Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-17
ECLI:NL:RBAMS:2026:4765
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,878 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 text/xml public 2026-05-19T12:11:46 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-17 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verstek Tussenuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 text/html public 2026-05-19T10:02:45 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 Rechtbank Amsterdam , 17-04-2026 / 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Telefonisch gesloten energieleveringsovereenkomsten. Uitlaten over artikel 6:230v lid 6 BW. Ook uitlaten over transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Vonnis van 17 april 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTRUM NEDERLAND B.V. , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 27 september 2024, met producties, - het tegen gedaagde partij verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij twee energieleveringsovereenkomsten heeft gesloten met Energiedirect. De eerste overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan op 16 juni 2022 (Groene Stroom onbepaalde tijd variabel en Gas onbepaalde tijd variabel, hierna: overeenkomst 1). Op 14 november 2023 is een overeenkomst voor de duur van drie jaar aangegaan (Vast Groene Stroom en Vast Gas, hierna: overeenkomst 2). Beide overeenkomsten zijn telefonisch tot stand gekomen en vervolgens aan gedaagde partij bevestigd. Gedaagde partij heeft de jaarrekening over de periode van 16 juni 2022 tot en met 17 juni 2023 en een termijnfactuur onbetaald gelaten. 2.2. Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 3.159,71 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 augustus 2024, € 231,21 aan vervallen wettelijke rente, € 440,97 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 2.3. De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.4. Gelet op de gestelde wijze van totstandkoming van de overeenkomst is sprake van een overeenkomst op afstand, zodat moet worden getoetst of is voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). 2.5. In artikel 6:230v lid 6 BW is bepaald dat de handelaar, bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand, bepaalde mededelingen moet doen en voorts dat een overeenkomst tot het geregeld leveren van elektriciteit, water of stadsverwarming, die het gevolg is van dit telefoongesprek, schriftelijk wordt aangegaan. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat aan dit vereiste is voldaan, wanneer de handelaar een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst in schriftelijke vorm opstelt en aan de consument toestuurt. De aanvaarding van een consument zal (doorgaans) blijken uit de ondertekening van de overeenkomst. De handelaar kan de overeenkomst ook per e-mail naar de consument sturen, waaraan de consument dan schriftelijk (of eventueel per e-mail) zijn instemming moeten geven. 2.6. Als de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan is deze ingevolge artikel 3:39 BW nietig. De overeenkomst waarin een tussen partijen bestaande overeenkomst wordt verlengd of vernieuwd is uitgezonderd van het schriftelijkheidsvereiste. Ook wanneer de consument op eigen initiatief de handelaar telefonisch benadert, hoeft de overeenkomst niet schriftelijk te worden gesloten en kan deze telefonisch worden gesloten (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 52 e.v.). 2.7. Het is aan de kantonrechter om ambtshalve te controleren of, in dit geval, aan het constitutieve vereiste van artikel 6:230v lid 6 BW is voldaan. Gesteld noch gebleken is bij wie het initiatief lag voor het telefoongesprek dat heeft geleid tot overeenkomst 1. Voor zover eisende partij stelt dat het initiatief bij gedaagde partij lag, dient zij die stelling toe te lichten en te onderbouwen, bijvoorbeeld met een uitdraai van een informatiesysteem waaruit het inkomende telefoongesprek van gedaagde partij volgt. Eisende partij dient (onder meer) uiteen te zetten wanneer gedaagde partij heeft gebeld, met wie gedaagde partij toen heeft gesproken, wat er precies is besproken en welke informatie concreet is verstrekt, alsmede, indien bekend, het telefoonnummer te noemen waarmee gedaagde partij destijds belde. De zaak wordt naar de na te melden rolzitting verwezen om eisende partij in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten en stukken in het geding te brengen. 2.8. De overeenkomst moet ook worden getoetst aan de richtlijn. De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een beding dat ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst. Ambtshalve toetsing van dergelijke bedingen is ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn alleen aan de orde als deze niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) zijn geformuleerd. 2.9. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft gedaagde partij kennis moeten kunnen nemen van de kosten daarvan, in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14). Uit voornoemd arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt om bij benadering de totale kosten te ramen. Anders gezegd en toegespitst op het onderhavige geval: gedaagde partij moet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst hebben kunnen voorzien dat de energielevering (ongeveer) zoveel zou gaan kosten als uit de jaarrekening blijkt. Als voor het sluiten van de overeenkomst over de prijs onvoldoende of onjuiste informatie is verstrekt, zal het prijsbeding op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn moeten worden getoetst. 2.10. Eisende partij heeft zich over de transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding nog niet uitgelaten. Daartoe wordt zij alsnog in de gelegenheid gesteld. 2.11. De zaak wordt verwezen naar onderstaande rol voor akte uitlating door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.7 en 2.10. 2.12. Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.13. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 15 mei 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating eisende partij, 3.2. bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.12, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. 991
