Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-01-09
ECLI:NL:RBGEL:2026:122
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:122 text/xml public 2026-03-24T09:58:07 2026-01-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-09 ARN 25/3998 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:122 text/html public 2026-03-17T07:25:30 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:122 Rechtbank Gelderland , 09-01-2026 / ARN 25/3998 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet op tijd een beslissing heeft genomen op de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling van een (ex-)werkneemster van eiseres. Het beroep is gegrond, omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn vast. Daarbij hanteert de rechtbank de uitgangspunten zoals zij die bepaald heeft in haar uitspraak van 15 april 2025. De rechtbank stelt de nadere beslistermijn vast op vier maanden na het verzenden van deze uitspraak en legt een rechterlijke dwangsom op. RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/3998 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres] B.V. statutair gevestigd in [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. P. Willems), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet op tijd een beslissing heeft genomen op de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) van [persoon A], (ex-)werkneemster van eiseres. 1.1. Met de brief van 13 mei 2025 heeft eiseres het UWV in gebreke gesteld. De rechtbank heeft op 5 september 2025 het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvangen. Eiseres stelt dat het UWV niet binnen de beslistermijn en ook niet binnen twee weken na de ingebrekestelling heeft beslist. 1.2. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Vervolgens heeft eiseres gereageerd op dit verweerschrift. 1.3. Het is niet nodig dat partijen op een zitting worden gehoord. Het beroep is namelijk kennelijk ontvankelijk en gegrond. Daarom sluit de rechtbank het onderzoek en doet zij zonder zitting uitspraak. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij of zij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden (de zogenoemde ingebrekestelling). Als het bestuursorgaan na die twee weken nog steeds geen besluit heeft genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond? 3. Een EZWb is een ambtshalve beslissing. Dat wil zeggen dat het geen beslissing is die wordt genomen op een aanvraag of op een bezwaar maar een beslissing die het UWV uit eigen beweging neemt. Uit de wet en jurisprudentie volgt dat er door een belanghebbende beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een ambtshalve te nemen beslissing. Een EZWb-besluit moet uiterlijk in week 52 van de ziekte van de (ex-)werkneemster worden genomen. Eiseres is per 10 mei 2024 ziekgemeld. Het tijdvak van 52 weken is daarom op 10 mei 2025 verstreken zonder dat eiseres een beslissing over de EZWb heeft ontvangen. 3.1. Partijen zijn het erover eens dat het UWV niet binnen de beslistermijn heeft beslist. Na afloop van de beslistermijn heeft het UWV de ingebrekestelling van eiseres ontvangen op 25 juni 2025. Het beroepschrift heeft de rechtbank meer dan twee weken daarna ontvangen. Omdat het UWV niet binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling heeft beslist, en nog altijd niet heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond. Welke beslistermijn moet aan het UWV worden opgelegd? 4. Als het beroep gegrond is en het bestuursorgaan nog geen besluit heeft bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekendmaakt. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. 4.1. Het UWV heeft nog steeds geen besluit genomen en moet dit alsnog doen. Het UWV heeft in het verweerschrift meegedeeld dat het UWV nog geen besluit heeft kunnen nemen vanwege een grote toename aan aanvragen en aan verzoeken om herbeoordeling en vanwege een tekort aan verzekeringsartsen. 4.2. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft in haar uitspraak van 15 april 2025 neergelegd hoe zij vanaf die datum omgaat met het bepalen van de duur van de nadere beslistermijn in beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een (her)beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat bij het opleggen van de nadere beslistermijn een onderscheid wordt gemaakt tussen de (her)beoordelingen van de mate van arbeidsongeschiktheid van werknemers en de herbeoordelingen van de arbeidsongeschiktheid van (ex-)werknemers op verzoek van (ex-)werkgevers. De rechtbank hanteert voor de EZWb hetzelfde uitgangspunt omdat de onderliggende problematiek – het structurele tekort aan verzekeringsartsen – in deze gevallen ook speelt. 4.3. Het gaat hier om een werkgeversberoep en het UWV heeft de rechtbank niet geïnformeerd of er al een spreekuur met een verzekeringsarts is gepland en wanneer dat dan zou plaatsvinden. Daarom bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit op de EZWb van eiseres bekend moet maken. Welke dwangsom wordt aan het UWV opgelegd? 5. De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het UWV. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000. Deze dwangsom stemt overeen met het landelijk beleid. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en het UWV de onder 4.3 genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en de onder 5 genoemde dwangsom wordt opgelegd. 6.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden. Daarbij krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Het verzoek om vergoeding van schade wordt afgewezen omdat de vraag of schade is geleden – en zo ja, welke schade is geleden – in dit geding niet kan worden beoordeeld. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt het UWV op binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling van eiseres bekend te maken; bepaalt dat het UWV aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000; wijst het verzoek om vergoeding van schade af; bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 385 aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het UWV tot betaling van € 467 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Beijerinck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.