] . [eiseres] is daarmee een ‘handelaar’ volgens de wet. [gedaagde] is een consument. De overeenkomst die [eiseres] en [gedaagde] hebben gesloten is daarom een consumentenovereenkomst. De overeenkomst is gesloten via internet. De overeenkomst wordt vernietigd 3.2 Bij het sluiten van zo’n overeenkomst moet de handelaar ( [eiseres] ) de consument ( [gedaagde] ) informeren over allerlei onderwerpen. Zo moet [eiseres] [gedaagde] onder meer duidelijk informeren wanneer hij een betalingsverplichting aangaat. Dat is niet goed gegaan. 3.3 [gedaagde] is de overeenkomst aangegaan door op de website van [eiseres] op een knop te klikken met daarop de tekst “Schrijf je nu in”. Deze tekst voldoet niet aan de wettelijke eisen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft namelijk beslist dat uit de tekst op de knop moet blijken dat de consument een betalingsverplichting aangaat. Het gaat daarbij alleen om de tekst op de knop zelf. De situatie waarin de overeenkomst is gesloten en de tekst om de knop heen zijn niet van belang. De tekst op de knop moet ook in het dagelijks spraakgebruik altijd doen denken aan een betalingsverplichting. Dat is hier niet het geval. Het woord “inschrijven” wordt namelijk ook gebruikt in situaties waarbij geen betalingsverplichting wordt aangegaan. Iemand kan zich bijvoorbeeld inschrijven voor een gratis nieuwsbrief. Bovendien staat de tekst “Schrijf je nu in” op twee verschillende plekken tijdens het aanmelden op de website. Het staat eerst bij stap 3 onder “Prijzen” en later nog een keer bij stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden”. Duidelijk is dat [gedaagde] nog niet een overeenkomst met betalingsverplichting is aangegaan als hij op de knop “Schrijf je nu in” in stap 3 klikt. Daarom is ook niet duidelijk dat hij wel een betalingsverplichting aangaat als hij bij stap 4 een knop met dezelfde tekst aanklikt. De kantonrechter heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling gevraagd wat zij van de tekst van de knop vindt. [eiseres] heeft verklaard dat de knop inderdaad niet voldoet aan de eisen van de wet. 3.4 Als de knop niet voldoet aan de eisen van de wet, dan kan de overeenkomst vernietigd worden. Uit de brief van zijn advocaat van 12 januari 2025 begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] dit wil. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] nog verklaard dat hij best bereid is om een redelijke vergoeding te betalen, maar niet de vergoeding die [eiseres] vordert. Dit kan bereikt worden met vernietiging van de overeenkomst. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verwezen naar een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2025, waarbij de overeenkomst ook is vernietigd. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat uit die uitspraak blijkt dat [gedaagde] dan nog steeds haar kosten moet vergoeden. [eiseres] heeft zich dus niet tegen vernietiging verzet. De kantonrechter zal de overeenkomst vernietigen. Dat betekent dat ervan wordt uitgegaan dat de overeenkomst nooit heeft bestaan. [eiseres] heeft recht op een redelijke vergoeding 3.5 In de dagvaarding zegt [eiseres] dat uit de algemene voorwaarden van [eiseres] blijkt dat [gedaagde] een vergoeding moet betalen. Na vernietiging van de overeenkomst gelden ook deze voorwaarden niet en kan [eiseres] daarop dus geen beroep doen. In dat geval vindt [eiseres] dat [gedaagde] op grond van de wet wel een redelijk loon moet betalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] verwezen naar de hiervoor genoemde uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2025 en de daarin genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 4 oktober 2024. Daaruit volgt volgens haar dat [gedaagde] de kosten van de opleiding aan haar moet betalen. 3.6 Uit deze uitspraken blijkt niet dat [gedaagde] een “redelijk loon” moet betalen als bedoeld in de wettelijke bepaling die [eiseres] heeft genoemd. Wel blijkt daaruit dat [eiseres] volgens andere wettelijke regels recht kan hebben op een vergoeding voor de door haar verrichte prestatie, kort gezegd inschrijfgeld, de licentie voor het lesmateriaal en het (bieden van de mogelijkheid tot) onderwijs. Omdat de overeenkomst is vernietigd, heeft [eiseres] die prestatie namelijk verricht zonder dat zij dat hoefde te doen. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] op grond van deze regel vergoeding wil van haar kosten. 3.7 Volgens de wet hoeft [gedaagde] alleen te betalen “voor zover dat redelijk is”. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] om die reden niet alles hoeft te betalen wat [eiseres] vordert. De kantonrechter legt dat hierna uit. [gedaagde] moet betalen voor de periode waarover hij gebruik had kunnen maken van de opleiding [gedaagde] moet betalen voor de inschrijfkosten 3.8 [gedaagde] heeft zich ingeschreven voor de opleiding en moest daarvoor inschrijfkosten betalen. De inschrijving is volledig afgerond. De kantonrechter vindt daarom dat [gedaagde] moet betalen voor de inschrijfkosten. Het inschrijfgeld bedraagt € 85,00. [gedaagde] hoeft niet te betalen voor opleidingskosten en lesmateriaal voor de blokken 3 tot en met 5 3.9 De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een vergoeding moeten betalen voor het lesmateriaal dat hij heeft ontvangen of had kunnen ontvangen en de lessen die hij heeft gevolgd of had kunnen volgen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 text/xml public 2026-04-15T12:20:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-19 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amersfoort Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 text/html public 2026-04-15T12:20:23 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7819 Rechtbank Midden-Nederland , 19-11-2025 / 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Vernietiging consumentenovereenkomst op afstand met onderwijsinstelling. Onderwijsinstelling heeft recht op een redelijke vergoeding. Schending informatieplichten. Toepassing sanctie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer: 11820182 \ AC EXPL 25-1787 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 11;- de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 13 augustus 2025, waarvan een schriftelijk verslag is opgemaakt;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - het bericht van 2 oktober 2025 met productie 12 van [eiseres] ;- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025. 