Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:27707
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,447 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27707 text/xml public 2026-03-23T09:16:46 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-10-23 SGR 24/8506 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27707 text/html public 2026-03-23T09:16:25 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27707 Rechtbank Den Haag , 23-10-2025 / SGR 24/8506 Weigering verlof tot het voorhanden hebben van verenigingsvuurwapens - Wet wapens en munitie - niet tijdig beslissen op administratief beroep - geringe twijfel - meerdere doelstellingen - inrichting van het bestuur - proceskosten - beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/8506 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2025 in de zaak tussen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Puma Tactical Shooting Club, gevestigd in Voorhout, eiseres (gemachtigde: I.J. Oort) en de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P. Stehouwer). Inleiding en procesverloop 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van een verlof tot het voorhanden hebben van verenigingsvuurwapens. De korpschef van de politie (de korpschef) heeft daartoe op 14 december 2023 besloten. 1.1. Op 11 oktober 2024 heef eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het administratief beroep van eiseres tegen de beslissing van de korpschef. 1.2. Met het bestreden besluit van 25 oktober 2024 heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep mede betrekking op dit besluit. 1.3. Eiseres heeft de gronden van beroep aangevuld. 1.4. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde, tevens voorzitter, van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 2. Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een verlof tot het voorhanden hebben van verenigingsvuurwapens. De korpschef heeft het verenigingsverlof geweigerd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard en de beslissing van de korpschef gehandhaafd. Aan de weigering legt verweerder ten grondslag dat er aanwijzingen zijn dat het onder zich hebben van wapens en munitie niet aan eiseres kan worden toevertrouwd en dat er reden is om te vrezen dat er van het verlof of van wapens of munitie misbruik zal worden gemaakt. 3. Daarvoor heeft verweerder van belang geacht dat de vereniging meerdere doelstellingen heeft, namelijk het faciliteren en beoefenen van de schietsport, maar ook het bieden van faciliteiten aan leden om wapens te verzamelen. Deze vermenging van doelstellingen leidt volgens verweerder tot een belangenconflict. Voor beide doelstellingen gelden geheel andere normen. Als vuurwapens met verschillende doelstellingen op één locatie samenkomen kan er ten aanzien van het gebruik van de vuurwapens vermenging optreden. De kans bestaat dat vuurwapens die bedoeld zijn voor een verzameldoel worden aangewend voor de schietsport en andersom. 4. Daarnaast heeft eiseres volgens verweerder niet voldaan aan de wijze waarop het bestuur van een schietvereniging moet zijn georganiseerd. Het bestuur van eiseres bestaat uit één bestuurslid, te weten de voorzitter, wiens stem volgens de stemverdeling in de statuten altijd doorslaggevend is. Deze inrichting van het bestuur is strijdig met de bedoeling van de Wwm en in strijd met de uitgangspunten van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Verweerder heeft twijfels dat de taken en verantwoordelijkheden van het bestuur, onder andere op het gebied van toelating van leden, toezicht op leden en sociale controle, op een zodanige manier kunnen worden ingevuld dat de schietsport binnen de vereniging op een veilige en gecontroleerde wijze beoefend kan worden. Die twijfels worden versterkt doordat het bedrijf van de voorzitter op tal van terreinen actief is. 5. Ten slotte leidt verweerder uit de website van eiseres af dat er diverse cursussen worden aangeboden die niet staan opgenomen of direct verband houden met de in bijlage C8 van de Circulaire wapens en munitie 2019 (de Circulaire) aangewezen disciplines. Volgens de website is de vereniging verder exclusief toegankelijk voor cursisten van Puma Tactical en andere professionele opleiders zoals de European Security Academy, waarmee de vereniging een sterke verbinding heeft. Hierdoor kan een vermenging plaatsvinden tussen schietsportdoelstellingen en beveiligingsdoelstellingen. Verweerder concludeert dat sportschutters middels de vereniging in de gelegenheid worden gesteld om vuurwapens te gebruiken voor andere vuurwapentrainingen dan het doel waarvoor de vuurwapens zijn verkregen. Wat vindt eiseres in beroep? 