Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-02-12
ECLI:NL:RBLIM:2025:1458
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,260 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11319376 \ CV EXPL 24-4852
Vonnis van 12 februari 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres] .,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L.Z. Hamid,
tegen
VITALON HOLLAND B.V.,
te Maastricht,
gedaagde partij,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: Vitalon,
gemachtigde: J.A.Th. Steenbergen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 19 juni 2024 in de zaak met zaaknummer 11131390 CV EXPL 24-2769 (hierna: het verstekvonnis);
- het exploot van verzetdagvaarding van 2 september 2024 met producties 1 tot en met 16;- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van [eiseres] houdende inbreng producties met producties 21 tot en met 34;
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij zowel [eiseres] als Vitalon spreek- dan wel pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op naam van Vitalon Holland B.V. en [eiseres] is in januari 2023 een overeenkomst van opdracht getekend op basis waarvan [eiseres] aan Vitalon juridische diensten zou gaan verlenen. In de opdrachtomschrijving staat dat er sprake is van niet nakoming van een supply-overeenkomst, met als gevolg een schadepost van € 165.000,00, waarvoor conservatoir beslag moet worden gelegd en een bodemprocedure geëntameerd. Er is een uurtarief overeengekomen van € 225,00 exclusief 7% kantoorkosten, verschotten en btw.
2.2.
[eiseres] heeft op 2 februari 2023, 3 maart 2023, 4 april 2023 en 1 mei 2023 declaraties gestuurd aan Vitalon voor de juridische diensten die aan haar verleend zouden zijn.
2.3.
[eiseres] heeft Vitalon meerdere malen verzocht en gesommeerd over te gaan tot betaling van de declaraties.
2.4.
Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd en [eiseres] heeft een bedrag van € 932,18 aan Vitalon gecrediteerd, maar dit heeft niet geleid tot een oplossing van het geschil.
Geschil
3.1.
Vitalon is in verzet gekomen van het tegen haar als gedaagde gewezen verstekvonnis, waarbij zij als gedaagde is veroordeeld tot – samengevat – betaling van een bedrag van € 11.044,03, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 9.603,50, en in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Vitalon vordert in verzet dat de kantonrechter bij vonnis het verstekvonnis zal vernietigen en alsnog rechtdoende [eiseres] in haar oorspronkelijke vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten van de verzetprocedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Tijdigheid verzet
4.1.
De kantonrechter overweegt ambtshalve dat Vitalon ontvankelijk is in haar verzet, nu zij met de dagvaarding van 2 september 2024 tijdig verzet heeft aangetekend tegen het verstekvonnis waarvan zij onweersproken heeft gesteld daarmee niet eerder dan op 5 augustus 2024 bekend te zijn geraakt.
Beoordeling
4.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding Vitalon van haar veroordeling tot betaling van de declaraties ad € 9.603,50 te ontheffen en licht dat hieronder nader toe.
4.3.
[eiseres] legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat Vitalon de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht niet is nagekomen doordat zij enkele declaraties deels of geheel niet heeft betaald.
4.4.
Vitalon stelt zich op het standpunt dat [eiseres] de verkeerde partij heeft gedagvaard omdat niet zij, Vitalon Holland B.V., contractspartij is van [eiseres] , maar Vitalon Holland Limited. De kantonrechter gaat aan dat verweer voorbij. De overeenkomst die met [eiseres] is gesloten staat namelijk op naam van Vitalon Holland B.V. en is ook namens haar ondertekend.
4.5.
Tussen partijen is dan ook een overeenkomst van opdracht zoals bedoeld in artikel 7:400 e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot stand gekomen. Uit hoofde van deze overeenkomst was [eiseres] gehouden aan Vitalon juridische diensten te verlenen inzake het geschil met Oranje Nutrition B.V. over het niet nakomen van een supply-overeenkomst – gesloten tussen [naam bv] , Vitalon Holland Limited en Oranje Nutrition B.V. – ter zake waarvan conservatoir beslag moest worden gelegd en een bodemprocedure moest worden geëntameerd. Op Vitalon rust daartegenover op grond van deze overeenkomst de verplichting om [eiseres] het overeengekomen uurtarief van € 225,00 (exclusief 7% kantoorkosten, verschotten en btw) te betalen voor de werkzaamheden die zij in dit kader heeft uitgevoerd. Dit alles is niet in geschil tussen partijen. Eveneens is niet in geschil tussen partijen dat [eiseres] de werkzaamheden waarop de declaraties zien, heeft verricht.