1.2 Op 21 oktober 2025 is de zaak mondeling behandeld tijdens een zitting. Namens [eiseres] waren aanwezig mr. [A] en [B] (van Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders). [gedaagde] was ook aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Aan het einde van de zitting is bepaald dat vandaag de uitspraak wordt gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] heeft zich ingeschreven voor onderwijs bij [eiseres] . [eiseres] zegt dat zij deze overeenkomst ontbonden heeft, omdat [gedaagde] niet (tijdig) de kosten voor de opleiding betaalde en hij te vaak afwezig was. [eiseres] wil dat [gedaagde] een vergoeding betaalt voor de gemaakte kosten. Het bedrag dat [gedaagde] al heeft betaald kan daarvan worden afgetrokken. Volgens [eiseres] moet [gedaagde] dan nog € 5.998,29 betalen aan kosten voor de opleiding, wettelijke rente tot 9 juli 2025 en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast wil [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van de wettelijke rente vanaf 9 juli 2025 en het vergoeden van proceskosten die [eiseres] heeft moeten maken. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] maar een deel van dat bedrag hoeft te betalen. 3 De beoordeling Partijen hebben een consumentenovereenkomst gesloten 3.1 [eiseres] is een onderwijsinstelling. Het geven van onderwijs is een bedrijfsactiviteit van [eiseres] . [eiseres] is daarmee een ‘handelaar’ volgens de wet. [gedaagde] is een consument. De overeenkomst die [eiseres] en [gedaagde] hebben gesloten is daarom een consumentenovereenkomst. De overeenkomst is gesloten via internet. De overeenkomst wordt vernietigd 3.2 Bij het sluiten van zo’n overeenkomst moet de handelaar ( [eiseres] ) de consument ( [gedaagde] ) informeren over allerlei onderwerpen. Zo moet [eiseres] [gedaagde] onder meer duidelijk informeren wanneer hij een betalingsverplichting aangaat. Dat is niet goed gegaan. 3.3 [gedaagde] is de overeenkomst aangegaan door op de website van [eiseres] op een knop te klikken met daarop de tekst “Schrijf je nu in”. Deze tekst voldoet niet aan de wettelijke eisen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft namelijk beslist dat uit de tekst op de knop moet blijken dat de consument een betalingsverplichting aangaat. Het gaat daarbij alleen om de tekst op de knop zelf. De situatie waarin de overeenkomst is gesloten en de tekst om de knop heen zijn niet van belang. De tekst op de knop moet ook in het dagelijks spraakgebruik altijd doen denken aan een betalingsverplichting. Dat is hier niet het geval. Het woord “inschrijven” wordt namelijk ook gebruikt in situaties waarbij geen betalingsverplichting wordt aangegaan. Iemand kan zich bijvoorbeeld inschrijven voor een gratis nieuwsbrief. Bovendien staat de tekst “Schrijf je nu in” op twee verschillende plekken tijdens het aanmelden op de website. Het staat eerst bij stap 3 onder “Prijzen” en later nog een keer bij stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden”. Duidelijk is dat [gedaagde] nog niet een overeenkomst met betalingsverplichting is aangegaan als hij op de knop “Schrijf je nu in” in stap 3 klikt. Daarom is ook niet duidelijk dat hij wel een betalingsverplichting aangaat als hij bij stap 4 een knop met dezelfde tekst aanklikt. De kantonrechter heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling gevraagd wat zij van de tekst van de knop vindt. [eiseres] heeft verklaard dat de knop inderdaad niet voldoet aan de eisen van de wet. 3.4 Als de knop niet voldoet aan de eisen van de wet, dan kan de overeenkomst vernietigd worden. Uit de brief van zijn advocaat van 12 januari 2025 begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] dit wil. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] nog verklaard dat hij best bereid is om een redelijke vergoeding te betalen, maar niet de vergoeding die [eiseres] vordert. Dit kan bereikt worden met vernietiging van de overeenkomst. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verwezen naar een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2025, waarbij de overeenkomst ook is vernietigd. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat uit die uitspraak blijkt dat [gedaagde] dan nog steeds haar kosten moet vergoeden. [eiseres] heeft zich dus niet tegen vernietiging verzet. De kantonrechter zal de overeenkomst vernietigen. Dat betekent dat ervan wordt uitgegaan dat de overeenkomst nooit heeft bestaan. [eiseres] heeft recht op een redelijke vergoeding 3.5 In de dagvaarding zegt [eiseres] dat uit de algemene voorwaarden van [eiseres] blijkt dat [gedaagde] een vergoeding moet betalen. Na vernietiging van de overeenkomst gelden ook deze voorwaarden niet en kan [eiseres] daarop dus geen beroep doen. In dat geval vindt [eiseres] dat [gedaagde] op grond van de wet wel een redelijk loon moet betalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] verwezen naar de hiervoor genoemde uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2025 en de daarin genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 4 oktober 2024. Daaruit volgt volgens haar dat [gedaagde] de kosten van de opleiding aan haar moet betalen. 3.6 Uit deze uitspraken blijkt niet dat [gedaagde] een “redelijk loon” moet betalen als bedoeld in de wettelijke bepaling die [eiseres] heeft genoemd. Wel blijkt daaruit dat [eiseres] volgens andere wettelijke regels recht kan hebben op een vergoeding voor de door haar verrichte prestatie, kort gezegd inschrijfgeld, de licentie voor het lesmateriaal en het (bieden van de mogelijkheid tot) onderwijs. Omdat de overeenkomst is vernietigd, heeft [eiseres] die prestatie namelijk verricht zonder dat zij dat hoefde te doen. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] op grond van deze regel vergoeding wil van haar kosten. 3.7 Volgens de wet hoeft [gedaagde] alleen te betalen “voor zover dat redelijk is”. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] om die reden niet alles hoeft te betalen wat [eiseres] vordert. De kantonrechter legt dat hierna uit. [gedaagde] moet betalen voor de periode waarover hij gebruik had kunnen maken van de opleiding [gedaagde] moet betalen voor de inschrijfkosten 3.8 [gedaagde] heeft zich ingeschreven voor de opleiding en moest daarvoor inschrijfkosten betalen. De inschrijving is volledig afgerond. De kantonrechter vindt daarom dat [gedaagde] moet betalen voor de inschrijfkosten. Het inschrijfgeld bedraagt € 85,00. [gedaagde] hoeft niet te betalen voor opleidingskosten en lesmateriaal voor de blokken 3 tot en met 5 3.9 De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een vergoeding moeten betalen voor het lesmateriaal dat hij heeft ontvangen of had kunnen ontvangen en de lessen die hij heeft gevolgd of had kunnen volgen.
