Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-12-23
ECLI:NL:RBGEL:2024:9324
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,336 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 22/548
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe, het college
(gemachtigde: mr. H.I.M. Dierkx).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats], derde-partij.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 21 december 2021, waarin het bezwaar tegen het besluit van 3 mei 2021 tot afwijzing van het verzoek tot handhavend optreden is afgewezen.
1.1.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
Derde-partij heeft ook schriftelijk gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van het college en de derde-partij met zijn vader J. Kranenburg.
Achtergrond
2. Eiseres bezit aan de [locatie] in [woonplaats] twee naast elkaar gelegen percelen. Op één van de percelen van eiseres staat de woning van eiseres. Deze percelen grenzen aan de fruitboomgaard van de derde-partij. De derde-partij heeft een fruitboomgaard ter hoogte van de [locatie] in [woonplaats].
2.1.
Eiseres heeft op 7 april 2021 het college verzocht om handhavend op te treden activiteiten op het perceel van de derde-partij. Eiseres stelt in haar verzoek dat sprake is van de volgende overtredingen:
Het groenplan is niet uitgevoerd conform de verleende omgevingsvergunning van 22 juni 2017;
De spuitzone van 50 meter wordt geschonden ten aanzien van de woning van eiseres;
De spuitzone van 50 meter wordt geschonden ten aanzien van gehuisveste arbeidsmigranten op het perceel van de derde-partij.
2.2.
Het college heeft op 3 mei 2021 besloten om het handhavingsverzoek van eiseres af te wijzen.
2.3.
Op 21 december 2021 heeft het college met de beslissing op bezwaar besloten om het besluit van 3 mei 2021 geheel in stand te laten met aanvulling van de motivering.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de beslissing op bezwaar. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Overtreding van het groenplan?
5. Eiseres betoogt dat de derde-partij zijn perceel niet in overeenstemming met het groenplan heeft ingericht en dat daarom sprake is van een overtreding. Eiseres stelt dat de derde-partij een boomgaard heeft ingeplant op het perceel en niet, zoals volgens het groenplan is voorgeschreven, twaalf hoogstam fruitbomen. Ook is geen sprake van erfverharding zoals ingetekend in het groenplan. Los van dat de aangeplante boomgaard in strijd is met het groenplan, heeft de aanplant van de boomgaard ook extra verkeersbewegingen en geluid tot gevolg. Zo worden meerdere keren per week werkzaamheden verricht bij de boomgaard.
5.1.
Het college heeft in de beslissing op bezwaar besloten dat sprake is van een overtreding van het groenplan, maar dat er bijzondere omstandigheden zijn waarom er niet handhavend opgetreden hoeft te worden. Het college heeft geconcludeerd dat blijkens een advies van het bureau Delphy en intern advies, het toepassen van gewasbestrijdingsmiddelen op hoogstambomen niet gedaan kan worden conform de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en wanneer de ingetekende hoogstambomen alsnog worden ingeplant, sprake zal zijn van een overtreding op een andere grondslag. Verder stelt het college dat het inplanten van hoogstambomen ook problematisch is, omdat er extra bestrijdingen plaats moeten vinden om schurft en fruitmot te voorkomen. Dit zou volgens het college leiden tot hogere kosten en de inzet van grotere hoeveelheden bestrijdingsmiddelen. Het college heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiseres geen zicht heeft op de plek waar de hoogstambomen ingeplant hadden dienen te worden. Ter zitting heeft het college aangegeven dat de 73 aangeplante laagstam fruitbomen, dezelfde oppervlakte hebben als 12 hoogstamfruitbomen.
5.2.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevraagd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisatie bestaat. Verder kan handhavend optreden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien.
5.3.
De rechtbank stelt voorop dat zij in haar uitspraak van 29 juli 2022 al een oordeel heeft gegeven over de erfverharding, namelijk dat die geen onderdeel uitmaakt van het groenplan. Het is de rechtbank niet bekend dat eiseres hiertegen hoger beroep heeft ingesteld dan wel dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) deze uitspraak heeft vernietigd en daarom moet de rechtbank van de juistheid van dit eerder gegeven oordeel uitgaan.
5.4.
Wat betreft de aanplant van twaalf (hoogstam)fruitbomen overweegt de rechtbank dat tussen partijen niet ter discussie staat dat sprake is van een overtreding. De enkele vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is de vraag of het college mocht afzien van handhaving, omdat sprake is van een bijzondere omstandigheid waardoor het college mocht afzien van handhaving.
