Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:10787
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,223 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 text/xml public 2026-05-20T10:29:06 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL26.11279 en NL26.11280 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 text/html public 2026-05-20T10:28:34 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL26.11279 en NL26.11280 met onbekende bestemming vertrokken, geen procesbelang RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL26.11279 en NL26.11280 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 27 februari 2026 niet in behandeling genomen, omdat Estland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Beoordeling door de rechtbank Geen zitting 2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 3. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is. Heeft eiser nog procesbelang? 4. Verweerder heeft in het bericht van 17 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht om hierop te reageren. Omdat niet is gereageerd op dit bericht, heeft de rechtbank op 1 april 2026 een rappel verzonden. Ook hier is niet op gereageerd. 4.1. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van uit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt. 4.2. Gelet op deze rechtspraak en voorgaande omstandigheden, stelt eiser kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. 6. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit , wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. 7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van M. Ramdihal, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4049. Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 text/xml public 2026-05-20T10:29:06 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL26.11279 en NL26.11280 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 text/html public 2026-05-20T10:28:34 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10787 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL26.11279 en NL26.11280 met onbekende bestemming vertrokken, geen procesbelang RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL26.11279 en NL26.11280 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 27 februari 2026 niet in behandeling genomen, omdat Estland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Beoordeling door de rechtbank Geen zitting 2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 3. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is. Heeft eiser nog procesbelang? 4. Verweerder heeft in het bericht van 17 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht om hierop te reageren. Omdat niet is gereageerd op dit bericht, heeft de rechtbank op 1 april 2026 een rappel verzonden. Ook hier is niet op gereageerd. 4.1. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van uit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt. 4.2. Gelet op deze rechtspraak en voorgaande omstandigheden, stelt eiser kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. 6. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit , wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. 7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van M. Ramdihal, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4049. Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.