Volledig
Dat [gedaagde] zegt dat hij maar een paar dagen naar les is gegaan en de licentiecode voor het lesmateriaal niet heeft gebruikt, betekent niet dat [gedaagde] niets hoeft te betalen. Hij kon namelijk wel langere tijd gebruik maken van het lesmateriaal en de lessen volgen. 3.10 [eiseres] vindt om die reden dat [gedaagde] de opleidingskosten moet betalen voor de eerste drie lesblokken. Want, elk lesblok duurde drie maanden. De opleiding is gestart op 6 september 2021. [eiseres] zegt dat zij de overeenkomst op 15 maart 2022 heeft ontbonden. Dat betekent dat net iets meer dan 6 maanden voorbij waren en het derde blok inmiddels was gestart. De kantonrechter is het hier niet mee eens. 3.11 [eiseres] heeft [gedaagde] op 17 januari 2022 een brief gestuurd waarin staat dat hij geen toegang meer heeft tot de opleiding (lessen en online leeromgeving), omdat het lesgeld nog niet (volledig) was betaald. Vanaf die datum kon [gedaagde] dus geen toegang meer krijgen tot het lesmateriaal en geen lessen meer volgen. De kantonrechter vindt het niet redelijk als [gedaagde] moet betalen voor lesblokken die daarna nog zouden starten. Het derde lesblok startte pas begin maart 2022. 3.12 Overigens heeft [eiseres] in de brief van 17 januari 2022 ook gezegd dat [gedaagde] zal worden uitgeschreven van de opleiding en de overeenkomst zal worden ontbonden als hij niet binnen 14 dagen alsnog betaalt. Dat zou dus op 10 februari 2022 zijn. Ook die datum ligt voor de ingangsdatum van het derde blok. Dat [eiseres] vervolgens pas op 15 maart 2022 zegt de overeenkomst te ontbinden, betekent niet dat het redelijk is dat [gedaagde] voor het derde blok moet betalen dat heel kort daarvoor is begonnen. De opleidingskosten voor blok 1 en 2 bedragen € 2.598,00 3.13 [eiseres] heeft toegelicht dat de opleidingskosten per blok € 1.299,00 bedragen. [gedaagde] heeft niet gezegd dat dit niet klopt. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat dit bedrag juist is. Het kunnen volgen van 2 opleidingsblokken betekent dan opleidingskosten van (2 x € 1.299,00 =) € 2.598,00. De kosten voor het online lesmateriaal voor blok 1 en 2 bedragen € 194,40 3.14 Partijen zijn het met elkaar eens dat [eiseres] één code heeft gegeven aan [gedaagde] waarmee hij het lesmateriaal kon activeren. [gedaagde] heeft verklaard dat hij het lesmateriaal niet heeft geactiveerd en daar dus geen voordeel van heeft gehad. Bovendien kon hij ook geen toegang krijgen tot al het lesmateriaal, omdat de docenten dit lesmateriaal per blok toegankelijk maken voor de studenten. [eiseres] heeft verklaard dat zij niet weet of dat klopt. Daarmee heeft zij onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] toegang had of had kunnen hebben tot het volledige lesmateriaal. Zoals de kantonrechter hiervoor heeft uitgelegd, is het redelijk dat [gedaagde] de kosten moet betalen voor het lesmateriaal waar hij toegang toe had of had kunnen hebben. Dat [eiseres] mogelijk wel al de volledige kosten voor de licentie heeft moeten betalen, betekent niet dat [gedaagde] toegang kon hebben tot het volledige lesmateriaal. Dat betekent dat [gedaagde] ook voor het online lesmateriaal moet betalen voor 2 van de 5 blokken. Dat komt uit op (€ 486,00 : 5 x 2 =) € 194,40. [gedaagde] hoeft niet te betalen voor de opstartkosten 3.15 [eiseres] vindt dat [gedaagde] ook moet betalen voor opstartkosten. Dit volgt uit de algemene voorwaarden. Maar, na vernietiging van de overeenkomst kan [eiseres] daar geen beroep meer op doen. Deze opstartkosten zijn bovendien een percentage van de opleidingskosten. Hiervoor is al besproken welk deel van die opleidingskosten betaald moet worden. De kantonrechter past een sanctie toe van 60% 3.16 [eiseres] had [gedaagde] niet alleen duidelijk moeten informeren wanneer hij een betalingsverplichting aanging, maar ook over andere onderwerpen. Als [eiseres] daar niet aan voldoet, dan moet dat gevolgen hebben. De kantonrechter is van oordeel dat dit ook geldt in de situatie die hier aan de orde is, waarin de overeenkomst vernietigd is. De sanctie (straf) moet doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn. Dat betekent dat die sanctie zo moet zijn dat [eiseres] wordt aangemoedigd om het een volgende keer wel goed te doen. De straf mag ook niet te zwaar zijn. 3.17 De Hoge Raad maakt in een uitspraak uit 2021 onderscheid tussen drie categorieën informatieplichten: Informatieplichten waarover de wet zegt welke sanctie geldt als de informatie niet (duidelijk) wordt gegeven; Informatieplichten die extra belangrijk zijn. Deze “essentiële informatieplichten” heeft de Hoge Raad in haar uitspraak genoemd; Overige informatieplichten. De kantonrechter moet beoordelen of aan de eerste twee categorieën is voldaan. Alleen als de consument daarom vraagt, moet de kantonrechter ook beoordelen of aan de informatieplichten uit de derde categorie is voldaan. [gedaagde] heeft daar niet om gevraagd, zodat de kantonrechter alleen zal beoordelen of [eiseres] aan de eerste twee categorieën informatieplichten heeft voldaan. 3.18 In de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten wordt aanbevolen om de betalingsverplichting te verminderen als essentiële informatieplichten zijn geschonden. Ook wordt aanbevolen om een zwaardere sanctie op te leggen als de handelaar meer essentiële informatieplichten heeft geschonden. De kantonrechter beoordeelt daarom hoeveel informatieplichten [eiseres] heeft geschonden. 3.19 [eiseres] heeft verwezen naar een uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam, waarin de kantonrechter een oordeel heeft gegeven over de schending van informatieplichten. Daarnaar gevraagd heeft [eiseres] verklaard dat de situatie met [gedaagde] gelijk is aan de situatie met de consument in de zaak waarover deze kantonrechter heeft geoordeeld. [eiseres] heeft ook gezegd dat de in de uitspraak genoemde informatieplichten, ook in deze zaak tegen [gedaagde] , zijn geschonden. Identiteit en adresgegevens van de handelaar 3.20 Volgens [eiseres] staan deze gegevens normaal gesproken ‘onder in de balk’ op de website. [eiseres] heeft schermafbeeldingen toegestuurd, maar daar zijn deze gegevens niet op te zien. [eiseres] heeft dus niet aangetoond dat zij aan deze informatieplicht heeft voldaan. Dat had zij wel moeten doen. De kantonrechter concludeert daarom dat deze informatieplicht is geschonden. Totale prijs 3.21 Volgens [eiseres] blijkt uit stap 3 en 4 van het aanmeldproces wat de totale prijs is die [gedaagde] moest betalen. De kantonrechter stelt vast dat bij stap 3 onder “Prijzen” en bij stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden” wel – voor een andere opleiding – benoemd is wat het lesgeld in termijnen is, de kosten voor leermiddelen en het inschrijfgeld. Maar, daaruit blijkt niet wat de totale kosten zijn. [gedaagde] had zelf moeten uitrekenen wat de totale kosten voor zijn opleiding zijn, door de termijnbedragen te vermenigvuldigen met het aantal termijnen van de opleiding en de andere kosten daarbij op te tellen. Het is niet voldoende als ná het sluiten van de overeenkomst nog extra informatie wordt gestuurd waarin wel het totale bedrag is genoemd dat [gedaagde] moet betalen. Dit totaalbedrag had voor het sluiten van de overeenkomst al duidelijk moeten zijn voor [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] deze informatieplicht heeft geschonden. Ontbindingsrecht 3.22 Volgens [eiseres] heeft zij [gedaagde] duidelijk geïnformeerd over het recht om de overeenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling opgemerkt dat [eiseres] ook een modelformulier toe had moeten sturen om gebruik te maken van het ontbindingsrecht. [eiseres] heeft gezegd dat zij niet weet of dit formulier is toegezonden. Daarmee heeft [eiseres] onvoldoende gesteld om vast te stellen dat zij de vereiste informatie heeft gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] ook deze informatieplicht heeft geschonden. Duur van de overeenkomst en voorwaarden voor opzegging 3.23 Uit de informatie die [eiseres] geeft, moet duidelijk blijken hoelang de overeenkomst duurt, of deze overeenkomst vanzelf eindigt na een bepaalde duur, of dat de overeenkomst moet worden opgezegd.
