Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-22
ECLI:NL:RBMNE:2023:7772
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,525 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/561565 / FO RK 23-1019 (wijziging geslacht en voornaam)
Beschikking van 22 november 2023
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Doetinchem,
hierna te noemen: de ABS.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift met bijlagen van [verzoeker] , binnengekomen op 9 augustus 2023;
het e-mailbericht van de ABS van 20 oktober 2023.
1.2.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 25 oktober 2023. Hierbij waren verzoeker en diens advocaat aanwezig. Namens de gemeente Doetinchem is na afmelding niemand verschenen.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
[verzoeker]
is geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] .
2.2.
Van de geboorte van [verzoeker] is op [geboortedatum] 1990 een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] . Deze akte is ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente Doetinchem van het jaar 1990.
2.3.
Op de geboorteakte staat vermeld dat [verzoeker] ‘zoon van de echtgenoten’ is.
2.4.
[verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.5.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank:
I. de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren, in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’,
II. de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [voornaam] ’.
2.6.
De ABS heeft de rechtbank schriftelijk bericht geen bezwaar te hebben tegen de verzoeken.
Beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
3.1.
Omdat [verzoeker] in [woonplaats] woont is in beginsel de rechtbank Rotterdam bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift. [verzoeker] heeft echter schriftelijk verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht en dat die geen verwijzing wenst naar de rechtbank Rotterdam. De ABS van de gemeente Doetinchem heeft de rechtbank ook bericht geen bezwaar te hebben tegen het verzochte. Om die reden is deze rechtbank toch bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen en zal de zaak niet worden verwezen naar de rechtbank Rotterdam.
3.2.
Op de verzoeken is Nederlands recht van toepassing omdat [verzoeker] de Nederlandse nationaliteit heeft.
Voornaamswijziging
3.3.
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [voornaam] ’. [verzoeker] heeft namelijk duidelijk gemaakt dat die een zwaarwegend belang heeft bij de voornaamswijziging. Daarnaast is de gevraagde voornaam niet ongepast en geen geslachtsnaam.
3.4.
Zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorteakte van [verzoeker] aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte).
Wijziging geslacht op de geboorteakte
Conclusie
3.5.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] toewijzen en dit hierna toelichten.
Het juridisch kader
3.6.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen en daarbij een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte in de vorm van een ‘X’.
Wel is er een wetsvoorstel aanhangig dat ziet op de wijziging van de vermelding van het vrouwelijke of mannelijke geslacht in de geboorteakte. Hierin wordt onder meer voorgesteld om de voorwaarde van een deskundigenverklaring te laten vervallen.
3.7.
De rechtbank overweegt dat het in beginsel aan de wetgever is om een voorziening te treffen die het mogelijk maakt om een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte. Hoewel er wel initiatief toe is genomen, is er op dit moment nog geen wetgevingsproces in gang gezet. Het is nog onduidelijk op welke termijn de inwerkingtreding van wetgeving ter zake van een neutrale geslachtsregistratie wel kan worden verwacht. De rechtbank overweegt dat zolang er geen wetgeving is, in deze concrete zaak, aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 4 maart 2022.
3.8.
De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een wettelijke regeling om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen naar een non-binaire variant, betekent dat non-binaire personen niet de mogelijkheid hebben om zelf te beschikken over de registratie van hun geslacht. Dit is anders dan personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren. Voor hen geldt namelijk dat er wel een wettelijke regeling bestaat om het geslacht te wijzigen van man naar vrouw, of van vrouw naar man. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een onderscheid op naar geslacht, zoals bedoeld in artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat niet objectief en redelijkerwijs kan worden gerechtvaardigd en om die reden ongeoorloofd is.
Deskundigenverklaring
3.9.
[verzoeker] heeft geen deskundigenverklaring overgelegd, zoals dit in de wet is voorgeschreven voor transgenderpersonen en voor personen waarvan het geslacht niet kan worden vastgesteld. [verzoeker] heeft tijdens de zitting verklaard dat die een non-binaire genderbeleving heeft die alleen door [verzoeker] zelf kan worden vastgesteld waardoor het overleggen van een deskundigenverklaring overbodig is.