6. Eiseres is het niet eens met de weigering van het verenigingsverlof. Eiseres brengt in het beroepschrift naar voren dat de voorzitter gelet op zijn achtergrond als onder andere sportschutter, verlofhouder en beheerder van een erkenning betrouwbaar en integer is en zijn werk altijd conform de regelgeving uitvoert. Hij is van onbesproken gedrag. Eiseres ziet de conclusie van verweerder dat sprake is van vrees voor misbruik als schadelijke aantijging. Er zijn geen concrete en objectieve omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen. Er is volgens eiseres sprake van strijd met het legaliteitsbeginsel, omdat de argumenten van verweerder om vrees voor misbruik aan te nemen een wettelijke grondslag ontberen. Ook is sprake van strijd met jurisprudentie. Eiseres verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Limburg van 5 maart 2018 en een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 oktober 2018 . Vrees voor misbruik kan zich volgens de Wet wapens en munitie (Wwm) bovendien niet richten tegen een vereniging. 7. Eiseres voert verder aan dat de combinatie van de doelstellingen schietsport en verzamelen geen vrees voor misbruik oplevert. Eiseres benadrukt dat zij er altijd op zal toezien dat het gebruik en vervoer van wapens conform de wet- en regelgeving plaatsvindt, mochten er zich te zijner tijd verzamelaars bij de vereniging melden. Uit niets blijkt dat er vrees is dat eiseres de regels niet zou handhaven of naleven. Verweerder heeft het criterium van vrees voor misbruik te ruim ingevuld door daarbij het theoretische toekomstig gebruik van verzamelwapens te betrekken. Verweerder dient alleen te toetsen op het aanstaande gebruik van wapens voor de schietsport. Bovendien gelden er geen eisen met betrekking tot de statuten van schietverenigingen. Verweerder heeft daaraan zonder grondslag nadere eisen gesteld. Verweerder heeft het verlof dan ook niet kunnen weigeren op de grond dat er sprake zou zijn van vermenging van doelstellingen. 8. Daarnaast voert eiseres aan dat niets er aan in de weg staat dat aan een bestuurder of een lid meer dan één stem wordt toegekend. Verweerder heeft de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen onjuist geïnterpreteerd. De statuten zijn in overeenstemming met het Burgerlijk Wetboek. De wapenwetgeving stelt geen specifieke eisen aan de statuten en de stemrechtverdeling binnen schietverenigingen. Binnen de opzet van de schietvereniging zijn genoeg waarborgen voor adequaat toezicht op de leden die door de voorzitter worden toegelaten en voor sociale controle. Het is verder niet ongebruikelijk dat een bestuurder van een schietvereniging zijn eigen WM3-formulier ondertekent. Dat formulier is te verifiëren aan de hand van presentielijsten. Ook hier heeft verweerder een te ruime en onjuiste interpretatie van het criterium van vrees voor misbruik gebruikt. 9. Ten slotte brengt eiseres naar voren dat de vereniging zich hoofdzakelijk richt op acht in de bijlage C8 van de Circulaire aangewezen schietsportdisciplines. Dat zijn disciplines die met de aangevraagde wapens ook beoefend kunnen worden.
Volledig
Het staat verlofhouders vrij om andere, facultatieve, schietsportdisciplines te beoefenen met de vuurwapens die hij ten behoeve van wel aangewezen schietsportdisciplines bevoegd voorhanden heeft. De cursussen die door verweerder worden aangehaald passen goed binnen de verbetering van de schietsportprestaties van de desbetreffende discipline en zijn daarmee weliswaar facultatief maar niet verboden. Eiseres neemt verder afstand van de suggestie dat de vereniging op enigerlei wijze misbruikt zou worden voor beveiligingsdoelstellingen. De verschillende vormen van dienstverlening binnen het bedrijf van de voorzitter van eiseres worden gescheiden gehouden. Wat zijn de regels? 10. Aan een schietsportvereniging kan een verlof worden verleend tot het voorhanden hebben van vuurwapens, die aan die vereniging toebehoren en die bestemd zijn voor gebruik door de leden van die vereniging. Op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wwm wordt een verlof geweigerd als er reden is om te vrezen dat aan de aanvrager het onder zich hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd, dan wel er reden is om te vrezen dat van het verlof of van wapens of munitie misbruik zal worden gemaakt. Het beleid dat verweerder voert ter uitvoering van de Wwm is neergelegd in de Circulaire. Uit de Circulaire volgt dat ‘vrees voor misbruik’ en ‘het niet langer kunnen toevertrouwen’ twee verschillende omschrijvingen voor in feite dezelfde situatie zijn. In de Circulaire is een invulling gegeven aan het ‘vrees voor misbruik’ criterium, die volgens de Circulaire analoog kan worden toegepast op het criterium van ‘het niet langer kunnen toevertrouwen’. 