Volledig
Dat [gedaagde] zegt dat hij maar een paar dagen naar les is gegaan en de licentiecode voor het lesmateriaal niet heeft gebruikt, betekent niet dat [gedaagde] niets hoeft te betalen. Hij kon namelijk wel langere tijd gebruik maken van het lesmateriaal en de lessen volgen. 3.10 [eiseres] vindt om die reden dat [gedaagde] de opleidingskosten moet betalen voor de eerste drie lesblokken. Want, elk lesblok duurde drie maanden. De opleiding is gestart op 6 september 2021. [eiseres] zegt dat zij de overeenkomst op 15 maart 2022 heeft ontbonden. Dat betekent dat net iets meer dan 6 maanden voorbij waren en het derde blok inmiddels was gestart. De kantonrechter is het hier niet mee eens. 3.11 [eiseres] heeft [gedaagde] op 17 januari 2022 een brief gestuurd waarin staat dat hij geen toegang meer heeft tot de opleiding (lessen en online leeromgeving), omdat het lesgeld nog niet (volledig) was betaald. Vanaf die datum kon [gedaagde] dus geen toegang meer krijgen tot het lesmateriaal en geen lessen meer volgen. De kantonrechter vindt het niet redelijk als [gedaagde] moet betalen voor lesblokken die daarna nog zouden starten. Het derde lesblok startte pas begin maart 2022. 3.12 Overigens heeft [eiseres] in de brief van 17 januari 2022 ook gezegd dat [gedaagde] zal worden uitgeschreven van de opleiding en de overeenkomst zal worden ontbonden als hij niet binnen 14 dagen alsnog betaalt. Dat zou dus op 10 februari 2022 zijn. Ook die datum ligt voor de ingangsdatum van het derde blok. Dat [eiseres] vervolgens pas op 15 maart 2022 zegt de overeenkomst te ontbinden, betekent niet dat het redelijk is dat [gedaagde] voor het derde blok moet betalen dat heel kort daarvoor is begonnen. De opleidingskosten voor blok 1 en 2 bedragen € 2.598,00 3.13 [eiseres] heeft toegelicht dat de opleidingskosten per blok € 1.299,00 bedragen. [gedaagde] heeft niet gezegd dat dit niet klopt. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat dit bedrag juist is. Het kunnen volgen van 2 opleidingsblokken betekent dan opleidingskosten van (2 x € 1.299,00 =) € 2.598,00. De kosten voor het online lesmateriaal voor blok 1 en 2 bedragen € 194,40 3.14 Partijen zijn het met elkaar eens dat [eiseres] één code heeft gegeven aan [gedaagde] waarmee hij het lesmateriaal kon activeren. [gedaagde] heeft verklaard dat hij het lesmateriaal niet heeft geactiveerd en daar dus geen voordeel van heeft gehad. Bovendien kon hij ook geen toegang krijgen tot al het lesmateriaal, omdat de docenten dit lesmateriaal per blok toegankelijk maken voor de studenten. [eiseres] heeft verklaard dat zij niet weet of dat klopt. Daarmee heeft zij onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] toegang had of had kunnen hebben tot het volledige lesmateriaal. Zoals de kantonrechter hiervoor heeft uitgelegd, is het redelijk dat [gedaagde] de kosten moet betalen voor het lesmateriaal waar hij toegang toe had of had kunnen hebben. Dat [eiseres] mogelijk wel al de volledige kosten voor de licentie heeft moeten betalen, betekent niet dat [gedaagde] toegang kon hebben tot het volledige lesmateriaal. Dat betekent dat [gedaagde] ook voor het online lesmateriaal moet betalen voor 2 van de 5 blokken. Dat komt uit op (€ 486,00 : 5 x 2 =) € 194,40. [gedaagde] hoeft niet te betalen voor de opstartkosten 3.15 [eiseres] vindt dat [gedaagde] ook moet betalen voor opstartkosten. Dit volgt uit de algemene voorwaarden. Maar, na vernietiging van de overeenkomst kan [eiseres] daar geen beroep meer op doen. Deze opstartkosten zijn bovendien een percentage van de opleidingskosten. Hiervoor is al besproken welk deel van die opleidingskosten betaald moet worden. De kantonrechter past een sanctie toe van 60% 3.16 [eiseres] had [gedaagde] niet alleen duidelijk moeten informeren wanneer hij een betalingsverplichting aanging, maar ook over andere onderwerpen. Als [eiseres] daar niet aan voldoet, dan moet dat gevolgen hebben. De kantonrechter is van oordeel dat dit ook geldt in de situatie die hier aan de orde is, waarin de overeenkomst vernietigd is. De sanctie (straf) moet doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn. Dat betekent dat die sanctie zo moet zijn dat [eiseres] wordt aangemoedigd om het een volgende keer wel goed te doen. De straf mag ook niet te zwaar zijn. 3.17 De Hoge Raad maakt in een uitspraak uit 2021 onderscheid tussen drie categorieën informatieplichten: Informatieplichten waarover de wet zegt welke sanctie geldt als de informatie niet (duidelijk) wordt gegeven; Informatieplichten die extra belangrijk zijn. Deze “essentiële informatieplichten” heeft de Hoge Raad in haar uitspraak genoemd; Overige informatieplichten. De kantonrechter moet beoordelen of aan de eerste twee categorieën is voldaan. Alleen als de consument daarom vraagt, moet de kantonrechter ook beoordelen of aan de informatieplichten uit de derde categorie is voldaan. [gedaagde] heeft daar niet om gevraagd, zodat de kantonrechter alleen zal beoordelen of [eiseres] aan de eerste twee categorieën informatieplichten heeft voldaan. 3.18 In de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten wordt aanbevolen om de betalingsverplichting te verminderen als essentiële informatieplichten zijn geschonden. Ook wordt aanbevolen om een zwaardere sanctie op te leggen als de handelaar meer essentiële informatieplichten heeft geschonden. De kantonrechter beoordeelt daarom hoeveel informatieplichten [eiseres] heeft geschonden. 3.19 [eiseres] heeft verwezen naar een uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam, waarin de kantonrechter een oordeel heeft gegeven over de schending van informatieplichten. Daarnaar gevraagd heeft [eiseres] verklaard dat de situatie met [gedaagde] gelijk is aan de situatie met de consument in de zaak waarover deze kantonrechter heeft geoordeeld. [eiseres] heeft ook gezegd dat de in de uitspraak genoemde informatieplichten, ook in deze zaak tegen [gedaagde] , zijn geschonden. Identiteit en adresgegevens van de handelaar 3.20 Volgens [eiseres] staan deze gegevens normaal gesproken ‘onder in de balk’ op de website. [eiseres] heeft schermafbeeldingen toegestuurd, maar daar zijn deze gegevens niet op te zien. [eiseres] heeft dus niet aangetoond dat zij aan deze informatieplicht heeft voldaan. Dat had zij wel moeten doen. De kantonrechter concludeert daarom dat deze informatieplicht is geschonden. Totale prijs 3.21 Volgens [eiseres] blijkt uit stap 3 en 4 van het aanmeldproces wat de totale prijs is die [gedaagde] moest betalen. De kantonrechter stelt vast dat bij stap 3 onder “Prijzen” en bij stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden” wel – voor een andere opleiding – benoemd is wat het lesgeld in termijnen is, de kosten voor leermiddelen en het inschrijfgeld. Maar, daaruit blijkt niet wat de totale kosten zijn. [gedaagde] had zelf moeten uitrekenen wat de totale kosten voor zijn opleiding zijn, door de termijnbedragen te vermenigvuldigen met het aantal termijnen van de opleiding en de andere kosten daarbij op te tellen. Het is niet voldoende als ná het sluiten van de overeenkomst nog extra informatie wordt gestuurd waarin wel het totale bedrag is genoemd dat [gedaagde] moet betalen. Dit totaalbedrag had voor het sluiten van de overeenkomst al duidelijk moeten zijn voor [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] deze informatieplicht heeft geschonden. Ontbindingsrecht 3.22 Volgens [eiseres] heeft zij [gedaagde] duidelijk geïnformeerd over het recht om de overeenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling opgemerkt dat [eiseres] ook een modelformulier toe had moeten sturen om gebruik te maken van het ontbindingsrecht. [eiseres] heeft gezegd dat zij niet weet of dit formulier is toegezonden. Daarmee heeft [eiseres] onvoldoende gesteld om vast te stellen dat zij de vereiste informatie heeft gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] ook deze informatieplicht heeft geschonden. Duur van de overeenkomst en voorwaarden voor opzegging 3.23 Uit de informatie die [eiseres] geeft, moet duidelijk blijken hoelang de overeenkomst duurt, of deze overeenkomst vanzelf eindigt na een bepaalde duur, of dat de overeenkomst moet worden opgezegd.
