Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-27
ECLI:NL:RBAMS:2026:3175
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,297 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3175 text/xml public 2026-04-08T11:30:19 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-27 24/5379 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3175 text/html public 2026-04-07T09:38:05 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3175 Rechtbank Amsterdam , 27-03-2026 / 24/5379 Woo. Emissies in het milieu (artikel 5.1, zevende lid, van de Woo). Motiveringsgebrek. Kijkend naar de ongelakte stukken, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het begrip emissies in het milieu mogelijk te nauw heeft opgevat. In bijlage 11 ziet de rechtbank inderdaad gegevens over procesinstellingen en een receptuur terugkomen. Tegelijkertijd ziet de rechtbank ook de productieopbrengst waarin, weliswaar schematisch, een temperatuur wordt weergegeven. Mede gelet op het feit dat de inspecteurs deze informatie nodig hebben om de emissies in het milieu te kunnen controleren, is het voor de rechtbank zonder nadere motivering niet te volgen waarom de gelakte informatie in bijlage 11 geen emissie informatie bevat, zoals hiervoor gedefinieerd. Onder deze definitie vallen namelijk ook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/5379 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., uit [plaats 1] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. H. Verhaar). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: ARA Asfaltproductie Regio Amsterdam B.V. uit [plaats 2] (derde-belanghebbende). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiseres heeft gevraagd om het rapport ‘Resultaten emissiemetingen ARA 2023’. Met het primaire besluit van 10 november 2023 heeft verweerder het besluit gedeeltelijk openbaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 9 september 2024 is zij bij deze gedeeltelijke openbaarmaking gebleven. Eiseres is het niet eens met de door verweerder gebruikte weigeringsgronden. Tevens is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk gemotiveerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister op de juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek van eiseres. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel van verweerder ten aanzien van de niet versterkte (gelakte) informatie onvoldoende heeft gemotiveerd dat hier geen sprake kan zijn van informatie over emissies in het milieu . Zij vernietigt daarom het bestreden besluit. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Op 20 september 2023 heeft eiseres een Woo-verzoek ingediend bij verweerder tot openbaarmaking van het rapport 'Resultaten emissiemetingen ARA 2023' (het Rapport). 2.1. Op 10 november 2023 heeft verweerder het primaire besluit genomen en het Rapport gedeeltelijk openbaar gemaakt. Eiseres is hier tegen in bezwaar gegaan. 2.2. Met het bestreden besluit van 9 september 2024 is verweerder bij de gedeeltelijke openbaarmaking van het Rapport gebleven. 2.3. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. Namens verweerder zijn mr. H. Verhaar en [naam] (milieu-inspecteur) verschenen. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of verweerder op de juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Milieu-informatie betreffende emissie in het milieu? 5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder de gelakte informatie in het Rapport – dit betreft met name informatie in bijlage 11 - niet heeft mogen weigeren met een beroep op de weigeringsgronden van artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo. Het Rapport waar het Woo-verzoek op ziet betreft volgens eiseres namelijk milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu, waardoor de weigeringsgronden niet van toepassing zijn op deze informatie. Het Rapport heet ook niet voor niets: Resultaten emissiemetingen ARA 2023. 6. Verweerder voert aan dat de informatie in bijlage 11 enerzijds informatie bevat over het recept en de procesinstellingen en anderzijds over de productsamenstelling van het asfalt. Er is volgens verweerder in bijlage 11 geen sprake van emissiegegevens, maar juist van bedrijfs- en fabricagegegevens die door de derde-belanghebbende vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Openbaarmaking zou de derde-belanghebbende in haar concurrentiepositie (kunnen) schaden. De Omgevingsdienst van de gemeente Amsterdam heeft dit standpunt tot twee keer toe onderschreven. 7. Op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo zijn de uitzonderingsgronden van het eerste en tweede lid van dat artikel niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. 8. In artikel 2.1 van de Woo wordt voor de definitie van het begrip milieu-informatie verwezen naar artikel 19.1a van de Wet milieubeheer (Wm). Voor zover hier relevant, staat in dat artikel, eerste lid onder b, dat milieu-informatie alle informatie omvat, neergelegd in documenten, over factoren zoals – onder andere – stoffen, emissies en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten. Emissie wordt gedefinieerd als de stoffen, trillingen, warmte of geluiden die direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden gebracht. 