10.1. Volgens de Circulaire wordt een restrictief beleid gevoerd waar het de toepassing van het criterium ‘vrees voor misbruik’ betreft. De achtergrond hiervan is dat wapens en munitie een potentieel ernstige bedreiging voor de veiligheid in de samenleving vormen indien zij in handen komen van personen die onvoldoende betrouwbaar zijn. De vergunninghouder komt volgens de Circulaire in een bijzondere positie te verkeren ten opzichte van zijn medeburgers, voor wie immers het algemene wettelijke verbod geldt om wapens en munitie voorhanden te hebben. Die positie brengt met zich mee dat van de vergunninghouder stipte naleving van de (wapen)wettelijke voorschriften moet kunnen worden verlangd. Uit de Circulaire volgt verder dat het weigeren van een verlof geen strafrechtelijke sanctie is, maar een maatregel ter bescherming van de veiligheid in de samenleving. Wat is het oordeel van de rechtbank? Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het administratief beroep 11. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit alsnog op het administratief beroep van eiseres heeft beslist. Verweerder heeft in een separate beslissing de maximale dwangsom van €1.442,- aan eiseres toegekend. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep, daarom niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit 12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden het besluit van de korpschef tot weigering van het wapenverlof heeft gehandhaafd. Het beroep is, voor zover dat is gericht tegen dit bestreden besluit, ongegrond. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Geringe twijfel 13. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat een wapenverlofhouder zich in een uitzonderingspositie bevindt. Tegen de achtergrond van het grote maatschappelijke veiligheidsbelang is geringe twijfel aan het kunnen toevertrouwen van het onder zich hebben van wapens of munitie voldoende grond om het wapenverlof te weigeren . 13.1. Of het aan iemand kan worden toevertrouwd om wapens of munitie onder zich te hebben kan volgens de Circulaire onder andere worden aangenomen op basis van andere, niet uit veroordelingen of transacties gebleken, omtrent betrokkene bekende feiten. 13.2. Anders dan eiseres stelt, geeft de Circulaire naar het oordeel van de rechtbank geen limitatieve weergave van omstandigheden op grond waarvan geringe twijfel kan worden aangenomen. Het is niet mogelijk en in het licht van het belang van bescherming van de maatschappij niet wenselijk op voorhand alle omstandigheden in beeld te brengen en vast te leggen die geringe twijfel kunnen opleveren. Dat in de Circulaire enkele meer voorkomende situaties zijn uitgewerkt maakt dit niet anders. Dit levert, anders dan eiseres betoogt, geen strijd op met het legaliteitsbeginsel en ook niet met de jurisprudentie waar eiseres in haar beroepschrift naar heeft verwezen. Die uitspraken zien immers niet op de invulling van de criteria ‘vrees voor misbruik’ en ‘het niet langer kunnen toevertrouwen’. 13.3. Volgens de Circulaire mag er in het geval de aanvrager een schietvereniging is jegens de vereniging, maar ook jegens de bestuurders van die vereniging en jegens de beheerders geen vrees voor misbruik bestaan. Verweerder heeft op de zitting benadrukt dat de aanwijzingen die zij ziet dat het onder zich hebben van wapens en munitie niet aan eiseres kan worden toevertrouwd, zien op de wapenvereniging, en niet op de persoon van de voorzitter. Het uitgangspunt in de Circulaire dat vrees voor misbruik zich kan richten op de vereniging zelf is, anders dan eiseres stelt, in overeenstemming met de Wwm. Uit artikel 7 van de Wwm volgt namelijk dat het wapenverlof wordt geweigerd als er reden is om te vrezen dat de aanvrager, in dit geval eiseres, het onder zich hebben van wapens en munitie niet kan worden toevertrouwd. Bij de weigeringsgrond van vrees voor misbruik is niet afgebakend wie mogelijk misbruik zal maken. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat vrees voor misbruik zich kan richten op de vereniging. 13.4 Zoals uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt, moet de geringe twijfel aan het kunnen toevertrouwen van het onder zich hebben van wapens of munitie wel onderbouwd en objectief toetsbaar zijn . Verweerder heeft zich in dit geval gebaseerd op informatie die naar voren kwam uit het aanvraagformulier van eiseres en de daarbij gevoegde bijlagen zoals de statuten van de vereniging, alsmede op de informatie van de openbare website van eiseres. Verweerder heeft dus gebruikgemaakt van objectief toetsbare informatie. 