4.6.
Vitalon stelt zich desalniettemin op het standpunt dat zij de declaraties niet hoeft te betalen en voert daarvoor enkele redenen aan. Die redenen leiden echter niet tot het oordeel dat Vitalon de declaraties van [eiseres] niet hoeft te betalen.
4.6.1.
Vitalon brengt naar voren dat [eiseres] in strijd met hetgeen is overeengekomen een scenario is gaan volgen waarbij arbitrage door het Nederlands Arbitrage Instituut (hierna: NAI) vereist was zonder Vitalon te wijzen op de exorbitante kosten die deze aanpak met zich meebrengt. De kantonrechter overweegt hierover dat arbitrage weliswaar niet is benoemd in de (in de overeenkomst omschreven) opdracht, maar dat het voeren van een bodemprocedure wel in deze omschrijving is genoemd. [eiseres] heeft onbetwist gesteld (en met stukken onderbouwd) dat in de supply-overeenkomst een arbitragebeding was opgenomen, waarin is bepaald dat alle uit deze overeenkomst voortvloeiende geschillen zullen worden beslecht overeenkomstig het reglement van het NAI. Naar het oordeel van de kantonrechter vloeit uit deze bepaling voort dat onder “het voeren van een bodemprocedure” moet worden verstaan een “arbitrageprocedure”. De verrichte werkzaamheden ter voorbereiding van die procedure vallen dus onder de opdracht en dienen door Vitalon te worden betaald.
4.6.2.
Uit producties 24 en 25 van [eiseres] blijkt voorts dat [eiseres] Vitalon erop heeft gewezen dat een arbitrageprocedure “prijzig” is, en duurder dan een procedure voor de rechtbank omdat de arbiters moeten worden betaald, en dat Vitalon desondanks niet afwijzend heeft gereageerd op het voornemen van [eiseres] om de arbitrageaanvraag in te dienen en aan [eiseres] de gevraagde informatie heeft verstrekt. Dat het Vitalon niet duidelijk was hoe prijzig “prijzig” is, doet aan het voorgaande niet af. Vitalon had daarover zelf bij [eiseres] navraag kunnen doen of daarover informatie kunnen inwinnen bij het NAI.
4.6.3.
Ook brengt Vitalon – samengevat weergegeven – naar voren dat [eiseres] onnodig en dubbel werk heeft verricht zonder toestemming van Vitalon. Naar de kantonrechter begrijpt gaat het om het al dan niet vertalen van stukken in het Chinees ten behoeve van Oranje Nutrition B.V., het aanschrijven van Oranje Nutrition B.V. in China, het overleg met [naam bv] en de discussie omtrent de foutieve derdenverklaring van Het Notarieel Zwolle B.V. over of zij wel of niet iets verschuldigd zou zijn aan Oranje Nutrition B.V. of Oranje Nutrition Holding B.V.
De kantonrechter stelt voorop dat [eiseres] bij alle facturen een specificatie heeft overgelegd van de in rekening gebrachte werkzaamheden, telkens per eenheid van zes minuten en tegen het door partijen overeengekomen uurtarief. Ook heeft [eiseres] per e-mail van 28 maart 2023 een uitgebreide toelichting gegeven op de verrichte werkzaamheden en complicaties die zich bij de behandeling van het dossier hebben voorgedaan. [eiseres] heeft verder voorbeelden overgelegd van e-mails die aan de gemachtigde van de bestuurder van Vitalon zijn gestuurd en waarin deze op de hoogte werd gebracht van het verloop van de opdracht en de daarin optredende complicaties. Gelet op deze stukken komt de hoogte van de gedeclareerde werkzaamheden de kantonrechter niet onredelijk of ongegrond voor. Ook vallen deze door [eiseres] verrichte werkzaamheden naar het oordeel van de kantonrechter binnen de opdrachtovereenkomst nu deze zien op het geschil tussen Vitalon en Oranje Nutrition B.V. ter zake de supply-overeenkomst.
4.6.4.
Dat [eiseres] , volgens haar “uit coulance”, een bedrag van € 932,18 heeft gecrediteerd en waaruit Vitalon afleidt dat [eiseres] daarmee indirect erkent dat er iets mis is met de facturering, kan evenmin leiden tot een ander oordeel. Voor een gerechtelijke erkentenis is namelijk vereist dat een partij uitdrukkelijk de waarheid van een of meer stellingen van de wederpartij erkent in een aanhangig geding (artikel 154 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.
4.6.5.
