Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2022-06-16
ECLI:NL:RBGEL:2022:3037
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 21/551 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser (gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.M. Saedt). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van een aanvraag voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). 1.1. In het besluit van 14 januari 2020 heeft verweerder eisers aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding individueel en begeleiding groep op grond van de Wmo 2015 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 december 2020 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Aan de afwijzing van het pgb heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de voorgedragen pgb-beheerder niet over voldoende vaardigheden beschikt om het pgb te beheren. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van een aanvraag voor een pgb voor begeleiding. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd. 3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen die oordeel heeft. 4. De rechtbank is uitgegaan van de volgende feiten. Op 20 september 2019 heeft eiser zich gemeld om in aanmerking te komen voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015 en op 5 december 2019 heeft eiser een aanvraagformulier ingediend om aanmerking te komen voor begeleiding individueel en begeleiding groep door Relaunch. Omdat Relaunch geen gecontracteerde zorgaanbieder is heeft eiser een pgb-plan ingediend. Daarbij heeft eiser de heer [persoon A] als pgb-beheerder voorgesteld. Verweerder heeft de aanvraag beoordeeld en zijn bevindingen neergelegd in het rapport afwijzing pgb. Hierop is de besluitvorming gevolg zoals opgenomen onder 1.1. Heeft verweerder kunnen concluderen dat de pgb-beheerder niet in staat is de pgb-taken te vervullen? 5.1. Aan de afwijzing van de aanvraag voor het pgb heeft verweerder ten grondslag gelegd dat [persoon A] niet over voldoende vaardigheden beschikt om het pgb te beheren. [persoon A] heeft niet het pgb-plan met eiser ingevuld, hij had geen duidelijk beeld van de zorgvraag van eiser, was niet op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het beheer van het pgb en heeft niet laten zien dat hij op de hoogte is van de kwaliteitseisen die verweerder stelt aan de zorgverlener. Daarnaast is [persoon A] oud-werknemer van de zorgverlener, waardoor hij volgens verweerder niet in staat wordt geacht de zorgverlener aan te sturen. De door [persoon A] afgelegde pgb-bekwaamheidstest van Per Saldo die eiser in de bezwaarfase heeft overgelegd leidt volgens verweerder niet tot een andere conclusie. 5.2. Volgens eiser is [persoon A] goed in staat het pgb te beheren. Uit het verslag blijkt dat hij zich goed heeft ingelezen in het dossier, zijn administratie op orde is en hij in staat is de boekhouding te onderhouden. Ook is hij communicatief vaardig en kan hij duidelijk en direct communiceren met de zorgverlener. Dat [persoon A] niet op de hoogte is van de laatste regels omtrent het pgb-beheer maakt niet dat hij ongeschikt is. Verweerder had hem opnieuw de gelegenheid moeten bieden om zijn kennis en vaardigheid aan te tonen. Voorts voert eiser aan dat tijdens de bezwaarfase is voorgesteld een andere pgb-beheerder aan te stellen. Dit verzoek is door verweerder afgewezen, omdat het bezwaar is gericht op [persoon A]. Volgens eiser had verweerder in het kader van de volledige heroverweging rekening moeten houden met dit voorstel. Omdat verweerder dat niet heeft gedaan is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gem