Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-06
ECLI:NL:RBDHA:2023:15386
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
884 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20941
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A. Hafdy-Kovács).
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2023 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.A.M. Fikken, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Afghaanse nationaliteit te hebben. Op 28 juni 2023 heeft hij asiel aangevraagd in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Volgens verweerder is Kroatië daarvoor namelijk verantwoordelijk zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening) aangezien eiser eerder in Kroatië asiel heeft aangevraagd.
3. Eiser voert hiertegen aan dat er niet vanuit kan worden gegaan dat Kroatië asielzoekers adequaat behandelt (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). Volgens eiser stuurt Kroatië asielzoekers namelijk terug naar gebieden waar het voor hen gevaarlijk is (pushbacks). Eiser wijst hierbij op diverse rechtbankuitspraken waarin het beroep gegrond wordt verklaard en waarin dit met zoveel woorden wordt bevestigd.
4. De door eiser aangehaalde uitspraken zijn achterhaald door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411. Hierin is geoordeeld dat, anders dan voorheen, het overdragen van vreemdelingen aan Kroatië weer mogelijk is. De Kroatische autoriteiten hebben namelijk desgevraagd aan verweerder bevestigd dat asielzoekers adequaat worden behandeld.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.