Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-16
ECLI:NL:RBAMS:2026:4799
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Bodemzaak
6,658 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 text/xml public 2026-05-20T10:35:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-16 11674829 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Internationaal privaatrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 text/html public 2026-05-20T09:36:22 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 Rechtbank Amsterdam , 16-04-2026 / 11674829 IPR - verstek - Betekening China - geen geldige forumkeuze artikel 25 Brussel I-bis, rechtsmacht op grond van art. 8 Rv - Toepasselijk recht artikel 4 Rome-I RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11674829 \ CV EXPL 25-6599 fno. 64443 Vonnis van 16 april 2026 in de zaak van [eiser] h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. E.W. Baart, tegen POLETTE LIMITED , gevestigd te Hongkong (Volksrepubliek China), gedaagde partij, hierna te noemen: Polette, niet verschenen. 1 HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1. Bij tussenvonnis van 31 juli 2025 is [eiser] opgedragen om opnieuw een exploot uit te brengen en in te dienen. 1.2. Bij akte van 4 december 2025 heeft [eiser] een oproepingsexploot overgelegd. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 DE BEOORDELING Betekening 2.1. Uit het door [eiser] overgelegde oproepingsexploot blijkt dat de dagvaarding van 23 januari 2025 en het tussenvonnis van 31 juli 2025 aan Polette zijn betekend. [eiser] heeft daarbij een dagvaardingstermijn van ten minste vier weken in acht genomen. Ingevolge de overgelegde verklaring van betekening als bedoeld in artikel 6 van het Haags Betekeningsverdrag is het oproepingsexploot op 27 oktober 2025 betekend door de stukken af te geven aan de heer [naam 1] , die de stukken namens Polette in ontvangst heeft genomen. Tussen het moment van betekening en de datum waartegen Polette is opgeroepen is eveneens een termijn van ten minste vier weken in acht genomen, zodat Polette daadwerkelijk gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren. 2.2. Polette heeft geen uitstel verzocht en heeft evenmin op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting van 12 februari 2026 geantwoord. Tegen Polette wordt daarom verstek verleend. Bevoegdheid 2.3. Het gaat om een zaak met een internationaal aspect, nu [eiser] in Nederland is gevestigd en Polette in de Volksrepubliek China. Daarom moet ambtshalve worden vastgesteld of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. [eiser] stelt dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is op grond van artikel 13 lid 2 van de toepasselijke algemene voorwaarden. De door [eiser] overgelegde “General Terms” (hierna: de algemene voorwaarden) bevatten geen artikel 13, maar daarin is op de laatste pagina wel het volgende opgenomen: “ Governing law. The legal relationship with and the services provided by [handelsnaam] are governed by Dutch law. Any disputes arising from the provision of services by [handelsnaam] , including but not limited to the existence, validity and any non-contractual obligations, performance of the contract, how the work under instructions has been carried out, the quality of services and the fee amount will be resolved exclusively by the Amsterdam District Court.” 2.4. Gelet op dit beding (hierna: het forumkeuzebeding) is de Brussel-I-bis-Verordening materieel en temporeel van toepassing, omdat het gaat om een burgerlijke of handelszaak (artikel 1 Brussel I-bis) en de vordering is ingesteld na 10 januari 2015 (artikel 66 Brussel I-bis). Maar Brussel I-bis is niet formeel van toepassing. 2.5. Artikel 25 Brussel I-bis bepaalt namelijk dat, wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht bevoegd en is deze bevoegdheid exclusief is, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (eerste lid onder a), in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden (eerste lid onder b), of in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen (eerste lid onder c). 2.6. De kantonrechter moet een forumkeuzebeding afzonderlijk van de hoofdovereenkomst beoordelen en daarbij beoordelen of dit beding daadwerkelijk het voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting is gekomen. De vormvoorschriften van artikel 25, eerste lid, Brussel I-bis strekken ertoe te waarborgen dat de wilsovereenstemming daadwerkelijk vaststaat en moeten strikt worden uitgelegd. Optie a) schriftelijke overeenkomst 2.7. De forumkeuze waarop [eiser] zich beroept is niet vervat in een door beide partijen ondertekende, schriftelijke overeenkomst. [eiser] heeft op 12 juni 2022 per e-mail een offerte met de algemene voorwaarden als bijlage aangehecht aan de heer [naam 2] gestuurd. Een e-mail kan op grond van artikel 25 lid 2 Brussel I-bis weliswaar als een schriftelijke mededeling worden aangemerkt , maar van uitdrukkelijke aanvaarding van het forumkeuzebeding door Polette is niet gebleken. In een reactie op de e-mail van [eiser] van schrijft de heer [naam 2] op 20 juni 2022 aan [eiser] enkel dat Polette Limited als klant van [eiser] aangemerkt moet worden. Dat is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat tussen partijen een schriftelijk overeengekomen forumkeuze is komen te gelden, die voldoet aan de (vorm)vereisten van artikel 25 lid 1 Brussel I-bis. Optie b) gebruikelijke handelswijzen 2.8. Volgens artikel 25 lid 1 sub b Brussel I-bis kan een forumkeuzebeding worden gesloten “in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden” . De strekking van dit voorschrift is dat, indien partijen regelmatig zaken met elkaar doen (waardoor sprake is van een lopende handelsbetrekking) en hun relaties steeds hebben geregeld op grond van algemene voorwaarden van de ene partij waarin een forumkeuzebeding is opgenomen, die deze aan de andere partij heeft medegedeeld, deze laatste partij daardoor is gebonden, ook al heeft hij op die mededeling niet uitdrukkelijk gereageerd. 