De andere redenen die Vitalon aanvoert, komen erop neer dat zij vindt dat [eiseres] de opdracht niet deugdelijk heeft uitgevoerd. Dit verweer kan niet leiden tot het oordeel dat Vitalon de declaraties van [eiseres] niet hoeft te betalen. De enkele wanprestatie (als daar al sprake van zou zijn) brengt namelijk niet met zich mee dat de vordering van [eiseres] daarom niet hoeft te worden voldaan (vgl. HR 19 februari 1988, NJ 1989, 343). Een dergelijke rechtsregel kent het Nederlandse recht namelijk niet. Bevrijding van de eigen betalingsverplichting kan wel worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld de overeenkomst (deels) te ontbinden of door verrekening van schade, maar dat heeft Vitalon niet gedaan of gevorderd.
4.6.6.
Vitalon stelt zich tevens op het standpunt dat de uitspraak HvJ EU 12 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:14 consequenties met zich meebrengt voor het onderhavige dispuut omdat het onderhavige kostenbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd. Naar het oordeel van de kantonrechter kan Vitalon geen geslaagd beroep doen op de door haar genoemde uitspraak. Vitalon kan namelijk niet worden aangemerkt als een consument in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De reden daarvoor is dat Vitalon geacht moet worden voornamelijk te hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf omdat de overeenkomst met [eiseres] ziet op een juridisch geschil omtrent een door Vitalon gesloten zakelijke overeenkomst met twee andere bedrijven. Dat Vitalon naar eigen zeggen een kleine startende onderneming is zonder personeel en haar bestuurder in goed vertrouwen zijn belangen in handen heeft gegeven van [eiseres] maakt dat niet anders. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de bestuurder van Vitalon al zijn privé spaargeld zou hebben gebruikt om zijn verplichtingen voortvloeiende uit de supply agreement te voldoen.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verklaart het verzet ongegrond,
5.2.
bekrachtigt het door de kantonrechter op 19 juni 2024 onder zaaknummer / rolnummer 11131390 \ CV EXPL 24-2769 gewezen verstekvonnis,
5.3.
veroordeelt Vitalon in de proceskosten van de verzetprocedure van € 541,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Vitalon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
CL
Productie 5 bij dagvaarding
Producties 22 t/m 34 akte houdende inbreng producties
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11319376 \ CV EXPL 24-4852
Vonnis van 12 februari 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres] .,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L.Z. Hamid,
tegen
VITALON HOLLAND B.V.,
te Maastricht,
gedaagde partij,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: Vitalon,
gemachtigde: J.A.Th. Steenbergen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 19 juni 2024 in de zaak met zaaknummer 11131390 CV EXPL 24-2769 (hierna: het verstekvonnis);
- het exploot van verzetdagvaarding van 2 september 2024 met producties 1 tot en met 16;- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van [eiseres] houdende inbreng producties met producties 21 tot en met 34;
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij zowel [eiseres] als Vitalon spreek- dan wel pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op naam van Vitalon Holland B.V. en [eiseres] is in januari 2023 een overeenkomst van opdracht getekend op basis waarvan [eiseres] aan Vitalon juridische diensten zou gaan verlenen. In de opdrachtomschrijving staat dat er sprake is van niet nakoming van een supply-overeenkomst, met als gevolg een schadepost van € 165.000,00, waarvoor conservatoir beslag moet worden gelegd en een bodemprocedure geëntameerd. Er is een uurtarief overeengekomen van € 225,00 exclusief 7% kantoorkosten, verschotten en btw.
2.2.
[eiseres] heeft op 2 februari 2023, 3 maart 2023, 4 april 2023 en 1 mei 2023 declaraties gestuurd aan Vitalon voor de juridische diensten die aan haar verleend zouden zijn.
2.3.
[eiseres] heeft Vitalon meerdere malen verzocht en gesommeerd over te gaan tot betaling van de declaraties.
2.4.
Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd en [eiseres] heeft een bedrag van € 932,18 aan Vitalon gecrediteerd, maar dit heeft niet geleid tot een oplossing van het geschil.
Geschil
3.1.
Vitalon is in verzet gekomen van het tegen haar als gedaagde gewezen verstekvonnis, waarbij zij als gedaagde is veroordeeld tot – samengevat – betaling van een bedrag van € 11.044,03, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 9.603,50, en in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Vitalon vordert in verzet dat de kantonrechter bij vonnis het verstekvonnis zal vernietigen en alsnog rechtdoende [eiseres] in haar oorspronkelijke vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten van de verzetprocedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Tijdigheid verzet
4.1.
