Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:5486
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
822 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49221
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluit van 3 december 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.B. van den Toorn-Volkers, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. In het bestreden besluit is de minister ervan uitgegaan dat eiser meerderjarig is. Eiser stelt echter minderjarig te zijn.
2. De minister is uitgegaan van de gegevens uit een echt bevonden Mauritaans paspoort. Met dat paspoort is eiser ook Nederland binnengekomen. In het paspoort is de geboortedatum [datum] 2005 vermeld.
3. Tijdens de gehoren heeft eiser bevestigd dat de gegevens in het paspoort juist zijn.
4. De hoogste bestuursrechter heeft uitgesproken dat de minister in beginsel mag uitgaan van de gegevens uit een authentiek bevonden paspoort. Dat gaat niet alleen over de nationaliteit, maar ook over de persoonsgegevens. Als de vreemdeling stelt dat bepaalde daarin vermelde gegevens toch buiten beschouwing moeten worden gelaten, dan moet hij aannemelijk maken dat dat paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Eiser heeft dat niet gedaan, noch andere stukken ingebracht waaruit een andere geboortedatum blijkt, zoals een geboorteakte. De stelling van de gemachtigde dat er indicaties zijn dat eiser minderjarig is, is niet voldoende om in afwijking van de geboortedatum in het paspoort, eiser als een minderjarige te beschouwen en te behandelen.
5. De minister is dus terecht uitgegaan van de geboortedatum zoals die is vermeld in het paspoort. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
toevoeging griffier: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
toevoeging griffier: de uitspraak van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071, rechtsoverweging 3.