Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:19956
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,248 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.24910
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. N. Flutas).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Russische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1996]. Hij heeft op 16 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 juni 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I.A. Remizova als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
Asielrelaas
2. Eiser heeft op 16 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend. Aan deze aanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij is vertrokken uit Rusland wegens de mobilisatie in september of oktober 2022. Eiser is vóór deze mobilisatie vertrokken, omdat hij niet wil meevechten aan het front. Eiser wil ook niet dat met zijn belastinggeld de oorlog tegen Oekraïne wordt gefinancierd. Als eiser terug moet keren naar Rusland, verwacht hij dat hij in de problemen zal komen. Hij zal niet direct bij aankomst op de luchthaven in problemen verkeren, maar hij verwacht dat hij op het moment dat hij op zoek zal gaan naar werk, verplicht wordt om informatie over zijn militaire dienstplicht te verstrekken. Eiser denkt dat het militaire commissariaat er op dat moment achter zal komen waar eiser is en dat hij dan wordt opgeroepen om als reservist in dienst te gaan van het leger tijdens een volgende mobilisatie.
Bestreden besluit
3. De minister heeft de asielaanvraag van eiser met het bestreden besluit afgewezen als ongegrond. Aan het asielrelaas van eiser liggen volgens de minister de volgende relevante elementen ten grondslag:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Mobilisatie als reservist.
De minister acht het eerste element geloofwaardig. Het tweede element wordt echter door de minister ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft namelijk volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat hij staat ingeschreven als reservist en is of wordt opgeroepen voor een nieuwe mobilisatie.
Geloofwaardigheid mobilisatie als reservist
4. De rechtbank oordeelt dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het ongeloofwaardig is dat eiser reservist is die zal worden opgeroepen voor een mobilisatie tijdens de oorlog met Oekraïne. Uit het Algemeen Ambtsbericht over Rusland van 2023 blijkt dat personen niet vanzelf als reservist staan geregistreerd. Na voltooiing van de dienstplicht moet een persoon zich melden bij het militair rekruteringsbureau om zich in te schrijven als reservist.1 In de zienswijze staat dat eiser niet staat geregistreerd als reservist. De minister is daarom terecht in het bestreden besluit hiervan uitgegaan.
5. Op de zitting is vervolgens gebleken dat eiser en zijn gemachtigde hierover een ander standpunt innemen. De gemachtigde van eiser herhaalde op de zitting het standpunt van de zienswijze dat eiser niet staat geregistreerd. Eiser zelf zei echter dat dit onjuist is en dat hij wél staat geregistreerd. Dit blijkt uit de stempel van zijn binnenlandse paspoort dat hij tijdens het nader gehoor heeft overgelegd. De rechtbank merkt op dat zij een scan van het binnenlandse paspoort van eiser in het dossier heeft gezien. Hierin staat een Russische stempel. Daarbij staat de volgende opmerking: “de tolk leest de stempel en geeft aan dat betrokkene dienstplichtig is en hoort bij het militaire commissariaat in [stad], in de wijk [wijk]. De handgeschreven datum is 3 september 2018.”2 De stempel is verder niet vertaald, waardoor het de rechtbank niet duidelijk is wat de stempel precies inhoudt. De rechtbank leest verder in het nader gehoor wel dat eiser verklaart dat hij als hij terugkeert naar Rusland en een nieuwe werkgever heeft, zijn militaire boekje moet laten zien en als hij dat doet, hij zich zal moeten melden bij het militaire commissariaat, om zich te registreren als reservist.3 Uit het gehoor blijkt niet dat eiser al geregistreerd zou staan als reservist.
6. Daarbij komt, dat zelfs als eiser wel geregistreerd zou staan als reservist dit niet tot een ander oordeel zal leiden. Omdat niet is gebleken dat eiser een mobilisatieoproep heeft ontvangen is het aan eiser om door individuele omstandigheden te benoemen aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt dat de Russische autoriteiten juist hem daadwerkelijk zullen oproepen in het kader van mobilisatie.4 Dat eiser zijn dienstplicht zeer positief heeft afgerond, is daarvoor onvoldoende. Uit de landeninformatie blijkt niet dat doordat een
1. Zie het Algemeen Ambtsbericht over Rusland van maart 2023, p. 47.
2 Zie nader gehoor, p. 5 en documenten ten behoeve van documentenonderzoek, p. 4.
3 Zie nader gehoor, p. 11.
4 Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1936.
persoon zijn dienstplicht positief heeft afgerond er een verhoogd risico bestaat dat deze persoon opgeroepen zal worden voor een eventueel volgende mobilisatie. Verder is er door de gemachtigde van eiser in dit kader niets aangevoerd. Eiser zelf heeft op de zitting nog wel gezegd dat hij een groot risico loopt te worden opgeroepen, maar dit heeft hij niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Risico op gevangenneming
7. Op de zitting heeft eiser verder nog verklaard dat hij in Rusland aangemerkt wordt als landverrader waardoor hij twintig jaar gevangenisstraf kan krijgen. Eiser heeft namelijk een oproep gekregen om in [streek] mee te vechten aan de kant van Oekraïne. Eiser is bang dat als hij wordt opgepakt en gemarteld wordt tijdens een gehoor door de Russische autoriteiten, hij deze informatie gaat vertellen. Eisers mening over het Russische leger zal dan duidelijk worden.
8. Hoewel eiser dit specifieke punt voor het eerst pas op de zitting heeft aangevoerd en de minister daar dus niet adequaat op heeft kunnen reageren met het bestreden besluit, is de rechtbank wel van oordeel dat de minister dit al voldoende heeft gemotiveerd. In het bestreden besluit heeft de minister namelijk gemotiveerd dat eiser niet heeft verklaard dat hij zijn mening heeft gedeeld met de Russische autoriteiten, dat hij politieke activiteiten heeft ondernomen om zijn mening te uiten of dat hij zijn mening openbaar kenbaar zal maken bij terugkeer naar Rusland. Hierdoor heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de Russische autoriteiten op de hoogte zullen raken van eisers mening of dat hij om die reden te vrezen heeft voor de Russische autoriteiten. De minister heeft hier ter zitting naar terugverwezen. De rechtbank kan deze verwijzing naar het bestreden besluit volgen. De minister heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank wel voldoende gemotiveerd dat eiser hiervoor niet heeft te vrezen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 november 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.