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 text/xml public 2026-05-19T12:11:46 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-17 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verstek Tussenuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 text/html public 2026-05-19T10:02:45 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4765 Rechtbank Amsterdam , 17-04-2026 / 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Telefonisch gesloten energieleveringsovereenkomsten. Uitlaten over artikel 6:230v lid 6 BW. Ook uitlaten over transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11352741 \ CV EXPL 24-13032 Vonnis van 17 april 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTRUM NEDERLAND B.V. , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 27 september 2024, met producties, - het tegen gedaagde partij verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij twee energieleveringsovereenkomsten heeft gesloten met Energiedirect. De eerste overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan op 16 juni 2022 (Groene Stroom onbepaalde tijd variabel en Gas onbepaalde tijd variabel, hierna: overeenkomst 1). Op 14 november 2023 is een overeenkomst voor de duur van drie jaar aangegaan (Vast Groene Stroom en Vast Gas, hierna: overeenkomst 2). Beide overeenkomsten zijn telefonisch tot stand gekomen en vervolgens aan gedaagde partij bevestigd. Gedaagde partij heeft de jaarrekening over de periode van 16 juni 2022 tot en met 17 juni 2023 en een termijnfactuur onbetaald gelaten. 2.2. Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 3.159,71 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 augustus 2024, € 231,21 aan vervallen wettelijke rente, € 440,97 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 2.3. De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.4. Gelet op de gestelde wijze van totstandkoming van de overeenkomst is sprake van een overeenkomst op afstand, zodat moet worden getoetst of is voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). 2.5. In artikel 6:230v lid 6 BW is bepaald dat de handelaar, bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand, bepaalde mededelingen moet doen en voorts dat een overeenkomst tot het geregeld leveren van elektriciteit, water of stadsverwarming, die het gevolg is van dit telefoongesprek, schriftelijk wordt aangegaan. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat aan dit vereiste is voldaan, wanneer de handelaar een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst in schriftelijke vorm opstelt en aan de consument toestuurt. De aanvaarding van een consument zal (doorgaans) blijken uit de ondertekening van de overeenkomst. De handelaar kan de overeenkomst ook per e-mail naar de consument sturen, waaraan de consument dan schriftelijk (of eventueel per e-mail) zijn instemming moeten geven. 2.6. Als de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan is deze ingevolge artikel 3:39 BW nietig. De overeenkomst waarin een tussen partijen bestaande overeenkomst wordt verlengd of vernieuwd is uitgezonderd van het schriftelijkheidsvereiste. Ook wanneer de consument op eigen initiatief de handelaar telefonisch benadert, hoeft de overeenkomst niet schriftelijk te worden gesloten en kan deze telefonisch worden gesloten (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 52 e.v.). 2.7. Het is aan de kantonrechter om ambtshalve te controleren of, in dit geval, aan het constitutieve vereiste van artikel 6:230v lid 6 BW is voldaan. Gesteld noch gebleken is bij wie het initiatief lag voor het telefoongesprek dat heeft geleid tot overeenkomst 1. Voor zover eisende partij stelt dat het initiatief bij gedaagde partij lag, dient zij die stelling toe te lichten en te onderbouwen, bijvoorbeeld met een uitdraai van een informatiesysteem waaruit het inkomende telefoongesprek van gedaagde partij volgt. Eisende partij dient (onder meer) uiteen te zetten wanneer gedaagde partij heeft gebeld, met wie gedaagde partij toen heeft gesproken, wat er precies is besproken en welke informatie concreet is verstrekt, alsmede, indien bekend, het telefoonnummer te noemen waarmee gedaagde partij destijds belde. De zaak wordt naar de na te melden rolzitting verwezen om eisende partij in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten en stukken in het geding te brengen. 2.8. De overeenkomst moet ook worden getoetst aan de richtlijn. De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een beding dat ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst. Ambtshalve toetsing van dergelijke bedingen is ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn alleen aan de orde als deze niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) zijn geformuleerd. 2.9. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft gedaagde partij kennis moeten kunnen nemen van de kosten daarvan, in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14). Uit voornoemd arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt om bij benadering de totale kosten te ramen. Anders gezegd en toegespitst op het onderhavige geval: gedaagde partij moet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst hebben kunnen voorzien dat de energielevering (ongeveer) zoveel zou gaan kosten als uit de jaarrekening blijkt. Als voor het sluiten van de overeenkomst over de prijs onvoldoende of onjuiste informatie is verstrekt, zal het prijsbeding op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn moeten worden getoetst. 2.10. Eisende partij heeft zich over de transparantie en (on)eerlijkheid van het prijsbeding nog niet uitgelaten. Daartoe wordt zij alsnog in de gelegenheid gesteld. 2.11. De zaak wordt verwezen naar onderstaande rol voor akte uitlating door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.7 en 2.10. 2.12. Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.13. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 15 mei 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating eisende partij, 3.2. bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.12, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. 991