9. Uit vaste rechtspraak volgt dat het begrip milieu-informatie een ruime betekenis heeft. Onder de begrippen ‘emissies in het milieu’ en ‘informatie over emissies in het milieu’ moeten niet alleen gegevens worden begrepen die de daadwerkelijke uitstoot betreffen, maar ook de gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu alsook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is. De begrippen ‘emissies in het milieu’ en ‘informatie over emissies in het milieu’ mogen daarnaast niet restrictief worden uitgelegd. Informatie die geen betrekking heeft op de emissies van het betrokken product of de betrokken stof in het milieu, en gegevens over hypothetische emissies, dat wil zeggen emissies die niet daadwerkelijk of voorzienbaar plaatsvinden in omstandigheden die met normaal of realistisch gebruik overeenstemmen, zijn uitgesloten wel uitgesloten van openbaarmaking. 10. Ter zitting hebben de gemachtigde en de milieu-inspecteur van verweerder een nadere toelichting gegeven over wat voor informatie in bijlage 11 staat en waarvoor deze informatie gebruikt wordt. Zo bevat de bijlage 11 informatie over de procesinstellingen en het recept dat de derde-belanghebbende gebruikt. Deze informatie hebben de inspecteurs nodig voor de metingen die zij uitvoeren in de schoorsteen van de fabriek. Bij deze metingen wordt gekeken of de procesinstellingen en de gebruikte receptuur tot emissies leiden die aan de gestelde eisen voldoen. In totaal worden drie metingen gedaan om zo een goed algeheel beeld te krijgen van de situatie en om ook de emissies te kunnen meten bij niet ideale omstandigheden, zoals wanneer er bijvoorbeeld oud asfalt wordt gerecycled. Dit kan namelijk effect hebben op de te meten emissies, aldus de toelichting door verweerder op de zitting. De informatie in bijlage 11 betreft volgens verweerder geen emissie informatie, maar puur bedrijfs- en fabricagegegevens. 11.
Volledig
De rechtbank heeft in de raadkamer kennisgenomen van de ongelakte versie van het Rapport. Zij stelt vast dat dit Rapport een emissierapport betreft en merkt hierbij op dat hier naast informatie over emissies ook (vertrouwelijke) bedrijfsinformatie in kan staan. Deze twee begrippen lopen in dit geval parallel door het Rapport heen. 11.1. Op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo moet de rechtbank dan beoordelen of er sprake is van informatie die ziet op een emissie in het milieu, waarbij ook de gegevens over invloeden van die emissies op het milieu als ook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is relevant is. Kijkend naar de ongelakte stukken, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het begrip emissies in het milieu mogelijk te nauw heeft opgevat. In bijlage 11 ziet de rechtbank inderdaad gegevens over procesinstellingen en een receptuur terugkomen. Tegelijkertijd ziet de rechtbank ook de productieopbrengst waarin, weliswaar schematisch, een temperatuur wordt weergegeven. Mede gelet op het feit dat de inspecteurs deze informatie nodig hebben om de emissies in het milieu te kunnen controleren, is het voor de rechtbank zonder nadere motivering niet te volgen waarom de gelakte informatie in bijlage 11 geen emissie informatie bevat, zoals hiervoor gedefinieerd. Onder deze definitie vallen namelijk ook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is. De rechtbank constateert hier een motiveringsgebrek. 12. Nu de rechtbank heeft geconstateerd dat verweerder het bestreden besluit op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd, komt het bestreden besluit reeds hierom voor vernietiging in aanmerking. De overige beroepsgronden behoeven verder geen bespreking. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Conclusie en gevolgen 13. Het beroep is gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen op de in deze uitspraak genoemde punten. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de rechtsgevolgen in stand te laten. Het is aan verweerder om de stukken nader te beoordelen en de gelakte stukken openbaar te maken of nader te motiveren waarom deze informatie toch niet openbaar wordt gemaakt. 13.1. De rechtbank zal daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepalen dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken. Deze termijn gaat lopen nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, nadat op het hoger beroep is beslist. 13.2. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht vergoeden. Ook heeft eiseres recht op een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- moet vergoeden aan eiseres; veroordeelt verweerder tot het betalen van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. F. van der Maas, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Met het kenmerk: R001-1291633HOW-V05-NL. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo. De pagina’s 68-69 en 70-92. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo. Artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de Woo. De onder a van dit artikel bedoelde elementen. Artikel 1.1, eerste lid, Wm. Zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1926. Zie in dit verband het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 20 maart 2025, ECLI:EU:C:2025:195 (Sumitomo), punt 92 en 95.