Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:10936
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,024 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:10936 text/xml public 2026-05-21T15:30:27 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-07 C/09/671421 / FA RK 24-6060 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10936 text/html public 2026-05-21T15:30:01 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10936 Rechtbank Den Haag , 07-04-2026 / C/09/671421 / FA RK 24-6060 Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte in "X" en voornaamswijziging zonder deskundigenverklaring in zin van artikel 1:28a BW Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-6060 Zaaknummer: C/09/671421 Datum beschikking: 7 april 2026 Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte en voornaamswijziging Beschikking op het op 20 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift van: [verzoekster] , verzoekster, hierna te noemen : [verzoekster] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. K.M. Smienk, advocaat te De Meern. Als belanghebbende wordt aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zetelend te ’s-Gravenhage, de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift, met bijlagen; - de brief van 25 november 2024 van de ambtenaar; - het bericht van 2 december 2024 namens [verzoekster] ; - de brief van 16 december 2024 van de ambtenaar; - het bericht van 1 augustus 2025, met bijlage, namens [verzoekster] . Op 4 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] en [naam 2] , begeleiders van [verzoekster] vanuit RIBW Nijmegen. De ambtenaar is niet op de zitting verschenen. Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: - het bericht van 16 augustus 2025, met bijlage, namens [verzoekster] ; - de brief van 16 augustus 2025, namens [verzoekster] , inhoudende wijziging van het verzoek; - het bericht van 16 september 2025, met bijlage, namens [verzoekster] . Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot: Primair: - het gelasten van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage om aan de geboorteakte van [verzoekster] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht ‘X’ zal zijn; - dat de rechtbank last geeft tot wijziging van de voornamen van [verzoekster] van “ [voornaam 1] ” in de voornaam “ [voornaam 2] ”; Subsidiair : - het gelasten van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage om aan de geboorteakte van [verzoekster] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht ‘-’ zal zijn; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Feiten - [verzoekster] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. - Blijkens een afschrift van een akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak, aktenummer: [aktenummer] , van het jaar 2005, van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage opgemaakt op 23 maart 2005, is op [geboortedatum] 2001 geboren: [voornaam 1] , te [geboorteplaats] , [land] . - Blijkens een afschrift van een akte latere vermelding betreffende adoptie en voornaamswijziging, vervolgblad 1 van aktenummer [aktenummer] /2005, opgemaakt op 23 maart 2005 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, is de geslachtsnaam van [verzoekster] vastgesteld als “ [verzoekster] ” en de voornamen van [verzoekster] in “ [voornaam 1] ”. Beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht Omdat [verzoekster] in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht om kennis te nemen van het verzoek tot wijziging van het geslacht van verzoeker. De rechtbank Den Haag is relatief bevoegd aangezien het verzoek ziet op wijziging van een akte die is ingeschreven in het arrondissement van de rechtbank Den Haag. Op het verzoek tot wijziging van het geslacht van [verzoekster] is Nederlands recht van toepassing, omdat verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft. Inhoudelijke beoordeling Wijziging vermelding geslacht Ter onderbouwing van het verzoek voert [verzoekster] aan dat na een lange zoektocht duidelijk is geworden dat [verzoekster] zich niet identificeert specifiek als man of specifiek als vrouw. [verzoekster] heeft een non-binaire beleving van diens gender. [verzoekster] heeft hier in een brief een nadere toelichting op gegeven. Voor [verzoekster] is het belangrijk dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met diens sociale en dagelijkse werkelijkheid. Om die reden verzoekt [verzoekster] primair om de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te gelasten om aan diens geboorteakte een latere vermelding van wijziging van het geslacht toe te voegen, waarbij het geslacht zal worden aangeduid met ‘X’. De rechtbank overweegt dat de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om het onderhavige verzoek toe te wijzen, aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren. Voor transgenders is het evenwel mogelijk om de geslachtsaanduiding op grond van artikel 1:28 tot en met 1:28c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te verbeteren, maar daarbij kan alleen worden gekozen voor “vrouwelijk (F)” of “mannelijk (M)” en niet voor een genderneutrale optie. Zoals in de uitspraak van deze rechtbank van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24053) is toegelicht levert het ontbreken van deze mogelijkheid een ongeoorloofde onderscheid op tussen transgender en genderneutrale personen en aldus een onderscheid naar geslacht zoals bedoeld in artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het verzoek van [verzoekster] , het feit dat de ambtenaar op dit punt uiteindelijk geen verweer voert en mede gelet op de (stagnerende) ontwikkelingen bij de wetgever, het individuele belang van [verzoekster] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling. De rechtbank zal artikel 1:28 tot en met 1:28c BW daarom analoog toepassen op het verzoek van [verzoekster] . Deskundigenverklaring Op grond van artikel 1:28a BW moet bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring worden overgelegd. Bij analoge toepassing van dit artikel in situaties waarin iemand zich identificeert als non-binair, is in beginsel dus een deskundigenverklaring vereist. Die verklaring houdt in dat de betrokkene bij de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben een genderneutraal geslacht te hebben en er tegenover de deskundige blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. Uit het “Besluit aanwijzing deskundigen transgenders” blijkt dat er maar enkele deskundigen zijn aangewezen die deze verklaring mogen afgeven. [verzoekster] heeft een verklaring overgelegd van 14 augustus 2025 van [naam 3] , psychiater, psychotherapeut bij Pro Persona, en een verklaring van diens huisarts [naam 4] , van 15 september 2025, waaruit blijkt dat bij [verzoekster] sprake is van een duurzame overtuiging zich niet met één gender te identificeren en om die reden een non-binaire beleving van diens gender heeft. Hoewel de overgelegde verklaringen niet volledig voldoen aan de deskundigenverklaring in de zin van artikel 1:28a BW, is in de hiervoor genoemde uitspraak van deze rechtbank toegelicht dat en waarom de rechtbank niet verlangt dat de deskundigenverklaring voldoet aan de eisen van artikel 1:28a BW.