Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:16894
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,958 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15516
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
geboren op [datum] ,
van Russische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en wat de gevolgen hiervan zijn.
1.1.
Eiser heeft op 26 oktober 2022 in Nederland een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 maart 2025 afgewezen als ongegrond. Daarbij is aan eiser opgedragen om binnen vier weken terug te keren naar Rusland (een terugkeerbesluit).
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser vreest bij terugkeer voor de Russische autoriteiten vanwege zijn politieke overtuiging en om te worden opgeroepen voor de militaire dienst. Eiser heeft verklaard dat hij Rusland op 26 september 2022 heeft verlaten, kort nadat de mobilisatie begon. Eiser heeft in het verleden tot 2021 de militaire dienstplicht vervuld. In oktober 2022 is eiser door de militaire commissie opgeroepen, maar hij was op dat moment al vertrokken. Zijn ouders en zus wonen nog in [een stad in Rusland] en hebben de oproep niet in ontvangst genomen. De oproep van eiser is bij de deur achtergelaten. Ter onderbouwing heeft eiser zijn militair boekje en kopieën van drie oproepen overgelegd. Eiser vreest bij terugkeer alsnog te moeten dienen of bij weigering daarvan een gevangenisstraf te krijgen. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij in het verleden tweemaal heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de autoriteiten.
3. Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst;
de politieke overtuiging en deelname aan twee demonstraties;
oproeping door de militaire commissie in oktober 2022.
3.1.
De minister acht alle asielmotieven geloofwaardig. De minister acht echter niet aannemelijk dat eiser hierdoor te vrezen heeft bij terugkeer. In het bestreden besluit heeft de minister nader gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiser daadwerkelijk te vrezen heeft vanwege een politieke overtuiging, of gegronde vrees heeft voor mobilisatie. Volgens de minister is eiser daarom geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en is geen sprake van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.
Heeft eiser te vrezen vanwege zijn politieke overtuiging en ondernomen activiteiten?
4. Eiser heeft aangevoerd dat de minister onvoldoende daadkrachtig heeft gemotiveerd dat hij vanwege zijn politieke overtuiging geen problemen krijgt met de autoriteiten. Eiser heeft deelgenomen aan twee demonstraties en uit het Thematisch ambtsbericht blijkt dat de politie tijdens demonstraties beeldmateriaal verzamelen, om mensen later te arresteren. De minister heeft ten onrechte alleen betrokken dat eiser een beperkte rol had en onbekend zou zijn bij de autoriteiten. Daarnaast heeft eiser gesteld dat hij een diepgewortelde politieke overtuiging heeft en dat niet verlangd kan worden dat hij deze voor zich houdt. Dit blijkt uit zijn verklaringen dat heeft deelgenomen aan demonstraties, ondanks dat hij huiverig was. Bij een volgende uiting van zijn mening, of deelname aan een demonstratie zijn er volgens eiser wellicht wel consequenties gezien de grote mate van willekeur in de reactie van de Russische autoriteiten. Om consequenties af te wenden moet eiser zich in de toekomst onthouden van elke deelname aan demonstraties of uitingen tegen de autoriteiten. Een dergelijke terughoudendheid mag niet van eiser worden verlangd. Eiser heeft tot slot in een e-mailbericht verklaard dat hij (in het buitenland) geen politieke activiteiten heeft verricht, uit angst voor consequenties. Daarbij is gewezen op een nieuwsartikel van 13 mei 2025 over de mogelijkheid van inbeslagneming van bezittingen in Rusland, vanwege het begaan van een misdrijf in het buitenland.
5.1.
De rechtbank overweegt dat uit het arrest SA volgt dat de vervolgingsgrond ‘politieke overtuiging’ ruim moet worden uitgelegd. Ook opvattingen, gedachten en meningen kunnen onder deze vervolgingsgrond vallen. Bij deze beoordeling dienen de individuele omstandigheden betrokken te worden. In dit kader moet de minister vaststellen of de gebleken omstandigheden een dusdanige bedreiging vormen dat de vreemdeling, gezien zijn individuele situatie, goede gronden heeft om te vrezen daadwerkelijk te zullen worden vervolgd. In deze context zijn de gestelde sterkte van de politieke overtuiging en eventueel verrichtte activiteiten om die overtuiging te promoten relevante elementen voor de beoordeling van de vrees. Deze elementen spelen een rol bij de beoordeling van het risico dat zij de negatieve belangstelling van potentiële actoren van vervolging in het land van herkomst hebben gewekt of kunnen wekken en dat de vreemdeling bij terugkeer kan worden vervolgd.