De kantonrechter overweegt ambtshalve dat Vitalon ontvankelijk is in haar verzet, nu zij met de dagvaarding van 2 september 2024 tijdig verzet heeft aangetekend tegen het verstekvonnis waarvan zij onweersproken heeft gesteld daarmee niet eerder dan op 5 augustus 2024 bekend te zijn geraakt.
Beoordeling
4.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding Vitalon van haar veroordeling tot betaling van de declaraties ad € 9.603,50 te ontheffen en licht dat hieronder nader toe.
4.3.
[eiseres] legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat Vitalon de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht niet is nagekomen doordat zij enkele declaraties deels of geheel niet heeft betaald.
4.4.
Vitalon stelt zich op het standpunt dat [eiseres] de verkeerde partij heeft gedagvaard omdat niet zij, Vitalon Holland B.V., contractspartij is van [eiseres] , maar Vitalon Holland Limited. De kantonrechter gaat aan dat verweer voorbij. De overeenkomst die met [eiseres] is gesloten staat namelijk op naam van Vitalon Holland B.V. en is ook namens haar ondertekend.
4.5.
Tussen partijen is dan ook een overeenkomst van opdracht zoals bedoeld in artikel 7:400 e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot stand gekomen. Uit hoofde van deze overeenkomst was [eiseres] gehouden aan Vitalon juridische diensten te verlenen inzake het geschil met Oranje Nutrition B.V. over het niet nakomen van een supply-overeenkomst – gesloten tussen [naam bv] , Vitalon Holland Limited en Oranje Nutrition B.V. – ter zake waarvan conservatoir beslag moest worden gelegd en een bodemprocedure moest worden geëntameerd. Op Vitalon rust daartegenover op grond van deze overeenkomst de verplichting om [eiseres] het overeengekomen uurtarief van € 225,00 (exclusief 7% kantoorkosten, verschotten en btw) te betalen voor de werkzaamheden die zij in dit kader heeft uitgevoerd. Dit alles is niet in geschil tussen partijen. Eveneens is niet in geschil tussen partijen dat [eiseres] de werkzaamheden waarop de declaraties zien, heeft verricht.
4.6.
Vitalon stelt zich desalniettemin op het standpunt dat zij de declaraties niet hoeft te betalen en voert daarvoor enkele redenen aan. Die redenen leiden echter niet tot het oordeel dat Vitalon de declaraties van [eiseres] niet hoeft te betalen.
4.6.1.
Vitalon brengt naar voren dat [eiseres] in strijd met hetgeen is overeengekomen een scenario is gaan volgen waarbij arbitrage door het Nederlands Arbitrage Instituut (hierna: NAI) vereist was zonder Vitalon te wijzen op de exorbitante kosten die deze aanpak met zich meebrengt. De kantonrechter overweegt hierover dat arbitrage weliswaar niet is benoemd in de (in de overeenkomst omschreven) opdracht, maar dat het voeren van een bodemprocedure wel in deze omschrijving is genoemd. [eiseres] heeft onbetwist gesteld (en met stukken onderbouwd) dat in de supply-overeenkomst een arbitragebeding was opgenomen, waarin is bepaald dat alle uit deze overeenkomst voortvloeiende geschillen zullen worden beslecht overeenkomstig het reglement van het NAI. Naar het oordeel van de kantonrechter vloeit uit deze bepaling voort dat onder “het voeren van een bodemprocedure” moet worden verstaan een “arbitrageprocedure”. De verrichte werkzaamheden ter voorbereiding van die procedure vallen dus onder de opdracht en dienen door Vitalon te worden betaald.
4.6.2.
Uit producties 24 en 25 van [eiseres] blijkt voorts dat [eiseres] Vitalon erop heeft gewezen dat een arbitrageprocedure “prijzig” is, en duurder dan een procedure voor de rechtbank omdat de arbiters moeten worden betaald, en dat Vitalon desondanks niet afwijzend heeft gereageerd op het voornemen van [eiseres] om de arbitrageaanvraag in te dienen en aan [eiseres] de gevraagde informatie heeft verstrekt. Dat het Vitalon niet duidelijk was hoe prijzig “prijzig” is, doet aan het voorgaande niet af. Vitalon had daarover zelf bij [eiseres] navraag kunnen doen of daarover informatie kunnen inwinnen bij het NAI.
4.6.3.