2.9. Van een lopende handelsbetrekking tussen [eiser] en Polette is niet gebleken, zodat niet aan artikel 25 lid 1 sub b Brussel I-bis is voldaan. Optie c) gewoonte 2.10. Gesteld noch gebleken is of de forumkeuze overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. Brussel-I-bis is niet van toepassing 2.11. Niet is komen vast te staan dat het forumkeuzebeding daadwerkelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, omdat van geen van de in artikel 25 lid 1 sub a-c Brussel I-bis genoemde gevallen sprake is, noch verder is gebleken van wilsovereenstemming. Tussen partijen bestaat geen forumkeuzebeding in de zin van artikel 25 Brussel I-bis. 2.12. Ongeacht de woonplaats van gedaagde kan de Brussel I-bis verordening formeel toch van toepassing zijn indien sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 24, 18 of 21 Brussel I-bis. Daarvan is niet gebleken. Omdat Polette geen woonplaats in een lidstaat heeft, is de Brussel I-bis-verordening niet van toepassing. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 8 Rv 2.13. Omdat er geen sprake is van een toepasselijk(e) verdrag of verordening dat in dit geval de rechtsmacht regelt, moet de bevoegdheid worden vastgesteld aan de hand van de artikelen 1-14 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 text/xml public 2026-05-20T10:35:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-16 11674829 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Internationaal privaatrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 text/html public 2026-05-20T09:36:22 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4799 Rechtbank Amsterdam , 16-04-2026 / 11674829 IPR - verstek - Betekening China - geen geldige forumkeuze artikel 25 Brussel I-bis, rechtsmacht op grond van art. 8 Rv - Toepasselijk recht artikel 4 Rome-I RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11674829 \ CV EXPL 25-6599 fno. 64443 Vonnis van 16 april 2026 in de zaak van [eiser] h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. E.W. Baart, tegen POLETTE LIMITED , gevestigd te Hongkong (Volksrepubliek China), gedaagde partij, hierna te noemen: Polette, niet verschenen. 1 HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1. Bij tussenvonnis van 31 juli 2025 is [eiser] opgedragen om opnieuw een exploot uit te brengen en in te dienen. 1.2. Bij akte van 4 december 2025 heeft [eiser] een oproepingsexploot overgelegd. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 DE BEOORDELING Betekening 2.1. Uit het door [eiser] overgelegde oproepingsexploot blijkt dat de dagvaarding van 23 januari 2025 en het tussenvonnis van 31 juli 2025 aan Polette zijn betekend. [eiser] heeft daarbij een dagvaardingstermijn van ten minste vier weken in acht genomen. Ingevolge de overgelegde verklaring van betekening als bedoeld in artikel 6 van het Haags Betekeningsverdrag is het oproepingsexploot op 27 oktober 2025 betekend door de stukken af te geven aan de heer [naam 1] , die de stukken namens Polette in ontvangst heeft genomen. Tussen het moment van betekening en de datum waartegen Polette is opgeroepen is eveneens een termijn van ten minste vier weken in acht genomen, zodat Polette daadwerkelijk gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren. 2.2. Polette heeft geen uitstel verzocht en heeft evenmin op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting van 12 februari 2026 geantwoord. Tegen Polette wordt daarom verstek verleend. Bevoegdheid 2.3. Het gaat om een zaak met een internationaal aspect, nu [eiser] in Nederland is gevestigd en Polette in de Volksrepubliek China. Daarom moet ambtshalve worden vastgesteld of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. [eiser] stelt dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is op grond van artikel 13 lid 2 van de toepasselijke algemene voorwaarden. De door [eiser] overgelegde “General Terms” (hierna: de algemene voorwaarden) bevatten geen artikel 13, maar daarin is op de laatste pagina wel het volgende opgenomen: “ Governing law. The legal relationship with and the services provided by [handelsnaam] are governed by Dutch law. Any disputes arising from the provision of services by [handelsnaam] , including but not limited to the existence, validity and any non-contractual obligations, performance of the contract, how the work under instructions has been carried out, the quality of services and the fee amount will be resolved exclusively by the Amsterdam District Court.” 2.4. Gelet op dit beding (hierna: het forumkeuzebeding) is de Brussel-I-bis-Verordening materieel en temporeel van toepassing, omdat het gaat om een burgerlijke of handelszaak (artikel 1 Brussel I-bis) en de vordering is ingesteld na 10 januari 2015 (artikel 66 Brussel I-bis). Maar Brussel I-bis is niet formeel van toepassing. 