Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:23765
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,966 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.36465 (beroep) en NL24.36466 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Deniz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 29 augustus 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 september 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen de heer A. Ahmed.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
3. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en is geboren op [geboortedatum] 1998. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt dat hij problemen heeft ondervonden met [organisatie] in Kenia en Somalië, vanwege een stuk land dat zijn familie in bezit had die [organisatie] opeiste. Nadat het stuk land is verkocht, is eiser door leden van [organisatie] bedreigd en hebben zij geld van eiser geëist. Eiser heeft steeds op verschillende adressen verbleven in Somalië, Kenia en Ethiopië. Eiser heeft in [plaats] een Keniaans paspoort gekocht via een ambtenaar. Een smokkelaar heeft eiser geholpen om Kenia te verlaten naar Colombia, met een tussenstop in Nederland.
3.1.
Ter onderbouwing van zijn asielrelaas heeft eiser bij zijn aanvraag een Keniaans paspoort overgelegd.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst (eerste asielmotief); en
eisers problemen met [organisatie] in Kenia (tweede asielmotief).
4.1.
Verweerder vindt eisers identiteit geloofwaardig, maar zijn gestelde nationaliteit en herkomst niet. Het door eiser overlegde Keniaanse paspoort is echt bevonden, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit paspoort op frauduleuze wijze is verkregen en eiser heeft geen documenten aangevoerd waaruit blijkt dat eiser niet de Keniaanse nationaliteit of alleen de Somalische nationaliteit heeft. Gelet daarop zijn eisers verklaringen over de problemen in Somalië niet geloofwaardig en toetst verweerder alleen de gestelde problemen zoals ondervonden in Kenia. Verweerder vindt eisers problemen met [organisatie] in Kenia ook niet geloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten overlegd en heeft daarvoor geen goede verklaring afgelegd en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Dat eiser uit Kenia komt is onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Kenia een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser verweerder heeft misleid over zijn nationaliteit, hij een identiteits- of reisdocument heeft vernietigd of weggemaakt en zijn verklaringen zijn beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig met beschikbare landinformatie..
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser heeft net voor het nemen van het bestreden besluit een kopie van zijn Somalische geboorteakte overlegd. Verweerder heeft dit onterecht niet betrokken bij haar besluit. Verder heeft eiser in de zienswijze al naar voren gebracht dat hij nergens in Kenia staat geregistreerd, waaruit blijkt dat het Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Verder mocht verweerder niet aan eiser tegenwerpen dat hij geen aangifte heeft gedaan in Kenia, nu eiser niet wist of het door hem gekochte Keniaanse paspoort echt was, hij nergens in Kenia staat geregistreerd en [organisatie] ook in Kenia aanwezig is en daar connecties heeft met politieagenten. Ook werpt verweerder onterecht tegen dat de overdracht van eigendom van het land niet is onderbouwd, nu al in de zienswijze is genoemd dat het land niet rechtstreeks verkocht kon worden en de afspraken alleen mondeling zijn gemaakt. Verweerder kijkt met een Westerse blik naar de zaak door meer van eiser te verwachten op dit punt. Verder werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser eerst iets moet worden aangedaan voordat zijn vrees aannemelijk kan worden gemaakt. Dat geldt ook voor de stelling van verweerder dat [organisatie] eisers broer en zus niks hebben aangedaan. Gelet op voorgaande mocht eisers aanvraag niet als kennelijk ongegrond af worden gedaan. Verder is er geen grond voor het terugkeerbesluit – en daarmee ook voor het inreisverbod – nu deze gericht moet zijn op terugkeer naar Somalië en niet naar Kenia en daarmee heeft verweerder bij het opleggen van het terugkeerbesluit een verkeerd toetsingskader gebruikt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Mocht verweerder de Somalische nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig achten?
8. Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat in het geval een authentiek paspoort is overgelegd, verweerder in beginsel uit mag gaan van de nationaliteit die in dit paspoort vermeld staat. Wanneer een vreemdeling meent dat dat paspoort toch buiten beschouwing moeten worden gelaten, moet hij aannemelijk maken dat dat paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Dit kan een vreemdeling bijvoorbeeld doen door contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging van het land dat het paspoort heeft afgegeven. Als een vreemdeling onvoldoende moeite heeft gedaan om een dergelijke verklaring van de autoriteiten te verkrijgen, mag verweerder ervan uitgaan dat de vreemdeling de nationaliteit heeft die op het paspoort is vermeld.
8.1.
Het Keniaanse paspoort is na onderzoek echt bevonden. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Zo is bijvoorbeeld in het dossier niet terug te vinden dat eiser (heeft gepoogd) contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging van Kenia. De enkele stelling dat eiser niet in Kenia geregistreerd staat is onvoldoende. Dat eiser met het overleggen van een geboorteakte heeft aangetoond dat hij (ook) de Somalische nationaliteit heeft, volgt de rechtbank niet. Verweerder mag zich op het standpunt stellen dat dit onvoldoende is. Verweerder mag daarbij betrekken dat eiser een kopie van de geboorteakte heeft overlegd en dat op de geboorteakte de afgiftedatum van 3 september 2019 staat, terwijl eiser heeft verklaard dit document te hebben opgevraagd na het plaatsvinden van de gehoren in 2024. Zelfs als verweerder wel uit kan gaan van de authenticiteit van de geboorteakte, wijst zij er terecht op dat alleen dit onvoldoende is om de Somalische nationaliteit te onderbouwen. Het enkele feit dat het origineel van de geboorteakte onderweg zou zijn, is dus niet relevant. Dat Kenia het hebben van een dubbele nationaliteit verbiedt en eiser daarom de Keniaanse nationaliteit niet heeft is gelet op het voorgaande niet relevant en bovendien niet gemotiveerd. Het standpunt van eiser ter zitting dat contact opnemen met de diplomatieke vertegenwoordiging niet de enige manier is om aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen kan niks aan het oordeel van verweerder afdoen. Eiser heeft namelijk, zoals volgt uit het voorgaande, op geen enkele andere manier (gepoogd) aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Verweerder mocht dus de gestelde Somalische nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig achten.
9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder voor het tweede asielmotief terecht alleen gekeken naar de problemen die eiser in Kenia gesteld heeft te hebben gehad.
Mocht verweerder de problemen met [organisatie] in Kenia ongeloofwaardig achten?
10.
Conclusie
14. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
14. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
14. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
1.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071.
Algemeen Ambtsbericht Somalië, december 2021, p. 32.
Verslag nader gehoor, p. 6.