3.10.
De rechtbank is van oordeel dat de beleving van het geslacht geen objectief gegeven is dat door een deskundige kan worden vastgesteld. Dit wordt ook erkend in maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder in de rechtspraak en in het hiervoor genoemde wetsvoorstel. In het aanhangige wetsvoorstel wordt immers voorgesteld om de verplichte deskundigenverklaring af te schaffen. Tegelijkertijd wordt nagedacht over een vorm van regulering waarbij wordt gewaakt voor een te lichtzinnig genomen besluit om over te gaan tot een wijziging van registratie van het geslacht. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten en beoordelen of in deze situatie, waarin [verzoeker] geen deskundigenverklaring heeft overgelegd, kan worden vastgesteld dat het besluit duurzaam is en niet lichtzinnig is genomen.
3.11.
Op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van [verzoeker] tijdens de zitting, stelt de rechtbank vast dat bij [verzoeker] sprake is van een doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke, noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [verzoeker] uitgedragen in contacten met derden. Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de impact van het verzoek om een neutrale geslachtsregistratie. De rechtbank vindt het overleggen van een deskundigenverklaring dan ook niet nodig.
De zaak van [verzoeker]
3.12.
De rechtbank vindt dat [verzoeker] voldoende heeft onderbouwd dat de vermelding van het mannelijke geslacht op de geboorteakte van [verzoeker] (en daarmee ook diens paspoort) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [verzoeker] . [verzoeker] heeft tijdens de zitting verklaard dat toen die nog maar 7 jaar oud was al bij de genderpoli in Utrecht is geweest en dat die toen de diagnose genderdysforie heeft gekregen. Doordat [verzoeker] vervolgens geen begeleiding heeft gehad tijdens de puberteit, heeft [verzoeker] veel psychologische klachten en problematiek ervaren rondom het benoemen van diens identiteit. Tijdens de studie van [verzoeker] heeft die zich gespecialiseerd in queer en genderstudies en is er op diens 25e achter gekomen dat die non-binair is. [verzoeker] heeft vervolgens nog jarenlang onderzoek gedaan naar diens identiteit en de conclusie is nu dat die zich identificeert als ‘non-binair trans feminien’. Sinds een jaar gebruikt [verzoeker] ook de voornaam [voornaam] en op 8 maart 2023 heeft [verzoeker] toestemming gekregen voor een fysieke transitie. De wijziging van de vermelding van het geslacht op de geboorteakte zou voor [verzoeker] veel rust opleveren en een erkenning zijn van diens genderidentiteit.
3.13.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende gebleken is dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de beslissing om een wijziging te vragen van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte en dat [verzoeker] een duurzame overtuiging heeft over diens genderidentiteit. [verzoeker] identificeert zich niet als man of vrouw en heeft er daarom belang bij dat diens geboorteakte wordt aangepast en daarmee in overeenstemming wordt gebracht. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen en de ABS gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’.
3.14.
In dit kader merkt de rechtbank nog op dat op de geboorteakte van [verzoeker] niet expliciet staat vermeld ‘geslacht: mannelijk’ maar dat daar staat ‘zoon van’. Dit kan betekenen dat de ABS een latere vermelding zal opmaken waarin wordt gesproken over ‘kind van’, maar het is aan de ABS om te bepalen op welke wijze de geboorteakte wordt aangepast. Dit verandert niets aan de uitkomst dat voortaan op officiële documenten van [verzoeker] zal staan: ‘geslacht: X’.
Gevolgen van de wijziging van het geslacht
3.15.
De wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte heeft gevolgen vanaf de dag waarop de ABS een latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegt aan de geboorteakte. De wijziging van de vermelding van het geslacht heeft geen invloed op de bestaande familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.16.
Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Doetinchem om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 1990 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van:
de voornaam in: ‘ [voornaam] ’,
het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’.
4.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Artikel 270 Rv
Artikel 1:4 lid 4 jo. lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Wetsvoorstel nummer 35825
Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336
Zoals neergelegd in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW
Gerechtshof Amsterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266
Artikelen 1:28a BW en 1:19d lid 2 BW
Wetsvoorstel nummer 35825
Artikel 1:28c BW