2.5. Artikel 25 Brussel I-bis bepaalt namelijk dat, wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht bevoegd en is deze bevoegdheid exclusief is, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (eerste lid onder a), in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden (eerste lid onder b), of in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen (eerste lid onder c). 2.6. De kantonrechter moet een forumkeuzebeding afzonderlijk van de hoofdovereenkomst beoordelen en daarbij beoordelen of dit beding daadwerkelijk het voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting is gekomen. De vormvoorschriften van artikel 25, eerste lid, Brussel I-bis strekken ertoe te waarborgen dat de wilsovereenstemming daadwerkelijk vaststaat en moeten strikt worden uitgelegd. Optie a) schriftelijke overeenkomst 2.7. De forumkeuze waarop [eiser] zich beroept is niet vervat in een door beide partijen ondertekende, schriftelijke overeenkomst. [eiser] heeft op 12 juni 2022 per e-mail een offerte met de algemene voorwaarden als bijlage aangehecht aan de heer [naam 2] gestuurd. Een e-mail kan op grond van artikel 25 lid 2 Brussel I-bis weliswaar als een schriftelijke mededeling worden aangemerkt , maar van uitdrukkelijke aanvaarding van het forumkeuzebeding door Polette is niet gebleken. In een reactie op de e-mail van [eiser] van schrijft de heer [naam 2] op 20 juni 2022 aan [eiser] enkel dat Polette Limited als klant van [eiser] aangemerkt moet worden. Dat is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat tussen partijen een schriftelijk overeengekomen forumkeuze is komen te gelden, die voldoet aan de (vorm)vereisten van artikel 25 lid 1 Brussel I-bis. Optie b) gebruikelijke handelswijzen 2.8. Volgens artikel 25 lid 1 sub b Brussel I-bis kan een forumkeuzebeding worden gesloten “in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden” . De strekking van dit voorschrift is dat, indien partijen regelmatig zaken met elkaar doen (waardoor sprake is van een lopende handelsbetrekking) en hun relaties steeds hebben geregeld op grond van algemene voorwaarden van de ene partij waarin een forumkeuzebeding is opgenomen, die deze aan de andere partij heeft medegedeeld, deze laatste partij daardoor is gebonden, ook al heeft hij op die mededeling niet uitdrukkelijk gereageerd. 2.9. Van een lopende handelsbetrekking tussen [eiser] en Polette is niet gebleken, zodat niet aan artikel 25 lid 1 sub b Brussel I-bis is voldaan. Optie c) gewoonte 2.10. Gesteld noch gebleken is of de forumkeuze overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. Brussel-I-bis is niet van toepassing 2.11. Niet is komen vast te staan dat het forumkeuzebeding daadwerkelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, omdat van geen van de in artikel 25 lid 1 sub a-c Brussel I-bis genoemde gevallen sprake is, noch verder is gebleken van wilsovereenstemming. Tussen partijen bestaat geen forumkeuzebeding in de zin van artikel 25 Brussel I-bis. 2.12. Ongeacht de woonplaats van gedaagde kan de Brussel I-bis verordening formeel toch van toepassing zijn indien sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 24, 18 of 21 Brussel I-bis. Daarvan is niet gebleken. Omdat Polette geen woonplaats in een lidstaat heeft, is de Brussel I-bis-verordening niet van toepassing. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 8 Rv 2.13. Omdat er geen sprake is van een toepasselijk(e) verdrag of verordening dat in dit geval de rechtsmacht regelt, moet de bevoegdheid worden vastgesteld aan de hand van de artikelen 1-14 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Volledig
Op grond van artikel 8 lid 1 Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, bij overeenkomst een Nederlandse rechter of de Nederlandse rechter hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van die rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is. Lid 5 bepaalt dat een overeenkomst wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die een dergelijk beding bevatten, mits dat geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. 2.14. [eiser] heeft bij haar e-mail van 12 juni 2022 een offerte met de algemene voorwaarden als bijlage aangehecht aan Polette verstuurd. Vervolgens heeft zij juridische werkzaamheden voor Polette verricht en heeft Polette haar (gedeeltelijk) voor die werkzaamheden betaald. Daarmee heeft Polette de algemene voorwaarden, waarin een forumkeuze voor de Nederlandse rechter is opgenomen, stilzwijgend aanvaard. De Nederlandse rechter kan daarom rechtsmacht ontlenen aan het bepaalde in artikel 8 lid 1 Rv. 2.15. De rechtbank te Amsterdam is relatief bevoegd op grond van artikel 108 lid 1 Rv. Toepasselijk recht 2.16. Het op de overeenkomst van partijen toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van de Rome-I-Verordening. Artikel 4 lid 1 sub b van voornoemde verordening bepaalt dat “de overeenkomst inzake dienstverlening wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft”. Nu dit Nederland is, is het Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst tussen partijen. De verdere beoordeling 2.17. [eiser] vordert betaling van een bedrag van € 9.416,00 aan hoofdsom en € 845,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 19 december 2024 tot de dag der algehele voldoening, de kosten van het conservatoir beslag en de proceskosten. 