Volledig
Als de overeenkomst moet worden opgezegd, moet uit de informatie blijken wanneer dat kan en hoe dat moet. Volgens [eiseres] heeft zij deze informatie in stap 3 gegeven. Op de schermafbeelding van stap 3 staat wel – voor een andere opleiding – hoelang de opleiding duurt. [eiseres] lijkt zich daarmee op het standpunt te stellen dat de overeenkomst net zo lang duurt als de opleiding. De kantonrechter heeft gezien dat in stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden” staat dat de overeenkomst in beginsel voor onbepaalde duur geldt. Maar, dit is niet te rijmen met de informatie in stap 3, waarmee volgens [eiseres] duidelijk was hoelang de overeenkomst duurde. In stap 4 is [gedaagde] ook geïnformeerd dat hij de overeenkomst te allen tijde kan annuleren en de overeenkomst dan automatisch wordt opgezegd. Daarbij is echter niet de informatie gegeven uit artikel 9 van de algemene voorwaarden, waarin is bepaald hoe de overeenkomst kan worden geannuleerd (waarover een regeling is opgenomen in artikel 9.2 van de algemene voorwaarden). Ook al zijn de algemene voorwaarden in het bestelproces genoemd, deze informatie is daarmee niet op een duidelijke manier aan [gedaagde] gegeven. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [eiseres] deze informatieplicht heeft geschonden. Minimumduur van de overeenkomst voor de consument 3.24 Als de consument ( [gedaagde] ) voor een bepaalde minimale duur verplichtingen heeft volgens de overeenkomst, dan moet daar duidelijk informatie over worden gegeven. Hoewel uit het aanmeldproces blijkt dat [gedaagde] de overeenkomst altijd kon annuleren, blijkt uit de algemene voorwaarden dat [gedaagde] wel nog gedurende langere tijd verplichtingen kan hebben. Volgens artikel 9.5 van de algemene voorwaarden moet de consument namelijk soms wel kosten betalen en volgens artikel 25.2 van de algemene voorwaarden moeten de resterende betalingsverplichtingen van de student nog nagekomen worden. Deze informatie is daarmee niet op een duidelijke manier gegeven. Of de afgesproken betalingstermijnen blijven gelden, is overigens niet duidelijk. De kantonrechter is van oordeel dat ook deze informatieplicht is geschonden. Zes schendingen leiden tot een sanctie 3.25 De kantonrechter stelt vast dat zes essentiële informatieplichten zijn geschonden. Volgens de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten is in dat geval de aanbeveling de betaalverplichting met 60% te verminderen als de bestelknop ook niet voldoet. Dat die bestelknop niet goed was, is hiervoor al vastgesteld. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een sanctie achterwege te laten of om van een ander percentage uit te gaan. 3.26 De betaalverplichting bestaat uit het inschrijfgeld van € 85,00, de opleidingskosten van € 2.598,00 en de kosten voor het lesmateriaal van € 194,40. Dat is een totaalbedrag van € 2.877,40. Na vermindering van deze betaalverplichting met 60% (dat is €1.726,44), blijft een bedrag over van € 1.150,96. Dit bedrag is de redelijke vergoeding die [eiseres] van [gedaagde] kan vragen. [gedaagde] moet nog € 632,96 betalen aan [eiseres] 3.27 Partijen zijn het eens dat [gedaagde] € 85,00 aan inschrijfgeld heeft betaald en € 433,00 als eerste termijn voor de opleidingskosten. Het totale bedrag dat [gedaagde] heeft betaald is € 518,00. Dit moet worden afgetrokken van de vordering van [eiseres] . Dat betekent dat [gedaagde] nog (€ 1.150,96 - € 518,00 =) € 632,96 moet betalen. 3.28 [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij een betalingsregeling wil treffen voor het bedrag dat hij nog aan [eiseres] moet betalen. De kantonrechter kan daar niet over beslissen, omdat zij daar niet over gaat. [gedaagde] moet daarvoor contact opnemen met [eiseres] . [gedaagde] moet wettelijke rente aan [eiseres] betalen 3.29 Volgens de wet moet wettelijke rente worden betaald als iemand geld moet betalen en dat niet op tijd doet. Omdat de vordering van [eiseres] niet uit de overeenkomst volgt, kan niet worden uitgegaan van de betaaltermijnen die [eiseres] met [gedaagde] had afgesproken. Als partijen niets hebben afgesproken over het moment van betalen, dan moet [eiseres] eerst een brief sturen aan [gedaagde] met daarin een termijn om te betalen. Pas na het verstrijken van die termijn wordt de rente verschuldigd. [eiseres] heeft [gedaagde] in een brief van 26 april 2022 gevraagd om uiterlijk 3 mei 2022 het bedrag te betalen dat [gedaagde] volgens [eiseres] nog verschuldigd was. Dit is een te hoog bedrag, maar [gedaagde] moest toen wel een bedrag aan [eiseres] betalen. De kantonrechter vindt daarom dat [gedaagde] vanaf 4 mei 2022 te laat is met betalen en vanaf die dag ook wettelijke rente moet betalen. [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden 3.30 Omdat de toe te wijzen vordering van [eiseres] niet voortvloeit uit de overeenkomst met [gedaagde] , maar uit de wet ( [eiseres] heeft recht op een vergoeding voor wat zij zonder dat zij daartoe verplicht was aan [gedaagde] heeft gegeven), is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing. Aan toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten worden dan lichtere eisen gesteld. Dat zou kunnen betekenen dat [eiseres] volgens die regels vergoeding kan vragen voor de buitengerechtelijke incassokosten. 