Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-23
ECLI:NL:RBAMS:2026:4391
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
4,065 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 text/xml public 2026-05-07T09:22:20 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 13-027070-26 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 text/html public 2026-05-06T16:18:46 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 13-027070-26 Vervolgings-EAB Spanje. Uitspraak na eerder gedane tussenuitspraak van 16 april 2026. In die tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB en de strafbaarheid van het feit. Het onderzoek is toen ter zitting heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de verstrekte garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de aanvullende informatie dat de verstrekte terugkeergarantie onvoorwaardelijk en definitief is geworden waardoor de overlevering kan worden toegestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-027070-26 Datum uitspraak: 23 april 2026 UITSPRAAK op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 december 2025 door een rechter van de onderzoeksafdeling van de rechtbank van Torremolinos, Plaza Nr. 5, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon 1], geboren op [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De zitting van 9 april 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 9 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, advocaat in Almere. De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-024583-26 tegen [opgeëiste persoon 2]. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De tussenuitspraak van 16 april 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de verstrekte garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De zitting van 23 april 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 23 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman. De zaak is wederom gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-024583-26 tegen [opgeëiste persoon 2]. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Turkse nationaliteit heeft. 3 De tussenuitspraak van 16 april 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3) en de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW 4.1 Inleiding De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 10 maart 2026 per brief de volgende garantie gegeven: “A Ruling was issued on 25 February 2026 ordering that the proceedings be passed to the State Prosecution Service and other parties so that, within a deadline of 3 days, they could report on whether it would be appropriate to grant the guarantee that any prison term to which the defendants may be sentenced in Spain would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November on the mutual recognition of judicial decisions in criminal matters in the European Union. The State Prosecution Service reported that it DID NOT OBJECT to granting the guarantee that any prison term to which the defendants [opgeëiste persoon 2] AND [opgeëiste persoon 1] may be sentenced would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November. (…) METHOD OF CHALLENGE: application for AMENDMENT [recurso de REFORMA] to be lodged before this Court within a deadline of three days counted from the notification thereof.” In de tussenuitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank in paragraaf 5 geoordeeld dat bovengenoemde terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is, nu hierin staat vermeld dat de garantie bij een rechterlijke uitspraak is verleend en expliciet is aangegeven dat verschillende belanghebbende partijen daartegen in beroep kunnen gaan. De rechtbank kon op basis van de informatie in het dossier niet vaststellen of van die mogelijkheid gebruik is gemaakt. De rechtbank heeft daarom het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen hierover aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vervolgens op 17 april 2026 per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt: "Following reception by this Investigation Section of the Court of Instance in Torremolinos, division no. 5, of a communication from the Belgian [sic] Authorities requesting further information on the guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026, notify said Authorities that the commitment or guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026 in respect of [opgeëiste persoon 1] (born [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1], Netherlands) and [opgeëiste persoon 2] (born [geboortedag 2] 2000 in [geboorteplaats 2], Netherlands), is unconditional, irrevocable and firm, and that no appeals have been lodged against said decision." 4.2 Standpunten van partijen De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat op grond van de aanvullende informatie van 17 april 2026 de verstrekte terugkeergarantie als onvoorwaardelijk en definitief kan worden aangemerkt. 4.3 Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde terugkeergarantie – in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 17 april 2026 – onvoorwaardelijk. In de aanvullende informatie staat namelijk vermeld dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de verleende terugkeergarantie, zodat deze definitief is geworden. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 text/xml public 2026-05-07T09:22:20 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-23 13-027070-26 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 text/html public 2026-05-06T16:18:46 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4391 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2026 / 13-027070-26 Vervolgings-EAB Spanje. Uitspraak na eerder gedane tussenuitspraak van 16 april 2026. In die tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB en de strafbaarheid van het feit. Het onderzoek is toen ter zitting heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de verstrekte garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de aanvullende informatie dat de verstrekte terugkeergarantie onvoorwaardelijk en definitief is geworden waardoor de overlevering kan worden toegestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-027070-26 Datum uitspraak: 23 april 2026 UITSPRAAK op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 december 2025 door een rechter van de onderzoeksafdeling van de rechtbank van Torremolinos, Plaza Nr. 5, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon 1], geboren op [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De zitting van 9 april 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 9 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, advocaat in Almere. De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-024583-26 tegen [opgeëiste persoon 2]. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De tussenuitspraak van 16 april 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de verstrekte garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De zitting van 23 april 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 23 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman. De zaak is wederom gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-024583-26 tegen [opgeëiste persoon 2]. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Turkse nationaliteit heeft. 3 De tussenuitspraak van 16 april 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3) en de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW 4.1 Inleiding De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 10 maart 2026 per brief de volgende garantie gegeven: “A Ruling was issued on 25 February 2026 ordering that the proceedings be passed to the State Prosecution Service and other parties so that, within a deadline of 3 days, they could report on whether it would be appropriate to grant the guarantee that any prison term to which the defendants may be sentenced in Spain would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November on the mutual recognition of judicial decisions in criminal matters in the European Union. The State Prosecution Service reported that it DID NOT OBJECT to granting the guarantee that any prison term to which the defendants [opgeëiste persoon 2] AND [opgeëiste persoon 1] may be sentenced would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November. (…) METHOD OF CHALLENGE: application for AMENDMENT [recurso de REFORMA] to be lodged before this Court within a deadline of three days counted from the notification thereof.” In de tussenuitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank in paragraaf 5 geoordeeld dat bovengenoemde terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is, nu hierin staat vermeld dat de garantie bij een rechterlijke uitspraak is verleend en expliciet is aangegeven dat verschillende belanghebbende partijen daartegen in beroep kunnen gaan. De rechtbank kon op basis van de informatie in het dossier niet vaststellen of van die mogelijkheid gebruik is gemaakt. De rechtbank heeft daarom het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen hierover aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vervolgens op 17 april 2026 per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt: "Following reception by this Investigation Section of the Court of Instance in Torremolinos, division no. 5, of a communication from the Belgian [sic] Authorities requesting further information on the guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026, notify said Authorities that the commitment or guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026 in respect of [opgeëiste persoon 1] (born [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1], Netherlands) and [opgeëiste persoon 2] (born [geboortedag 2] 2000 in [geboorteplaats 2], Netherlands), is unconditional, irrevocable and firm, and that no appeals have been lodged against said decision." 4.2 Standpunten van partijen De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat op grond van de aanvullende informatie van 17 april 2026 de verstrekte terugkeergarantie als onvoorwaardelijk en definitief kan worden aangemerkt. 4.3 Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde terugkeergarantie – in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 17 april 2026 – onvoorwaardelijk. In de aanvullende informatie staat namelijk vermeld dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de verleende terugkeergarantie, zodat deze definitief is geworden. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.