Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:23768
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,988 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.37243 (beroep) en NL24.37244 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. A.A.W.A. Vissers),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 13 december 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 september 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 5 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder aan deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
3. Eiser heeft de Senegalese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2006. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers halfbroers- en zussen kregen de erfenis van zijn vader. Eiser, zijn broer en moeder kregen niets. Eiser zou toen het stuk land hebben verkocht, waarna hij zou zijn mishandeld en met de dood zou zijn bedreigd door zijn familie. Ook zou er aangifte zijn gedaan tegen eiser. Eiser heeft Senegal daarom verlaten.
3.1.
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas geen stukken overlegd.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst (eerste asielmotief); en
eisers problemen met zijn familie vanwege een stuk grond (tweede asielmotief).
4.1.
Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet, omdat niet duidelijk is geworden wanneer eiser is geboren. Eiser heeft op dit punt onvoldoende documenten overlegd en heeft daarvoor geen goede verklaring afgelegd. Ook vormen zijn verklaringen over zijn geboortedatum geen samenhangend en aannemelijk geheel. Het eerste asielmotief is daardoor deels ongeloofwaardig. Verweerder vindt eisers problemen met zijn familie vanwege een stuk grond ook niet geloofwaardig. Eiser heeft dit asielmotief evenmin met objectieve documenten onderbouwd en heeft daarvoor geen goede verklaring gegeven. Zijn verklaringen over dit tweede asielmotief vormen verder geen samenhangend en aannemelijk geheel. Dat eiser uit Senegal komt is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Senegal een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM, nu Senegal een veilig land van herkomst is en niet blijkt dat Senegal voor eiser persoonlijk niet veilig is. Om die reden heeft verweerder eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 2004 en niet op [geboortedatum 2] 2001. Hij ontvangt binnenkort zijn geboorteakte en zal dit aan verweerder overleggen. Verder heeft eiser al aangegeven dat hij met al zijn halfbroers- en zussen problemen heeft, behalve met zijn volle broertje. Eiser overlegt een foto van zijn vader met zijn vrouwen, waarmee hij aannemelijk maakt dat zijn vader veel vrouwen heeft en hij daardoor veel halfbroers- en zussen heeft. Eiser heeft geen documenten kunnen overleggen, omdat hij moest ontsnappen. De mishandelingen vonden op één dag plaats. Hij is niet vastgebonden, maar hij mocht de compound niet verlaten. De aanklachtbrief ontving hij op de compound. Eiser moest zich daarna melden bij het politiebureau. De datum van het melden is hij vergeten, omdat hij met andere dingen bezig was, te weten ontsnappen en zijn leven redden. Eiser is ontsnapt in de nacht toen de meeste familieleden aan het slapen waren. Eiser kan niet terug naar Senegal, omdat zijn familie hem daar overal kan vinden. De politie daar kan hem niet beschermen, gelet op de chaos in het land en het feit dat ze ook naar eiser op zoek zijn. Tot slot had verweerder eiser geen inreisverbod mogen opleggen. Hij was destijds minderjarig en hij slaapt slecht en heeft stress.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Heeft eiser procesbelang bij zijn beroep en verzoek om een voorlopige voorziening?
8. Bij brief van 11 oktober 2024 heeft verweerder de rechtbank verzocht te onderzoeken of eiser nog procesbelang heeft bij onderhavige procedures, nu is gebleken dat eiser op 2 oktober 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij brief van 31 oktober 2024 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank geïnformeerd dat zij nog contact heeft met eiser en dat eiser de opvang heeft verlaten uit angst. Bij brief van 4 november 2024 heeft verweerder een terugnameverzoek van de Duitse autoriteiten overgelegd, waaruit volgt dat eiser op 25 oktober 2024 in Duitsland heeft verzocht om internationale bescherming. Uit voorgaande omstandigheden volgt dat eiser de door hem verzochte internationale bescherming in Nederland niet meer op prijs stelt en vindt verweerder primair dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Verweerder heeft zijn standpunt ter zitting nader toegelicht.
8.1.
Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat zolang een vreemdeling nog contact houdt met zijn gemachtigde, hij belang houdt bij zijn procedure om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Dit kan alleen anders zijn als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een verblijf in het buitenland. Maar niet onder alle omstandigheden betekent dat dat hiermee het procesbelang is vervallen. Voordat de bestuursrechter aanneemt dat procesbelang ontbreekt, moet uit de omstandigheden omtrent het verblijf in het buitenland duidelijk kunnen worden afgeleid dat de vreemdeling geen verblijf in Nederland meer nastreeft en dus geen actueel en reëel belang bij de uitkomst van zijn beroepsprocedure meer heeft. Het enkele feit dat de vreemdeling gedurende zijn beroepsprocedure naar een ander land in het Schengengebied is vertrokken en in dat land een asielaanvraag heeft ingediend, neemt het belang van de vreemdeling bij de huidige procedure niet weg. Het in het ander land indienen van een asielaanvraag sluit namelijk niet uit dat de vreemdeling, in geval van vernietiging van het besluit op zijn Nederlandse asielaanvraag, alsnog de in Nederland verzochte verblijfsvergunning asiel kan krijgen. Dat verweerder de mogelijkheid heeft om bij een nieuw besluit op de aanvraag deze buiten behandeling te stellen indien de vreemdeling in het buitenland verblijft, doet niet af aan dit belang, omdat dat een toekomstige onzekere gebeurtenis is en de vreemdeling ook weer tijdig terug kan keren naar Nederland. Gelet op het voorgaande en de omstandigheid dat de gemachtigde nog contact heeft met eiser, is de rechtbank van oordeel dat eiser nog procesbelang heeft bij de onderhavige procedures en zullen deze niet niet-ontvankelijk verklaard worden.
9. Omdat het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard wordt, zal de rechtbank hieronder een inhoudelijk oordeel geven over het bestreden besluit naar aanleiding van de door eiser ingediende beroepsgronden.
Heeft verweerder het eerste asielmotief deels ongeloofwaardig kunnen achten?
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de identiteit van eiser niet geloofwaardig hoeven vinden. Eiser heeft zijn gestelde geboortedatum niet met een geboorteakte onderbouwd en heeft daarvoor goede geen reden gegeven. De enkele stelling dat eiser op [geboortedatum 1] 2006 is geboren en dat hij binnenkort zijn geboorteakte ontvangt, maakt dit oordeel niet anders. Eiser heeft nog altijd geen documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn identiteit. Verder is in beroep niet in geschil dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn geboortedatum en blijkt uit het terugnameverzoek van de Duitse autoriteiten dat eiser in Duitsland bekend staat onder de geboortedatum 30 maart 1998.
Conclusie
14. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
15. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
16. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw.
Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4049.
Artikel 3.105ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), artikel 3.37f, derde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV) en Bijlage 13 bij het VV.
Artikel 66a, achtste lid, van de Vw.