3.31 Maar, vernietiging van de overeenkomst was een sanctie voor het gebruiken van een onjuiste bestelknop. Zou de overeenkomst niet vernietigd zijn, dan zou [eiseres] geen recht hebben op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het incassobeding dat in artikel 22 van de algemene voorwaarden staat niet eerlijk is. Uit deze bepaling blijkt niet dat de incassokosten pas betaald moeten worden nadat [eiseres] eerst zonder extra kosten verzocht heeft om betaling. Ook blijkt niet duidelijk hoe hoog de kosten zijn die [eiseres] in rekening mag brengen. Artikel 22 van de algemene voorwaarden had dan vernietigd moeten worden. Bij een ongeldige bepaling in de overeenkomst mag de handelaar ( [eiseres] ) niet een beroep doen op de wettelijke regeling om alsnog vergoeding van deze kosten te krijgen. De kantonrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden in het geval van vernietiging van die overeenkomst om de reden dat de bestelknop niet voldoet. [gedaagde] hoeft de buitengerechtelijke kosten dus niet te vergoeden. [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] vergoeden 3.32 [gedaagde] hoeft maar een klein deel te betalen van de vordering van [eiseres] . [eiseres] wordt daarom grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Voor het verschijnen van [gedaagde] op een zitting wordt een vast bedrag toegekend van € 50,00. [gedaagde] is verschenen op de zitting van 13 augustus 2025 om mondeling te antwoorden op de dagvaarding en op de zitting van 21 oktober 2025 voor de mondelinge behandeling van de zaak met beide partijen. Dat betekent dat [eiseres] € 100,00 aan [gedaagde] moet betalen. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 632,96, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 mei 2022 tot aan de dag van volledige betaling; 4.2 veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen € 100,00 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 4.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.4 wijst af wat er meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025. 44556 Artikel 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 6:230v lid 3 BW. Artikel 6:230v lid 3 BW. HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269. Productie 11 bij de dagvaarding. Rechtbank Rotterdam 25 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6548. Artikel 7:411 BW. Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1366. De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam gaat uit van een vordering uit onverschuldigde betaling, zoals bedoeld in artikel 6:210 lid 2 BW. Productie 2 bij Dagvaarding, creditnota.
Volledig
Als de overeenkomst moet worden opgezegd, moet uit de informatie blijken wanneer dat kan en hoe dat moet. Volgens [eiseres] heeft zij deze informatie in stap 3 gegeven. Op de schermafbeelding van stap 3 staat wel – voor een andere opleiding – hoelang de opleiding duurt. [eiseres] lijkt zich daarmee op het standpunt te stellen dat de overeenkomst net zo lang duurt als de opleiding. De kantonrechter heeft gezien dat in stap 4 onder “Betaling en annuleringsvoorwaarden” staat dat de overeenkomst in beginsel voor onbepaalde duur geldt. Maar, dit is niet te rijmen met de informatie in stap 3, waarmee volgens [eiseres] duidelijk was hoelang de overeenkomst duurde. In stap 4 is [gedaagde] ook geïnformeerd dat hij de overeenkomst te allen tijde kan annuleren en de overeenkomst dan automatisch wordt opgezegd. Daarbij is echter niet de informatie gegeven uit artikel 9 van de algemene voorwaarden, waarin is bepaald hoe de overeenkomst kan worden geannuleerd (waarover een regeling is opgenomen in artikel 9.2 van de algemene voorwaarden). Ook al zijn de algemene voorwaarden in het bestelproces genoemd, deze informatie is daarmee niet op een duidelijke manier aan [gedaagde] gegeven. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [eiseres] deze informatieplicht heeft geschonden. Minimumduur van de overeenkomst voor de consument 3.24 Als de consument ( [gedaagde] ) voor een bepaalde minimale duur verplichtingen heeft volgens de overeenkomst, dan moet daar duidelijk informatie over worden gegeven. Hoewel uit het aanmeldproces blijkt dat [gedaagde] de overeenkomst altijd kon annuleren, blijkt uit de algemene voorwaarden dat [gedaagde] wel nog gedurende langere tijd verplichtingen kan hebben. Volgens artikel 9.5 van de algemene voorwaarden moet de consument namelijk soms wel kosten betalen en volgens artikel 25.2 van de algemene voorwaarden moeten de resterende betalingsverplichtingen van de student nog nagekomen worden. Deze informatie is daarmee niet op een duidelijke manier gegeven. Of de afgesproken betalingstermijnen blijven gelden, is overigens niet duidelijk. De kantonrechter is van oordeel dat ook deze informatieplicht is geschonden. Zes schendingen leiden tot een sanctie 3.25 De kantonrechter stelt vast dat zes essentiële informatieplichten zijn geschonden. Volgens de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten is in dat geval de aanbeveling de betaalverplichting met 60% te verminderen als de bestelknop ook niet voldoet. Dat die bestelknop niet goed was, is hiervoor al vastgesteld. