Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2022-04-12
ECLI:NL:RBMNE:2022:1609
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,696 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. H. Kavi).
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [A], en [B], te [plaats] ,
gemachtigde: mr. G. Visser.
Procesverloop
Bij besluit van 17 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats aan te wijzen op de locatie [adres] ter hoogte van huisnummer [nummer] in [plaats] ten behoeve van de derde-partij, de heer [A] (aanvrager).
Bij besluit van 29 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2021 via een Skype beeldverbinding. Eiseres is verschenen en heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Derde-partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
Over het verzoek om vrijstelling van het griffierecht
1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Gelet op het door eiseres overgelegde formulier is de rechtbank van oordeel dat het aannemelijk is dat eiseres het griffierecht niet kan betalen en dat het niet betalen van het griffierecht in dit geval dus verschoonbaar is. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht daarom toe.
Beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht
2. Verweerder heeft op 7 april 2021 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Bij afzonderlijke brief van 15 april 2021 heeft verweerder een medisch advies van 14 augustus 2020 overgelegd dat ten grondslag heeft gelegen aan het bestreden besluit. Het betreffen gegevens van de aanvrager die verweerder niet aan eiseres mag verstrekken. Verweerder heeft verzocht om geheimhouding voor eiseres toe te passen op grond van
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft in haar reactie op het dit verzoek van verweerder aangegeven geen bezwaar te hebben tegen geheimhouding van het medisch advies. Het is nooit haar bedoeling geweest om inzage te krijgen in het medische dossier van de heer [A] .
4. Bij beslissing van 8 oktober 2021 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank bepaald dat beperking van de kennisneming van het medisch advies gerechtvaardigd is.
Inleiding
5. Op 16 juni 2020 heeft de derde-partij (aanvrager) een aanvraag ingediend voor een gereserveerde parkeerplaats ter hoogte van zijn woning aan [adres] te [plaats] . Eiseres woont naast de aanvrager op het adres [adres] te [plaats] . Voor de aanleg van deze gehandicaptenparkeerplaats heeft verweerder een verkeersbesluit genomen. Op
20 november 2020 is dit verkeersbesluit bekend gemaakt in de Staatscourant. Het verkeersbesluit houdt in dat op het adres [adres] ter hoogte van huisnummer [nummer] een parkeerplaats voor gehandicapten wordt gereserveerd door het plaatsen van een verkeersbord E6 zoals opgenomen in bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 plus een onderbord met daarop het kenteken van de aanvrager dan wel diens partner of huisgenoot. Voor de woning van de aanvrager bevindt zich een trottoir en voor de woning van eiseres bevindt zich wel een parkeergelegenheid, zodat verweerder daar een gehandicaptenparkeerplaats heeft gereserveerd voor de aanvrager.
Bestreden besluit
6. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft het verkeersbesluit gehandhaafd. Uit het medisch advies van
14 augustus 2020 is gebleken dat de aanvrager recht heeft op een gehandicaptenparkeerplaats en voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Nota gehandicapten parkeerbeleid. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat uit het medisch advies blijkt dat aanvrager zich niet meer dan 50 meter lopend kan verplaatsen. Verweerder conformeert zich aan het advies dat is vastgesteld door een terzake deskundige en onafhankelijke arts. Daarnaast is uit verkeerstechnisch onderzoek gebleken dat de aangewezen parkeerplaats de meest geschikte parkeerplaats voor aanvrager is. Als omwonende is eiseres niet vooraf geïnformeerd over het te nemen verkeersbesluit. Bovendien is het de partner van de aanvrager toegestaan om te rijden in de desbetreffende auto.
Gronden van eiseres
7. Eiseres heeft hiertegen aangevoerd dat verweerder ten onrechte het verkeersbesluit heeft genomen. Eiseres heeft geen bezwaar tegen de locatie van de gehandicaptenparkeerplaats, maar vindt het vreemd dat de auto waarvan het kenteken is gereserveerd iedere werkdag wordt gebruikt door [B] , de echtgenote van de aanvrager, terwijl de gehandicaptenparkeerplaats is aangelegd ten behoeve van de aanvrager. Pas aan het eind van de middag is de auto weer terug op de gehandicaptenparkeerplaats. De aanvrager daarentegen gebruikt iedere dag een andere auto die verderop in de straat of elders staat. Deze afstand is beduidend meer dan de 50 meter die gesteld wordt in het medisch advies van de keuringsinstantie. Ook kan aanvrager klussen in en om de woning en helpt hij met de verhuizing van zijn dochter. Eiseres heeft aangevoerd dat zij bewijsmateriaal heeft ter onderbouwing van dit standpunt. Ter zitting heeft zij toegelicht dat zij film- en fotomateriaal heeft waaruit dit blijkt. De beroepsgrond dat de al dan niet tijdelijke loopbeperking zeker niet langer dan een jaar is heeft zij op de zitting ingetrokken.
Oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank stelt allereerst vast dat het besluit tot het reserveren van een parkeerplaats voor gehandicapten aan de orde is. De vraag of de aanvrager recht heeft op een gehandicaptenparkeerkaart kan in deze zaak niet aan de orde komen. Feit is dat de aanvrager een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurder en passagier heeft. In deze zaak moet worden beoordeeld of het redelijk is dat verweerder voor de aanvrager een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken heeft aangewezen.
9. De criteria voor het toewijzen van een gehandicaptenparkeerplaats staan vermeld in artikel 3.4.1. van de Nota gehandicapten parkeerbeleid.
3.4.1 Een individuele gehandicaptenparkeerplaats
Situatie tot nu toe
Een belangrijk onderdeel van de parkeerfaciliteiten voor gehandicapten is de individuele gehandicaptenparkeerplaats. In Utrecht wordt een dergelijke plaats verstrekt aan:
autobestuurders die zich over een afstand van niet meer dan 50 meter lopende kunnen verplaatsen;
autobestuurders die zich over een afstand van meer dan 50 meter maar maximaal 100 meter lopende kunnen verplaatsen, waarbij er bovendien sprake is van een hoge parkeerdruk;
autopassagiers die zich over een afstand van niet meer dan 15 meter lopende kunnen verplaatsen.
In alle gevallen dient er sprake te zijn van permanente of progressieve invaliditeit. Dit wordt vastgesteld op basis van keuring door de GG&GD.
Bij tijdelijke invaliditeit worden geen plaatsen verstrekt.
10. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) moet het bestuursorgaan, indien het een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich er ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van vergewissen dat dit - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. In dat geval mag verweerder bij de besluitvorming in beginsel van de juistheid van een advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies.
11. Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag of er concrete aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan het medisch advies, dient verweerder zich er van te vergewissen dat dit advies - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich er niet van heeft vergewist dat het medisch onderzoek concludent is. De loopafstand die is opgenomen in het medisch advies en de conclusie die de medisch adviseur vervolgens trekt, is tegenstrijdig met wat in het besluit is opgenomen en op basis waarvan verweerder een gehandicaptenparkeerplaats heeft aangewezen omdat aanvrager voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in artikel 3.4.1 van de Nota gehandicapten parkeerbeleid. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet mocht baseren op het medisch advies zoals dat nu voorligt. Hieruit volgt dat het bestreden besluit op dit punt een gebrek vertoont wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:9 van de Awb. Het besluit zal daarom op dit punt worden vernietigd.
12.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak
een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 april 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Nota gehandicapten parkeerbeleid van 8 maart 1999.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 9 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2541).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 9 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2907).