5.5.
De rechtbank stelt vast dat op het perceel van de derde-partij, het wijzigingsplan Buitengebied Rijksstraatweg ong Buurmalsen (het wijzingsplan) van toepassing is. Artikel 3 van dit wijzigingsplan luidt:
‘Artikel 3 Landelijk gebied II
Voor de regels behorende bij de bestemming 'Landelijk gebied II' zijn de regels (voorschriften) van artikel 5 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', bestemmingsplan 'Buitengebied', zoals vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 november 2006, onverkort van toepassing, inclusief de daar op van toepassing zijnde correctieve herzieningen, met dien verstande dat:
wanneer wordt verwezen naar de plankaart (verbeelding), de bij het wijzigingsplan behorende verbeelding wordt bedoeld;
het bedrijfsmatig houden en/of fokken van dieren niet is toegestaan;
gebouwen uitsluitend binnen het op de verbeelding behorende bij dit wijzigingsplan aangeduide bouwvlak zijn toegestaan;
het gebruik van de gebouwen, zoals via deze wijziging worden toegestaan, is pas toegestaan indien en zolang de landschappelijke inpassing zoals deze is weergegeven in Bijlage 1 van deze regels is aangelegd en in stand wordt gehouden.’
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke verplichting)
In de toelichting op dit wijzigingsplan is onder meer het volgende opgenomen:
‘Met de realisatie van de bebouwing wordt tevens voorzien in een landschappelijke inpassing. De locatie ligt in het relatief bebouwde gedeelte van Buurmalsen op de oeverwal. Dit betekent dat kleinschalige landschapselementen zoals een haag en boomgaard hier op zijn plaats zijn. De landschappelijke inpassing bestaat uit:
De bestaande haag op de zuidoostelijke erfgrens blijft behouden;
De noordwestelijke erfgrens wordt voorzien van een struweelhaag, bestaande uit een dubbele rij met gemengde soorten als hazelaar, Gelderse roos, sleedoorn, hondsroos, e.d.;
De erfruimte ten zuidoosten van de fruitschuur wordt ingericht met een hoogstamboomgaard, bestaande uit twee rijen, 8 meter uit elkaar, en in totaal 12 stuks. Het betreffen pruimenbomen, maar een andere soort of gemengde boerenboomgaard met appel, peer en pruim is ook passend;
De straatzijde van het perceel wordt ingericht als siertuin. Ter markering van het perceel worden bij de entree drie bomen aangeplant, 2 notenbomen en een perenboom.
De rechtbank stelt verder vast dat de derde-partij op 22 juni 2017 een omgevingsvergunning heeft verkregen voor het bouwen van een woning en een fruitschuur en het aanleggen van een uitweg op het perceel: gemeente Geldermalsen, sectie M, nummer 590 (de omgevingsvergunning).
Aan deze omgevingsvergunning is volgende voorwaarde verbonden:
‘
2. Voorwaarden en Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:
Ten aan zien van strijdig gebruik gronden
Landschappelijke inpassing
De gronden en bouwwerken mogen niet eerder in gebruik zijn genomen dan nadat de bij de planregels en bijbehorende tekening (Groenplan, d.d. 7-6-2017) aangegeven maatregelen ten behoeve van de landschappelijke inrichting volledig zijn gerealiseerd.’
In de omgevingsvergunning is de volgende tekening (als bijlage) opgenomen:
5.6.
Op 13 augustus 2021 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd en deze controle vastgelegd in een rapport. In dit controlerapport heeft de toezichthouder de volgende constatering opgenomen: ‘De pruimenbomen links van de loods bestaan uit 2 rijen van 28 en één rij van 17 pruimbomen.
Conclusie
8. Het beroep van eiseres is gegrond omdat de beslissing op bezwaar berust op een ondeugdelijke motivering. De rechtbank vernietigt daarom de beslissing op bezwaar. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, omdat het college in haar verweerschrift niet alsnog een toereikende motivering heeft gegeven. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
8.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
8.2.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiseres moet vergoeden;
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus Visschers, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P.C.M. van Wel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op [*].
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit betreft de percelen gemeente Geldermalsen, sectie M, nummer 459 en 589.
Dit betreft de percelen gemeente Geldermalsen, sectie M, nummer 517 en 590.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1937, r.o. 5.1.
Uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 29 juli 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:4098.