13.5 Voor zover eiseres stelt dat verweerder ten onrechte fictieve risico’s heeft meegenomen, die zich mogelijkerwijze in de toekomst voor zullen doen, overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder zal bij de beoordeling van de aanvraag een inschatting moeten maken of er reden is om te vrezen dat wapens en munitie niet aan de aanvrager kunnen worden toevertrouwd, dan wel er reden is om te vrezen dat er misbruik van zal worden gemaakt. Het is dan ook inherent aan de beoordeling van verweerder dat een inschatting plaatsvindt van mogelijke toekomstige risico’s. 13.6 Verweerder heeft door drie omstandigheden vrees voor misbruik aangenomen, te weten de combinatie van schietsport- en verzameldoelstellingen, de inrichting van het bestuur en de stemverdeling en ten slotte de aangeboden cursussen alsmede de combinatie van schietsport- en beveiligingsdoelstellingen. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat ieder van deze omstandigheden op zichzelf volgens verweerder al genoeg is om geringe twijfel aan te nemen. De rechtbank overweegt over deze omstandigheden het volgende. De combinatie van schietsport- en verzameldoelstellingen 14. Niet in geschil is dat eiseres meerdere doelstellingen nastreeft. Eiseres stelt zich blijkens de statuten ten doel om leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen. Daarnaast wil eiseres leden de faciliteiten bieden om wapens te verzamelen. 14.1. Zoals verweerder terecht naar voren heeft gebracht, gelden er voor een wapenverlof in het kader van het beoefenen van de schietsport en een verlof voor het verzamelen van vuurwapens andere regels.
Volledig
Verweerder heeft toegelicht dat het houden van een verzameling van vuurwapens alleen wordt toegestaan aan individuele wapenverzamelaars als uit de studie die zij maken informatie komt die relevant is voor een bredere kring van personen, zoals wapendeskundigen, overheidsfunctionarissen, wetenschappers en historici. De leden van een schietvereniging worden in beginsel niet tot deze bredere kring van personen gerekend. Verder heeft verweerder benoemd dat wapenverzamelaars in individuele gevallen over categorie II-vuurwapens kunnen beschikken, terwijl een verenigingsverlof alleen kan zien op categorie III-vuurwapens. Als een wapenverzamelaar wapens vervoert naar een schietvereniging komt dit volgens verweerder in strijd met de aan het wapenverlof verbonden beperking rondom vervoer. De aanwezigheid van vuurwapens van verzamelaars binnen een schietvereniging zorgt er volgens verweerder verder voor dat leden van schietverenigingen wapens in handen kunnen krijgen die zij volgens de uitgangspunten van de schietsport niet in handen mogen krijgen. Verweerder heeft daarbij gewezen op het restrictieve uitgangspunt van de Wwm als het gaat om het voorhanden mogen hebben van vuurwapens. Verweerder ziet ook risico op vermenging ten aanzien van het gebruik van vuurwapens, als vuurwapens van verschillende doelstellingen op één locatie samenkomen en overweegt dat het risico bestaat dat aanwezige vuurwapens gebruikt worden voor demonstratiedoeleinden. 14.2. Verweerder heeft door de combinatie van doelstellingen naar het oordeel van de rechtbank mogen betwijfelen dat sprake zal zijn van een verantwoorde omgang met vuurwapens en munitie. Verweerder heeft deugdelijk gemotiveerd waaruit het risico op vermenging bestaat. Daarbij heeft verweerder het criterium van vrees voor misbruik, anders dan eiseres stelt, niet te ruim ingevuld. Verweerder heeft zowel de risico’s ten aanzien van toekomstig gebruik van verzamelwapens als de risico’s ten aanzien van toekomstig gebruik van wapens in het kader van de schietsport mogen betrekken. Dat er geen eisen gelden met betrekking tot statuten van schietverenigingen, maakt het voorgaande niet anders. De inrichting van het bestuur en de stemverdeling 15. Uit de statuten van eiseres blijkt dat het bestuur van de vereniging bestaat uit alleen de voorzitter. Daarnaast brengt de voorzitter bij een algemene ledenvergadering een aantal stemmen uit dat gelijk staat aan honderdvijftig procent van het totaal aantal leden van de vereniging. Volgens verweerder moet het bestuur van een schietvereniging uit meerdere personen bestaan, om taken op het gebied van onder andere toezicht en sociale controle goed uit te kunnen oefenen. 15.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht overwogen dat een schietvereniging een belangrijke rol heeft in het toezicht op individuele wapenverlofhouders en in het kader van de sociale controle binnen de vereniging, zodat wapenbezit wordt gemonitord. Eiseres onderkent dit ook. 15.2. Eiseres heeft deze taken en verantwoordelijkheden binnen de vereniging bij één persoon belegd. Verweerder heeft hierdoor naar het oordeel van de rechtbank kunnen betwijfelen dat het toezicht en de sociale controle binnen de vereniging afdoende georganiseerd kunnen worden. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat het bestuur een verklaring afgeeft bij verlofaanvragen over onder andere de bekwaamheid in de omgang met wapens. Er bestaan onvoldoende checks and balances bij het afgeven van die verklaringen als het bestuur uit één bestuurslid bestaat. De situatie kan zich bovendien voordoen dat de voorzitter als enig bestuurslid over zichzelf een verklaring aflegt. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de voorzitter geen toezicht en sociale controle op zichzelf kan uitoefenen. Dat de huidige voorzitter de mogelijkheid zou hebben om zijn verklaringen te laten onderschrijven door het bestuur van een andere schietvereniging, waarvan hij ook lid is, maakt dit niet anders. De inrichting van de vereniging moet immers zodanig zijn, dat de waarborgen ook bestaan los van de persoon van de voorzitter. 15.3. Eiseres brengt ter onderbouwing van haar standpunt dat er binnen de opzet van de vereniging wel genoeg waarborgen zijn voor adequaat toezicht en adequate sociale controle het volgende naar voren. Nieuwe leden worden door de voorzitter toegelaten na een persoonlijke kennismaking. De voorzitter is in staat onderzoek uit te voeren naar (de motieven van) nieuwe leden en de voorzitter kan nader onderzoek doen bij zorgen over leden. Daarvoor kan de voorzitter gebruikmaken van een recherchevergunning. De sociale controle is volgens eiseres gewaarborgd doordat de voorzitter tijdens vooraf afgesproken schietmomenten met vooraf aangemelde personen schiet. Daarbij houdt de voorzitter feitelijk toezicht. Naar het oordeel van de rechtbank bevestigt eiseres hiermee dat zowel het lidmaatschap van de vereniging als het toezicht en de sociale controle op leden bij eiseres volledig afhankelijk zijn van de persoon van de voorzitter. Uit de statuten volgt ook dat de voorzitter het lidmaatschap van een lid kan opzeggen en dat de stem van de voorzitter blijkens de stemrechtverdeling altijd doorslaggevend is. 15.4. Verweerder kon in het licht van het restrictieve karakter van de wapenwetgeving, ook gelet op de te waarborgen veiligheidsbelangen, en de belangrijke taken van het bestuur op het gebied van toezicht en sociale controle tot de conclusie komen dat dit vraagt om een meerkoppig bestuur. Dat in de wapenwetgeving geen specifieke eisen zijn geformuleerd voor de statuten en de stemrechtverdeling en dat de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, zoals verweerder op de zitting ook heeft onderkend, er niet aan in de weg staat dat aan een lid meer dan één stem wordt toegekend, leidt niet tot een andere conclusie. Verweerder heeft gelet op het voorgaande mogen concluderen dat er twijfels zijn dat de taken en verantwoordelijkheden van het bestuur op een zodanige manier door eiseres kunnen worden ingevuld dat de schietsport binnen de vereniging op een veilige en gecontroleerde wijze beoefend kan worden. Aangeboden cursussen en schietsport- en beveiligingsdoelstellingen 16. Niet in geschil is dat eiseres verschillende cursussen aanbiedt die niet vallen onder de schietsportdisciplines van bijlage C8 van de Circulaire. Het betreft onder andere de cursussen Dynamic Pistol en de Glock 17 basisopleiding. Eiseres stelt zich op standpunt dat het gaat om toegestane beoefening van facultatieve schietsportdisciplines. 16.1. Verweerder heeft op de zitting bevestigd dat uit de Circulaire volgt dat het de wapenverlofhouder vrij staat om niet aangewezen schietsportdisciplines te beoefenen met de vuurwapens die hij ten behoeve van wel aangewezen schietsportdisciplines bevoegd voorhanden heeft. Verweerder heeft naar voren gebracht dat het echter lastig te controleren is of de aangeboden cursussen daadwerkelijk zien op schietsport. Dat laat echter onverlet dat verweerder hiermee de mogelijkheid openlaat dat de aangeboden cursussen in het teken staan van facultatieve schietsportdisciplines, zoals door eiseres ook is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank schiet de motivering van verweerder dat vrees voor misbruik bestaat in verband met de door eiseres aangeboden cursussen daarom tekort. 16.2. Verweerder heeft wel risico op vermenging tussen schietsportdoelstellingen en beveiligingsdoelstellingen kunnen aannemen. Verweerder heeft dit kunnen afleiden uit de website van de vereniging, waaruit volgt dat de vereniging exclusief toegankelijk is voor cursisten van Puma Tactical en andere professionele opleiders zoals de European Security Academy, en dat er in bepaalde situaties naar oefenlocaties van de European Security Academy wordt uitgeweken voor meerdaagse trainingen. Dat eiseres naar voren heeft gebracht dat de verschillende vormen van dienstverlening gescheiden worden gehouden, betekent niet dat het risico op vermenging daarmee afwezig is. Conclusie 17. Het betoog van eiseres treft dus doel voor zover het is gericht tegen de overwegingen van verweerder met betrekking tot de aangeboden cursussen. Dit betekent echter niet dat het beroep gegrond is.