Ook brengt Vitalon – samengevat weergegeven – naar voren dat [eiseres] onnodig en dubbel werk heeft verricht zonder toestemming van Vitalon. Naar de kantonrechter begrijpt gaat het om het al dan niet vertalen van stukken in het Chinees ten behoeve van Oranje Nutrition B.V., het aanschrijven van Oranje Nutrition B.V. in China, het overleg met [naam bv] en de discussie omtrent de foutieve derdenverklaring van Het Notarieel Zwolle B.V. over of zij wel of niet iets verschuldigd zou zijn aan Oranje Nutrition B.V. of Oranje Nutrition Holding B.V.
De kantonrechter stelt voorop dat [eiseres] bij alle facturen een specificatie heeft overgelegd van de in rekening gebrachte werkzaamheden, telkens per eenheid van zes minuten en tegen het door partijen overeengekomen uurtarief. Ook heeft [eiseres] per e-mail van 28 maart 2023 een uitgebreide toelichting gegeven op de verrichte werkzaamheden en complicaties die zich bij de behandeling van het dossier hebben voorgedaan. [eiseres] heeft verder voorbeelden overgelegd van e-mails die aan de gemachtigde van de bestuurder van Vitalon zijn gestuurd en waarin deze op de hoogte werd gebracht van het verloop van de opdracht en de daarin optredende complicaties. Gelet op deze stukken komt de hoogte van de gedeclareerde werkzaamheden de kantonrechter niet onredelijk of ongegrond voor. Ook vallen deze door [eiseres] verrichte werkzaamheden naar het oordeel van de kantonrechter binnen de opdrachtovereenkomst nu deze zien op het geschil tussen Vitalon en Oranje Nutrition B.V. ter zake de supply-overeenkomst.
4.6.4.
Dat [eiseres] , volgens haar “uit coulance”, een bedrag van € 932,18 heeft gecrediteerd en waaruit Vitalon afleidt dat [eiseres] daarmee indirect erkent dat er iets mis is met de facturering, kan evenmin leiden tot een ander oordeel. Voor een gerechtelijke erkentenis is namelijk vereist dat een partij uitdrukkelijk de waarheid van een of meer stellingen van de wederpartij erkent in een aanhangig geding (artikel 154 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.
4.6.5.
De andere redenen die Vitalon aanvoert, komen erop neer dat zij vindt dat [eiseres] de opdracht niet deugdelijk heeft uitgevoerd. Dit verweer kan niet leiden tot het oordeel dat Vitalon de declaraties van [eiseres] niet hoeft te betalen. De enkele wanprestatie (als daar al sprake van zou zijn) brengt namelijk niet met zich mee dat de vordering van [eiseres] daarom niet hoeft te worden voldaan (vgl. HR 19 februari 1988, NJ 1989, 343). Een dergelijke rechtsregel kent het Nederlandse recht namelijk niet. Bevrijding van de eigen betalingsverplichting kan wel worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld de overeenkomst (deels) te ontbinden of door verrekening van schade, maar dat heeft Vitalon niet gedaan of gevorderd.
4.6.6.
Vitalon stelt zich tevens op het standpunt dat de uitspraak HvJ EU 12 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:14 consequenties met zich meebrengt voor het onderhavige dispuut omdat het onderhavige kostenbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd. Naar het oordeel van de kantonrechter kan Vitalon geen geslaagd beroep doen op de door haar genoemde uitspraak. Vitalon kan namelijk niet worden aangemerkt als een consument in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De reden daarvoor is dat Vitalon geacht moet worden voornamelijk te hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf omdat de overeenkomst met [eiseres] ziet op een juridisch geschil omtrent een door Vitalon gesloten zakelijke overeenkomst met twee andere bedrijven. Dat Vitalon naar eigen zeggen een kleine startende onderneming is zonder personeel en haar bestuurder in goed vertrouwen zijn belangen in handen heeft gegeven van [eiseres] maakt dat niet anders. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de bestuurder van Vitalon al zijn privé spaargeld zou hebben gebruikt om zijn verplichtingen voortvloeiende uit de supply agreement te voldoen.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verklaart het verzet ongegrond,
5.2.
bekrachtigt het door de kantonrechter op 19 juni 2024 onder zaaknummer / rolnummer 11131390 \ CV EXPL 24-2769 gewezen verstekvonnis,
5.3.
veroordeelt Vitalon in de proceskosten van de verzetprocedure van € 541,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Vitalon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
CL
Productie 5 bij dagvaarding
Producties 22 t/m 34 akte houdende inbreng producties