Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:3871
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,418 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.9658
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou).
Procesverloop
Verweerder heeft op 25 december 2023 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiseres heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een schriftelijke reactie ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 13 maart 2024.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Vietnamese nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voorduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan de laatste uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep, 8 februari 2024, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiseres voert aan dat de voortgangsrapportage geen duidelijkheid geeft of sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Vietnam. Eiseres stelt dat verweerder meer informatie dient te verschaffen over de behandeling van eiseres haar LP-aanvraag. Zo stelt eiseres dat verweerder de herinneringen aan het digitale dossier moet toevoegen die door de Nederlandse ambassade in Hanoi aan de Vietnamese autoriteiten worden verzonden.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. In zijn reactie op het vervolgberoep van 1 februari 2024 heeft verweerder de werkwijze ten aanzien van LP-aanvragen voor Vietnam beschreven. Uit de voortgangsrapportage volgt dat verweerder op 26 januari 2024, 13 februari 2024 en 5 maart 2024 herinneringen heeft verzonden naar de Nederlandse ambassade in Hanoi. De werkafspraak tussen verweerder en de Nederlandse ambassade luidt dat vervolgens de Nederlandse ambassade een herinnering stuurt naar de Vietnamese autoriteiten. In de eerder genoemde reactie heeft verweerder geschreven dat de Nederlandse ambassade – ondanks herhaalde verzoeken van verweerder – de herinneringen niet doorstuurt naar verweerder. Desondanks veronderstelt verweerder dat de Nederlandse ambassade de herinnering wel degelijk doorstuurt naar de Vietnamese autoriteiten, nu de Vietnamese autoriteiten beslissingen nemen op LP-aanvragen, dan wel om nadere informatie verzoeken.
6. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Er zijn geen concrete aanknopingspunten aanwezig om te veronderstellen dat de Nederlandse ambassade zich niet aan de werkafspraak houdt om herinneringen te sturen naar de Vietnamese autoriteiten. De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat niet in geschil is dat in zijn algemeenheid sprake is van zicht op uitzetting naar Vietnam en dat deze werkwijze recentelijk ook tot reacties van de Vietnamese autoriteiten op LP-aanvragen heeft geleid. Daarnaast is sprake van een kort tijdsverloop sinds indiening van de LP-aanvraag. Ook betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat eiseres geen medewerking verleent aan terugkeer naar Vietnam. Zij heeft namelijk in de vertrekgesprekken van 18 januari 2024 en 14 februari 2024 verklaard niet terug te willen keren naar Vietnam. Ook is niet gebleken dat eiseres pogingen heeft ondernomen om alsnog haar identiteit te onderbouwen.
7. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Zie de uitspraken van 15 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:524 en 13 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1981.
Laissez-passer.
Zie nader de uitspraak van deze rechtbank en deze zittingsplaats van 13 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1983, rechtsoverweging 5.