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een sanctie achterwege te laten of om van een ander percentage uit te gaan. 3.26 De betaalverplichting bestaat uit het inschrijfgeld van € 85,00, de opleidingskosten van € 2.598,00 en de kosten voor het lesmateriaal van € 194,40. Dat is een totaalbedrag van € 2.877,40. Na vermindering van deze betaalverplichting met 60% (dat is €1.726,44), blijft een bedrag over van € 1.150,96. Dit bedrag is de redelijke vergoeding die [eiseres] van [gedaagde] kan vragen. [gedaagde] moet nog € 632,96 betalen aan [eiseres] 3.27 Partijen zijn het eens dat [gedaagde] € 85,00 aan inschrijfgeld heeft betaald en € 433,00 als eerste termijn voor de opleidingskosten. Het totale bedrag dat [gedaagde] heeft betaald is € 518,00. Dit moet worden afgetrokken van de vordering van [eiseres] . Dat betekent dat [gedaagde] nog (€ 1.150,96 - € 518,00 =) € 632,96 moet betalen. 3.28 [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij een betalingsregeling wil treffen voor het bedrag dat hij nog aan [eiseres] moet betalen. De kantonrechter kan daar niet over beslissen, omdat zij daar niet over gaat. [gedaagde] moet daarvoor contact opnemen met [eiseres] . [gedaagde] moet wettelijke rente aan [eiseres] betalen 3.29 Volgens de wet moet wettelijke rente worden betaald als iemand geld moet betalen en dat niet op tijd doet. Omdat de vordering van [eiseres] niet uit de overeenkomst volgt, kan niet worden uitgegaan van de betaaltermijnen die [eiseres] met [gedaagde] had afgesproken. Als partijen niets hebben afgesproken over het moment van betalen, dan moet [eiseres] eerst een brief sturen aan [gedaagde] met daarin een termijn om te betalen. Pas na het verstrijken van die termijn wordt de rente verschuldigd. [eiseres] heeft [gedaagde] in een brief van 26 april 2022 gevraagd om uiterlijk 3 mei 2022 het bedrag te betalen dat [gedaagde] volgens [eiseres] nog verschuldigd was. Dit is een te hoog bedrag, maar [gedaagde] moest toen wel een bedrag aan [eiseres] betalen. De kantonrechter vindt daarom dat [gedaagde] vanaf 4 mei 2022 te laat is met betalen en vanaf die dag ook wettelijke rente moet betalen. [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden 3.30 Omdat de toe te wijzen vordering van [eiseres] niet voortvloeit uit de overeenkomst met [gedaagde] , maar uit de wet ( [eiseres] heeft recht op een vergoeding voor wat zij zonder dat zij daartoe verplicht was aan [gedaagde] heeft gegeven), is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing. Aan toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten worden dan lichtere eisen gesteld. Dat zou kunnen betekenen dat [eiseres] volgens die regels vergoeding kan vragen voor de buitengerechtelijke incassokosten. 3.31 Maar, vernietiging van de overeenkomst was een sanctie voor het gebruiken van een onjuiste bestelknop. Zou de overeenkomst niet vernietigd zijn, dan zou [eiseres] geen recht hebben op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het incassobeding dat in artikel 22 van de algemene voorwaarden staat niet eerlijk is. Uit deze bepaling blijkt niet dat de incassokosten pas betaald moeten worden nadat [eiseres] eerst zonder extra kosten verzocht heeft om betaling. Ook blijkt niet duidelijk hoe hoog de kosten zijn die [eiseres] in rekening mag brengen. Artikel 22 van de algemene voorwaarden had dan vernietigd moeten worden. Bij een ongeldige bepaling in de overeenkomst mag de handelaar ( [eiseres] ) niet een beroep doen op de wettelijke regeling om alsnog vergoeding van deze kosten te krijgen. De kantonrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden in het geval van vernietiging van die overeenkomst om de reden dat de bestelknop niet voldoet. [gedaagde] hoeft de buitengerechtelijke kosten dus niet te vergoeden. [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] vergoeden 3.32 [gedaagde] hoeft maar een klein deel te betalen van de vordering van [eiseres] . [eiseres] wordt daarom grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Voor het verschijnen van [gedaagde] op een zitting wordt een vast bedrag toegekend van € 50,00. [gedaagde] is verschenen op de zitting van 13 augustus 2025 om mondeling te antwoorden op de dagvaarding en op de zitting van 21 oktober 2025 voor de mondelinge behandeling van de zaak met beide partijen. Dat betekent dat [eiseres] € 100,00 aan [gedaagde] moet betalen. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 632,96, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 mei 2022 tot aan de dag van volledige betaling; 4.2 veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen € 100,00 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 4.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.4 wijst af wat er meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025. 44556 Artikel 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 6:230v lid 3 BW. Artikel 6:230v lid 3 BW. HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269. Productie 11 bij de dagvaarding. Rechtbank Rotterdam 25 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6548. Artikel 7:411 BW. Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1366. De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam gaat uit van een vordering uit onverschuldigde betaling, zoals bedoeld in artikel 6:210 lid 2 BW. Productie 2 bij Dagvaarding, creditnota.