Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-04-19
ECLI:NL:RBDHA:2023:6020
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,622 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14719
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Eiseres heeft op 31 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 22 november 2021.
Bij besluit van 13 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven.
Op 8 maart 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft hierna nog nadere stukken overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2023 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Mohammedali. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2005 en stelt de Eritrese nationaliteit te hebben. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, waarbij verweerder heeft aangenomen dat eiseres is geboren op van [aangenomen geboortedatum] 2000. Verweerder vindt de door eiseres gestelde geboortedatum ongeloofwaardig. Eiseres is het hier niet mee eens.
2. De rechtbank overweegt dat, hoewel het bestreden besluit een inwilligend karakter heeft, eiseres niettemin belang heeft bij beoordeling van het beroep, omdat het bestreden besluit niet volledig daaraan tegemoet komt. Uit de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2003 volgt namelijk dat een betrokken vreemdeling alleen daadwerkelijk over een verblijfsvergunning beschikt, indien deze is verleend op basis van de juiste personalia. Dit vindt ook steun in de rechtspraak van de Afdeling dat de beoordeling van de redenen voor asielbescherming alleen kan plaatsvinden tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. Daarnaast overweegt de rechtbank nog dat eiseres, zoals zij zelf heeft aangevoerd, belang heeft bij het vaststellen van een juiste geboortedatum met het oog op de mogelijkheid van nareis van familieleden.
3. Gelet hierop behoort verweerder te motiveren waarom hij een door de vreemdeling gestelde geboortedatum niet gelooft, ook indien hij van oordeel is dat sprake is van een aannemelijk en voldoende zwaarwegend asielmotief. Deze conclusie heeft immers alleen betekenis tegen de achtergrond van de identiteit van de vreemdeling.
Nu verweerder niet heeft gemotiveerd waarom hij de door eiseres gestelde geboortedatum niet volgt, is het beroep gegrond en zal het bestreden besluit moeten worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Verweerder stelt zich in beroep op het standpunt dat hij bij de vergunningverlening is uitgegaan van de juiste geboortedatum. Verweerder heeft daarbij toegelicht dat er naar aanleiding van twijfel aan de door eiseres bij de aanvraag opgegeven geboortedatum navraag is gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daaruit is naar voren gekomen dat eiseres in Griekenland staat geregistreerd onder de door verweerder aangehouden geboortedatum. Eiseres heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat die datum onjuist is.
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder niet van de Griekse leeftijdsregistratie mag uitgaan. Bij aankomst in Griekenland heeft eiseres zelf maar een geboortedatum opgeschreven, omdat zij onder druk werd gezet door de Griekse autoriteiten. Dat eiseres is geboren op [geboortedag] 2005 blijkt uit de door haar overgelegde Eritrese doopakte en een verklaring van de Eritrese ambassade. De registratie in Griekenland is onzorgvuldig en heeft zonder daadwerkelijk onderzoek plaatsgevonden. Ter onderbouwing verwijst eiseres naar een Signalering van het ACVZ en een bericht van Defence for Children.. Er is sprake van bewijsnood. Gelet hierop had verweerder aan eiseres een leeftijdsonderzoek moeten aanbieden.
6. Uit het proces-verbaal van de vreemdelingenpolitie van 22 november 2021 en uit het verslag van het gehoor aanmeldfase AMV van 4 december 2021 blijkt dat in beide gevallen wordt getwijfeld aan de minderjarige leeftijd van eiseres. Uit verweerders Werkinstructie (WI) 2018/19 volgt dat dan zo mogelijk onderzoek wordt gestart in een andere lidstaat. Bovendien vermeldt de WI dat indien sprake is van een Eurodac-treffer altijd een onderzoek wordt gestart in een andere lidstaat, ongeacht het resultaat van de schouw. Dat er volgens eiseres kanttekeningen zijn te plaatsen bij de conclusies uit de schouw, leidt er dan ook niet toe dat verweerder ten onrechte navraag heeft gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat eiseres in Griekenland op basis van de door haar verstrekte gegevens is geregistreerd met de geboortedatum [aangenomen geboortedatum] 2000.
7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een in een andere lidstaat geregistreerde geboortedatum en dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat de in die lidstaat geregistreerde geboortedatum onjuist is. Het standpunt van eiseres dat in Griekenland geen sprake is van een voldoende zorgvuldige registratie leidt de rechtbank niet tot een andere conclusie, omdat in dit geval voldoende is komen vast te staan dat de Griekse autoriteiten eiseres hebben geregistreerd op basis van de door haar zelf verstrekte gegevens. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiseres bevestigd dat zij als geboortejaar 2000 heeft opgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij toen onder druk en tegen haar wil een onjuiste verklaring heeft afgelegd.
8. Eiseres heeft de door haar gestelde identiteit niet met documenten aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft in zijn verweerschrift terecht opgemerkt dat de echtheid van beide documenten niet is vastgesteld, waardoor de bewijswaarde beperkt is. Verder geldt de door eiseres overgelegde doopakte niet als identificerend document in de zin van zijn beleid.De verklaring van de Eritrese ambassade bevestigt dat eiseres in Eritrea is geboren, maar is gebaseerd op informatie die door eiseres is verstrekt. Voor zover de verklaring verwijst naar (identiteits)gegevens van haar gestelde ouders, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat daarmee niet is gebleken van brondocumenten waaruit de leeftijd van eiseres kan worden afgeleid.
9. Voor zover in de verklaring wordt gerefereerd aan (mogelijke) brondocumenten, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat van eiseres verwacht mag worden dat zij deze documenten overlegt. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in bewijsnood verkeert voor het verder onderbouwen van de door haar gestelde identiteit. Verweerder was dan ook niet gehouden aan eiseres een leeftijdsonderzoek aan te bieden of om op andere wijze nader onderzoek te verrichten.
10. Er is dan ook aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten.
11. Niet is gebleken dat eiseres nog enig belang heeft bij de beoordeling van het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar asielaanvraag. Het beroep zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
12. Gelet op de gegrondverklaring van het beroep en omdat eiseres eerder beroep heeft kunnen instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag, is er voorts aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1674, bestaande uit twee punten voor de verrichte proceshandelingen (indienen beroepschrift en verschijnen ter zitting), met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
verklaart het beroep voor het overige niet-ontvankelijk;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1674 (zestienhonderdvierenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2003:AL3294.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292.
De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, “Nadeel van de twijfel. Leeftijdsbepaling AMV’s en leeftijdsregistratie als meerderjarige in EU-lidstaat van eerder verblijf”, november 2020.
Leeftijdsregistratie vluchtelingenkinderen op grote schaal gesaboteerd in Griekenland, 25 oktober 2019.
Paragraaf 2.3.3 van de Werkinstructie 2018/19 Leeftijdsbepaling.
Paragraaf 2.4 van de Werkinstructie 2018/19 Leeftijdsbepaling.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 4 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1184), 26 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2659) en van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3147).
Zie paragraaf C1/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000.