Volledig
Het betoog van eiseres treft voor het overige namelijk geen doel. Verweerder heeft zich gelet op de andere aangehaalde omstandigheden op het standpunt mogen stellen dat er ten minste geringe twijfel bestaat dat wapens en munitie aan eiseres kunnen worden toevertrouwd. Het gegeven dat de voorzitter van de vereniging zoals eiseres naar voren brengt van onbesproken gedrag is, maakt het voorgaande niet anders. De vrees voor misbruik is in dit geval, zoals verweerder heeft benadrukt, gericht op de vereniging. Het beroep is dus ongegrond. Proceskosten 18. Eiseres verzoekt om vergoeding van proceskosten. De rechtbank ziet aanleiding dit verzoek inhoudelijk te beoordelen, omdat tijdens het instellen van beroep sprake was van het niet tijdig beslissen op administratief beroep. 18.1. Primair verzoekt eiseres vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarvoor voert eiseres aan dat haar gemachtigde zich bij zijn bedrijf Puma Tactical BV ook bezighoudt met het verlenen van beroepsmatige rechtsbijstand op het gebied van de Wwm aan derden en dat hij in dit verband de vereniging bijstaat, terwijl hij tevens voorzitter is. Eiseres licht toe dat de vereniging de door Puma Tactical BV ten behoeve van haar gemaakte en dus gefactureerde kosten aan de BV terugbetaalt. Subsidiair verzoekt eiseres om vergoeding van verletkosten tot een bedrag van € 760,- in verband met het bijwonen van de zitting. Het bedrag aan verletkosten ziet volgens eiseres op het dagtarief van een Wwm-docent, die niet meer voor een betalende dienst bruikbaar is. Ten slotte verzoekt eiseres om vergoeding van reiskosten tot een bedrag van € 12,-. 18.2. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan een proceskostenveroordeling uitsluitend betrekking hebben op de in dat artikel vermelde kosten, waaronder kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen , heeft rechtsbijstand een beroepsmatig karakter als het verschaffen ervan een vast onderdeel is van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. Eiseres heeft slechts gesteld dat haar gemachtigde zich bezighoudt met het verlenen van beroepsmatige rechtsbijstand bij zijn bedrijf en in deze zaak tegen betaling is ingeschakeld. Er zijn door eiseres geen documenten overgelegd waaruit dit blijkt. De gemachtigde houdt zich blijkens het beroepschrift beroepsmatig bezig met diverse activiteiten binnen de veiligheids- en vuurwapenbranche. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel is van een duurzame taakuitoefening van de gemachtigde. 18.3. Ook reis- en verletkosten van een partij komen op grond van het Bpb in aanmerking voor vergoeding. Voor verletkosten geldt een maximumbedrag van € 106,- per uur. Zoals ook blijkt uit de toelichting op het formulier waarmee proceskosten worden opgegeven, moet het verzoek zoveel mogelijk onderbouwd worden met bewijsstukken. De rechtbank constateert dat eiseres bij haar verzoek geen bewijsstukken over de reis- en verletkosten heeft gevoegd. Het verzoek is dus niet onderbouwd. 18.4. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot een proceskostenvergoeding. Conclusie en gevolgen 19. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep. 20. Het beroep is ongegrond voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van het wapenverlof in stand blijft. 21. Eiseres krijgt het griffierecht daarom niet terug. Zij krijgt geen vergoeding van proceskosten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit; verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kock-Molendijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ECLI:NL:RBLIM:2018:2053. ECLI:NL:RBOBR:2018:4737. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3709, met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:219. Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3709, met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:97. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3161.