Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:16361
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,001 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28783
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. S. Akkas),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2025, met behulp van een beeldverbinding, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Heeft de minister ten onrechte geen piketmelding uitgedaan?
1. Eiser betoogt dat de minister bij het gehoor voorafgaand aan de bewaringsmaatregel op onjuiste wijze heeft gehandeld met betrekking tot het recht op rechtsbijstand, omdat er geen piketmelding is uitgedaan. Dit levert een gebrek op dat moet leiden tot een belangenafweging die in het voordeel van eiser dient uit te vallen, omdat hiermee afbreuk is gedaan aan het recht op rechtsbijstand.
1.1.
Vooropgesteld moet worden dat onderhavige maatregel van bewaring op 27 juni 2025 is omgezet. Daarvoor rustte de maatregel dus op een andere wettelijke basis. Tegen de oplegging van die eerdere maatregel is eiser ook in beroep gegaan. Hij werd toen ook bijgestaan door mr. S. Akkas. Uit paragraaf A5/6.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat bij een hernieuwde inbewaringstelling de advocaat die de vreemdeling in de vorige procedure heeft bijgestaan bericht kan worden over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige procedure is gehandeld in overeenstemming met deze paragraaf. Dit blijkt uit de M110 van 27 juni 2025 waarin staat dat de gemachtigde van eiser op de hoogte is gebracht, dat de gemachtigde heeft aangegeven dat hij niet bij het gehoor aanwezig kon of wilde zijn en dat eiser heeft aangegeven dat het gehoor kon plaatsvinden zonder zijn gemachtigde. Daarnaast is niet gebleken dat eiser in zijn belangen geschaad is. Eiser heeft immers naderhand contact gehad met zijn gemachtigde, de gemachtigde is ter zitting aanwezig geweest en heeft ook gronden ingediend. Dat er geen piketmelding is uitgegaan voorafgaand aan het gehoor doet hier niet aan af. De beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
2. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgrond, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie
3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Vergelijk de uitspraak van de ABRvS van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.