2.18. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna vermeld worden toegewezen. 2.19. [eiser] vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 845,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen. 2.20. [eiser] vordert Polette te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 428,49 voor kosten deurwaardersexploten, € 331,00 voor griffierecht en € 432,00 voor salaris gemachtigde (1,0 punt × € 432,00), totaal € 1.191,49. 2.21. Polette is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - salaris gemachtigde € 432,00 (1 punt × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 695,40 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt Polette om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.416,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 december 2024, tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt Polette Limited om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 845,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 3.3. veroordeelt Polette Limited in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.191,49, 3.4. veroordeelt Polette Limited in de proceskosten van € 695,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Polette Limited niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. L.W. Oosthoek, op 16 april 2026. Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken, Den Haag, 15 november 1965. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), (hierna: Brussel I-bis). vgl. ECLI:EU:C:2018:173, ro. 24 e.v. Gerechtshof Amsterdam, 9 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8550, r.o. 2.4.5 – 2.4.6 Conclusie van de A-G onder Hoge Raad 20 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:60, randnummer 2.9.
Volledig
Op grond van artikel 8 lid 1 Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, bij overeenkomst een Nederlandse rechter of de Nederlandse rechter hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van die rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is. Lid 5 bepaalt dat een overeenkomst wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die een dergelijk beding bevatten, mits dat geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. 2.14. [eiser] heeft bij haar e-mail van 12 juni 2022 een offerte met de algemene voorwaarden als bijlage aangehecht aan Polette verstuurd. Vervolgens heeft zij juridische werkzaamheden voor Polette verricht en heeft Polette haar (gedeeltelijk) voor die werkzaamheden betaald. Daarmee heeft Polette de algemene voorwaarden, waarin een forumkeuze voor de Nederlandse rechter is opgenomen, stilzwijgend aanvaard. De Nederlandse rechter kan daarom rechtsmacht ontlenen aan het bepaalde in artikel 8 lid 1 Rv. 2.15. De rechtbank te Amsterdam is relatief bevoegd op grond van artikel 108 lid 1 Rv. Toepasselijk recht 2.16. Het op de overeenkomst van partijen toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van de Rome-I-Verordening. Artikel 4 lid 1 sub b van voornoemde verordening bepaalt dat “de overeenkomst inzake dienstverlening wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft”. Nu dit Nederland is, is het Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst tussen partijen. De verdere beoordeling 2.17. [eiser] vordert betaling van een bedrag van € 9.416,00 aan hoofdsom en € 845,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 19 december 2024 tot de dag der algehele voldoening, de kosten van het conservatoir beslag en de proceskosten. 2.18. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna vermeld worden toegewezen. 2.19. [eiser] vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 845,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen. 2.20. [eiser] vordert Polette te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 428,49 voor kosten deurwaardersexploten, € 331,00 voor griffierecht en € 432,00 voor salaris gemachtigde (1,0 punt × € 432,00), totaal € 1.191,49. 2.21. Polette is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - salaris gemachtigde € 432,00 (1 punt × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 695,40 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt Polette om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.416,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 december 2024, tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt Polette Limited om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 845,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 3.3. veroordeelt Polette Limited in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.191,49, 3.4. veroordeelt Polette Limited in de proceskosten van € 695,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Polette Limited niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. L.W. Oosthoek, op 16 april 2026. Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken, Den Haag, 15 november 1965. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), (hierna: Brussel I-bis). vgl. ECLI:EU:C:2018:173, ro. 24 e.v. Gerechtshof Amsterdam, 9 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8550, r.o. 2.4.5 – 2.4.6 Conclusie van de A-G onder Hoge Raad 20 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:60, randnummer 2.9.