Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:7441
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,891 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.15149 (beroep) en NL24.15150 (voorlopige voorziening)
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , eiser/verzoeker, hierna: eiser
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).
Inleiding
Eiser is geboren op [geboortedatum] in Aleppo en heeft de Syrische nationaliteit. Hij stelt dat hij op 8 oktober 2015 Syrië heeft verlaten. Hij stelt dat hij toen naar Turkije is gereisd en daar heeft gewoond tot 17 maart 2024. Vervolgens stelt hij met vluchten via Dubai en Jordanië Nederland ingereisd te zijn op 22 maart 2024. Bij aankomst in Nederland heeft eiser gesteld dat hij reisde met een Venezolaans paspoort met zijn eigen persoonsgegevens erop, welke hij via een smokkelaar in Turkije had geregeld. Hij stelt dat hij deze bij aankomst op Schiphol door het toilet heeft gespoeld.
Op 22 maart 2024 heeft eiser een asielaanvraag in Nederland ingediend. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij vanwege de oorlog en de bombardementen in Aleppo is gevlucht uit Syrië. Ook was hij bang om meegenomen de worden voor de militaire dienstplicht.
Verweerder acht het geloofwaardig dat eiser de Syrische nationaliteit bezit. Daarnaast wordt de Venezolaanse nationaliteit geloofwaardig geacht omdat eiser in het bezit is geweest van een Venezolaans paspoort. De bewijslast ligt bij eiser om aan te tonen dat zijn Venezolaans paspoort vals is, en daar is eiser volgens verweerder niet in geslaagd. Eiser heeft niet eenduidig verklaard over of hij een of meerdere nationaliteiten heeft. Ook verklaart eiser onwaarschijnlijk en wisselend over het verkrijgen van het Venezolaanse paspoort via de smokkelaar. Verder heeft eiser probleemloos gereisd met zijn Venezolaanse paspoort.
Bij terugkeer naar Venezuela loopt eiser geen reëel risico op ernstige schade, aldus verweerder. Bij besluit van 6 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om verweerder te verbieden hem uit te zetten totdat op het beroep is beslist.
Op 12 april 2024 zijn de gronden van beroep ingediend. Hieruit blijkt dat de gemachtigde van eiser de Venezolaanse ambassade via de e-mail en telefonisch heeft verzocht om te melden of eiser de Venezolaanse nationaliteit bezit. Op 16 april 2024 is een familielid van eiser bij de Venezolaanse ambassade geweest om navraag te doen. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser op 19 april 2024 opnieuw gemaild naar de Venezolaanse ambassade.
Op 25 april heeft de Venezolaanse ambassade gereageerd per e-mail en heeft de gemachtigde van eiser verzocht om opnieuw een kopie van het Venezolaanse paspoort toe te sturen. Op 29 april 2024 heeft de Venezolaanse ambassade per e-mail laten weten dat het Venezolaanse paspoort van eiser vals is.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 30 april 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op om binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-.
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 875,-.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
Gelet op alle inspanningen die door eiser en zijn gemachtigde zijn verricht en de e-mail van de Venezolaanse autoriteiten waarin wordt bevestigd dat het Venezolaanse paspoort vals is handelt verweerder in de ogen van de rechtbank onzorgvuldig en in strijd met de samenwerkingsverplichting door niet nader te onderzoeken of eiser in het bezit is van de Venezolaanse nationaliteit. Eiser heeft immers de vereiste stappen gezet om het door hem gestelde, namelijk dat hij niet in het bezit is van de Venezolaanse nationaliteit, nader te onderbouwen. Verweerder dient in een dergelijke situatie vervolgens te bekijken in hoeverre ook hij, eventueel in samenwerking met eiser, kan bijdragen aan het vergaren van meer informatie omtrent de gestelde identiteit en nationaliteit.
Wat betreft het argument van verweerder dat de e-mail van de Venezolaanse ambassade niet op echtheid kan worden gecontroleerd overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op de inspanningen die door eiser zijn verricht en het antwoord van de Venezolaanse ambassade is de rechtbank van oordeel dat verweerder nu aan zet is in verband met de samenwerkingsverplichting. Verweerder kan hierover in contact treden met de Venezolaanse ambassade.
De aanvraag is ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Dat betekent dat verweerder opnieuw op de aanvraag dient te beslissen. Verweerder moet daarbij alles wat in beroep is aangevoerd en overlegd tegen het vernietigde besluit betrekken. Voor het nemen van dat nieuwe besluit stelt de rechtbank een termijn van vier weken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat al inhoudelijk op het beroep is beslist.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.625,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2024 door mr. E.I. Terborg - Wijnaldum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Harms, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071.
Zie ook de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 29 maart 2024, NL24.10686.