Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-29
ECLI:NL:RBDHA:2025:27567
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,496 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27567 text/xml public 2026-03-31T10:48:15 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-08-29 SGR 25/2395 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27567 text/html public 2026-03-31T10:48:05 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27567 Rechtbank Den Haag , 29-08-2025 / SGR 25/2395 Parkeerbelasting, ongegrond. Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 25/2395 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 de zaak tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende (gemachtigde: mr. P.C. Faasse) en de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, heffingsambtenaar. Procesverloop Bij uitspraak van de heffingsambtenaar van 13 februari 2025 is het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2025. De gemachtigde van belanghebbende is ter zitting verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.S. Veenstra en mr. J.K. Lanser. Overwegingen 1. Op 8 november 2024 om 18:36 stond de auto van belanghebbende volgens de heffingsambtenaar stil aan De Savornin Lohmanlaan 465 te Den Haag (de locatie). De locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting. 2. Tijdens de controle op voormeld tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en geen geldige parkeervergunning was aangemeld. Naar aanleiding daarvan is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 79,30, bestaande uit € 2,60 aan parkeerbelasting en € 76,70 aan kosten van de naheffingsaanslag. 3. Belanghebbende betoogt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Primair stelt hij daartoe dat hij de auto niet heeft geparkeerd op de locatie. Subsidiair stelt hij dat hij ten tijde van het belastbare feit aan het laden en lossen was bij zijn broer voor de deur. Meer subsidiair stelt hij dat de parkeerplaatsen voor de deur van zijn broer niet behoren tot de Vogelwijk, waar een betaaldparkerenregime geldt. Meest subsidiair betoogt belanghebbende dat het aldaar geldende parkeerregime onvoldoende kenbaar was. 4. De heffingsambtenaar heeft de stellingen van belanghebbende gemotiveerd betwist. 5. De rechtbank stelt vast dat het op de naheffingsaanslag vermelde adres (De Savornin Lohmanlaan 465) onjuist is. Dat staat tussen partijen niet ter discussie. In de uitspraak op bezwaar is dit gebrek naar het oordeel van de rechtbank hersteld door de algemenere vermelding dat de auto geparkeerd stond op de De Savornin Lohmanlaan en door het toevoegen van een door de scanauto gemaakte foto. Het was belanghebbende daardoor voldoende duidelijk op welk parkeren de naheffingsaanslag betrekking had. 6. De stellingen van belanghebbende dat ter plaatse geen betaaldparkerenregime geldt dan wel dat het geldende parkeerregime onvoldoende kenbaar was, verwerpt de rechtbank. Anders dan belanghebbende betoogt, is niet het bestemmingsplan of de grens van de wijk bepalend voor de grens van het betaaldparkerenregime, maar de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (de Regeling). Blijkens bijlage 1 van de Regeling is de parkeerlocatie aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Deze bijlage is, anders dan belanghebbende ter zitting heeft gesteld, raadpleegbaar via overheid.nl, onder het kopje ‘wetstechnische informatie’. Het geldende betaaldparkerenregime is bovendien ter plaatse voldoende kenbaar gelet op aldaar aanwezig parkeerbebording. 7. Voor zover belanghebbende stelt dat hij aan het laden en lossen was, overweegt de rechtbank dat de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot de daarvoor benodigde feiten op belanghebbende rusten. Aan deze bewijslast heeft belanghebbende in dit geval niet voldaan. De enkele stelling van belanghebbende dat hij aan het laden en lossen was, volstaat niet. Belanghebbende heeft verder niets aangevoerd om zijn stelling aannemelijk te maken. Op de door de heffingsambtenaar ingebrachte scanfoto valt – mede gelet op de dichte achterklep van de auto – ook niet op te maken dat belanghebbende aan het laden of lossen was. 8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond. 9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. O. van Petersen, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2025. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Vgl. Hof ‘s-Hertogenbosch 16 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3967. HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:90, r.o. 4.4.