Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:1811
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,026 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.37900 (beroep) en NL23.37901 (voorlopige voorziening)
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer en uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. A. Jankie),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 1 december 2023 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 6 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. He als tolk en de gemachtigde van verweerder. Na afloop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres heeft de Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1990. Eiseres is transgender en wordt niet geaccepteerd door haar familie. Zij is daarom China ontvlucht. Eiseres vreest in China in een psychiatrische instelling gestopt te worden.
Wat vindt eiseres?
3. Eiseres voert aan dat verweerder ten aanzien van Kroatië niet meer uit kan gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiseres verwijst naar de nare ervaringen die zij eerder heeft gehad met de Kroatische politie. Zo is ze door de Kroatische autoriteiten gedwongen geweest om zich uit te kleden om aan te tonen dat zij een vrouw is. Verder heeft zij in Kroatië onvoldoende toegang tot medicijnen, met name de medicijnen die zij nodig heeft vanwege haar transitie, zoals hormoontherapie. Daarnaast verwijst eiseres naar uitspraken van zittingsplaatsen die hebben geoordeeld dat verweerder niet meer kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ondanks het recente oordeel van de hoogste bestuursrechter dat verweerder wel uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Daarnaast voert eiseres aan dat de maatregelen uit het AIDA-rapport waar verweerder naar verwijst niet worden opgevolgd. Verder had verweerder om humanitaire redenen en omdat zij in China gevaar loopt de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich moeten trekken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Uit het arrest C.K. volgt dat niet kan worden uitgesloten dat de overdracht van een asielzoeker met een ernstige mentale of lichamelijke aandoening op zichzelf een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van diens gezondheidstoestand zou inhouden, als gevolg waarvan sprake kan zijn van schending van artikel 4 van het Handvest. Verweerder dient bij het nemen van een overdrachtsbesluit daarom rekening te houden met alle aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen die uit de overdracht zelf kunnen voortvloeien.
5. De rechtbank overweegt dat in beroep een aantal medische documenten zijn overgelegd waaronder een verklaring van de huisarts van eiseres en een psychiatrische beoordeling van een psychiater in het kader van suïcidaliteit. Uit deze beoordeling blijkt dat – hoewel zij een blanco psychiatrische voorgeschiedenis heeft en er ook nu geen psychiatrische problematiek is gezien - eiseres in het verleden bekend is met suïcidale gedachten en één a twee jaar geleden een suïcidepoging heeft ondernomen. Het risico op suïcide is verhoogd wegens het nieuws terug te moeten keren naar Kroatië. Verder is ter zitting naar voren gebracht dat eiseres enkele weken daarvoor nog sprake is geweest van een mogelijke suïcidepoging. Hoewel dit laatste voorval vaag is omschreven en niet is onderbouwd met stukken kan de rechtbank niet anders dan constateren dat deze informatie niet is voorgelegd aan een arts van het BMA, teneinde te beoordelen wat het risico is op aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen die uit de overdracht zouden kunnen voortvloeien.
6. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen. Het onderzoek zal worden heropend en verweerder zal vier maanden de tijd krijgen om te onderzoeken of overdracht van eiseres naar Kroatië niet tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen zal leiden. Verder zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen, omdat onder deze omstandigheden niet kan worden gezegd dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en het niet toewijzen van de voorlopige voorziening kan leiden tot onomkeerbare gevolgen.
Conclusie
7. De rechtbank zal verweerder opdragen om te handelen op de hiervoor beschreven wijze.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet tot op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
- heropent het onderzoek;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier maanden vanaf de datum van deze uitspraak te onderzoeken of overdracht van eiseres aan Kroatië niet tot aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidstoestand leidt;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet tot op het beroep is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Uitspraken van de zittingsplaats Amsterdam van 6 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8122 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8122) en ECLI:NL:RBDHA:2023:8123 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8123); uitspraak van de zittingsplaats Haarlem van 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15093 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:15093) en uitspraak van de zittingsplaats Rotterdam van 23 augustus 2023 ECLI:NL:RBROT:2023:7453 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7453).
Uitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RVS:2023:3411).
AIDA-rapport, juni 2023 (https://asylumineurope.org/wp-content/uploads/2023/06/AIDA-HR-2022-Update.pdf).
Verordening EU 604/2013.
Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
Brief van de psychiater, d.d. 24 januari 2024, contactdatum 22 december 2023, bladzijde 2.
Artikel 8.51a Algemene wet bestuursrecht.