5. Partijen zijn het eens dat sprake is van een politieke overtuiging. Partijen zijn het niet eens of dit leidt tot een gegronde vrees voor vervolging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege zijn politieke overtuiging. De rechtbank zal dat hierna uitleggen.
5.1.
De minister heeft allereerst terecht gesteld dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij bij de door hem bijgewoonde demonstraties in Rusland geen belangrijke rol heeft vervuld. Ook heeft de minister mogen betrekken dat uit de verklaringen van eiser volgt dat hij maar beperkte politieke activiteiten heeft verricht en niet lid is van een politieke partij. De minister heeft daarnaast terecht betrokken dat eiser heeft verklaard dat de autoriteiten niet op de hoogte waren van zijn deelname en dat hij legaal is uitgereisd. De verwijzing naar het Thematisch ambtsbericht leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Ook in het eerdere Algemeen ambtsbericht was vermeld dat politie tijdens demonstraties beeldopnames maakten voor latere arrestaties. Maar dat betekent niet dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser heeft namelijk na zijn deelname aan de demonstraties in 2019 en 2020 geen problemen gehad, en is legaal uitgereisd in september 2022. De minister heeft ook mogen betrekken dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in de negatieve belangstelling zal komen te staan. Eiser heeft verklaard dat hij niet heeft nagedacht over hoe hij zich in Rusland politiek zou uiten. In beroep heeft eiser toegevoegd dat hij niet meer politieke activiteiten in Nederland heeft verricht uit angst voor consequenties. De rechtbank overweegt dat hieruit volgt dat eiser zelf terughoudend is in het uiten van zijn politieke overtuiging. Uit de besluitvorming blijkt niet dat van eiser terughoudendheid wordt verwacht. Onder deze omstandigheden is het niet aannemelijk dat de Russische autoriteiten op de hoogte zullen raken van de politieke overtuiging van eiser en dat hij om die reden in de negatieve belangstelling komt te staan. De verwijzing naar een nieuwsartikel van 13 mei 2025 leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Voor zover van de vertaling door Google kan worden uitgegaan, blijkt uit de informatie dat bezittingen in Rusland kunnen worden afgenomen indien eiser in het buitenland een misdrijf begaat tegen de Russische Federatie. Eiser heeft niet nader toegelicht welk misdrijf hij zou hebben begaan en hoe zich dit verhoudt tot zijn politieke overtuiging. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Heeft eiser te vrezen vanwege dienstweigering of voor een oproep voor militaire dienst?
6. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij in de negatieve belangstelling staat, omdat hij niet aan de oproepen tot militaire dienst heeft voldaan. Weliswaar zijn de oproepen niet (persoonlijk) in ontvangst genomen, maar nadien zijn vertegenwoordigers van de Russische autoriteiten tweemaal bij de ouders van eiser geweest. Hierdoor moet het volgens eiser ervoor worden gehouden dat deze dreiging ook bestaat bij terugkeer. Eiser heeft in beroep een eigen verklaring ingebracht waarin hij aangeeft dat een vriend bij terugkeer naar Rusland is ondervraagd en daarbij eisers naam heeft genoemd. Ter onderbouwing van de vrees is verder gewezen op het genoemde nieuwsartikel van 13 mei 2025 en een nieuwsartikel van 9 juni 2025.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond en heeft een terugkeerbesluit aan eiser mogen opleggen. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000.
(Europees) Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
Het Thematisch ambtsbericht inzake de Russische Federatie van 14 februari 2025.
Nieuwsartikel van Gazeta van 13 mei 2025, “De Staatsdoema heeft een wet goedgekeurd tegen verhuizers die de wet overtreden.”
Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023, ECLI:EU:C:2023:688.
Zie het Algemeen ambtsbericht inzake de Russische Federatie, van maart 2023, pagina 76.
Nieuwsartikel van Gazeta van 9 juni 2025, “Sommige buitenlanders kunnen de toegang tot Rusland worden ontzegd.”
Zie het Algemeen ambtsbericht inzake de Russische Federatie van maart 2023, pagina 53.
Zie daarvoor het Algemeen ambtsbericht van maart 2023, landeninformatie van het EUAA van 3 oktober 2023, het Noorse rapport Landinfo van 8 augustus 2024 en twee nieuwsartikelen van de Moscow Times en Meduza.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2024:1936.